Ze worden vaak in één adem genoemd: Omar en Milan Brons. De twee broers, die tot de betere triatleten van ons land behoren, staan vaak samen aan de start van een wedstrijd en zijn aan elkaar gewaagd. Alhoewel… Milan is op het moment net iets sterker. Het maakt zijn oudere broer alleen maar trots en dat typeert hun onderlinge band. ‘Het is tof om dit samen te kunnen doen.’

Het is begin maart als we Omar (25) en Milan (24) Brons spreken in hun woonplaats Almere. De broers zijn amper een dag terug van hun trainingskamp in Calpe, een kustplaats in Zuid-Spanje die vooral bekendheid geniet onder wielrenners. In april gaan de mannen er weer heen om te trainen. En dat terwijl Milan een maand eerder nog in Dubai zat vanwege de Ironman 70.3, waar hij na een lange periode van blessureleed uiteindelijk als vijftiende finishte en Omar een paar dagen later verder traint op Gran Canaria. Het zegt veel over het leven dat de broers momenteel leiden.

Fulltime triatleet

Dankzij hun aansluiting bij het nieuwe team iQsquare hebben Omar en Milan de mogelijkheid om fulltime triatleet te zijn. “Dat is heel fijn”, vertelt Omar, die tot voor kort drie dagen per week werkte, terwijl zijn broer – voorheen lid van Team4Talent – het sporten combineerde met drie dagen school en een dag werken. “Dat is heel intensief en mentaal best zwaar. Je boekt wel vooruitgang, maar toch minder dan wanneer je zeven dagen per week met de sport bezig kan zijn.” De kans die hun nieuwe team bood, hebben ze dan ook met beide handen aangegrepen. En ook al moet het team, met onder meer Jorik van Egdom, nog vorm krijgen, het biedt Omar en Milan alle ruimte om zich volledig op hun doel te focussen. “Wij komen namens het team uit op de langere afstanden. Dat zijn nu nog halve ironmans, maar langzaam willen we ons richten op de hele afstand. We zijn nog relatief jong en hopen verder door te dringen tot de wereldtop. Met Hawaii als ultiem doel.”

“Als jongens van vijf en zes jaar stonden we al langs de kant te kijken. De grootsheid van zo’n triathlon fascineerde ons, het had iets heroïsch.”

Een grootse droom die klein begon. Triathlon was bijna vanzelfsprekend voor de broers. “Onze vader fietste al veel”, vertelt Omar. “En daarbij zijn we opgegroeid in Almere waar de triathlonwedstrijd natuurlijk enorm leeft.” Milan vervolgt: “Als jongens van vijf en zes jaar stonden we al langs de kant te kijken. De grootsheid van zo’n triathlon fascineerde ons, het had iets heroïsch.” Omdat Milan in die tijd kampte met bronchitis moedigde hun moeder trainen in de buitenlucht aan. Tennis, judo, van alles werd geprobeerd, maar uiteindelijk is het bij triathlon gebleven. “Dat werd steeds serieuzer”, vertelt Milan. “We sloten ons aan bij de triathlonvereniging, begonnen met wedstrijdjes in de omgeving en gingen uiteindelijk alle jeugdwedstrijden in Nederland af.” Omar: “Van de groep atleten met wie we in die tijd trainden en raceten, zijn er nog maar enkelen actief in de sport. Sommigen zijn best jaloers dat wij dit allebei nog doen.”

Aan elkaar optrekken

Ze wonen samen, trainen samen en treffen elkaar in dezelfde races. Het is duidelijk dat Omar en Milan close zijn. En toch… zo groot als de gemene deler is, zo verschillend zijn de broers ook. Zoals hun moeder zegt: Milan volgt schema’s blindelings op, terwijl Omar er soms een eigen draai aan geeft. “Milan is echt jaarrond heel gedisciplineerd bezig”, vult Omar aan. “Ik heb elk jaar wel een aantal weken dat ik niet aan trainen moet denken. Zo’n naseizoen heb ik echt nodig om er vervolgens weer tegenaan te gaan.” Milan: “Juist doordat we verschillend zijn, maar wel redelijk hetzelfde niveau hebben, kunnen we ons mooi aan elkaar optrekken.”

“Als je met zwemmen en lopen niet mee kunt komen, heb je in de competitie niets te zoeken. Daarentegen kun je op de langere afstanden met fietsen het verschil maken.”

En dat doen de broers met de focus op de langere afstanden. Mede omdat ze naar eigen zeggen niet de beste zwemmers waren. In een niet-stayer wedstrijd komen ze het beste tot hun recht, dus maakten ze vier jaar geleden de switch. Milan: “Ik had toen net drie jaar lang uitsluitend wielerwedstrijden gedaan. Ik wist dat ik aardig kon fietsen en wilde graag eens iets nieuws doen. Ik heb veel geleerd en toffe dingen mogen doen, waaronder de Olympia’s Tour, de grootste meerdaagse wielerkoers voor amateurs in Nederland. De wielerwereld is mooi, maar ik zag ook dat het lastig is om daarin professioneel te worden, zeker als je op latere leeftijd instroomt.” Zijn broer was zich ondertussen in de triathlon blijven ontwikkelen en kwam uit voor een Duits team. “Die sport bleef me ook trekken, maar als je met zwemmen en lopen niet mee kunt komen, heb je in de competitie niets te zoeken. Daarentegen kun je op de langere afstanden met fietsen het verschil maken.” Omar: “Voor mij was dat ook een interessante move. Ik was wel klaar met het kortere werk.”

Voor de lol

De keuze voor de langere afstanden pakte vanaf moment één goed uit. Het avontuur begon in 2015 met het NK halve triathlon in Klazienaveen. De broers herinneren het zich goed: “Die deden we zonder specifiek getraind te hebben, pas de avond voor de race besloten we te starten. Voor de lol eigenlijk, want we wisten dat we met lopen zouden uitstappen.” Na het fietsen zaten de mannen echter nog steeds voor in de race en dat was ook bondscoach Rik van Trigt niet ontgaan. “Zo deden we een aantal weken later met een licentie van de bond mee aan de Ironman 70.3 in Turkije, tussen de profs. De grootsheid van zo’n wedstrijd vonden we een enorme beleving. Dat is zo goed bevallen dat we gelijk plannen hebben gemaakt voor het jaar erop.”

Milan (links) en Omar Brons

Inmiddels hebben ze allebei al zo’n twintig halve triathlons volbracht en zit er een stijgende lijn in de prestaties. Het heeft tot nu toe geresulteerd in onder meer een tiende plaats voor Milan in Barcelona en een achtste plaats voor Omar in Vichy. “De uitdaging is nu om aansluiting te vinden bij de top van de top”, vertelt Omar. “We hebben nog een paar jaar om daar naar toe te groeien.” Milan: “Er zijn veel factoren van invloed op wedstrijden over de lange afstand. Neem alleen al je voeding, materiaal en het mentale aspect. Ik heb nog geen perfecte race gehad. Dat is het leuke aan triathlon, het is een soort reis. Van fouten moet je leren en het is zaak steeds weer opnieuw dingen te proberen. De kunst is om uiteindelijk de puzzel goed te leggen.”

Week in week uit

En hoe mooi is het als je dat samen kunt doen? Omar: “Het is heel leuk om samen zoveel herinneringen op te bouwen.” Milan beaamt: “Door de sport komen we op heel veel mooie plekken. We proberen een wedstrijd dan ook altijd wel te combineren met iets zien van de omgeving.” Omar: “Het is heel gaaf om over twintig jaar terug te kunnen kijken op ons avontuur. Ik besef goed dat dit niet standaard is. Vrienden van onze leeftijd kiezen een ander pad, hebben een huis en een baan.” Maar hoe leuk het ook klinkt als de broers weer op trainingskamp gaan, het topsportleven heeft volgens Milan ook een keerzijde. “Week in week uit dertig uur trainen, het is bikkelhard, je moet er veel voor doen. Toch zou ik niet willen ruilen met een kantoorbaan. Dit is wat ik graag doe.”

“Triathlon is een individuele sport, maar je kunt het niet in je eentje doen. Je hebt de steun van je omgeving – onze ouders en partners – nodig om fulltime met de sport bezig te kunnen zijn.”

De broers kunnen rekenen op volledige support van hun ouders. Zij stuurden aan op een diploma – zowel Omar als Milan koos voor een opleiding sportmarketing – maar werken, dat moet je tot je zeventigste nog doen. Die support is voor de mannen belangrijk. “Triathlon is een individuele sport, maar je kunt het niet in je eentje doen. Je hebt de steun van je omgeving – onze ouders en partners – nodig om fulltime met de sport bezig te kunnen zijn.”

Discipline en lef

Inmiddels staat een nieuw wedstrijdseizoen voor de deur met op de kalender bij de broers Brons in ieder geval de Ironmans 70.3 van Marbella (27 april) en Barcelona (19 mei) en het NK middenafstand in Klazienaveen (14 juli). “Ook dit doen we samen, zoals we eigenlijk altijd alles samen gedaan hebben”, vertelt Omar. “Onze ruzies zijn op één hand te tellen en als Milan voor mij eindigt, heb ik daar ook totaal geen moeite mee. Dat was vroeger al zo. Ik was ouder en won meestal, maar toen Milan een keer sneller was, maakte mij dat alleen maar megatrots.” Ook Milan gunt zijn broer de winst. “Je weet immers ook wat hij er allemaal voor doet. Ik heb er geen moeite mee als ik word verslagen door hem of wie dan ook, als het maar op een eerlijke manier gebeurt.”

Winst of geen winst, het gaat om de inzet, vinden ze in huize Brons. En dat is precies waar de broers elkaar om bewonderen. Omar: “Milan is van 1 januari tot 31 december gefocust. Afgelopen jaar was hij langere periode geblesseerd, maar toonde ook toen ontzettend veel doorzettingsvermogen. Oogkleppen op en gaan! Dat vind ik heel knap.” Andersom heeft Milan veel respect voor Omars talent en meer eigenzinnige aanpak. “Ondanks dat hij altijd wel een keer een dipje heeft, is hij ook zo weer op niveau. Daarbij heeft hij ontzettend veel lef en is hij goed in dingen regelen. Daar profiteren we allebei van.”

Online serie 
Dit artikel is onderdeel van een online serie over triathlonnende broers en zussen, de Brownlees, Polyanskiys en Raelerts van Nederland. Hoe zijn zij samen de triathlonsport ingerold? In hoeverre bepaalde dat vroeger het gezinsleven? Racen ze graag tegen elkaar? Wie daagt wie uit? En hoe is het gesteld met de gunfactor? Lees ook de artikelen met Erik-Simon en Sven Strijk, met Henk, Petra en Mark Elbertsen, met Jolien en Marije de Gruijter en met Abel en Izak Hanse.

Dit artikel verscheen in Transition Magazine #20

Beeld: EagleFotografie / Arjan Baggerman

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.