Neem voor de zekerheid een dikke trui mee, mailt Karin Sloove een paar dagen voor het gesprek met haar en haar vriend Onno de Boer. “Het is bij ons thuis standaard 17 graden.” Karin sluit de zin af met een smiley. De waarschuwing komt een beetje vreemd over. Aan de andere kant: niks mis met mensen die milieubewust in het leven staan en bereid zijn daarvoor comfort in te leveren.

Karin Sloove en Onno de Boer (beide halverwege de 30) wonen in een nieuwbouwhuis in Heeze, net onder Eindhoven. Een superplek, want om de hoek ligt een bos- en heidegebied waar het heerlijk hardlopen is. Een blik op de thermostaat in de woonkamer bevestigt wat Karin me schreef: 17 graden precies. Ze moet lachen wanneer ze aan het mailtje wordt herinnerd.

“Je denkt misschien: die zijn niet helemaal wijs. We doen dit echter niet voor niets: we gaan volgende week een trekking maken in Sarek, een natuurgebied in het noorden van Zweden, net boven de poolcirkel. We slapen in een tentje. Temperaturen van -20 zijn daar niet ongewoon. Om een klein beetje te wennen aan de kou, staat de thermostaat lager dan we gewend zijn. Ook douchen we sinds een paar maanden met koud water. Onze stelling is: hoe beter de voorbereiding, hoe minder groot de kans op spelbrekers. Zo benaderen we ook de triathlons waar we aan meedoen.’’

Gedeelde passie

Karin en Onno, die elkaar tijdens hun studententijd bij de klimvereniging in Enschede hebben leren kennen, delen sinds 2009 een passie voor triathlon. Geen gewone, nee, extreme triathlons. Hoe extremer, hoe beter. Qua omstandigheden, maar ook qua afstand. Onno volbracht vorig jaar de Double Brutal, een dubbele triathlon in Wales. Het zwemwater was koud, de hoogteverschillen groot, de omstandigheden zwaar. Het looponderdeel was inclusief de beklimming van Mount Snowdon, met 1.085 meter de hoogste berg van Wales. Onno won de race. En hoe: hij verbeterde het parcoursrecord met een half uur tot 28 uur en 44 minuten. De nummer twee finishte drie uur en drie kwartier later.

“Nederland is ons te plat. Het liefst komen we in Schotland, Wales of Engeland, maar ook in de Alpen of Scandinavië. Het is er vaak bloedmooi.”

Het klinkt gek, maar Onno vond de Double Brutal minder zwaar dan bijvoorbeeld de Ironman Florida, waar hij zich in 2013 kwalificeerde voor Hawaii. “Natuurlijk was het afzien in Wales, maar in Florida was ik echt kapot. Ik had zes blaren op m’n voeten, het pus zat tussen de tenen. Stoppen? Dat is nooit een optie geweest. Nou ja, niet echt. Tijdens het lopen ben ik echt in gesprek gegaan met mezelf, dat doe ik wel vaker als het zwaar wordt.”

Karin en Onno tijdens Celtman 2015. Foto: Alligin Photography

Waar dat gesprek over ging? “Over waarom ik moet doorgaan. Ik kan ook echt boos worden op mezelf: ‘Niet zeiken Onno’, zeg ik dan. ‘Eerst finishen, daarna mag je weer andere dingen doen’. Ironman Florida staat helemaal niet bekend als zwaar, maar waar ik moeite mee had was die eentonigheid. Een vlak parcours zorgt voor eenzijdige belasting. Bovendien is snelheid dan de enige uitdaging. Het gevolg is dat ik dan motivatie verlies. Wedstrijden in Nederland vind ik dus eigenlijk niet meer leuk. Nederland is ons te plat. Het liefst komen we in Schotland, Wales of Engeland, maar ook in de Alpen of Scandinavië. Het is er vaak bloedmooi.”

Haantjesgedrag

Ironman, het woord is gevallen. Ze hebben er allebei een paar volbracht; Karin onder meer in Nice, Wales en Zürich, Onno stond ook op Hawaii aan de start. “Sinds Hawaii zijn we d’r wel een beetje klaar mee, met de Ironman-wedstrijden”, zegt Karin. Onno knikt. “Vooropgesteld: Hawaii was fantastisch, fietsen tussen de lavavelden is indrukwekkend. We hebben er vijf weken vakantie gevierd. Maar veel deelnemers aan een Ironman vertonen haantjesgedrag. Ze willen vooral gezien worden met hun peperdure fietsen. Op Hawaii kwamen Karin en ik er achter dat wij een triathlonwedstrijd heel anders willen beleven.”

“De strijd met jezelf en het parcours aangaan, dáár gaat het om. Hoe extremer de race, hoe meer je op jezelf bent aangewezen. Het gevoel van bijna doodgaan, maar toch overleven. Finishen voelt dan als een directe beloning.”

Ze doen het liefst mee aan evenementen waarbij de eindtijd of klassering van ondergeschikt belang is. De belangrijkste vraag die ze zichzelf bij de start stellen: ga ik de finish wel of niet halen? Karin: “De strijd met jezelf en het parcours aangaan, dáár gaat het om. Hoe extremer de race, hoe meer je op jezelf bent aangewezen. Het gevoel van bijna doodgaan, maar toch overleven. Finishen voelt dan als een directe beloning. Een hoge klassering zegt me dan ook heel weinig. Afgelopen jaar stond ik een paar keer op het podium bij trails. Steeds dacht ik: er zijn mensen sneller dan ik, maar ze hebben deze keer toevallig niet meegedaan. We zijn niet meer zo competitief.”

Boksen met kwallen

Karin vertelt over de Celtman in de Schotse Hooglanden, in mei vorig jaar. Ze had zich goed voorbereid, maar één onderdeel was niet te trainen: zwemmen tussen de kwallen in Loch Shieldaig. “Het was boksen met kwallen tijdens het zwemmen. Een bizarre ervaring.” Omdat het water kouder was dan normaal, werd er slechts 3 kilometer gezwommen. Het fietsparcours leek, met zo’n 2.000 hoogtemeters, best oké. Totdat ze de laatste 40 kilometer inging, met een snoeiharde en koude tegenwind. “Daar zijn veel deelnemers zichzelf tegengekomen.” Het lopen was een beproeving, blikt ze terug. Klimmen, dalen, door het moeras en ander zompig terrein, langs watervallen, over toendra en gravelpaden, en vervolgens weer bergop. Ze viel zwaar, maar kwam met bebloede ellenboog toch als tweede over de finish.

Gestructureerd leven

Onno en Karin leiden een gestructureerd leven. Ze werken allebei fulltime: Karin als consultant bij een ingenieursbureau, Onno als testengineer bij Daf Trucks. Op doordeweekse dagen gaat de wekker om kwart over vijf. Terwijl Karin onder de douche springt, maakt Onno het ontbijt en twee lunchpakketjes klaar. Karin stapt om kwart voor zes in de auto, zodat ze iets voor zeven uur op haar werk is. Dat geeft haar de mogelijkheid om tussen de middag anderhalf uur hard te lopen. Of te fietsen. Onno werkt dichterbij: soms loopt hij, meestal gaat hij op de fiets.

In de weekenden trainen ze vaak samen. Zwemmen doen ze vier keer per week: twee keer ’s ochtends, twee keer ’s avonds. Wanneer ze in voorbereiding zijn op een extreme triathlon, wordt er 24 uur per week getraind. Frank Heldoorn, voormalig Nederlands kampioen op de hele triathlon, maakt hun schema’s. Ze hebben één belangrijke regel in huis: na zeven uur ’s avonds mag geen van beiden aan een nieuwe training beginnen.

Foto: Norseman

Hun frisse huis ademt in elk geval triathlon. In de woonkamer staat een vitrinekast met medailles, trofeeën en foto’s. Aan de muur hangen uitvergrote foto’s met de mooiste vergezichten. De helft van de schuur is gevuld met mountainbikes, tijdritfietsen en racefietsen. Op hun slaapkamer staat een grote, open wandkast die gevuld is met sportkleren en -accessoires, keurig in stapeltjes. Korte broeken bij korte broeken, thermoshirtjes bij de thermoshirtjes. De linkerkant is van haar, de rechterkant van hem.

Verplicht supportcrew

Ze hebben vaak aan een half woord genoeg om elkaar iets duidelijk te maken, verder staan ze nagenoeg op dezelfde manier in het (triathlon)leven. Onno: “Als ik op mijn werk ben, mis ik haar. Eigenlijk wil ik Karin altijd bij me hebben.” Samen aan de start van een triathlon staan ze echter nooit: Als de één aan een extreme wedstrijd meedoet, is de ander verplicht ‘supportcrew’. Daarom voelt het soms alsof ze allebei hebben deelgenomen. Onno: “Omdat Karin de Celtman heeft gedaan, hoef ik die niet zo nodig meer te doen.”

“Mensen sluiten ons niet zozeer uit, maar het is natuurlijk wel zo dat wij iets anders in het leven staan. Niet alle familieleden of collega’s begrijpen wat we doen en waarom we het doen.”

Natuurlijk zijn er verschillen. Karin is van de wilde ideeën, Onno is van de zorgvuldige voorbereiding. In tegenstelling tot Karin zegt Onno vaak nee, terwijl hij vaak ja bedoelt. Onno is van nature een loper, Karin een fietser. Onno is een verzorgend type, terwijl hij weer niet goed voor zichzelf kan zorgen. Zij is een flapuit, hij bedeesd. Hij is ‘sporter van nature’, terwijl Karin de harde werker is. Karin kan tijdens een race ook net iets dieper gaan dan Onno.

Een sociaal leven? Zonder elkaar aan te kijken beginnen ze onbedaarlijk te lachen, gevolgd door een geforceerde kuch van Karin. Onno: “Het is lastig uit te leggen. Kijk, mensen sluiten ons niet zozeer uit, maar het is natuurlijk wel zo dat wij iets anders in het leven staan. Niet alle familieleden of collega’s begrijpen wat we doen en waarom we het doen. Toevallig zien we volgende week vrienden uit Enschede: zij zijn zwanger, wij niet. Onze levens zijn totaal verschillend, toch vind ik het leuk om ze te zien.”

Gevoel van vrijheid

Karin kampt momenteel met een blessure waardoor ze al maanden niet kan hardlopen. Daar kan ze intens verdrietig van worden. “Omdat je even niet kan doen wat je het liefst doet. Ik weet dat het geen levensbedreigend drama is en ik me moet focussen op de dingen die ik wel kan. Maar toch. Hardlopen vind ik de leukste sport van de drie, omdat je echt op alle plekken kunt komen. Je ziet een eekhoorn met nootjes in de weer, of een kleine ree aan de rand van het bos. Hardlopen geeft me een ultiem gevoel van vrijheid.”

Karin en Onno hebben nog voldoende ambities. Hoog op Karins verlanglijstje staat de Ultraman Hawaii: tien kilometer zwemmen, 421 kilometer fietsen en 84 kilometer hardlopen. Onno noemt de Enduroman Arch to Arc. De start is bij de Marble Arch, een monument bij Hyde Park in Londen, de finish is onder de Arc de Triomphe, in Parijs. Arch to Arc betekent 140 kilometer lopen (van Londen naar Dover), minimaal 32 kilometer zwemmen (zo lang is het smalste stuk van Het Kanaal) en dan 290 kilometer fietsen (van Calais naar Parijs).

Gekkenwerk

Karin: “Als Onno iets in zijn hoofd heeft, dan gaat hij het doen.” Onno knikt. “Ik heb me helemaal nog niet verdiept in het evenement, maar het zit gewoon in mijn kop. En anderen moeten niet gaan zeggen dat zoiets me niet gaat lukken, want dan ga ik het júist proberen. Ik ben sowieso een perfectionist, maar wil ik deze Enduroman gaan doen, dan moet alles tot in de puntjes geregeld zijn. Bovendien kost meedoen heel veel geld, onder meer omdat je verplicht bent een official van de organisatie in te huren die je tijdens de tocht gezelschap houdt. Het is een solo-evenement dat niet op een bepaalde datum wordt gehouden.’’

Het parcoursrecord staat op naam van de Australiër John van Wisse, uit 2014. Hij deed er 61 uur en 27 minuten over. Onno ziet het lopen en fietsen best zitten. “Maar het zwemonderdeel is wel een dingetje. Mensen zijn niet gemaakt om te zwemmen.” Onno zal er naar verwachting 11 à 12 uur over doen om Het Kanaal over te steken. Gekkenwerk. Maar ja, die Arch to Arc zit in zijn kop. En als iets in zijn kop zit, gaat het er niet meer uit…

Foto: Swissman

Trollveggen Triathlon
Een avontuurlijke triathlon hoeft niet altijd over de lange afstand te gaan. Johnny Stoppels uit het Noord-Groningse Holwierde deed in 2015 mee aan de Trollveggen Triathlon in Noorwegen: 1.200 meter zwemmen in het Åndalsnes fjord, 34 km fietsen met aan het eind de beklimming van de 9 km lange Trollstigen (9-10% stijgingspercentage) en 5,7 km (hard)lopen op de Trollveggen (750 hoogtemeters).

“Het heeft me een aantal maanden gekost een startbewijs te bemachtigen. De 250 beschikbare startplaatsen waren binnen drie kwartier weg, maar via de Noorse marktplaats lukte het me om alsnog aan de start te komen. Na een hele week regen was het op de wedstrijddag gelukkig goed weer. Toch kregen we tijdens de briefing ’s ochtends te horen dat het zwemmen vanwege de lage watertemperatuur (11-12 graden Celsius) is ingekort naar 600 meter.”

“Het water bleek inderdaad koud, maar was te doen en ik zwom heerlijk. De eerste fietskilometers moest ermeteen al wat worden geklommen, maar ik kom snel in mijn ritme. De klim van de Trollstigen is pittig met veel haarspeldbochten. Zoals de organisatie al had gewaarschuwd is het op deze mooie dag ook druk met dagjesmensen die de Trollstigen opgaan. De vele auto’s en bussen met toeristen kon ik echter makkelijk passeren. Boven aangekomen was de wisselzone waar de organisatie de box met mijn spullen had klaarstaan. Daarin zat naast mijn loopschoenen de rugzak met de items die je verplicht tijdens het lopen moet meenemen: mobiel, muts, windjack, handschoenen, eten en een halve liter water.”

“Na nog geen 100 meter lopen begint het eerste steile stuk al. Dat viel gelijk een beetje tegen. Toen het even minder steil werd, kon ik wat eten en drinken. De steile stukken volgen elkaar daarna weer snel op. Soms moest ik mijn handen gebruiken om over de rotsen omhoog te komen. Rode linten en oranje strepen wijzen de weg, iedere Noor die ik tegenkwam moedigde me aan. De laatste 1,5 km zag ik alleen maar sneeuw om me heen. Apart. Jammer genoeg had ik niet, zoals de meeste Noren, hardloopschoenen met meer grip bij me en gleed ik vaak weg.”

“Na iets meer dan 3,5 uur bereikte ik de finish met een schitterend uitzicht over Romsdal. Na twintig minuten rust ben ik langs dezelfde weg de Trollveggen weer afgedaald en heb ik tijd genomen om van de omgeving te genieten en wat foto’s te maken. Wat is het mooi daar. Na ruim vijf uur stond ik weer beneden, voldaan en met mijn mooiste triathlonervaring tot dan toe rijker.”

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #2

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.