Lifestyle

Strategen aan zet

Leestijd: 10 min

Ook de internationale topcoaches in de triathlonwereld moeten zich aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Hoe begeleiden ze hun atleten? Hoe houden ze hen mentaal fit? In gesprek met topcoaches Joel Filliol en Louis Delahaije over corona, verwachtingen, motiveren en over elkaar.

De pandemie

Joel Filliol

Het meest uitdagende van de wereldwijde pandemie is de omgang met onzekerheid. Zeker in de eerste weken. Niemand wist of er nog een race zou plaatsvinden, en zoja wanneer. Atleten hebben vragen: Hoe train ik dan? Hoe pak ik de draad weer op? Hoe intensief gaat mijn programma zijn? Ik moest een strategie verzinnen, voor elke atleet is de aanpak anders. Voor iedereen gold dat ik een soort pauze inlaste voor het trainingsprogramma. Elke atleet moest zijn lichaam onderhouden en fit blijven. Niet zoals in een offseason, met heel weinig doen, dus wel alle basistrainingen zodat je bij een herstart van het seizoen snel kan opschalen. Zo heb ik het de Italianen in de nationale selectie ook verteld.

Joel Filliol picture taken by Tommy Zaferes

Foto door: Tommy Zaferes

De intensiteit was dus weg. Ik had niet echt intervaltrainingen opgenomen in het programma, wel zo nu en dan stevig accelereren op de fiets en bij het hardlopen. Het trainingsvolume was een middenweg. Normaal maken mijn atleten zo 30 uur per week, nu bleef dat op 20 tot 25 uur per week. Maintenance is key. Voor sommige triatleten was dit heel moeilijk, want ze konden hun energie niet kwijt. Mijn doel was dat niemand een rustperiode nodig had, iedereen mentaal scherp bleef en zin hield om te trainen. Ik maakte daarnaast een tweedeling in leeftijd. De ervaren atleten liet ik hun rust pakken thuis, bij de familie. Uit ervaring weet ik dat ze daar energie van krijgen. Ze kregen de tijd zich helemaal op te laden. De jongeren hebben veel meer uitdagingen nodig, die willen testen, racen. Die hebben e-races gedaan op de fiets. Ik denk dat jongeren daar ook meer baat bij hebben om te blijven ontwikkelen. Ouderen hebben dat minder nodig.

 

Louis Delahaije

Eerlijk gezegd had ik verwacht dat een paar atleten een serieuze dip zouden krijgen. Als hoofdcoach van de Nederlandse bond dacht ik daar in het begin zeker over na. Ook door de lengte en de omvang van de coronacrisis. Uiteindelijk is niemand van onze atleten weggezakt. Mensen die sporten en trainen gewoon leuk vinden, blijven sowieso over. Topsport is omgaan met teleurstellingen; deze crisis is zo’n teleurstelling voor elke atleet. De liefhebbers komen bovendrijven. Blijkbaar zijn al onze atleten op de eerste plaats ook liefhebbers.

Ik hoefde niet veel met de atleten te praten. Geen van hen heeft echte problemen gehad. Ze dachten allemaal meteen in nieuwe mogelijkheden en welke zwakheden ze wilden verbeteren. In het trainingsprogramma heb ik de lengte van trainingen aangepast. We werkten in blokken van vier weken: drie weken trainen, een week herstel. Dat bekeken we per maand, maar tot op de dag van vandaag houden we dit ritme. Naast individuele verbeterpunten werkten we aan het vergroten van de basis. Aan het einde van een trainingsblok bedachten we challenges. We deden testlopen van drie of vijf kilometer of lieten ze knallen op de tijdritfiets om ook dat wedstrijdgevoel te creëren.

Normaal trainen onze atleten niet meer dan drie uur duur op de fiets, meer is ook gewoon echt niet nodig en er zit te weinig tijd in een week om langer te fietsen. Ze moeten ook hardlopen, zwemmen en intervaltraining doen. De afgelopen maanden kwamen ze aan ritten van 200 kilometer. Sommigen vonden het een enorme uitdaging en vroegen zich af hoe ze die afstand moesten volbrengen. Nu lachen ze er om en zitten ze er ’s avonds zelfs fris bij na zo’n fietsdag. Voor de duurloop geldt hetzelfde. In andere jaren houd ik in schema’s rekening met 75 minuten als maximale tijd, een enkele keer anderhalf uur. Dat verlengde ik nu naar twee uur. ‘Ga lekker de hei op. Geen opdrachten, geniet er maar van.’

Internationale topcoaches

Joel Filliol (CAN) is bondscoach van de Italiaanse triathlonploeg. Daarnaast heeft hij zijn eigen team, de JFT-crew met daarin wereldtoppers als Mario Mola en Katie Zaferes. Louis Delahaije is als head coach verbonden aan de NTB en begeleidt daarnaast ook andere topatleten, zoals Richard Murray. Rachel Klamer en Richard Murray trainden onder Joel Filliol voordat ze eind 2016 de overstap maakten naar Louis Delahaije.

Veranderingen

Joel Filliol

We leven vanaf nu met een nieuwe onzekerheid. Het is dus zaak om meer flexibiliteit in schema’s en in atleten te bouwen. Een plan b en een plan c moeten gemaakt zijn, en ook daar moet je weer in kunnen schuiven. Experts sluiten nieuwe coronagolven niet uit. De situatie in de wereld gaat de komende jaren niet meer stabiel zijn. Dat betekent ook een simplificatie van de planning. Atleten moeten dat leren. De een heeft een hoger adaptatievermogen dan de ander. De een wordt nerveus, dat betekent stress en een minder goed herstel van het lichaam na een inspanning. De slaap zal ook verslechteren. Dat maakt trainen weer moeilijker. Dat kan in de topsport veel verschil maken. Elk klein beetje energie dat je verspilt aan het peinzen kan een sportieve tik opleveren.

Het is waanzinnig moeilijk voor een atleet om in onzekere tijden fit te zijn. Zo is de situatie nu eenmaal. We proberen met ons team wedstrijden te benaderen alsof het doorgaat. Wanneer je later begint met intensieve trainingen, heb je niet de juiste vorm. Ik leer de triatleten beseffen dat een opbouwperiode naar een race nooit weggegooide tijd en moeite is, ook al wordt de wedstrijd afgelast. Ik leer ze focussen op het proces, focussen op de voorbereiding en niet op het resultaat. Uitslagen zijn minder belangrijk, probeer als atleet beter te worden. Dat moet centraal staan in de sportbeleving.

Hoewel we wereldwijd nog nooit een pandemie als deze hebben meegemaakt, wil ik wel benadrukken dat atleten vaak met onzekerheid te maken hebben. Ben ik wel goed genoeg? Hoe ben ik hersteld van een blessure? Als er een gat in het jaar zit door een verplichte rustperiode of blessure weet ik dat ik mijn atleten terug op wedstrijdniveau kan brengen. Vanuit dit perspectief gezien heeft een pandemie overeenkomsten met een periode van rust of blessures.

JFT crew picture by Joachim Willén
Foto door: Joachim Willén


Louis Delahaije

Wat Filliol al zegt, sporters hebben altijd te maken met onzekerheid. De goede atleten gaan daar goed mee om. Die zijn het gewend en kunnen dus ook de juiste mentale fitheid vinden tijdens deze pandemie. Al heeft natuurlijk niemand het in deze mate meegemaakt. In mijn tijd als bondscoach van Duitsland, zo’n vijftien jaar geleden, had ik al geleerd dat wedstrijden een hinderlijke onderbreking zijn van het trainingsproces. Deze les kan ik opnieuw uit de afgelopen tijd halen. Beter worden is een continue proces, wedstrijden onderbreken dat proces. Zonder wedstrijden word je beter. Dit is een pleidooi voor een minder volle kalender. Daar zijn we in deze tijd alweer achter gekomen.

In het afgelopen decennium hebben we met de ploeg nog nooit zo’n goede voorbereiding gehad. Rachel Klamer bijvoorbeeld, die is nog helemaal niet ziek geweest. Andere jaren wel, door het vele reizen, door de jetlags, veranderende omgevingen. Onderschat dat niet, het is een enorme aanslag op iemand zijn gestel. Onze toppers gaan daarom de komende jaren minder wedstrijden doen. Klamer is al gekwalificeerd voor de Olympische Spelen, waarom zou je dan nog naar alle uithoeken van de wereld vliegen? Dat wil je niet meer. We wisten het eigenlijk wel, maar door omstandigheden namen we deze beslissing niet eerder. Het is natuurlijk anders als je nog punten moet verzamelen om je te kwalificeren.

Nog een winstpunt deze periode: het is voor veel atleten een eye-opener geweest dat duurtrainingen ook zorgen voor verbetering. Veel atleten roepen dat ze snelheid missen, dat ze harder en sneller willen trainingen. Richard Murray was een van hen en zag dat hij nu ook zonder die trainingen rond de 14 minuten op de vijf kilometer liep.

Klamer is al gekwalificeerd voor de Olympische Spelen, waarom zou je dan nog naar alle uithoeken van de wereld vliegen? Dat wil je niet meer. We wisten het eigenlijk wel, maar door omstandigheden namen we deze beslissing niet eerder.

Auteur naam

Over elkaar en de werkwijze

Joel Filliol

Louis en ik zijn goede collega’s, de laatste jaren hebben we veel met elkaar gesproken. Delahaije is heel slim, gewiekst. Ik heb respect voor alles wat hij al heeft gepresteerd. Naast prestaties met de Nederlandse en Duitse triathlonploegen, is Delahaije ook succesvol bij de voorlopers van de ploeg Jumbo-Visma in het wielrennen geweest. In de coach Delahaije zit zoveel ervaring en zoveel wijsheid. Zijn kracht is zijn vermogen om te reageren, niet beïnvloed door emoties, maar doordacht. Triathlon is nog een jonge sport en hij brengt toch veel ervaring met zich mee. Daarmee onderscheidt hij zich van heel veel anderen.

Veel van onze gesprekken gaan over de psyche van de atleet. Delahaije weet als geen ander hoe het hoofd van zijn atleten werkt, hij steekt daar veel tijd in. Het is een andere manier van benaderen: niet vanuit de schema’s, maar vanuit de mentale kracht van een atleet. Hoe unlock je prestaties bij een atleet? Die vraag stellen Delahaije en ik vaak aan onszelf. Dat is onze invalshoek. Veel andere trainers denken meer na over het fysieke gestel en over de trainingen. Dat is een meer wetenschappelijke manier. Maar iedereen kan trainingsschema’s en –benaderingen op internet opzoeken. Dat is toegankelijk voor iedereen die geïnteresseerd is. Wij kijken naar de effectiviteit van het hoofd. De psychologische kant van de prestaties ontsluiten, betekent investeren in de atleten. Dat betekent jaren met een atleet werken en al die jaren praten. Veel gesprekken voeren, informatie uitwisselen, vragen stellen. Daardoor herken je verschillende persoonlijkheden. Delahaije kan dat als geen ander.

Foto door: Joachim Willén

Louis Delahaije

Als je mijn schema’s zou zien, denk je: wat is dat een simpele Heinie. De meeste amateurs krijgen ingewikkeldere trainingsprogramma’s dan die ik schrijf. Er zit niets speciaals aan, geen enkele verrassing. Zoals Filliol al zegt, vind ik coachende kwaliteiten veel belangrijker dan trainingskwaliteiten. Dat laatste is niets meer dan een ambacht. Iedereen kan dat leren, net zoals dat iedereen timmerman of metselaar kan worden. Coaching is aanvoelen op basis van ervaring. In mijn eerste jaren als coach investeerde ik in het ambacht, dat coachen kwam pas later.

Als een atleet over langere tijd goed traint, wordt hij of zij beter. Hoe houd ik een atleet zo lang mogelijk bezig? Dat is de vraag. Soms moet een atleet geprikkeld worden. Een andere keer afgeremd worden. Dat is het finetunen waar ik elke dag mee bezig ben.

Als de atleten mij vertrouwen, op elke mogelijke manier, dan gaan de trainingen prestaties opleveren, hoe dom de trainingsoefeningen ook zijn. Vertrouwen, daar draait het om. De atleten moeten weten: deze vent maakt mij beter. Als ze dat geloven, gebeurt dat ook. Ik geef ze het gevoel dat ze veilig bij mij zijn.

Ik laat onze atleten veel sprintwerk doen. Soms wordt vergeten hoe belangrijk coördinatie is. Het brein van de atleet moet weten hoe het voelt om 25 kilometer per uur te lopen, of hoe het voelt om 1000 watt te trappen. Dat levert een betere coördinatie van het lichaam op.

Als je spektakel wilt als atleet, moet je niet bij mij zijn. Sommigen kunnen zich niet voorstellen dat je met mijn schema’s de beste kan worden. Er staan geen toeters en bellen in, die leiden alleen maar af van waar het werkelijk om draait. Sporters moeten voelen wat er mogelijk is, daar steek ik mijn energie in.

Veel van onze gesprekken gaan over de psyche van de atleet. Delahaije weet als geen ander hoe het hoofd van zijn atleten werkt, hij steekt daar veel tijd in. Het is een andere manier van benaderen: niet vanuit de schema’s, maar vanuit de mentale kracht van een atleet.

Auteur naam


Tokio

Joel Filliol

We zullen nog heel lang niet zeker weten of de Olympische Spelen in 2021 doorgaan. De definitieve beslissing zal pas in april of mei volgend jaar vallen. Met mijn atleten bespreek ik Tokio nog helemaal niet, het heeft voor nu toch geen impact. Sporters en coaches werken in cycli van vier jaar met elke keer aan het einde de Olympische Spelen. Daarna komen er veranderingen. Sporters veranderen van begeleiders, verhuizen misschien. Dat heeft weer een impact op mijn planning. Voor nu moeten we vooral geduld betrachten.

 

Louis Delahaije

Ik volg de redenering van Filliol. Het is simpel: de sporter leeft vandaag, Joel en ik kijken weken en maanden vooruit. Wij maken de planningen en schatten in hoe we frisheid kunnen behouden. Ik open daarvoor niet per se de datagegevens van een atleet, al bekijk ik ze natuurlijk wel. Ik vraag meer hoe een training ging, daar haal ik veel meer informatie uit. Al is dat voor een sporter soms even wennen. Tokio is nog ver.


 

Dit artikel is onderdeel van de special Nieuwe Wereld   

Deel dit artikel


Thomas Sijtsma

Schrijft voor Transition over avonturen in binnen- en buitenland en interviewt (top)atleten

Nog niet
ingeschreven?

De redactie van Transition houdt jou graag op de hoogte van nieuwe artikelen, tips van onze Makers en sneak previews van nieuwe edities van het magazine.