Een schatting van je VO2Max, een persoonlijk herstel- en trainingsadvies, een uitgebreide slaapanalyse én hartslagmeting via de pols onder de meest barre omstandigheden: het ene moderne sporthorloge kan nog meer dan het andere. Met een fancy ‘wearable’ van een x-aantal honderd euro om je pols – in combinatie met de enorme hoeveelheid beschikbare data van bijvoorbeeld Strava, Nike+ of Zwift – zou je kunnen stellen dat de coach van vlees en bloed langzaam maar zeker overbodig wordt. Gaat de virtuele coach het écht overnemen van de menselijke coach?

Data en technologie, Ben van Oeveren is er dol op. Na het afronden van de studie bewegingswetenschappen heeft de fanatieke hardloper met de nodige triathlonervaring zich gespecialiseerd in data-analyse op het gebied van onder meer hardlopen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het antwoord op de vraag is nee. Van Oeveren: “De digitale coach lijkt misschien dichtbij, maar zal het nooit overnemen van de mens. Ik zie echter wel een prachtige rol voor technologie in de sport, maar dan meer als het verlengstuk van een coach én als controlemiddel. Ik ben er namelijk van overtuigd dat je technologie zou moeten inzetten als controlemiddel om je gevoel beter te ontwikkelen.”

Information overload

Tijdens zijn promotieproject aan de VU in Amsterdam heeft Van Oeveren verschillende algoritmes ontwikkeld om feedback in het hardlopen te verbeteren. Zijn project heeft de naam ‘the digital runner’ meegekregen. Voor dit onderzoek heeft hij veelvuldig gebruik gemaakt van data uit sporthorloges. Daarbij heeft hij onder meer gekeken naar verbanden tussen verschillende parameters als staplengte, verticale verplaatsing, contacttijd en hartslag. Met zijn bedrijf Move-Metrics richt hij zich op de ontwikkeling van software om sport en gezondheidsdata in detail en persoonlijk te analyseren. Van Oeveren constateert dat veel atleten met hun dure sporthorloges een bak aan data verzamelen. Hij denkt dat de meeste duursporters echter niet eens weten hoeveel functies hun horloge heeft, laat staan dat ze die functies echt gebruiken om trainingen beter in te richten of looptechniek te verbeteren.

“Het is bijna ondoenlijk, en misschien zelfs onwenselijk, dat met technologie alle informatie verzameld wordt die nodig is om een perfecte interpretatie te doen op jouw data.”

De vraag is: wat doe je als sporter en/of coach met die grote hoeveelheid informatie? “Het is bijna ondoenlijk, en misschien zelfs onwenselijk, dat met technologie alle informatie verzameld wordt die nodig is om een perfecte interpretatie te doen op jouw data. Wil je een volledig trainingsadvies geven, dan moet je echt alle relevante data kunnen interpreteren en objectiveren. Van hartslag en staplengte tot verticale verplaatsing en contacttijd. En hoe meet je motivatie? Wat als je een zware werkweek hebt gehad en even niet zo fit bent? Of juist een pittige week voor de boeg hebt? Hoe zit het met stress? Juist, je zou niet willen dat een horloge in dat detail gegevens verzamelt en jouw gedrag oplegt.”

De bewegingswetenschapper twijfelt bovendien aan de betrouwbaarheid van veel sporthorloges, met name als het gaat om de hartslagfunctie. Verder zegt hij dat het advies dat je nu krijgt van fabrikanten van sporthorloges, vaak niet klopt. “Ze zeggen dat 180 stappen per minuut optimaal is voor een hardloper. Onjuist. Ze zeggen dat een grondcontacttijd van 230 milliseconde ideaal is. Ook niet juist. Vanuit de wetenschap zijn deze aannames al lang weerlegd. Het is opmerkelijk dat fabrikanten niet tot beter gepersonaliseerd advies komen.”

Op gevoel werken

Een overload aan data – al dan niet betrouwbaar – blokkeert de ontwikkeling van gevoel, zegt de bewegingswetenschapper. “Stel je een Dafne Schippers voor die aan het trainen is. Je kunt honderd getalletjes op haar loslaten, misschien gebeurt dat ook wel. Je moet echter wel in staat zijn om die informatie in de juiste volgorde van belangrijkheid te kunnen plaatsen. Bovendien zegt een cijfertje heel weinig. Stel, een meting wijst uit dat haar romphoek niet goed is, dat die een paar graden afwijkt. Dan kun je op cijfertjes focussen, maar misschien is het beter dat je op gevoel werkt aan een betere romphoek. Hoe? Uitproberen. Door de ene keer meer naar voren te leunen, en de andere keer naar achteren. Door te variëren zal je sneller komen tot een optimum. Vergeet niet dat niets zo vernuftig is als onze eigen hersenen waarin alle ‘data’ perfect wordt geïntegreerd tot een gevoel.”



Een ander gevaar van het interpreteren van data is juist het ontbreken van informatie. Van Oeveren: “In veel gevallen ontbreekt de context. Sporthorloges nemen niet mee of er veel wind staat, wat de ondergrond is en hoe jouw werkdag eruitzag. Dit kan echter wel degelijk van invloed zijn op je hartslag, snelheid en stapfrequentie.”

Psychosociale kant

Terug naar de virtuele coach versus de coach van vlees en bloed. Van Oeveren: “Technologie is steeds beter in staat om een training voor te schrijven, maar een coach van vlees en bloed is méér dan een man of vrouw die jou een ideale training voorschrijft. Hij of zij kan motiveren en heeft het vermogen om zich in te leven in jouw situatie. De psychosociale kant moet niet onderschat worden in de waarde die een coach of het trainen in een groep heeft in relatie tot de atleet. Ik zie technologie meer als een verlengstuk van de capaciteit van de mens. Waar een fysieke coach eerst op ‘fingerspitzengefühl’ advies gaf, geven data hem of haar de mogelijkheid om dit objectief te gaan doen.”

Voor een coach wordt het volgens Van Oeveren wel steeds belangrijker om al die data te kunnen interpreteren. Al is het maar om de vragen van atleten te kunnen beantwoorden. Wat betekent die hoge hartslag? Hoe moet je precies de stapfrequentie verhogen? Aan welke aanwijzingen of tekortkomingen moet je prioriteit geven? Om antwoord te krijgen op deze vragen, heb je een fysieke coach nodig. En vergeet ook vooral het schouderklopje niet.

Edo van der Meer: ‘Ik coach mensen, geen grafieken’

Edo van der Meer (34) is voormalig toptriatleet en tegenwoordig eigenaar van EDOSports in Maastricht. Zijn bedrijf heeft zich toegelegd op het begeleiden van duursporters van elk niveau. EDOSports begeleidt ongeveer zeventig duursporters, Van der Meer zelf heeft dertig triatleten onder zijn hoede: tien toppers en twintig recreanten. Hij noemt zichzelf in de eerste plaats een ‘gevoelscoach’, maar verzamelt wel een aantal data van ‘zijn’ sporters.

Na elke trainingsactiviteit van een triatleet ziet hij onder meer hartslag, wattage en snelheid in TrainingPeaks. Deze populaire online tool is een van de middelen die Van der Meer gebruikt om te communiceren met zijn atleten. Hierin staan bijvoorbeeld de schema’s weergegeven. Bovendien kunnen sporters hun activiteiten via de app uploaden, inclusief enkele data.

Altijd een comment

“Na elke training vraag ik of ze een comment willen schrijven. Zelfs als ze zeggen dat er geen bijzonderheden zijn, hoor ik dat graag. Ik wil weten hoe ze zich voelen. Stel, iemand heeft een hele zware dag op kantoor gehad met een hijgende baas in zijn nek. Of er speelt privé iets wat stress oplevert. Dat soort aspecten zijn voor een coach zó belangrijk om te weten. Een sporthorloge houdt hier geen rekening mee. Het kan voor mij aanleiding zijn om een schema voor de komende week aan te passen. Misschien door een training te skippen, of een bepaalde training minder intensief te maken. Ik coach mensen, geen grafieken.”

“Je ziet dat er een enorme ratrace tussen fabrikanten aan de gang is. Wie zet het meest geavanceerde sporthorloge in de markt? Ik zie ze vooral als een aanvulling.”

Van der Meer – hij komt nog steeds uit in de eredivisie – is behoorlijk sceptisch als het gaat over sporthorloges en data. De technische ontwikkelingen volgen elkaar op de voet, het ene horloge kan nog meer dan de ander. Toch is de wetenschappelijke basis van die ontwikkelingen erg smal, aldus Van der Meer. “Je ziet dat er een enorme ratrace tussen fabrikanten aan de gang is. Wie zet het meest geavanceerde sporthorloge in de markt? Ik zie ze vooral als een aanvulling. Op het gebied van betrouwbaarheid is namelijk nog een wereld te winnen: ik zie te vaak fouten in een hartslag of GPS. Terwijl het juist een precisie-instrument hoort te zijn.”

Smart fietstrainers

Van der Meer ziet overigens wel een grote meerwaarde in de zogenaamde indoor smart fietstrainers van onder meer Tacx en Wahoo. “Ik kan atleten laten trainen op een door mij gemaakt programma (op vermogen), er zijn geen mogelijkheden om te cheaten. Ik kan precies opgeven hoeveel wattage iemand moet rijden en de atleet hoeft weinig moeite te doen in het uitvoeren van de training. Alleen nog maar heel hard trappen, in sommige gevallen.”

“Hoe beter je getraind bent, hoe minder belangrijk al die gadgets zijn.”

Op de vraag of Van der Meer meer uit zijn carrière had kunnen halen (lees: snellere tijden had behaald) wanneer hij tien jaar geleden de beschikking over het meest geavanceerde sporthorloge van dit moment, inclusief de grote hoeveelheid aan data, zegt hij resoluut nee. “Mijn stelling is: hoe beter je getraind bent, hoe minder belangrijk al die gadgets zijn. Ik was altijd goed getraind en wist precies welke tempo ik moest lopen om in zone drie te blijven.”

Cijfertjes zijn leuk en kunnen handig zijn als controlemiddel, maar Van der Meer hoopt dat triatleten (en coaches) zich niet al te veel verliezen in technologie. Hij coacht namelijk mensen. En geen grafieken.


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #20

Illustraties: Studio Vonq