Ook onder triatleten hebben foamrollers de afgelopen jaren flink aan populariteit gewonnen. Rollen over deze met schuimrubber beklede cilinders zou tal van positieve effecten hebben. Zo zou het de afvoer van melkzuur stimuleren, spierpijn verminderen en zelfs de prestatie verbeteren. Maar is er wetenschappelijk bewijs voor dergelijke claims?

Helaas blijkt er voor de meeste claims geen wetenschappelijke onderbouwing te bestaan. Zo vonden vier Duitse onderzoekers geen bewijs dat ‘foamrolling’ in positieve zin bijdraagt aan de warming-up, de coördinatie of de prestatie. Ook heeft het geen effect op de spierspanning noch
op de afgifte van het stress-gerelateerde hormoon cortisol.

Minder spierpijn en leniger

Een aantal claims konden de Duitse onderzoekers echter wel onderbouwen. Zo ervaren sporters direct na ‘foamrolling’ minder spierpijn dan wanneer ze na de inspanning niets doen. Ook neemt de lenigheid (range of motion) direct na het rollen iets toe. Dit effect treedt echter alleen
op als het rollen wordt gecombineerd met rekoefeningen en houdt slechts een minuut of tien aan. Het nut hiervan voor triatleten is onduidelijk.

Pas op voor schadelijke effecten

Voor toepassingen waar weinig tot geen bewijs voor bestaat, wordt vaak gezegd: ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’. Dit adagium gaat voor foamrollers niet op. In tegendeel zelfs. De druk die deze rollers leveren op onder andere het spier- en peesweefsel is namelijk dermate hoog, dat het wel schadelijke effecten kan hebben. Voorzichtigheid is dus geboden, met name voor sporters met vaatproblematiek.


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #6

Tekst: Paul Schermers

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.