Tokio 2020 komt razendsnel dichterbij en de kwalificatieperiode is in volle gang. Sander Verheuvel weet al zeker dat hij van de partij is in Japan. Na de Paralympische Spelen in Rio is hij volgend jaar official tijdens de Olympische triathlon in Tokio.

Vier jaar geleden gaf je aan verrast te zijn over jouw selectie als official voor de Paralympische Spelen. Lag het nu in de lijn der verwachting dat je naar de Olympische Spelen zou gaan?

“De stap van Paralympische Spelen naar Olympische Spelen lijkt misschien logisch, maar ook dit keer was het een verrassing dat ik bij de selectie zat. Er waren 28 plaatsen te verdelen en er kwamen zo’n vierhonderd officials in aanmerking. Die plaatsen wilde de ITU ook nog zo evenwichtig mogelijk verdelen. Niet alleen tussen mannen en vrouwen, maar ook over de verschillende continenten. Al met al was de kans dus niet zo heel groot. Je kunt je dan ook voorstellen dat ik heel blij was toen ik te horen kreeg dat ik tot die 28 geselecteerden – twaalf vrouwen en zestien mannen – behoor.”

Hoe vind je het om na de Paralympische Spelen nu naar de Olympische Spelen te mogen?

“Ik vond het in Rio geweldig dat ik als jurylid mocht fungeren. Het was de eerste keer dat triathlon deel uitmaakte van de Paralympische Spelen, er werd daar geschiedenis geschreven. De kers op de taart was ook nog eens dat Jetze Plat daar de eerste paralympische titel won. Net als toen, vind ik het nu ook weer een eer dat ik in Tokio jurylid mag zijn. De Olympische Spelen is toch het hoogste dat je kunt bereiken.”

Had je deze weg voor jezelf uitgestippeld toen je begon als jurylid?

“Het is een natuurlijk proces geweest. Ik heb zelf altijd redelijk intensief aan triathlon gedaan, maar toen ik kinderen kreeg, ben ik jurylid geworden omdat het trainen me naast mijn baan en gezin te veel tijd kostte. En op deze manier bleef ik toch betrokken bij de sport. Ik had niet meteen in mijn gedachten dat ik ooit naar de Olympische Spelen wilde, daar groei je langzaam naar toe. Ik begon met nationale wedstrijden, werd voorzitter van de WGWO (Werkgroep Wedstrijdofficials, red.) en op een gegeven moment werd ik ook uitgenodigd voor buitenlandse wedstrijden. Hoe hoger je komt, hoe interessanter het spelletje wordt.”

Geeft je werk als jurylid je dezelfde voldoening als toen je nog zelf triatleet was?

“Poeh, dat is een lastige vraag. Het is een andere voldoening, denk ik. Als je zelf triatleet bent en lichamelijk bezig bent geweest, voelt dat toch anders dan als je mee hebt gewerkt aan het laten slagen van een wedstrijd. De voldoening komt later – als iedereen gefinisht is en als alles goed is verlopen – en die haal je uit de bedankjes van atleten en de feedback die je krijgt.”

Triatleten zijn echter niet altijd blij met het optreden van officials. Hoe ga je daar dan mee om?

“Als je een wedstrijd eerlijk wilt laten verlopen, moet je soms wel eens beslissingen nemen die niet goed vallen bij een triatleet. En ik ben zelf ook triatleet geweest, dus ik weet dat je in het heetst van de strijd wel eens heftiger kan reageren. Meestal komt het dan wel weer goed als je die beslissing na afloop uitlegt. Maar er zijn ook atleten die slecht tegen hun verlies kunnen, blijven volhouden dat ze niets fout hebben gedaan en hopen dat je die kaart na afloop weer intrekt. Dat zijn niet altijd de leukste momenten. Maar je bent met een team, dus je kunt die ervaringen delen. Als een atleet een protest wil aantekenen, zorg ik ook altijd dat we met z’n tweeën zijn zodat het niet escaleert. Gelukkig zijn de negatieve ervaringen ver in de minderheid en ik kan het ook wel weer goed loslaten. Zoiets neem ik niet mee naar huis.”

Hoe ziet de weg naar Tokio er voor jou uit?

“In Rio was ik ‘chief bike’ en verantwoordelijk voor alles wat er tijdens de wedstrijd op het fietsparkoers gebeurt. Ik weet nog niet wat mijn functie in Tokio zal zijn. Zodra dat bekend is, worden er teams gevormd en kunnen we de lijnen gaan uitzetten. Dat zal vooral via Skype-meetings gebeuren. Er is dit jaar in augustus ook een testevenement in Tokio, maar niet iedereen zal daar ook al aanwezig zijn. Een week voor de wedstrijd volgend jaar komen alle juryleden bij elkaar en wordt alles tot in de puntjes voorbereid. Alle mogelijke scenario’s worden uitgebreid doorgenomen, zodat we op de wedstrijddag niet voor verrassingen komen te staan. Dat wil je absoluut voorkomen wanneer de hele wereld meekijkt.”

Heb je nog tips voor juryleden die ook graag een keer naar de Olympische Spelen willen?

“Veel wedstrijden jureren, zodat je veel ervaring opdoet en je kunt doorgroeien in functies. Als je opvalt, word je vanzelf gevraagd voor internationale wedstrijden. Je kunt ook je ambitie tonen door je als Self Funded Official aan te melden voor internationale wedstrijden, dat betekent dat je zelf je reis bekostigt. Meestal is een hotel dan wel via de organisatie geregeld. Dat heb ik in het verleden een paar keer gedaan. In Europa kun je meestal wel een goedkoop vliegticket scoren als je op tijd boekt. Dus dat kan ik juryleden met ambitie zeker aanraden.”

Ben je als jurylid ook zenuwachtig voor een wedstrijd?

“Niet echt zenuwachtig, maar in Rio, en dat zal in Tokio precies hetzelfde zijn, voelde ik wel wat gezonde spanning. Als alles dan goed verloopt, worden er hier en daar ook wel wat traantjes weggepinkt. Alles is intenser op dat niveau. Dat geldt niet alleen voor atleten, maar ook voor officials. En net als dat de Olympische Spelen voor veel atleten het hoogtepunt vormt in hun carrière, voelt dat voor een jurylid precies hetzelfde.”


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #21

Beeld: ITU Media/Janos Schmidt, ITU Media/Wagner Araujo, Martijn Keijsers, Renée Tijdink