Tokio 2020 lijkt nog ver weg, maar het kwalificatietraject voor de Spelen is in volle gang. Om je op de hoogte te houden van de voorbereidingen belde Transition eerder met Jetze Plat, wereldkampioen paratriathlon en handbiken.

Jetze was bij de uitreiking van de prestigieuze Laureus Sports Awards. De prijs voor sportsperson of the year with a disability, waarvoor net als Plat ook de Nederlandse snowboardster Bibian Mentel was genomineerd, ging uiteindelijk naar de Zwitser Marcel Hug.

Je bent net terug uit Monaco. Was je erg teleurgesteld?

“Niet echt. Er waren zoveel toppers genomineerd, met ieder hun eigen kwaliteiten, dus voor mij voelde het een beetje aan als een loterij. De uitreiking was een hele leuke ervaring. We zijn in Monaco flink in de watten gelegd en het was heel bijzonder om tijdens het gala omringd te zijn door atleten als Roger Federer en Fabian Cancellara.”

2017 was een tussenjaar voor je, maar werd met de wereldtitels paratriathlon en handbiken en de winst in de Ironman Hawaii een groot succes…

“Ik moet vaker een tussenjaar nemen! Na de Paralympische Spelen in Rio de Janeiro had ik het gevoel dat ik wat gas terug moest nemen. Er kwam zoveel op me af na die gouden medaille. In de winter heb ik het dan ook rustiger aan gedaan. Ik was meer thuis en had eindelijk tijd om af te spreken met vrienden. Dat deed me heel goed, maar omdat ik minder uren had getraind, sloeg in het voorjaar toch de twijfel toe. Maar toen het wedstrijdseizoen eenmaal begon, waren die twijfels ook snel weer weg.”

Foto: Walter Schellingerhout

Hoe was het om de korte wedstrijdafstanden van de paratriathlon te combineren met het trainen voor een Ironman?

“Het is niet echt een heel goede combinatie, maar ik wilde graag een keer meedoen op Hawaii en drie jaar voor de Spelen in Tokio leek mij een goed moment. Ik hoopte een beetje op een wildcard van Ironman, maar die kwam er niet en daardoor moest ik me twee dagen na het EK sprint in Oostenrijk op de Ironman 70.3 in Luxemburg kwalificeren. Het was een bizar weekend met veel reizen en weinig slaap, maar ik won een slot en had na het WK triathlon in Rotterdam nog anderhalve maand om me voor te bereiden op Hawaii. Dat moest volgens mijn trainer Guido Vroemen genoeg zijn om goed te finishen.”

Wat was je doelstelling in de Ironman?

“Ik had eerlijk gezegd geen ambitieuze plannen op Hawaii. Het was mijn eerste wedstrijd over de lange afstand, dus ik had geen idee wat ik kon verwachten. Guido zette wel scherp in. Hij had berekend dat ik onder de negen uur moest kunnen finishen, maar ik dacht zelf dat dat wel eens lastig kon worden. Dat ik uiteindelijk in 8 uur en 41 minuten finishte (de 26e tijd overall, tussen de valide atleten, red), was een grote verrassing. Hawaii was een heel mooi avontuur en ik wil zeker nog een keer terug om me te meten met de valide profs, maar de komende twee jaar staan helemaal in het teken van Tokio.”

Foto: Lennaert Ruinen

Je hebt alles gewonnen wat er te winnen viel in 2017. Was het lastig om je te motiveren voor dit seizoen?

“Nou, ik heb het mezelf een beetje moeilijk gemaakt door drie weken na Hawaii tijdens het motorcrossen – een andere hobby van mij – mijn pols te breken. Zo heb ik anderhalve maand niet kunnen trainen. Dat was wel goed gepland, want ik had moeite om er na het vorige seizoen meteen weer vol in te gaan. Ik liep door die polsbreuk een achterstand op, dus toen ik weer mocht trainen was ik ook echt gemotiveerd. Nu zit ik weer helemaal op schema, dus het lijkt er op dat die polsbreuk geen vervelende gevolgen heeft gehad.”

Ziet je voorbereiding op Tokio er anders uit dan de aanloop naar Rio?

“De voorbereiding zal vrijwel een blauwdruk zijn van die van Rio. Misschien dat ik iets meer hoogtestages doe, dat is me vorige keer goed bevallen. Maar ik loop nu al zolang mee, het komt nu vooral op de details neer. Ik heb genoeg ervaring, ben fysiek en mentaal sterker, dus ik heb er alle vertrouwen in.”

Waar focus je je op in de ‘road to Tokio’, triathlon of handbiken?

“Mijn programma is eigenlijk voor 100% op handbiken gericht. De concurrentie is groter in het handbiken. In de triathlon kan ik me nog wel eens een foutje permitteren, maar in het handbiken wordt dat meteen afgestraft. In 2014 heb ik heel veel tijd in het wheelen gestoken, dus dat is nu een kwestie van onderhouden. Daarnaast zwem ik twee tot drie keer per week, dat houdt mijn schouders en lichaam soepel. Ik was in Rio de enige atleet die het handbiken en de triathlon combineerde en ik wil dat graag in Tokio weer doen. Het is even afwachten of het programma het toelaat. Als de triathlon een dag eerder of op dezelfde dag als het handbiken is, dan kies ik waarschijnlijk voor het handbiken. Triathlon vind ik leuker om te doen, maar in het handbiken heb ik nog geen gouden paralympische medaille, dus dat is mijn doel. Of beter gezegd, ik wil in Tokio twee gouden medailles halen, met het handbiken én de triathlon.”

Foto: Freddy Rosink


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #14, de special ‘Triathlon’ i.s.m. Runner’s World en Bicycling