Gezondheid

Allemaal aan de allergie

Leestijd: 8 min

Heb jij een voedselallergie? Ben je ergens intolerant voor? Weet je eigenlijk het verschil wel tussen die twee? Miriam van Reijen legt het uit. Oorzaken, verschillen, de zin en onzin van testen en hoe je ermee omgaat.

Als triatleten vragen we heel wat van ons lijf. We zwemmen ons een slag in de rondte, brengen heel wat uren op het zadel door en verwachten dan ook nog dat we een fatsoenlijk stuk (hard) kunnen lopen. Om dit vol te houden worden niet alleen onze spieren, longen en ons hart aan het werk gezet. Ook onze maag en darmen worden – met de inname van energie – behoorlijk op de proef gesteld. Niet zo gek dat het wel eens misgaat. Een opgeblazen gevoel, winderigheid of last van onze darmen. Vrijwel alle triatleten hebben er wel eens last van. Sporters die er vaak of langdurig last van hebben willen nog wel eens gaan twijfelen aan de producten die ze eten. Soms krijg je het idee dat bepaalde producten of voedingsgroepen ervoor zorgen dat je klachten erger worden. Door anders te gaan eten kan je de klachten soms, al dan niet tijdelijk, verminderen. Maar wanneer weet je nu of er echt sprake is van een allergie? Heeft het zin om een (thuis)test te doen? En wat moet je weten voordat je zelf aan het experimenteren gaat? We leggen het je stap voor stap uit. Laat jij uit eigen beweging lactose, gluten, melk of granen liggen? Lees dan vooral verder.


Oorzaken van klachten

Eerst even dit. Maag- en darmproblemen (winderigheid, diarree, obstipatie, een opgeblazen buik) komen veel voor onder triatleten. Maar liefst 80% van de triatleten zegt er regelmatig last van te hebben. Bij de meesten van ons heeft dat niets te maken met een allergie of intolerantie. Maar alles met het feit dat we nu eenmaal een sport doen waarbij we lang onderweg zijn en energie moeten innemen terwijl we ons de longen uit ons lijf fietsen en lopen. Ook wedstrijdspanning is een belangrijke oorzaak van maag- en darmklachten. Spanning kan er namelijk voor zorgen dat onze darmen extra actief worden of juist ‘op slot’ gaan. De reden hiervoor is dat een directe verbinding blijkt te bestaan tussen onze darmen en onze hersenen en stress en spanning directe invloed heeft op de productie van bepaalde stressgerelateerde hormonen, óók in onze darmen. Dé verklaring waarom je voor een wedstrijd (of intensieve training) bijvoorbeeld diarree kunt krijgen. Heb je te maken met inspanningsgerelateerde maag- en darmklachten dan is er dus niet direct reden om aan te nemen dat dit aan je voeding ligt.

 


 

Lees ook: Eet jezelf gezond

 


 

Soms kan voeding wél de oorzaak zijn van je klachten maar is er geen sprake van een allergie of intolerantie. Zo kunnen grote hoeveelheden vezels, pittig eten of vetrijke maaltijden zorgen voor een verhoogd risico op klachten. En soms is je lichaam gewoon onvoldoende getraind om (veel) suiker in te nemen tijdens inspanning. Onze maag- en darmen zijn namelijk ook trainbaar. Net zoals onze spieren moeten ze leren om energie op te nemen en te verwerken tijdens inspanning. Oefen je dat nooit en neem je tijdens een wedstrijd ineens liters sportdrank of een flink aantal energiegels, dan liggen maag- en darmklachten op de loer.
Tenslotte, zijn er nog een aantal redenen die kunnen zorgen voor maag- en darmklachten. Grote inname van alcohol (binge-drinking), het overslaan van maaltijden óf het juist consumeren van grote maaltijden, strakke kleding, een slechte nachtrust, onregelmatige eetmomenten, te weinig beweging, roken of overgewicht: allemaal factoren die kunnen zorgen voor maag- en darmklachten maar die niet veroorzaakt worden door een allergie of intolerantie. Ons lichaam heeft baat bij – hoe saai het ook klinkt – regelmaat en moderatie. Oftewel: regelmatige, niet al te grote maaltijden op ongeveer dezelfde momenten op de dag.

Wat is een allergie?

Bij een voedselallergie eet je iets waarvan je lichaam denkt dat het schadelijk is. Je lichaam gaat vervolgens antistoffen (IgE, IgG en IgM) maken tegen de eiwitten die in het product voorkomen. De eiwitten die een allergie kunnen veroorzaken worden allergenen genoemd. Er zijn maar liefst 120 etenswaren die een allergie kunnen veroorzaken. De belangrijkste veertien moeten vetgedrukt worden op de ingrediëntenlijst van een product. Dit zijn glutenbevattende granen (zoals tarwe, rogge, gerst, haver), schaal- en weekdieren, eieren, vis, aardnoten (pinda), soja, melk noten, selderij, mosterd, sesamzaad, zwaveldioxide en sulfieten (in hoge concentraties) en lupine. Allergenen kunnen zich overigens ook in de lucht bevinden (zoals pollen, huisstofmijt of schimmels) of aanwezig zijn in cosmetica, in schoonmaakmiddelen en in rubber. Bij een allergie moet je het eiwit waar je allergisch voor bent volledig vermijden. Het kan wel zijn dat je er na een tijdje overheen groeit en je het product weer zonder klachten kan eten.

Andere factoren

Behalve je voeding en andere leefstijlfactoren zijn er nóg een aantal andere zaken die bij kunnen dragen aan maag- en darmklachten. Zo kunnen reizigersdiarree, het (langdurig) gebruik van antibiotica (en de daarmee gepaarde afname van gezonde darmbacteriën) of ondervoeding (eventueel in combinatie met een eetstoornis) ook zorgen voor problemen. In de meeste gevallen zijn deze processen omkeerbaar. Wanneer je lichaam herstelt, je bacteriën weer worden gevoed en je lichaam gewend raakt aan meer voeding zullen ook de klachten verdwijnen. In zulke situaties is het extra belangrijk om geen voedingsgroepen van je menu te schrappen. Door een grote variatie aan producten te eten zal je lichaam juist gebruik kunnen maken van alle goede eigenschappen én weer wennen aan een gezond eetpatroon.

Hoe weet je het?

De klachten van een allergie of intolerantie lijken veel op elkaar. Bij een allergie treedt de reactie meestal binnen een paar minuten tot twee uur na inname op. Voorbeelden van klachten zijn jeuk, een loopneus, opgezwollen ogen, benauwdheid, darmklachten, eczeem of duizeligheid. In ernstige gevallen kan er ook anafylaxie optreden: een gevaarlijke, zeldzame allergie waarbij er long- en/of hartproblemen optreden. Dit komt het vaakst vorm bij een allergie voor pinda’s of noten. Bij een intolerantie worden er geen antistoffen geproduceerd. Het heeft dan dus ook geen zin om hiervoor een allergietest te doen. En een allergietest kan dus ook niet aantonen dat je ergens intolerant voor bent.

Wat is een voedselintolerantie?

Een voedselintolerantie kan dezelfde klachten geven als een allergie maar is eigenlijk heel iets anders. Bij een intolerantie speelt ons immuunsysteem geen rol maar reageert het lichaam anders op een stof dan we zouden verwachten. Mensen met een lactose-intolerantie zijn bijvoorbeeld niet in staat om lactose af te breken omdat ze het enzym lactase missen. Of iemand met een fructose-intolerantie is niet in staat vruchtensuiker af te breken omdat ze het enzym aldolase niet aanmaken. Bij gluten-intolerantie (coeliakie) is het minder duidelijk. Hier kan er sprake zijn van een allergie gecombineerd met een intolerantie. Daarnaast kan er ook nog sprake zijn van een officiële glutenallergie wat niets te maken heeft met coeliakie. Bij een intolerantie kan je soms wel kleine hoeveelheden tolereren. Zo kunnen mensen met een lactose-intolerantie soms wel yoghurt of geitenmelk eten omdat dit minder lactose bevat.

Waarom een zelftest geen zin heeft

Op internet zijn tegenwoordig tal van zelftesten verkrijgbaar om te kijken of je een allergie hebt. Om te begrijpen waarom een zelftest geen zin heeft, moet je eerst weten hoe een allergie ontstaat. Wanneer schadelijke stoffen ons lichaam binnendringen gaat het lichaam antistoffen produceren. Deze noemen we immunoglobulines en ze zijn er in vijf varianten: IgA, IgD, IgE, IgG, en IgM. De variant die betrokken is bij het herkennen van allergenen (de eiwitten die een allergie veroorzaken) is IgE. Deze hecht zich aan cellen in ons lichaam (we noemen die mestcellen). Komt er een allergeen ons lichaam binnen dan krijgt de mestcel een signaal en gaat deze kapot. Er komen dan stoffen vrij (zoals histamine) die de allergische reactie veroorzaken. De testen die je online kunt kopen (zoals IgG4-testen, antilichaamonderzoeken, H-analyse, elektrodermale testen, imupro testen, vegatesten, haaranalyses, kinesiologie, bioresonantieonderzoek of cytotoxische testen) meten IgG. Dit is de antistof die het meest voorkomt in ons lichaam. Als we een maaltijd hebben gegeten is het normaal dat er kleine deeltjes, onverteerde eiwitten via onze darmen in bijvoorbeeld ons bloed komen. Het lichaam ziet ze dan als allergenen en zal wat IgG produceren. We merken hier niets van en krijgen dus ook geen allergische reactie (zoals bij de productie van IgE). Een test die IgG (of een vorm daarvan IgG4) meet na het eten van bepaalde voedingsmiddelen zegt niets over je gevoeligheid voor dit product. Veel thuistesten beloven dat er na het opsturen van wat bloed (met een prikje) gekeken wordt hoe je reageert op soms wel 100 verschillende etenswaren. De etenswaren die een grote IgG reactie laten zien zou je vervolgens moeten vermijden. De wetenschap zegt echter iets anders: een IgG reactie op een product is juist een normale reactie op de blootstelling aan het eten ervan en zorgt er juist voor dat je een product kunt én blijft tolereren. Zou je dit product vervolgens volledig vermijden dan kan het zijn dat er juist een intolerantie ontstaat.

Laat geen voedingsgroepen onnodig staan

Als er daadwerkelijk sprake is van een allergie of intolerantie is het goed om kritisch naar je voeding te kijken en zal je misschien bepaalde producten moeten laten staan. Maar pas op met het weglaten van (veel) producten. Niet alleen kan het compleet vermijden van een product er juist voor zogen dat je een intolerantie ontwikkelt. Ook kan het schrappen van bijvoorbeeld alle zuivel, alle gluten of tarwehoudende producten onnodig zorgen voor tekorten in je voeding. Producten die wél gluten bevatten zijn bijvoorbeeld vaker rijk aan vezels, vitaminen en mineralen dan producten die geen gluten bevatten. Ook kan zuivel belangrijke stoffen leveren die minder of niet aanwezig zijn in plantaardige vervangers.

 


 

Lees ook: Maag- en darmklachten voorkomen

 


 

Wil je meer lezen over allergieën en testen:

Over de auteur

Miriam van Reijen (1983) is professioneel triatlete en duatlete Naast het trainen heeft van Reijen haar eigen bedrijf, waarmee ze presentaties verzorgt over voeding, hardlopen en training en schreef ze het Hardloperskookboek (deel 1 & 2) In 2019 promoveerde ze aan het aan het Amsterdam UMC. Miriam woont, werkt en traint in Amsterdam.


 

Dit artikel komt uit Transition Magazine #27.

Deel dit artikel


Miriam van Reijen

Voedingsdeskundige van Transition

Nog niet
ingeschreven?

De redactie van Transition houdt jou graag op de hoogte van nieuwe artikelen, tips van onze Makers en sneak previews van nieuwe edities van het magazine.