Eetproblemen in de sport. Het komt vaak voor onder vrouwen — één op de vijf vrouwelijke duursporters lijdt aan een eetstoornis — maar ook onder mannen. Triathlon is geen uitzondering. Neiske Becks en Sarissa de Vries weten er alles van. Zij kampten jarenlang met eetproblemen en dat bepaalde voor een groot deel hun sportcarrière.

“Je hoort er bijna niemand over, het is een taboe. Daarom delen wij ons verhaal, om anderen aan te moedigen om er over te praten en om hulp te zoeken.” Sarissa de Vries en Neiske Becks deelden tijdens een trainersdag van de NTB voor het eerst hun verhaal met een groter publiek. Dat deden ze voor een zaal vol triathlontrainers, een cruciale doelgroep, zo blijkt. Want als trainer heb je veel invloed op je pupillen, vaak positief, maar soms ook negatief. Zo zorgde de goed bedoelde opmerking ‘als je iets lichter wordt, dan kan het wel iets worden met jou’ tijdens een limietendag in 2005 voor Sarissa voor een jarenlange strijd met voeding.

Het begon onschuldig

Sarissa en Neiske maakten beiden deel uit van het Nationaal Trainings Centrum in Sittard toen ze met hun eetproblemen worstelden, maar praatten er in die periode nauwelijks over. “We wisten het van elkaar, maar we zaten er toen nog midden in en we hadden het er eigenlijk nooit over. Dat kwam pas later. Het luchtte voor mij heel erg op door er met Neiske over te praten en dat maakte de stap om het er met andere mensen over te hebben ook kleiner”, vertelt Sarissa.

Volgens sportpsychologe Karin de Bruin – oprichtster van de website eetproblemenindesport.nl – ontwikkelen sporters globaal gezien vaak op twee verschillende manieren een eetstoornis. Een sporter begint met af te vallen, omdat hij of zij beter wil presteren of op het moment dat het minder goed gaat met de sporter op sportief of persoonlijk vlak.

Vicieuze cirkel

Voor Sarissa was de opmerking van de coach tijdens de limietendag de trigger om te gaan afvallen. “Het begon heel onschuldig met gewoon minder snoepen”, vertelt zij. “Dat hield ik dan een tijdje vol, totdat ik een eetbui kreeg. Daarna voelde ik me schuldig en dik, en besloot ik nog minder te snoepen en ook in mijn normale maaltijden wat te schrappen en begon ik naast mijn trainingen nog extra te bewegen. Alles om maar zoveel mogelijk calorieën te verbranden. Totdat ik weer een eetbui kreeg en ik daarna weer moest compenseren met minder eten en meer bewegen. Zo belandde ik in een vicieuze cirkel.”

Neiske ontwikkelde een verstoorde verhouding met voeding tijdens een trainingskamp met de nationale selectie in Nieuw-Zeeland. “Ik liep daar een longontsteking op en mocht niet trainen. Zo bleef ik alleen in het huisje achter terwijl de anderen gingen zwemmen, lopen en fietsen. Ik voelde me rot en verveelde me en ben toen meer gaan eten. Omdat ik ook antibiotica nam, zag je het niet direct aan me, maar toen ik, eenmaal terug in Nederland, meedeed aan het EK was ik behoorlijk wat aangekomen.”

“Ik was 24 uur per dag met eten bezig, ik schaamde me in mijn triathlonpakje en ik beleefde uiteindelijk geen plezier meer aan de sport.”

“Een coach zei: ‘als je binnen drie maanden een aantal kilo’s kunt kwijtraken, dan kun je je kwalificeren voor het WK’. Ik focuste me heel erg op mijn eten en wisselde periodes dat ik heel erg weinig at, af met periodes dat ik dat weer compenseerde en ik alles er weer bij at. Ik was 24 uur per dag met eten bezig, ik schaamde me in mijn triathlonpakje en ik beleefde uiteindelijk geen plezier meer aan de sport. Ik lachte wel veel, maar dat was puur om te verbergen hoe ik me echt voelde. Alleen de mensen die dichtbij me stonden, wisten wat er aan de hand was.”

Op zoek naar geluk

Sarissa zocht in 2010 hulp bij Lars van der Eerden, aan de NTB verbonden als sportpsycholoog. Die vond echter dat ze specialistische hulp nodig had. “Omdat ik boulimia had en dat medisch gezien niet zo erg is als anorexia, kwam ik overal onderaan de wachtlijst. Het heeft een half jaar geduurd voordat ik hulp kreeg en vervolgens ging het eigenlijk al snel weer beter. Ik werd opgepikt door bondscoach John Hellemans, kwam in de voorselectie voor de Olympische Spelen terecht en vertrok voor een lange stage naar Nieuw-Zeeland. Doordat ik beter at, presteerde ik elke race beter. Ik had in die paar maanden zelden eetbuien, maar verloor daardoor ook veel gewicht. Ik ging toch de fout in toen ik merkte dat ik zoveel progressie maakte dat de olympische selectie wel eens een realistisch doel zou kunnen zijn. Ik dacht dat als ik nóg een kilo of twee zou afvallen, ik dan nog beter zou gaan presteren. Ik kwam weer in een spiraal van afvallen en aankomen en uiteindelijk heb ik met coach John Hellemans voor iedere dag op papier gezet wat ik zou gaan eten. Dat was heel gedetailleerd, zelfs tot hoeveel plakjes kaas ik het best op brood kon doen. Ik wist het zelf niet meer, was helemaal de weg kwijt.”

Hulp nodig

Halverwege 2012 besloot ze om zich na het seizoen te focussen op het afronden van haar bachelor aan de universiteit in Maastricht en op haar herstel. Maar eerst stond in oktober nog het WK in Auckland voor beloften op het programma. Ze viel binnen zes weken acht kilo af en finishte als tweede. “Ik herinner me nog goed dat ik terugkwam op mijn hotelkamer met mijn medaille en ik besefte dat dit was waar ik al die tijd zo hard voor had getraind. Maar in plaats van blij en gelukkig, voelde ik me nog steeds dik en lelijk. Dit gaf de doorslag dat ik echt hulp nodig had als ik me ooit weer gelukkig zou willen voelen.”

“Ik raakte overtraind. Ik was zo moe, ik kon bijna niet meer de trap op komen. Mijn lichaam was gewoon op.”

En een WK-medaille schept ook verwachtingen. Het plan om het rustiger aan te doen, liet ze dan ook snel varen. “Ik richtte me op mijn bachelorscriptie, mijn therapie én trainde daarnaast als een prof, terwijl mijn eetpatroon nog steeds verstoord was. Dat ging niet lang goed, want ik raakte overtraind. Ik was zo moe, ik kon bijna niet meer de trap op komen. Mijn lichaam was gewoon op.”

Presteren onder druk

Tijdens de therapiesessies kwam ze uiteindelijk tot belangrijke inzichten. “Ik had al die tijd getraind om af te vallen, zodat ik in de wedstrijden zou kunnen presteren. Daar haalde ik mijn eigenwaarde uit. Ik ben pas iets waard als ik presteer. Met de dingen die ik leerde in therapie ben ik mezelf als persoon gaan waarderen, maar als ik niet meer trainde om af te vallen, waarom zou ik dan überhaupt nog trainen? Ik snapte niet meer waarom ik aan triathlon deed. Dat was het moment dat ik realiseerde dat ik niet meer in het NTC thuishoorde. Het was een lastige beslissing, de NTB had veel in mij geïnvesteerd, maar ik wilde de druk van het moeten presteren niet meer voelen.”

Ze liet het topsportleven achter zich, verhuisde naar Maastricht en pakte het studentenleven op. “Het was fijn om in een omgeving te zijn waarin niet iedereen fit en dun was. Waar ik na het zwemmen gewoon een warme chocomelk kon drinken. Ik werd gevraagd voor het studententeam dat in de eredivisie uitkwam, ik trainde vijf uur per week, woog 14 kilo zwaarder dan toen ik die zilveren medaille won en vond het eigenlijk wel prima zo.”

Afstand van het sportleven

Na het trainingskamp in Nieuw-Zeeland bleef ook Neiske jojoën in gewicht. “Ik herinner me een trainingskamp in Thailand in 2011 waar ik heel veel trainde en vrijwel niets at. Ik viel in anderhalve week 5 kilo af. Dit gebeurde ook op een trainingskamp in Zuid-Afrika in 2012. Ik viel weer enorm veel af binnen drie weken, maar omdat ik erg goede tijden zwom en liep tijdens trainingen, viel het probleem niet op. Ik had in 2011 niet deelgenomen aan het WK, dus zag 2012 als een revanchejaar. De OS ging ik niet halen, dus het WK werd het hoofddoel.”

“Na een emotioneel gesprek met mijn ouders besloot ik om in 2014 een andere weg in te slaan. Ik schaamde me, was onzeker, sliep slecht en voelde me chronisch vermoeid en diep ongelukkig.”

Tegelijkertijd was ze het hele jaar ontzettend moe, ongelukkig en constant aan het piekeren. “Het hele jaar bleef ik in gewicht fluctueren. In november 2013 viel ik in een paar weken kilo’s af voor een sportgala waarvoor ik was uitgenodigd. Ik paste weer in een jurk, maar daarna raakte ik depressief en lag ik dagenlang op bed. Na een emotioneel gesprek met mijn ouders besloot ik om in 2014 een andere weg in te slaan. Ik schaamde me, was onzeker, sliep slecht en voelde me chronisch vermoeid en diep ongelukkig. Ik heb mijn studie weer opgepakt, ging naar de kroeg en naar festivals en wilde niks meer met topsport te maken hebben. Voor mij was het nodig om in een andere wereld te stappen. Ik nam afstand van het sportleven.”

Plezier terugvinden

Maar jarenlange eetproblemen lieten diepe sporen na. Niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk. “Mijn cortisolwaarden waren torenhoog, mijn hormoonhuishouding lag overhoop, ik had een hoge bloeddruk, mijn schildklier werkte te langzaam en ik bleek hartritmestoornissen te hebben. Ik had jarenlang mijn lichaam uitgeput en het duurde dan ook lang voordat ik me weer wat beter begon te voelen. Ik heb mentale hulp gezocht en ben door de medische molen gehaald. Eind 2016 merkte ik langzaam dat de vermoeidheid afnam en dat er weer iets begon te kriebelen in mij als ik aan sport dacht.”

Neiske deed voorzichtig weer haar eerste triathlons in de eredivisie. “Vorig jaar beleefde ik mijn mooiste jaar sinds 2010. Ik studeerde cum laude af, ging met mijn rugzak door IJsland trekken om daar te backpacken, deed leuke wedstrijden en mijn gewicht daalde zonder dat ik daar eigenlijk mee bezig was. Ik ben nog steeds herstellende, maar ik begin het sporten nu ook weer echt leuk te vinden. Voor het eerst sinds lange tijd voelt het weer als een gezonde verslaving. Sporten doe ik nu omdat ik het ontzettend leuk vind, en ik geniet van mijn leuke werk en sporten eromheen.”

Blijvend spanningsveld

Ook Sarissa’s lichaam kreeg een optater, maar ook zij vond het plezier in de sport terug. Ze debuteerde in 2015 met een tweede plaats in de Ironman Maastricht, veroverde in 2016 en 2017 de nationale titels op de halve triathlon en werd vorig jaar tweede op het Europees kampioenschap hele afstand in Almere. “Als ik nu terugkijk naar de finishfoto van Maastricht in 2015, word ik weer emotioneel. Ik zat 9 kilo boven mijn oude streefgewicht, maar ik besefte toen: als ik met dit lichaam in een Ironman kan finishen, dan kan ik alles aan.”

“Als ik in de spiegel kijk, ben ik tevreden met wat ik zie, maar als ik in Hawaii een top tien-notering zou willen halen, ben ik net wat te zwaar.”

Al ligt het gevaar altijd op de loer, geeft zij toe. “Het beheerst mijn dag niet meer, maar als ik me niet zo goed voel, moet ik eerst even checken of ik echt honger heb, of stresshonger. Mijn lichaam kan geen trainingsweken van 25 tot 30 uur meer aan, maar ik zou graag kijken hoe ver ik nog kan komen op de lange afstand. Als ik in de spiegel kijk, ben ik tevreden met wat ik zie, maar als ik in Hawaii een top tien-notering zou willen halen, ben ik net wat te zwaar. Dat spanningsveld blijft lastig.”

Handreiking aan trainers

Terugkijkend op hun ervaringen, hadden Neiske en Sarissa gewild dat hun begeleiders hadden ingegrepen. “Het lijkt misschien hard, maar ze hadden ons naar huis moeten sturen en eerst volledig moeten laten herstellen. Iemand met een stressfactuur laat je ook niet aan wedstrijden meedoen voordat de breuk is geheeld. Neiske: “Uiteindelijk ben je als topsporter baas over je eigen lichaam en eigen carrière. Jij maakt zelf de beslissingen. De bond heeft op dat moment gedaan wat in zijn mogelijkheden lag om ons te helpen, maar het was voor Sarissa en mij helaas niet genoeg.” Sarissa: “Verder willen wij trainers en coaches meegeven om zorgvuldig met hun advies aan jonge atleten om te gaan. Zeg niet, ‘als je nog twee kilo kwijtraakt, dan wordt het wel iets met je’, maar neem een atleet aan de hand. Geef voorlichting en zorg voor goede begeleiding van bijvoorbeeld een diëtist. Verder raden we atleten aan om er over te praten. Trek je mond open als er iets is, neem je familie, je coach in vertrouwen. Laat het niet je leven beheersen.”

eetproblemenindesport.nl
Sportpsychologe Karin de Bruin lanceert in het voorjaar 2018 de training Gezond Presteren. Deze training is speciaal geschreven voor vrouwelijke duursporters van 16 jaar en ouder en gaat in op verschillende aspecten die bijdragen aan optimaal presteren en van een goede sporter een topsporter kunnen maken. Onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld het stellen van doelen, maar ook de balans tussen eten en bewegen en het belang van slaap en herstel. De Bruin ontwikkelde een website speciaal voor sporters die eetproblemen hebben.
“Eetproblemen worden wel eens de grootste geheime tegenstander van duursporters genoemd”, vertelt Karin de Bruin. “Duursporters zijn vaak meer vatbaar voor het ontwikkelen van eetproblemen dan andere sporters. Dat kan onder meer aan het karakter van duursporters liggen, ze zijn vaak perfectionistisch, en omdat je veel traint is het lastig om genoeg te eten en daar een goed evenwicht in te vinden. Jezelf goed voeden is een voorwaarde om goed te presteren. Gewicht is daar ook een onderdeel van, maar je moet er niet in doorslaan. Een juiste balans vinden is belangrijk. Coaches spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van hun atleten en zij hoeven het onderwerp gewicht en voeding niet uit de weg te gaan. Integendeel zelfs. Als je denkt dat een pupil worstelt met voeding, praat er dan over. Vraag door en zoek hulp als het nodig is; van een arts, diëtist of een psycholoog. Grijp op tijd in, want eetproblemen hebben niet alleen impact op sportprestaties, maar ook op kwaliteit van leven.”

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #14, de special  ‘Triathlon’ die i.s.m. Runner’s World en Bicycling werd gemaakt.

Beeld: Studio Vonq

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.