Een triathlon kent twee wisselmomenten en daar wil je zo snel mogelijk doorheen gaan. Als jij jouw persoonlijk record wilt aanscherpen, dan is elke seconde die je minder rondhangt in de wisselzone mooi meegenomen. Wie strijdt om de podiumplaatsen, kan het verschil maken op de wissels. Transition helpt je met een aantal praktische tips.

Wisselgangers, je ziet ze tijdens een wedstrijd in alle soorten en maten. De een komt uit het water, loopt op een kalme draf naar zijn fiets en gaat – eenmaal uit het wetsuit – eerst even zitten om de voeten af te drogen, sokken aan te trekken, misschien nog wat te eten. Kortom, een rustmomentje om ontspannen aan het volgende onderdeel te beginnen. Aan de andere kant van het spectrum zien we de triatleten die bijna vliegend door T1 en T2 gaan. Alles is tot op een tiende van een seconde geregisseerd om geen kostbare tijd te verliezen en een juiste positie in het veld te bemachtigen. En dan is er alles wat daar tussen zit. Kijk eens bij de uitslagen van een wedstrijd en je weet hoeveel tijd er te winnen – en te verliezen – valt als je het vergelijkt met de vliegensvlugge atleten. Materiaal, strategie, vaardigheid en focus spelen daarbij een cruciale rol.


Tip 1 – Observeer

Neem voor je wedstrijd ruim de tijd om de wisselzone(s) goed te bekijken. Let goed op waar je fiets staat. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een richtpunt, zoals een boom, een vlag of een DIXI en tel de rijen of de stellingen. Bekijk daarna hoe je in en uit de wisselzone komt. Wat is de looproute en in welke richting beweeg je van en naar je wisselpunt? Vooraf visualiseer je ook hoe je de afstand in de wisselzone kunt gebruiken om lopend bepaalde zaken uit (of aan) te trekken, zodat je de tijd in de wisselzone zo efficiënt mogelijk kunt gebruiken. Let op: je helm moet je bij het pakken van je fiets al opgezet hebben, met de sluiting dicht en mag na het fietsen ook pas weer losgemaakt worden als de fiets gestald is.


Tip 2 – Materiaal

Leg alle accessoires die je denkt te gaan gebruiken zodanig neer bij je fiets dat deze allemaal makkelijk en in de juiste volgorde gepakt kunnen worden. Zorg ervoor dat je zo min mogelijk van kleding hoeft te wisselen. Omkleden kost tijd! Gebruik dus geen overbodige spullen, zoals sokken (tenzij je erg gevoelig bent voor blaren) en fietshandschoenen. Leg je helm op een plek neer waar je hem snel kunt opzetten, bijvoorbeeld op je ligstuur met de riempjes naar buiten en de goede kant op gedraaid. Je kunt hem dan in één beweging opzetten en vastgespen. Als je met een wetsuit gaat zwemmen, doe dan het startnummer aan een band alvast om onder je wetsuit, dat scheelt weer tijd in de wissel. Gebruik een handdoek die je onder je spullen legt voor schone en droge voeten voordat je in de schoenen schiet. Talkpoeder in je loopschoenen kan helpen om er soepeler in te schuiven en vermindert blaarvorming.


Tip 3 – Visualiseer

Je wissel begint al tijdens het voorafgaande onderdeel. Bedenk aan het einde van je zwemparcours welke taak er straks voor je ligt. Loop denkbeeldig je wissel stap voor stap door, de route die je loopt en de acties die je moet uitvoeren. Hetzelfde doe je aan het einde van het fietsonderdeel.


Tip 4 – Lopend omkleden

Als je uit het water komt, zet je eerst je bril op je voorhoofd, zodat je goed zicht hebt. Begin vervolgens zo snel mogelijk met het uittrekken van je wetsuit. Je krijgt het pak namelijk makkelijker uit zolang er een laagje water tussen jouw huid en het pak zit. Je kunt al lopend de rits lostrekken en je wetsuit tot aan je middel uittrekken. Vervolgens trek je je badmuts en zwembril van je hoofd, die je in je hand meeneemt. Eenmaal bij je fiets, is je helm het belangrijkste. Zorg dat je die eerst op je hoofd zet en vastmaakt, voordat je eventuele andere spullen aantrekt en je fiets uit het rek grist. Waarom eerst je helm? Dan kun je die niet meer vergeten en hij kan niet vallen of wegrollen. Als je echt handig bent zet je de helm al op terwijl je bezig bent met de onderkant van je wetsuit uittrekken. Kijk op YouTube eens naar ‘Javier Gomez swim bike transition’.


Tip 5 – Schoenen vastzetten

Voor een echt snelle wissel, klik je je fietsschoenen voor de wedstrijd al op de pedalen. Met elastiekjes kun je ze daarna in de juiste positie zetten, zodat je er buiten de wisselzone makkelijk opstapt en je schoenen tijdens het lopen met de fiets niet over de grond slepen. De voorderailleur van je fiets en de snelspanner van het achterwiel zijn handige bevestigingspunten. Je trekt je schoenen pas echt aan zodra je goed en wel op de fiets zit. Zorg dat je eerst flink vaart maakt, want dan blijf je gemakkelijker in balans als je aan je schoen frunnikt en je verliest minder tijd als je snelheid hoger is tijdens het aantrekken van je schoenen. Oefen dit vooraf goed, want het vergt de nodige coördinatie en concentratie. Als de tweede wissel in aantocht is, begin je met het uittrekken van je fietsschoenen (ongeveer 250 meter voor de wisselzone) en gebruik je daarna je schoenen als pedaal. Eenmaal bij de wisselzone kun je dan zo van je fiets springen.


Tip 6 – Behendig met de fiets

Zorg vooraf dat je fiets al in de juiste versnelling staat, zodat je gemakkelijk en snel weg kunt fietsen. Bijvoorbeeld door het grote blad voor te kiezen en een licht verzet achter. Je ketting ligt hierdoor weliswaar schuiner dan je tijdens het fietsen normaal zou doen, maar daardoor ook strakker, waardoor hij er niet snel af zal springen als je met je fiets aan de hand door een hobbelige wisselzone rent. Het lopen met de fiets in de wisselzone vergt enige handigheid. Oefen dit door de fiets aan het zadel beet te pakken en een slingerend parcours af te leggen. Dat kan ook wandelend, van de schuur naar de straat en terug als je gaat trainen.

“Het lopen met de fiets in de wisselzone vergt enige handigheid. Ook het op de fiets springen en op of in de schoenen landen is een kwestie van veel oefenen. Dit is misschien wel de lastigste vaardigheid.”

Ook het op de fiets springen en op of in de schoenen landen is een kwestie van veel oefenen. Dit is misschien wel de lastigste vaardigheid. Sommigen kunnen direct in de vooraf ‘ingeklikte’ schoenen springen, anderen landen eerst op de schoenen en schuiven er tijdens het fietsen in. Let bij het vast- en losmaken van de schoenen altijd goed op dat je rechtdoor blijft rijden en niet gaat slingeren. Hou je blik op de weg en kijk zo min mogelijk naar je voeten. Andere deelnemers zullen je dankbaar zijn! Snel van je fiets afkomen kun je oefenen door al rijdend het ene been naar de andere kant te brengen, zodat beide benen aan één kant van de fiets zijn. Zo kun je snel van de fiets afspringen voordat je over de balk gaat. Let op, je moet met beide benen los van je fiets zijn op het moment dat je bij de balk of de lijn bent die het begin van de wisselzone markeert. Na de eerste wissel geldt dat je pas op mag stappen als je lopend met je fiets de balk gepasseerd bent.


Tip 7 – Focus

Focus is onmisbaar in een wedstrijd, zeker tijdens je wissels. Je wilt chaos voorkomen, dus laat je niet afleiden door wat er om je heen gebeurt door andere atleten of publiek en concentreer je op je ‘wisselplan’. Ontspanning is ook belangrijk. Door de vaardigheden vaak te oefenen kan je goed focussen op wat er moet gebeuren. Koppeltrainingen met veel wissels zijn hier uitermate geschikt voor. Tenslotte gaat het er om hoe snel je de dingen doet. Daar moet je behendig in worden en dat kan alleen door te oefenen, oefenen en nog eens oefenen.

Nuttig materiaal: dit helpt je om vliegensvlugge wissels te maken

Startnummerband
Een elastische startnummerband is onmisbaar voor elke serieuze triatleet. Tijdens het fietsen draag je je startnummer op de rug en tijdens het lopen op de borst. Met een startnummerband draai je het nummer eenvoudig naar de juiste plek en hoef je niet met veiligheidsspelden in de weer tijdens je wedstrijd om het te wisselen. Bij de meeste wedstrijden krijg je namelijk maar één startnummer overhandigd. Je kunt deze startnummerband, als je met een wetsuit zwemt, alvast onder je pak aantrekken voor de start. Weer een paar seconden bespaard. Doe je het nummer in de wisselzone pas om, gesp het dan vooraf alvast dicht en stap erin als in een hoepel. Dat is sneller dan het dicht proberen te gespen als je net een zwemonderdeel en een stuk rennen door de wisselzone achter de rug hebt.

Elastische veters
Veters strikken is weggegooide tijd. Daar is namelijk een hele slimme en eenvoudige oplossing voor: elastische veters. Of snelsluiters voor je veters. Je koopt ze bijvoorbeeld bij onze partners Decathlon of Dare2Tri.

Triathlonfietsschoenen
Tijdens een wedstrijd kun je tijd winnen door te racen op fietsschoenen met klittenband. Je schuift er makkelijk in en je hoeft slechts één flap dicht te trekken. Deze speciale triathlonschoenen hebben ook een lus aan de achterkant. Daarmee kun je eenvoudig tijdens het fietsen in en uit je fietsschoenen komen en met elastiekjes kun je de schoenen vooraf op de juiste positie vast zetten in de wisselzone.

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #21

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.