Ze zijn in opkomst, de vrouwen die na de komst van hun kinderen gewoon aan triathlons mee blijven doen. Toch zijn ze nog duidelijk in de minderheid – vooral op de lange afstand – als je het vergelijkt met de sportende vaders. Hoe doen die actieve moeders dat? Sione Jongstra, Cindy Winckers en Eva Janssen deelden drie jaar geleden hun ervaringen als jonge moeders én triatletes.

 


Toen Eva Janssen (39) en haar man Wouter Wierenga zo’n 2,5 jaar geleden ontdekten dat ze na zoon Brent en dochter Fiene, een tweeling verwachtten, kwam er niet alleen een grotere auto, ook de bezem moest resoluut door hun huis in Hilversum. 

De twee tijdritfietsen die op zolder stof stonden te vangen, gingen als eerste Marktplaats op. “We wilden graag een derde kindje, dus toen we hoorden dat we een tweeling zouden krijgen was dat best wel even schrikken. Vier kinderen onder de vijf jaar, hoe moesten we dat nou voor elkaar gaan boksen? Van die fietsen, geschikt voor langeafstandtriathlons, hebben we dan ook snel afscheid genomen. Trainen voor een hele triathlon met vier kleine kinderen thuis leek ons niet reëel”, lacht Eva.

“In maart van dit jaar voelde ik me zo ellendig en moe dat er iets móest gebeuren. Ik miste het sporten, ik wilde mijn lijf weer terug.”

De tweeling Loïs en Helle is inmiddels 2 jaar oud, Fiene is 4 en Brent zit met zijn 5 jaar net op school, dus hele triathlons zijn nog steeds een ver-van-haar-bed-show. Maar Eva maakte dit jaar wel haar comeback. Met het team van Oceanus Aalsmeer eindigde ze als tweede in de 2eDivisie Triathlon. “Het eerste jaar na de komst van de tweeling heb ik niks aan sport gedaan. Door de gebroken nachten en de borstvoeding stond ik zo in de survivalmodus dat ik daar echt niet aan moest denken. Als de kinderen eindelijk allemaal op bed lagen, stortten Wouter en ik volledig in op de bank. Maar in maart van dit jaar voelde ik me zo ellendig en moe dat er iets móest gebeuren. Ik miste het sporten, ik wilde mijn lijf weer terug.”

Maar hoe pak je dat aan als je eigenlijk geen energie hebt om te sporten? “Ik stond in dubio: moest ik wachten tot alle kinderen door zouden slapen, of moest ik maar gewoon beginnen?”, vertelt Eva, die als communicatieadviseur bij de gemeente Almere werkzaam is. “Uiteindelijk besloot ik dat ik het patroon wilde verbreken en nam ik me voor om iedere dag iets te doen. Ik ben begonnen met een ‘seven minute workout’. Intensief maar kort: 30 seconden planken, 30 seconden buikspieren etc. Dat moest te doen zijn en daarna mocht ik alsnog instorten. Nadat ik daar eenmaal mee begonnen was, ben ik ook weer gaan hardlopen. Dat voelde niet echt lekker, maar ik ben het toch om de dag een half uurtje gaan doen. Niet te vrijblijvend, maar ook niet te fanatiek. Ik heb redelijk veel zelfdiscipline, dus ik wilde ook niet over mijn grenzen gaan door te strikt een schema te volgen. Ik wilde wel naar mijn lichaam blijven luisteren.”

Sporadisch een wedstrijdje

En zo vond Eva de weg terug naar een sportroutine, die uiteraard niet te vergelijken is met de tijd dat ze succesvol was op de olympische – van 2007 tot 2009 stond ze drie keer achtereen op het podium van het NK olympische afstand – en lange afstand. “Na de geboorte van Brent en Fiene heb ik sporadisch wel eens een triathlon of een hardloopwedstrijdje gedaan, maar het is nooit mijn doel geweest om weer op mijn oude niveau terug te keren. Met drie dagen in de week werken en zo’n druk gezin is dat gewoon onmogelijk.”

Maar diep van binnen schuilt nog steeds die fanatieke topsporter en dat geeft wel eens innerlijke conflicten. “Ergens in april, toen de teamcompetitie startte, vroeg Birgit Berk (Nederlands kampioene van 2006-2009, red.) mij of ik het team van Oceanus wilde komen versterken. Ik was totaal niet in conditie, maar dat was volgens Birgit geen probleem. Er zaten meer moeders in het team en atleten die net terugkwamen na een blessure; het was vooral leuk en gezellig. Toch heb ik lang getwijfeld. Ik wilde vooral weer fit worden en ik wist niet zeker of ik wel voor de lol zou kunnen sporten.”

Meer genieten

Oceanus promoveerde dit seizoen naar de 1eDivisie Triathlon, dus dat wordt een uitdaging volgend jaar. “Ik worstel nog steeds met mijzelf. Ik vind het lastig om puur voor mijn plezier te sporten. Alles wat ik doe vergelijk ik met vroeger. Ik vind nu alles langzaam gaan, maar de keren dat ik train zijn bij wijze van spreken op één hand te tellen, dus je kunt niet verwachten dat je goed presteert. Ik verschil daarin duidelijk met Birgit, die drie kinderen heeft, maar het geweldig vindt om op een zondag in een wetsuit ergens in een Belgisch kanaal te liggen. Of oud-olympiër Ingrid van Lubek die ook nog steeds veel plezier beleeft aan het meedoen aan races. Sporten vind ik nog steeds superleuk, dus misschien moet er bij mij nog een knop om zodat ik ook weer meer van wedstrijden kan genieten.”

Cindy Winckers besloot een jaar geleden dat ze in 2016 aan haar eerste triathlon mee zou gaan doen. Niet eerst een sprint, nee de nu 43-jarige Maastrichtse pakte het met haar inschrijving voor de Ironman Maastricht meteen serieus aan.

“Ik sportte best veel”, vertelt ze. “Ik had in een ver verleden gezwommen, deed aan fitness, liep hard, was in 2013 begonnen met fietsen en reed drie maanden later op één dag vijf keer de Alpe d’Huez omhoog. Toen een paar vrienden erover dachten mee te doen aan een kwart triathlon in Barcelona in 2016, triggerde dat iets bij mij. De eerste editie van de Ironman in Maastricht was net achter de rug en het leek me een mooie uitdaging om zoiets in mijn eigen woonplaats te gaan doen. Ik ben een diesel en als het pijn gaat doen, kan ik een knop omzetten en gewoon doorgaan. Toen ik mijn man vertelde dat ik een hele triathlon wilde gaan doen reageerde hij niet eens verbaasd: ‘Als iemand dat kan, ben jij het wel’. Maar we moesten natuurlijk eerst eens kijken of we dat met een druk gezin allemaal wel konden regelen.”

Want druk was het sowieso al in huize Bas- tiaens-Winckers. Zowel Cindy als haar man Ralph Bastiaens werken fulltime en daarnaast zijn hun drie jongens (13, 11 en 8) talentvolle voetballers. De twee oudste zoons spelen bij MVV en zijn vrijwel iedere avond en weekend op het voetbalveld te vinden. “Mijn man had een groot project in het vooruitzicht dat in het najaar van 2016 zou starten. Het was dus nu of nooit. En zo kwamen we overeen dat ik me de komende 10 maanden naast mijn baan en gezin volledig op mijn Ironman-training zou gaan richten.”

“In het begin voelde ik me wel schuldig als ik boven op de Tacx zat en ik iedereen na het voetballen thuis hoorde komen.”

Cindy trainde in aanloop naar de Ironman Maastricht zo’n 15 uur per week, met pieken tot 20 uur. “Vaak stond ik om zes uur al op om voor mijn werk als programmacoördinator in het UMC in Maastricht te gaan lopen of te zwemmen en kwam ik pas weer thuis als de kinderen al naar school waren. Na mijn werk ging ik dan vaak nog fietsen. In het begin voelde ik me wel schuldig als ik boven op de Tacx zat en ik iedereen na het voetballen thuis hoorde komen. Mijn man regelde het allemaal prima met het eten, maar ik vond het toch lastig als er een jongentje naar boven kwam getrippeld voor een nachtzoen. Of als ik weer eens een hele zaterdag op de fiets zat, terwijl mijn man met de kids op het voetbalveld was. Maar ik groeide er ook wel in en uiteindelijk kon ik dingen beter loslaten, al denk ik dat het voor mannen gevoelsmatig toch iets makkelijker is om de deur achter zich dicht te trekken om te gaan werken of sporten.”

Prioriteiten stellen

Veel kwam er de laatste maanden voor de Ironman op haar mans schouders terecht. “Zonder hem, en ons netwerk aan ouders en schoonouders, was het allemaal niet gelukt. Ik denk dat het voor een partner soms nog moeilijker is dan voor degene die aan het trainen is. De maanden voor Maastricht ging al mijn energie naar mijn werk en het sporten en wat minder naar mijn gezin. Mijn sociaal leven stond op een laag pitje en bepaalde dingen heb ik gewoon in mijn gedachten geblokt. Ik zorgde ervoor dat het huis schoon was, dat er eten op tafel stond, maar echt het huis een keer goed opruimen, dat kon er gewoon niet meer bij. Ik heb echt mijn prioriteiten moeten stellen.”

En, was het het allemaal waard? “Zeker! Het zwemmen ging sneller dan gedacht, het fietsen ging goed, maar na 30 kilometer lopen kreeg ik last van mijn buik en heb ik het wat rustiger aan moeten doen. Maar wat een beleving zo in mijn eigen woonplaats! Mijn ouders en schoonouders waren er en natuurlijk mijn man en kinderen. Die waren ontzettend trots op me. Vooral op de jongens heeft het enorm veel indruk gemaakt. Ze gaan nu zelfs borstcrawl leren, omdat ze ook graag een triathlon willen doen.”

“Als ik nu tegen mijn man over een hele triathlon begin dan heb ik denk ik twee keuzes: een Ironman of een echtscheiding.”

Nu het grote doel is volbracht, kijkt Cindy alweer uit naar volgend jaar. “Ik blijf zeker aan triathlon doen. Ik heb me net ingeschreven voor de Ironman 70.3 in Luxemburg volgend jaar. Dat is een mooie afstand voor mij, niet zo extreem en beter te combineren met mijn werk en gezin. Als ik nu tegen mijn man over een hele triathlon begin dan heb ik denk ik twee keuzes”, lacht ze. “Een Ironman of een echtscheiding.”


Sione Jongstra was in juni 2015 uitgerekend van haar eerste kind, maar stiekem hoopte ze tijdens de laatste Eredivisiewedstrijd van Hellas in september er gewoon weer bij te zijn.

“Ik wist dat het niet vanzelfsprekend zou zijn dat ik drie maanden na de bevalling weer een triathlon zou kunnen doen, maar ik heb het ook niet uitgesloten. Ik kende de verhalen van vrouwen die bekkenproblemen kregen omdat ze te vroeg met hardlopen waren begonnen, dat wilde ik uiteraard voorkomen. Ik was er wel reëel in; alles hangt natuurlijk af van hoe je bevalling gaat.”


De atlete uit Utrecht, die als triathloncoach veel vrouwelijke atleten begeleidt, bleef tot aan de bevalling sporten. “Ik wilde zo fit mogelijk de bevalling ingaan”, vertelt de inmiddels 40-jarige zevenvoudig nationaal kampioene triathlon midden- en lange afstand. “Zwemmen ben ik tot een dag voor de bevalling blijven doen en ik maakte er een sport van om zo lang mogelijk een keerpunt te kunnen maken. De racefiets heb ik in november omgeruild voor de stadsfiets. Die buik begon in de weg te zitten en hard fietsen hoefde voor mij op dat moment niet meer. Maar ik heb op die stadsfiets wel een keer 67 kilometer gereden. Het was mooi weer en ik ben onderweg een paar keer gestopt. Ik vind het gewoon heerlijk om te bewegen.”

Geen onnodige risico’s

Er zijn vrouwen die tot ver in hun zwangerschap marathons blijven rennen, maar daar had ze geen behoefte aan. “Ik ben na vijf maanden zwangerschap preventief gestopt met hardlopen. Het tempo ging zo ver omlaag dat ik het gewoon niet leuk meer vond. Wedstrijden heb ik sowieso niet meer gedaan. Als je intensief sport gaan je hartslag en de temperatuur van je lichaam – en dus ook van je baby – omhoog. Iedereen is anders natuurlijk, maar ik wilde geen onnodige risico’s nemen. Ik heb de afgelopen jaren zoveel wedstrijden gedaan, ik had er geen moeite mee om wat dat betreft even een pauze te nemen.”

“Omdat ik fit en uitgerust aan de bevalling begon, had ik ondanks de gebroken nachten best veel energie.”

Dochter Milou kwam op 9 juni helemaal gezond ter wereld, al was de spoedkeizersnede die daar aan te pas moest komen een kleine tegenvaller. “Ik had voor de bevalling van alles in mijn hoofd, dat ik thuis wilde bevallen en geen pijnbestrijding wilde bijvoorbeeld. In een keizersnede had ik me niet verdiept. Maar soms lopen dingen nu eenmaal anders. Een keizersnede is een flinke ingreep waarbij je buikspieren doorgesneden worden. Naast dat je twee weken niet mag tillen, mag je ook een paar weken geen rechte buikspieroefeningen doen. Na vierenhalve week, toen de wond goed was genezen en ik niet meer vloeide, mocht ik van de gynaecoloog weer gaan zwemmen. Omdat ik fit en uitgerust aan de bevalling begon, had ik ondanks de gebroken nachten best veel energie. Dan ging ik tussen twee borstvoedingen door snel even naar de Haarrijnse Plas om een stukje te zwemmen. Heerlijk vond ik dat.”

Landskampioenschap

Na zes weken pakte Sione ook de rest van de trainingen weer op. “Ik heb het lopen echt heel voorzichtig opgebouwd; minuutjes lopen afgewisseld met een minuut wandelen. En toen Milou na drie maanden tussen haar laatste voeding om elf uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends begon door te slapen, voelde ik mezelf steeds fitter worden.” Toen Hellas vervolgens een atlete tekort kwam voor de finalewedstrijd van de Lotto Eredivisie Triathlon in Almere, hoefde Sione niet lang na te denken. “Een week eerder deed ik als test een 1/16de triathlon in Emmeloord, die ik won. Dat gaf me de bevestiging dat het wel zou lukken. Natuurlijk was ik niet zo snel als voorheen, maar ik heb toch nog een klein steentje kunnen bijdragen aan het behalen van het landskampioenschap dat jaar.”

 


Inmiddels zijn we een jaar verder en ook dit jaar maakte Sione weer deel uit van het kampioensteam van Hellas en eindigde ze eerder in het NK over de sprintafstand zelfs als negende. “Ik heb ook een halve triathlon gedaan in Frankrijk, maar dat was geen groot succes. Milou gaat naar het kinderdagverblijf en daar pikt ze natuurlijk alle ziektes op die er maar heersen. Daardoor ben ik in het voorjaar ook twee keer flink ziek geweest en dat heeft de voorbereiding op die halve triathlon flink in de war geschopt. Wat ik volgend seizoen ga doen, is nog niet helemaal duidelijk. Start ik weer in de Eredivisie of kies ik voor het langere werk? Ik ben daar nog niet over uit. Mijn vriend Jochem werkt fulltime en mijn ouders wonen net te ver weg om op te passen, dus allebei is helaas geen optie.”

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #6

Beeld: Mirko Meerwaldt

Over de auteur

Marcia Jansen

Freelance journalist | Schrijfster van de ‘De Hartslag van een ander’ | Triatleet sinds 2000 | Ironwoman sinds 2014 | Woonachtig met man en twee dochters op Salt Spring Island aan de westkust van Canada.

Gerelateerde berichten

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.