Nationaal kampioen duathlon Daan de Groot is een relatieve nieuwkomer in de triathlon- en duathlonsport. De Groot ambieerde een carrière als profwielrenner voordat hij de overstap maakte naar combiduursport. Tijd voor een nadere kennismaking.

Als je de naam Daan de Groot en wielrennen googelt, kom je niet direct uit bij een erelijst met klinkende overwinningen. Sterker nog, de eerste hit leidt naar een andere Daan de Groot die in 1952 als wielrenner meedeed aan de Olympische Spelen in Helsinki. “Geen familie van mij zover ik weet, maar wel winnaar van een mooie rit in de Tour de France”, lacht zijn jongere naamgenoot. De in Utrecht wonende De Groot droomde zelf ook ooit van een profcarrière als wielrenner. “Ik ben op 15-jarige leeftijd begonnen met wielrennen en als junior maakte ik deel uit van de nationale selectie. Hoewel ik in de zwaardere etappekoersen goed meekon, miste ik de uitschieters om in het klassement het verschil te maken. Ik heb wel geprobeerd om prof te worden, maar toen ik in 2014 de overstap naar de eliterenners maakte, kwam het besef dat ik niet goed genoeg was.”

Efficiënte tijdbesteding

Terwijl generatiegenoten als Wilco Kelderman en Tom Dumoulin voor profteams gingen rijden en successen behaalden in de grote rondes, werd De Groot wegkapitein bij de clubploeg van de Jonge Renner in Oosterhout. “Ik had graag een keer de Tour de France willen rijden, maar wist eigenlijk wel dat het leven als beroepsrenner niets voor mij zou zijn; dat is mij veel te monotoon. Ik doe graag ook nog andere dingen naast mijn sport”, vertelt de 27-jarige De Groot die naast het wielrennen wiskunde studeerde, een Master in Mathematische Fysica behaalde en momenteel als promovendus aan de Vrije Universiteit onderzoek doet naar hoe ééncellige organismen, zoals bacteriën en gistcellen, kunnen groeien, delen, en zich kunnen aanpassen aan verschillende omstandigheden.

De Groot bleef nog twee jaar wielrennen voordat hij afscheid nam van het wielerpeloton. “Ik vond het nog steeds leuk om te doen en had voor mijn gevoel nog veel te leren in het wielrennen. Ik kon dan wel leuk mee in de etappekoersen, maar met het wringen in het peloton en op het juiste moment demarreren was er nog wel verbetering mogelijk. Totdat ik het drukker kreeg met mijn werk en ik een sport wilde doen waarin ik efficiënter met mijn tijd om kon gaan. Hardlopen kun je makkelijk ’s avonds na het werk in het donker nog doen en anderhalf uur lopen is een goede training, terwijl dat op de fiets bijna niet de moeite is.”

Klein sportje

Hardlopen deed hij al als wielrenner, na het seizoen, van september tot en met november. En voordat hij zich weer op het wielrennen stortte, liep hij als afsluiter de 7-Heuvelenloop. In 2014 en 2015 deed De Groot daarnaast mee aan het NK duathlon. “Ik had wel plezier in het hardlopen en wilde graag na het wielerseizoen aan een duathlonwedstrijdje meedoen. Zo kwam ik uit bij het NK, waar ik meteen als tweede en een jaar later als derde eindigde. Toen ik definitief overstapte naar de duathlon dacht ik dan ook dat ik zo Nederlands kampioen zou worden, maar dat heeft toch nog anderhalf jaar geduurd.”

‘Triatlon, en duathlon al helemaal, leek me een klein sportje: een sport waarin mensen zonder uitgesproken talent zich toch kunnen onderscheiden door het maar lang genoeg vol te houden’

De Groot windt er geen doekjes om, hij had geen al te hoge pet op van de duathlonsport. ‘Triatlon, en duathlon al helemaal, leek me een klein sportje: een sport waarin mensen zonder uitgesproken talent zich toch kunnen onderscheiden door het maar lang genoeg vol te houden’, schrijft hij in zijn column voor Trikipedia. “Ik heb het een beetje gechargeerd opgeschreven, maar er zit wel een kern van waarheid in. Als je in je eerste NK meteen als tweede eindigt, kun je niet zeggen dat het een heel erg competitieve sport is. Als wielrenner zou zoiets nooit lukken. Maar aan de andere kant is het niveau in het buitenland wel weer heel erg hoog. Daar moet je toch onder de 30 minuten kunnen lopen op de 10 kilometer en dan blijf ik met mijn 32 minuten nog wel wat achter.”

Met goede lopers trainen

Toch maakte hij grote stappen in de twee jaar dat hij aan duathlon doet. “Ik heb mazzel gehad dat ik bij Hellas Triathlon in een heel fanatieke loopgroep terechtkwam, met trainers die uit de atletiekwereld afkomstig zijn. Ik had nog nooit aan loopscholing gedaan en zij hebben meer reactiviteit in mijn lopen gebracht en me van een voorovergebogen, waggelende wielrenner veranderd in een echte hardloper. Ook ben ik veel vooruit gegaan door daar met goede lopers samen te trainen.”

Het verbeteren van zijn looptechniek, maar vooral zijn al aanwezige fietskwaliteiten, leverden De Groot vorig jaar een vijfde plaats op het EK over de middenafstand in Denemarken op. “Ik heb daar wel mijn tactiek aan mijn zwakkere looponderdeel aan moeten passen”, vertelt hij. “Ik ben bewust niet te hard van start gegaan in het eerste looponderdeel om mijn benen te sparen voor het fietsen en kwam daardoor als allerlaatste in de wisselzone. Maar na 60 kilometer fietsen was ik daar wel als eerste terug. Tijdens de tweede run verloor ik nog vier plaatsen, maar mijn verval was minder dan van veel andere atleten. Het fietsen kost mij gewoon minder energie dan mijn concurrenten.”

Speciale tactiek

Na een tweede plaats in 2016 en een derde plaats in 2017, was het in september vorig jaar wel raak op het Nederlands kampioenschap. Ook daar had hij een speciale tactiek. “Ik kwam na de eerste 10 kilometer met Yennick Wolthuizen en Pim Venderbosch terug in de wissel en daar plaatste ik een soort van demarrage zodat ik meteen een kleine voorsprong op hen kon nemen op de fiets. Onderweg haalde ik Wesley Mols en Niels te Pas in en kon ik ook het gat met Yennick uitbouwen, zodat ik hem dit keer tijdens het lopen van het lijf kon houden.”

“Bij het wielrennen had iedereen het mes tussen de tanden. Dat mis ik wel een beetje in de duathlonsport. Het mag iets scherper, iets fanatieker. In topsport mag je af en toe best eens een klootzak zijn.”

De Groot heeft het inmiddels prima naar zijn zin in zijn nieuwe sport, al mist hij in Nederland soms wel een beetje de topsportmentaliteit. Vriendelijkheid is iets voor mensen die te bang zijn om de competitie aan te gaan, schrijft hij daarover op Trikipedia.nl. “In alles merk je dat duathlon een kleine sport is. In de eerste wedstrijden die ik deed, werd ik ontzettend vriendelijk bejegend en kreeg ik aan alle kanten advies. Duathlon is veel socialer dan wielrennen. Als ik voor een wedstrijd met een wielrenner een praatje maakte, eindigde dat toch meer in een soort van psychologische oorlogvoering. Daar had iedereen het mes tussen de tanden. Dat mis ik wel een beetje in de duathlonsport. Het mag iets scherper, iets fanatieker. In topsport mag je af en toe best eens een klootzak zijn.”

Mentaal veel frisser

De wielrenner had aanvankelijk geen ambitieuze plannen in de duathlon. Bij gebrek aan wolven, doen de konijntjes een wedstrijdje wie het langst kan huppelen. Ik deed mee om tussen de wielerwedstrijden door even wat konijntjes te snacken. Nu moet hij echter bekennen dat hij bijna net zo fanatiek is als toen hij nog wielrende. “Ik train harder dan ik als wielrenner deed, maar het grote voordeel is dat ik nu minder wedstrijden doe. Als wielrenner reed ik vaak twee koersen in de week en dan kon je tussendoor niet al te hard meer trainen. Maar die wedstrijden kostten me mentaal veel energie. Nu heb ik twee piekmomenten in een jaar en de overige wedstrijden gebruik ik als opbouw naar die piekmomenten. Dat houdt me mentaal veel frisser.”

Duathlon zwaarder dan triathlon

In de winter probeert De Groot zich bij Hellas ook de zwemtechniek meester te maken, al valt dat niet mee. “Het zwemmen doe ik er als een soort hobby bij. Ik heb al wel wat triathlonnetjes gedaan afgelopen zomer, maar ik zie daar niet zoveel toekomst in voor mij. Na 700 meter zwemmen keek ik al tegen drieënhalve minuut achterstand op de koplopers aan. Wel viel het me op hoe fris ik na het zwemmen op mijn fiets stapte. Ik haalde in die wedstrijd 43,5 kilometer gemiddeld; dat zou me in een duathlon, met verzuurde benen van het hardlopen, nooit lukken. Duathlon is echt zwaarder dan triathlon. Ik vind het dan ook gek dat een Ironman wordt gezien als de optimale duurprestatie terwijl in mijn ogen een Powerman veel zwaarder is.”

De Groot heeft dit seizoen zijn pijlen dan ook op de Powerman gericht. “Ik wil dit jaar graag meedoen aan de Powerman in Zofingen, dat is toch het hoogste podium waarop ik mijn sport kan bedrijven. Mijn kwaliteiten liggen namelijk niet in de stayertriathlons, daar kan ik me op de fiets niet voldoende onderscheiden. Bovendien denk ik dat het langere werk me ook beter ligt. Als wielrenner kwam ik daar ook beter tot mijn recht. Het zou mooi zijn als ik in Zofingen ooit eens op het podium kan belanden. Dat is wel het ultieme doel.”

Kalender
Wil je Daan tegenkomen in een wedstrijd? Dit zijn belangrijke momenten op de duathlonkalender in de rest van 2019

- 11 mei EK Powerman, Viborg (DEN)
- 12 mei Run Bike Run Hoogerheide (RBR Series + NK sprint)
- 18 mei DUIN Almere duathlon (NK duathlon lang)
- 26 mei Zernike RBR Groningen (RBR Series)
- 30 juni EK duathlon sprint (elite). Agegroupers: op 5 juli EK kort
- 8 september Powerman Zofingen, WK lang
- 13 oktober Toyo Tyres RBR Spijkenisse, NK kort

Columns

Daan de Groot schrijft regelmatig columns op Trikipedia. Check it out!


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #20

Beeld: Tim Buitenhuis