Lifestyle

Living the dream

Leestijd: 8 min

Als zwemster haalde Lotte Wilms de Olympische Spelen van Londen niet. In haar tweede sportleven als triatlete probeert ze het gewoon opnieuw. In sportminnend Australië, waar ze sinds begin 2014 woont, werkt ze aan de realisatie van haar ultieme droom: zich kwalificeren voor Tokio.

 

Lotte Wilms woont letterlijk op een steenworp afstand van het bekendste strand van Sydney: Bondi Beach. Voor een zwemtraining in de oceaan hoeft ze alleen maar de weg over te steken. Ook is ze geregeld in Bondi Icebergs Pool of in de iets verderop gelegen Bronte Ocean Pool te vinden, waar bij vloed de golven over de randen van het met zeewater gevulde zwembad slaan.

Al kiest ze in de winter – als het water een stuk frisser is – meestal voor het verwarmde North Sydney Olympic Pool. Op deze iconische plek – het openluchtzwembad ligt onder de Harbour Bridge en kijkt uit op het Opera House, daar waar in 2000 de eerste Olympische triathlon finishte – werkt Wilms tussen haar trainingen door als lifeguard.

Geheim doel

Op haar zeventiende was ze voor het eerst Down Under. Na het behalen van haar Havo-diploma aan de eerste Nederlandse LOOT-school in Alkmaar, trainde Wilms zeven maanden in Newcastle. “Ik heb toen echt een gigantisch leuke tijd gehad in Australië”, vertelt Wilms. “Ik was enorm onder de indruk van de sportcultuur daar en heb me dan ook altijd voorgenomen om terug te komen.”

Van haar tiende tot haar achtentwintigste stond het leven van de nu 35-jarige Wilms in het teken van zwemmen. Ze won in achttien jaar tijd 3 gouden, 28 zilveren en 3 bronzen medailles op Nederlandse kampioenschappen. Nadat ze haar hbo-studie Human Resource had afgerond, besloot ze nog één keer het beste uit zichzelf te willen halen. “Ik wilde een uitdagend doel stellen om het seizoen mee af te sluiten en dat werd de 4 x 200 meter vrije slag estafette voor Londen.”

Foto door: Amaury Tréguer

Samen met Tom Rikhof, haar trainer bij AZ&PC te Amersfoort, stelde ze een plan op en trainde ze vier maanden keihard voor dat ultieme doel. “Ik sprak er met niemand over, het was mijn geheim”, blikt ze zeven jaar later terug. “Ik zwom tijdens de kwalificatierace een dik persoonlijk record, maar het was niet genoeg. Ik zat niet bij de snelste vier zwemmers en uiteindelijk wist Nederland ook niet aan de kwalificatie-eisen te voldoen voor die estafette.”

"Op een avond vroeg hij mij wat mijn dromen waren en ik antwoordde eigenlijk heel spontaan dat ik nog steeds droomde van een topsportbestaan.”

Lotte Wilms

Daarna zette Wilms een punt achter haar carrière. “Dat was niet uit teleurstelling, zeker niet: ik had in vier maanden tijd 3 seconden van mijn snelste tijd afgehaald. Het was gewoon mooi geweest. Ik was 28, wat zeker toen oud was voor een zwemmer, had een relatie en we wilden graag gaan reizen. Dat zijn we ook gaan doen en we sloten die reis in 2014 af in Sydney waar we zijn blijven hangen. Ik ben gaan werken en voor de lol gaan hardlopen, omdat ik het sporten toch wel miste. Mijn relatie was uitgegaan en ik was inmiddels samen met mijn huidige Australische partner Chris. Op een avond vroeg hij mij wat mijn dromen waren en ik antwoordde eigenlijk heel spontaan dat ik nog steeds droomde van een topsportbestaan.”

Wereld van verschil

En toen kwam triathlon in beeld. Omdat Lotte al hardliep, hadden vrienden gesuggereerd dat ze maar eens een triathlon moest doen. Over het zwemonderdeel hoefde ze zich geen zorgen te maken, lopen ging ook aardig en als echte Hollandse, had ze in haar jeugd ook heel wat uurtjes op de fiets doorgebracht. “Ik ben opgegroeid in Schoorl en ik ging iedere dag heen en terug op de fiets naar school in Alkmaar. Ik zwom ook bij een vereniging in Alkmaar, dus dan reed ik ’s avonds ook nog eens naar de zwemtraining. Soms fietste ik zo wel 40 kilometer per dag.”

De tijd dat ze twee keer per dag in het zwembad te vinden was, lag inmiddels wel alweer vijf jaar achter haar. Maar haar spieren herinnerden zich precies wat ze altijd gedaan hadden in het water. “Ik heb bijna twintig zwemjaren in mijn lichaam en de techniek verlies je niet zo snel. Al moet ik zeggen dat zwemmen in het zwembad en zwemmen in een triathlon een wereld van verschil is. Als zwemster had ik een baan voor mezelf en kun je zonder onderbrekingen zo hard mogelijk zwemmen. Dat gaat als triatlete niet. Soms gaat het heel goed, zoals tijdens de World Cup in China dit seizoen waar ik met een glimlach op mijn gezicht als eerste uit het water kwam. En soms gaat het ook nog wel eens helemaal mis.”



Foto door: Amaury Tréguer

Vechten voor je plek

Dat gebeurde onlangs in de sprint World Cup in het Zuid-Koreaanse Tongyeong, waar Lotte in 750 meter driekwart minuut verloor op de snelste zwemster. “Ik kwam in de achterhoede uit het water. Ik had een heel slechte start, raakte ingesloten en vervolgens kwam ik in de wasmachine terecht. Dan moet je echt vechten voor je plek. Gelukkig raakte ik tussen al die armen en benen niet in paniek, wat me eerder wel eens is gebeurd, maar ik kon niet meer uit die groep wegkomen.”

Om op die manier een wedstrijd te starten, in je beste onderdeel nota bene, is niet fijn. “Dat is nog zachtjes uitgedrukt. Ik had kunnen denken, waarom zou ik nog verder gaan? Maar ik kon toch vrij snel de knop omzetten. Op de fiets heb ik, samen met Ai Ueda, alles op alles gezet om weer terug te komen in de grote groep. Dat lukte ook, maar terwijl Ai vervolgens naar de tweede plek liep, waren mijn benen compleet verzuurd en zat er niet veel meer in tijdens het lopen. Een 41e plaats is natuurlijk niet waar ik op gehoopt had, maar ik heb er wel weer veel geleerd. Ik ben rustig gebleven tijdens het zwemmen en ik heb laten zien dat ik mentale veerkracht heb. Dat neem ik weer mee naar volgende wedstrijden.”

Perfecte omstandigheden

In 2018 maakte Lotte, nadat ze een aantal lokale wedstrijden op haar naam had geschreven, haar internationale debuut in de World Cup in Moololaba, Queensland. Met een twintigste plaats was het een veelbelovende start. Daardoor enthousiast geworden, ging ze net als in haar zwemperiode, op zoek naar een uitdagend doel. “Ik had al eens op internet opgezocht wat voor tijden er gezwommen werden tijdens de Olympische Spelen in Rio. 1.500 meter in negentien minuten is haalbaar voor mij, het fietsen moet ook wel lukken, alleen voor het lopen moest er nog wel wat gebeuren. Ik was op dat moment 33 jaar, maar ik zie mijn leeftijd niet als een belemmering. Ik ging supersnel vooruit en ik had op dat moment nog drie jaar om me voor te bereiden. Ik ben ook niet bang om hoog in te zetten, dus werd het mijn missie om me te kwalificeren voor Tokio.”

"Het is hier een walhalla voor triatleten. Ik ben altijd omringd door topsporters, dat is super motiverend.”

Lotte Wilms

Om die droom te verwezenlijken traint ze gemiddeld zo’n 20-30 per week. In de zomer staat ze vaak al om vier uur ’s ochtends op om te gaan lopen of fietsen. “Tussen december en februari is het laat in de ochtend en in de middag gewoon te heet”, vertelt ze. “Maar verder zijn de omstandigheden hier perfect. In de winter kan het ’s ochtends met acht graden wat frisjes zijn en er zijn dan wat minder zonuren, maar ook dan kun je perfect trainen. Het is hier een walhalla voor triatleten. Ik ben altijd omringd door topsporters: in het zwembad, op de atletiekbaan, op de fiets. Dat is super motiverend.”

Lifeguard

Wilms reisde het afgelopen seizoen naar verschillende World Cups om punten voor de olympische kwalificatieranking te verzamelen. Zo is ze net terug van wedstrijden in Zuid-Korea en Japan. Het zijn reizen die ze grotendeels uit eigen zak betaalt. “Mijn partner heeft daarnaast heel veel in mij geïnvesteerd, ik heb een Go Fund Me campagne opgezet, wat een mooi bedrag heeft opgeleverd, en verder werk ik zo’n 25 uur per week in het zwembad. Soms vragen Chris en ik ons af hoe we het nu weer voor elkaar moeten krijgen, maar het komt toch altijd wel weer goed.”

Als ze geen wedstrijden heeft, werkt ze vaak in de weekenden, dan krijgt ze namelijk extra betaald. De keuze om als lifeguard haar geld te verdienen en niet op de personeelsafdeling van een groot bedrijf, maakte ze weloverwogen. “Ik vind het heerlijk om buiten te zijn, ik moet er niet aan denken om de hele dag op kantoor te werken. Ik heb een nul-uren-contract zodat ik de vrijheid heb om naar wedstrijden te gaan. En een voordeel van werken in het zwembad is ook dat ik in mijn pauze kan zwemmen of een krachttraining in de bijbehorende gym kan doen.”

Foto door: Amaury Tréguer

Dromen najagen

Haar collega’s en de vaste bezoekers van North Sydney Olympic Pool voelen als een familie. “Het is een hechte community”, zegt ze. “Sommige mensen zie ik elke dag. Zo is er een man die op hoog niveau zeilde en nu vanwege zijn hersentumor zijn lichaam soepel probeert te houden in het zwembad. Als ik hem zie, versterkt dat ook mijn wil om mijn dromen na te jagen. Op het ene moment doe je aan topsport, op het andere moment kan het zomaar voorbij zijn.”

Na haar tweede volledige triathlonseizoen, neemt Wilms de 127ste plaats in op de olympische kwalificatieranking. Ze is daarmee achter Rachel Klamer en Maya Kingma de derde Nederlandse op die lijst. Toch lijkt kwalificatie voor Tokio, waarbij een atleet minimaal een keer in de top zes in een World Triathlon Series-wedstrijd moet finishen nog ver weg. Rachel Klamer lukte dat tot nu toe als enige landgenote.

"Als ik een minder ambitieus doel had gesteld, had dat me zeker niet zo ver gebracht.”

Lotte Wilms

“Tokio is hoog gegrepen, dat weet ik en ik staar me dan ook niet helemaal blind op de Olympische Spelen. Ik heb ook genoeg subdoelen die ik wil behalen op weg naar dat hogere doel. Me individueel kwalificeren wordt sowieso heel moeilijk, daarvoor moet ik op alle drie de onderdelen nog flink verbeteren. Maar mocht de teamrelay zich plaatsen voor Rio, dan geef ik mezelf wel kans om mee te gaan als reserve.”

En als ze de Spelen niet haalt, dan is dat niet het einde van de wereld. “Het belangrijkste is dat ik plezier heb in wat ik doe. I am living my dream. Ik kan me geen mooier leven voorstellen”, stelt ze. “Ik heb passie voor de sport, ik hou van wat ik doe en ik wil het beste uit mezelf halen. Tot nu toe is het een fantastische ervaring. Als ik een minder ambitieus doel had gesteld, had dat me zeker niet zo ver gebracht.”

Foto door: Amaury Tréguer


 

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #23

Deel dit artikel


Marcia Jansen

Sportjournalist (De Gelderlander), verzorgt persberichten en nieuwsbrieven voor de Nederlandse Triathlon Bond en schrijft voor triathlonmagazines in de VS en Canada. Schrijfster van ‘De helden van Almere’ en ‘De hartslag van een ander’ (met Wouter Duinisveld). Woont met haar gezin in Canada en deed daar haar eerste ironman.

 

Schrijft voor Transition over een breed scala aan onderwerpen, van gezondheid en training tot triathlon als lifestyle en interviews.

Nog niet
ingeschreven?

De NTB verstuurt elke donderdag een nieuwsbrief met een samenvatting van het nieuws van die week en de populairste artikelen van transition.nl