De triathlon bestaat uit drie onderdelen. Toch? Fout. De beide wissels zijn een minstens zo belangrijk onderdeel van de triathlon als zwemmen, fietsen en hardlopen. Met relatief eenvoudige aanpassingen kan hierin ook door recreatieve triatleten de nodige tijdwinst worden geboekt. Transition leidt je in sneltreinvaart door de wissel.

T1

Wetsuit uittrekken

Een snelle zwem-fietswissel begint al voor de start. Je doet eerst je zwembril op, dan pas de badmuts. Zo kan je na het zwemmen eerst de badmuts afdoen en de zwembril op het voorhoofd schuiven, waardoor de handen vrij blijven om het wetsuit uit te trekken. Ook kun je vooraf je polsen en enkels met babyolie insmeren om het uittrekken van het wetsuit te vergemakkelijken. Dat je onder je wetsuit je trisuit aanhebt, spreekt voor zich. Rennend naar de fiets rits je het wetsuit open en trekt deze tot het middel uit. Bij je fiets aangekomen wordt het wetsuit verder afgestroopt. Door met een voet op één van de pijpen te gaan staan, kan je de andere voet uit de andere pijp bevrijden.

Op de fiets stappen

Een paar fietsschoenen met een brede instap, naar buiten openende klittenbandsluiting en een lusje op de hiel trekken het makkelijkst aan. Ze zijn al in de pedalen geklikt en worden met elastiekjes aan de lusjes op de hiel in horizontale positie aan het frame bevestigd. Op blote voeten loop je niet alleen sneller, ook raken de schoenplaatjes zo niet beschadigd. Wel pas met de fiets aan de hand naar de uitgang van de wisselzone rennen nadat je de helm hebt opgezet. Zo zijn de reglementen. De fiets aan je voorkeurshand bij het zadel vasthouden loopt het prettigst. Na het verlaten van de wisselzone pak je het stuur met beide handen vast en spring je op de fiets. Zodra je met de voeten op de schoenen begint te trappen knappen de elastiekjes. Je schiet de schoenen pas helemaal aan als je op snelheid bent (maar wel altijd op de weg blijven letten!).

T2

Afstappen na het fietsen

Door in de afsluitende kilometers een wat kleiner verzet te fietsen, begint de voorbereiding op de tweede wissel. In de laatste paar honderd meter gaan de fietsschoenen al uit en fiets je met de voeten op de schoenen totdat je moet afstappen voor de wisselzone. De techniek van het afstappen vraagt de nodige oefening. Eerst zwaai je het voorkeursbeen over het zadel, terwijl je met de achterrem (!) licht afremt. Vervolgens steek je dit been binnendoor bij het andere been. Vlak voor de afstapstreep zet je dit voorkeursbeen als eerste op de grond en kan je in één beweging doorrennen richting je wisselplek. Ook hier geldt weer: altijd vooruit blijven kijken, niet naar beneden!

En nu gaan lopen

Pas bij je wisselplek aangekomen mag je de helm losmaken en afzetten. Ook dit zijn weer de reglementen. Uiteraard zijn je schoenen uitgerust met een paar elastische veters of snelsluiters. Met wat talkpoeder aan de binnenzijde gaan de loopschoenen makkelijker aan. Inlegzolen kan je eventueel fixeren met dubbelzijdig tape om te voorkomen dat deze bij het aantrekken van de schoenen gaan schuiven of dubbelklappen. Door de lip van de schoen vast te pakken en twee vingers bij de hak te steken worden de loopschoenen het snelst aangeschoten. En niet vergeten om je startnummer naar voren te draaien als je het loopparcours opgaat.

Tips

1. Oefening baart kunst. Kijk hoe anderen het doen en probeer vooraf alle fases van de wissel in training uit. Met name het afstappen van de fiets vergt de nodige oefening. Doe dit op een veilige, verkeersvrije plek.

2. Ken je plek. Verken vooraf de kortste en snelste looproute door de wisselzone en zoek naar herkenningspunten om je wisselplek tijdens de race meteen te kunnen spotten.

3. Opgeruimd staat netjes. Met een overzichtelijk ingerichte wisselplek en een beperkt aantal handelingen wissel je sneller. Het niet reglementair achterlaten van een wisselplek (fiets niet goed terughangen, wetsuit buiten de box) is bovendien niet alleen hinderlijk voor andere deelnemers, maar kan zelfs leiden tot sancties waaronder diskwalificatie.

4. Wees consistent. Niet iedereen zal op de hier beschreven manier kunnen of willen wisselen. Wissel op een manier die bij de eigen vaardigheden past en waarbij je je comfortabel voelt, maar zorg er wel voor dat je een bepaalde wisselroutine krijgt. Ook dat zorgt voor tijdwinst.

Inrichting wisselplek

Met een goed ingerichte wisselplek voorkom je onnodige handelingen. De sportbril ligt grijpklaar in de helm, die ondersteboven en met de bevestigingsbandjes naar buiten op het stuur ligt. Wie handig is zet tijdens de laatste wetsuithandelingen al de sportbril en helm op. De fiets heb je met het stuur naar voren richting het looppad in de wisselzone geplaatst. Zo staat deze meteen in de looprichting en kun je snel weg. De loopschoenen zijn zo geplaatst dat deze snel kunnen worden aangetrokken – zo dicht mogelijk bij het looppad in de wisselzone.


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #9

Illustratie: Erik-Simon Strijk

één antwoord

  1. Jan Bieshaar

    Let ook waar je fiets staat hoe je het kortst kunt lopen. Zoek Orientatiepunten of markeer hem met voor jouw handige kenmerken. Volgens de regels mag je dit niet, maar niemand heeft mij reglementair verboden om bijvoorbeeld een fluoriserende handdoek in groot formaat o.i.d. te gebruiken. Soms kan het ook sneller juist iets om lopen om de drukte te mijden. Dit alles geheel afhankelijk waar jouw plekje is toebedeeeld in het parc fermee. Bij de wedstrijdjes waar de plekken niet van te voren zijn toebedeeld, is een een vroege komst wel handig zodat je een poll position plek kunt afdwingen. Een plekje waarbij je het minst met de fiets in de hand moet lopen is het voordeligst bij de eerste wissel. in deze wissel is het het drukst namelijk in het parc fermee. Bij de tweede wissel is het rustiger doordat het deelnemersveld al meer uit elkaar geslagen is. Als je dan toch vroeg bent en je hebt je fiets gestald, bekijk waar je het parc fermee in komt en waar je eruit gaat. En zoals gezegd in het artikel: oefening baart kunst: De kunst van het wisselen.