Transition neemt je mee op buitenlandse triathlonavonturen en zoekt voor jou naar pareltjes overal ter wereld. Ditmaal ging Ilona Rullens naar Zwitserland om zich met meer dan drieduizend anderen te vermaken in het wereldberoemde Genève.

Daar sta ik, in alle vroegte op Schiphol, met een rugzak gevuld met sportartikelen, een fietskoffer en met mijn partner Mark. Voor het eerst ga ik buiten de Nederlandse taalgrens om een olympische triathlon te volbrengen. Toch wel spannend, met fiets het vliegtuig in, waar ik me dan ook zorgen over maak. Eenmaal gearriveerd in het prachtige Zwitserland blijkt deze spanning voor niks te zijn want mijn fiets komt keurig op tijd en zonder brokstukken van de band. Kom maar op met die triathlon, ik ben er klaar voor!

Een haperend rolwieltje betekent slepen met de fietskoffer, maar we geraken bij het hotel. De eigenaar fronst en kijkt me bedenkelijk aan bij het zien van het gevaarte waarmee ik binnenkom. “Je kamer bevindt zich op de vijfde verdieping.” De lift is claustrofobisch klein. Nu begrijp ik zijn zorgen. Eenmaal zwetend boven gekomen krijg ik de koffer maar net aan binnen gepropt in het kleine kamertje. Uitpakken komt later wel. Eerst naar de triathlon ‘Village’ voor het ophalen van bib & chip.

Internationaal georiënteerd

In korte broek, met een paar slippers en een bidon koud water trekken we door de stad Genève. Meteen krijg ik een ontspannen quasi-vakantiegevoel. Eenmaal in de ‘Village’ merk ik dat dit event niet onopgemerkt blijft voor de stad. Een blauwe loper brengt ons in een grote tent waar al menig deelnemer te vinden is en vele vrijwilligers hard aan het werk zijn om ons te voorzien van het racepakket met de nodige uitleg.

“Bepakt en bezakt lopen we langs de vele kraampjes met triathlonartikelen en allerlei soorten eten. Genoeg om je onder te dompelen in de sfeer van de triathlon.”

Mijn gebrekkige Frans doet de vrijwilliger meteen en zonder moeite overschakelen op Engels. Dat zijn ze gelukkig wel gewend hier, want in Zwitserland worden maar liefst vier officiële talen gesproken, Frans, Duits, Italiaans, Reto-Romaans, en leren ze op jonge leeftijd ook al Engels. Daar komt nog bij dat van de Geneefse bevolking 43% afkomstig is uit het buitenland. Bepakt en bezakt lopen we langs de vele kraampjes met triathlonartikelen en allerlei soorten eten. Genoeg om je onder te dompelen in de sfeer van de triathlon en met het nodige smakelijk vermaak.

#GeneveTriathlon 2019 in cijfers
•  30e editie
•  2 dagen, 5 race formats
•  3007 deelnemers (en 600 op de wachtlijst)
•  30% vrouwen, 70% mannen
•  Van 6 tot 69 jaar
•  38% debutanten
•  70 nationaliteiten
•  400 vrijwilligers

Op 11 en 12 juli 2020 vindt de volgende La Tour Genève triathlon plaats. De inschrijving wordt begin 2020 geopend. Het is al wel mogelijk om een plek te reserveren op de wachtlijst.

Eenmaal terug is het tijd om mijn fiets in elkaar zetten. Het vergt nogal wat moeite op een kleine hotelkamer maar daar staat ‘ie dan, trots, bestickerd en klaar voor de grote dag morgen. We lopen tegen de avond onze hotelkamer uit om op zoek te gaan naar een restaurant met pasta op het menu. Ver hoeven we niet te lopen, want om de hoek zit een Italiaan met uiteraard tientallen variaties aan pasta’s.

Een hete dag

Al vroeg in de ochtend haalt mijn wekker me uit een diepe slaap. Uit mijn sporttas vis ik twee krentenbollen met appelstroop en honing, aangezien ze in het hotel geen ontbijt aanbieden voor zes uur ‘s ochtends. Met de slaap nog in de ogen sta ik in de lobby, compleet met fiets en wedstrijdoutfit om nog een espresso te kunnen scoren. De zon brandt zelfs al op mijn bovenbenen als ik vertrek naar de start. Dit gaat een hete dag worden en nu snap ik waarom de start zo vroeg in de ochtend is.

Lopend door de uitgestrekte wisselzone bekijk ik rustig al het moois wat al aan de rekken hangt. Net zoals een variatie aan fietsen, van een mountainbike met stadspedalen tot aan de meest luxe triathlonfiets compleet met dicht achterwiel, zie en hoor ik een even breed scala aan nationaliteiten. Niet alleen de buurlanden zijn aanwezig, ook staan er deelnemers aan de start uit Mexico, Israël, Brazilië en veel andere landen. In totaal doen er maar liefst 70 nationaliteiten mee!

De wasmachine in

In mijn wetsuit en blauwe badmuts loop ik naar het iconische Lac Léman, beter bekend als het meer van Genève. In het kraakheldere frisse water neem ik een duik en zwem een aantal slagen als warming-up. Niet veel later schalt de briefing door de speakers waarvan ik maar een aantal Franse woorden herken. Gelukkig wordt voor het internationale deelnemersveld de briefing door de spreker vervolgens moeiteloos vertaald in het Duits, Italiaans en Engels. Niet veel later start de eerste wave en spurt eenieder naar de eerste boei. Nu is het mijn beurt. We staan verspreid over de kade en na de het geluid van de afschrikwekkende hoorn sprint ik als een van de eersten het water in. Ik ben gestart!

Het meer van Genève lijkt zo vredelievend en kalm maar naar de eerste meters kom ik er al snel achter dat ik me flink vergist heb. De wasmachine staat aan. Na de eerste boei probeer ik mijn volgende richtpunt te bepalen. Het enige dat ik zie zijn de vele hoofden en roterende armen verspreid over het water en ik doe er meerdere navigeerpogingen over om de volgende boei te vinden. Een lichte golfslag maakt het er niet makkelijker op. Na de eerste 500 meter voel ik mijn horloge trillen. Nieuwsgierig geworden probeer ik toch een glimp op te vangen van de verstreken tijd zonder snelheid te verliezen. Ik schrik, mijn tussentijd is alles behalve de gewenste tijd. Daarop kijk ik eens goed onder me in de diepte en zie meterslange waterplanten in mijn richting buigen. Stroming, een sterke tegenstroming om precies te zijn, maakt de tijd verklaarbaar. Dit meer is uitdagender dan ik van te voren had gedacht.

Zoeken naar cadans

Na 1500 meter zwoegen kruip ik uit het water met tientallen andere deelnemers om me heen. Via een loper werden de eerste Allez, allez, allez en bravo’s geroepen. Zoveel publiek zie ik normaal nooit tijdens de kleinschalige Nederlandse wedstrijden die ik gewend ben. Vooral de Franse aanmoedigingen en het gejuich vallen direct op. Eenmaal bij mijn fiets verspil ik geen tijd en na een soepele wissel spring ik op mijn fiets om de 40 kilometer te gaan fietsen, verdeeld over vijf rondes. De eerste meters heb ik moeite om mijn snelheid te vinden, want ik was even vergeten dat ik niet in het vlakke Nederland aan het fietsen ben.

Met vals plat omhoog op niet al te best wegdek is het zoeken naar de gewenste cadans. De eerste haakse bocht is in zicht en ik weet dan nog niet dat er niet veel later een klimmetje van een kilometer op me ligt te wachten. Wat is nou een kilometer, denk ik nog. Totdat ik niet meer verder kan terug schakelen en besef dat dit kan nog wel eens spannend kan gaan worden. Op de klim halen andere triatleten me in met een lekker licht verzet. Ik ben een tikkeltje jaloers en waarschijnlijk denken de meesten; ze komt zeker niet uit de buurt. Dan maar staan op de pedalen en hopen dat ik zo snel mogelijk boven kom.

“In mijn hoofd streep ik deze ronde door. Nog vier te gaan en ik begin er net lekker in te komen. Ik zou graag meer van dit gebied willen verkennen op de fiets.”

Eenmaal op de ‘top’ denk ik meteen aan het feit dat ik deze kuitenbijter maar liefst vijf keer moet gaan beklimmen. Veel tijd om te herstellen heb ik niet want ik ga alles behalve relaxed naar beneden. Het wegdek lijkt door de jaren heen vele herstellingen te hebben gehad. Scheuren, lappen asfalt en hier en daar wat fietsspullen die uit bidonhouders zijn gesprongen door groeven in de weg. We zijn ook wel een beetje verwend in Nederland natuurlijk.

Druk op het parcours

De eerste ronde zit er bijna op. Ik merk dat het langzaam steeds drukker op het parcours wordt. Er zitten zelfs fietsers voor me die niet meer trappen en in de remmen knijpen. Een paar meter verder zie ik weer een keerpunt dat zo smal is dat we er in een treintje achter elkaar en bijna stilstaand omheen draaien. Ik zet flink aan, maar doordat er nog meer deelnemers met diverse snelheden op het parcours zitten is het dringen geblazen om er langs te geraken. Niet stayeren is een kunst. In mijn hoofd streep ik deze ronde door. Nog vier te gaan en ik begin er net lekker in te komen. Ik zou graag meer van dit gebied willen verkennen op de fiets.

Parel van Genève

Na een soepele T2 merk ik dat het kwik snel aan het oplopen is bij mezelf, maar ook zeker door een warm Zwitsers zonnetje. Al na de eerste kilometer lopen krijg ik hoofdpijn en heb ik behoefte aan verkoeling. Bij de rijk gevulde post, met diverse soorten gesneden fruit, energybars en sportdrank neem ik graag even de tijd. Iedere waterpost giet ik vervolgens standaard een volle beker koud water over me heen en drink er eentje op. Direct daarna voel ik me een stuk beter en dat brengt me direct in een snellere looppas.

Helaas duurt dat gevoel maar een paar seconden, want de looproute is glooiend. Gelukkig mogen we van de schaduwrijke omgeving genieten in het Parc de La Perle naast het meer en niet te vergeten de vele toeschouwers en vele vrijwilligers die iedere ronde weer hartstochtelijk aan staan te moedigen.

Als ik voor de laatste keer langs het meer terugloop kan ik de finish ruiken. Ik heb er gemengde gevoelens bij. Ik zit er doorheen en kan niet wachten om over de lijn heen te stappen, maar dit was ook de laatste keer dat ik kon genieten van het uitzicht over het magische meer, de schilderachtige bergen op de achtergrond en het gejuich van de toeschouwers. Want Genève, wat heb ik van je genoten.

Genève
Genève is na Zürich de grootste stad van Zwitserland en ligt aan de westpunt van het Meer van Genève, in het Franstalige gedeelte van het land. Het ligt verscholen tussen de nabijgelegen Alpentoppen en de heuvelrug van de Jura. 

Het Lac de Genève, of Lac Léman, is een groot en open meer op de grens tussen Zwitserland in het noorden en Frankrijk in het zuiden. In totaal is het meer 70 km lang en 13 km breed. Het heeft een oppervlakte van 584 km2 en is op zijn diepste punt liefst 310 meter diep. Het symbool van de stad is de Jet d’eau, een fontein met een 140 meter hoge straal aan de rand van het meer.

Genève is de meest internationale stad van Zwitserland, want hier bevindt zich de Europese zetel van de VN. Ook het Internationale Rode Kruis regelt vanuit hier zijn humanitaire acties. Genève is naast gerenommeerd congresoord ook het centrum van cultuur en geschiedenis, beurzen en tentoonstellingen. De stad staat bekend om zijn vele kades, wandelpaden langs het meer, ontelbare parken, drukke steegjes in de oude binnenstad en elegante winkels.

Vanaf Schiphol is het 1,5 uur vliegen naar het vliegveld van Genève en de trein brengt je in 8,5 uur van Utrecht CS naar het centrum van Genève. Mei, juni en september zijn de beste reismaanden voor Genève, vanwege de aangename temperaturen (gemiddeld tussen de 18 en 22˚) en het kleine aantal toeristen.

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #22

Tekst: Ilona Rullens
Beeld: La Tour Genève Triathlon/Ben Becker

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.