Ze was de eerste Nederlandse die op het podium stond in de World Triathlon Series, haalde de Spelen in Londen, maar thuisvoelen in het topsportwereldje deed Maaike Caelers zich nooit. Eind 2018 stopte ze ermee.

Maaike Caelers zette eind 2018 een punt achter haar sportcarrière. Bijna twintig jaar lang stond het leven van de Limburgse in het teken van triathlon. Talent en wilskracht in overvloed, maar de 28-jarige triatlete uit Weert voelde zich nooit echt thuis in het topsportwereldje. Voor Maaike Caelers is 2019 de start van een nieuwe toekomst. Ze zit midden in de transitie naar het gewone maatschappelijke leven, maar je leven een andere richting geven als je nooit iets anders hebt gedaan dan zwemmen, fietsen en hardlopen, is niet zo heel makkelijk. “Ik weet heel goed welke kant ik op wil, maar het is lastig om de route uit te stippelen om daar te komen”, vertelt Maaike thuis bij haar ouders in Weert. “Ik heb geen opleiding afgemaakt, ik heb geen eigen plek en geen partner. Ik ben achtentwintig en heb het gevoel dat ik helemaal vanaf nul moet beginnen.”

Rennen als de beste

Maaike was negen jaar toen ze kennismaakte met de triathlonsport en dat werd al snel belangrijker dan school. “Ik kon niet zo goed meekomen in de klas, had moeite met lezen en schrijven en in groep vijf werd vastgesteld dat ik dyslectisch ben. Toen ik weer eens teleurgesteld was over mijn leesprestaties zei mijn lerares: ‘je hebt dan misschien moeite met lezen, maar rennen kun je als de beste’. Toevallig zag ik diezelfde week een advertentie van Triathlon Vereniging Weert in de gemeentegids en ben ik een kijkje gaan nemen. Ik mocht een maand mee trainen bij de club, gevolgd door de Super5, een week met verschillende wedstrijden. Toen ik met de overwinning thuis kwam, wist ik wat ik wilde: triathlon.”

Ze werd lid van de triathlonvereniging in Weert en in haar kielzog volgden haar tweelingzusje Anouk, haar jongere broertje én haar vader en moeder. “Het was een heel gezellige tijd. Mijn vader en moeder deden af en toe ook wel eens wedstrijdjes in de buurt mee, maar Anouk en ik waren het fanatiekst. Jeugdtriathlon stond nog in de kinderschoenen, maar onze vereniging en de triathlonclubs in Waalwijk en Breda waren vrij actief en we deden mee aan de voorloper van het huidige jeugd- en juniorencircuit.”

Internationale wedstrijden

Vanaf haar zestiende werd sport serieuzer en reisde de familie Caelers regelmatig naar België en Luxemburg zodat de zussen daar aan internationale wedstrijden mee konden doen. In 2006 kwalificeerde Maaike zich voor het EK duathlon in Rimini, in 2007 deed ze mee aan het EK triathlon in Kopenhagen en het WK triathlon in Hamburg en weer een jaar later finishte ze als achtste op het WK voor junioren in Vancouver. Terwijl Maaike’s triathloncarrière een vlucht nam, besloot haar tweelingzus Anouk op 18-jarige leeftijd te stoppen met topsport. “Anouk was meer blessuregevoelig dan ik, dat heeft zeker meegespeeld in haar beslissing. Bovendien had Anouk meer behoefte aan regelmaat en sociale contacten dan ik had destijds. Uiterlijk lijken we veel op elkaar – al weten we niet zeker of we een eeneiige tweeling zijn – maar innerlijk zijn we erg verschillend.”

Meer ruimte om te groeien

Het stoppen van haar zus zorgde voor gemengde gevoelens. “Het was lastig, want ik raakte mijn maatje kwijt, maar ergens was het ook wel een opluchting”, vervolgt ze. “Broers en zussen worden vaak vergeleken met elkaar en dat is met tweelingen nog een tikkeltje erger. We werden constant met elkaar vergeleken, niet alleen op sportgebied, maar ook op school. Anouk deed het beter op school en ik was beter in sport, dus hadden we altijd het gevoel dat we tegen elkaar moesten opboksen. Toen zij was gestopt en zich op haar studie richtte – ze heeft haar Master Accountancy aan Nyenrode Business Universiteit bijna afgerond – kregen we allebei meer ruimte om te groeien.”

“Het was een onvergetelijke belevenis, al viel de uitslag uiteindelijk tegen, maar Rachel en ik waren nog jong en waren vooral in Londen om ervaring op te doen.”

Op haar 21e kwalificeerde Maaike zich – net als Rachel Klamer – voor de Olympische Spelen in Londen. Ze noemt het een van de hoogtepunten in haar carrière. “Het was een onvergetelijke belevenis, al viel de uitslag uiteindelijk tegen, maar Rachel en ik waren nog jong en waren vooral in Londen om ervaring op te doen. Het kwalificatietraject was heel intens geweest. Er waren vijf atletes in de running voor twee plaatsen en we moesten vier keer pieken om aan de kwalificatie-eisen te voldoen en vormbehoud te tonen.”

Trainingskamp Nieuw-Zeeland

Het kwalificatietraject kostte haar veel energie, niet alleen fysiek maar ook mentaal. “Een half jaar voor de Spelen was ik moe en kampte ik, met wat later bleek, de naweeën van de ziekte van Pfeiffer.  Daarbij kwam nog eens dat – ondanks dat ik een landenplaats had en aan alle kwalificatie-eisen van NOC*NSF had voldaan – er atletes waren die me mijn deelname aan de Olympische Spelen duidelijk niet gunden. Dat kwam vooral tot uiting tijdens een trainingskamp in Nieuw-Zeeland. Ik heb me daar aan de andere kant van de wereld erg alleen gevoeld. Maar mijn band met John Hellemans, destijds hoofdcoach bij de NTB, is daar wel heel hecht geworden. We zitten op dezelfde golflengte en hij is altijd in mijn talent blijven geloven.”

“Als ik met de nationale selectie trainde, voelde ik altijd de onderlinge concurrentie, dus ik vond het fijn om mijn eigen gang te gaan. Ik heb heel goede vrienden aan die tijd overgehouden en voelde me in Christchurch op mijn plek.”

Nieuw-Zeeland bleef trouwens wel een plekje in haar hart houden. “Ik ben daar in totaal zes of zeven keer op trainingskamp geweest. Ik verbleef er in een gastgezin – en later woonde ik er in een studentenhuis – vond er in Andrea Hewitt een trainingspartner en een vriendin en heb er heerlijk ontspannen getraind. Als ik met de nationale selectie trainde, voelde ik altijd de onderlinge concurrentie, dus ik vond het fijn om mijn eigen gang te gaan. Ik heb heel goede vrienden aan die tijd overgehouden en voelde me in Christchurch op mijn plek, dat was in Sittard minder het geval. Ik ben een gevoelig persoon en het topsportwereldje is nu eenmaal keihard. Je moet egoïstisch zijn om je daar te kunnen handhaven, daar worstelde ik echt mee.”

Niet naar Rio

De Olympische Spelen in Londen smaakten naar meer, maar het lukte Maaike vier jaar later niet om zich voor Rio te kwalificeren. “Londen motiveerde me enorm, het was dan ook een teleurstelling dat ik de Spelen in Rio de Janeiro moest missen. Ik ben niet blessuregevoelig, maar mijn darmen hebben me mijn hele carrière parten gespeeld. Ik heb een lactose-intolerantie waar ik voorzichtig mee moet zijn en ik heb een paar keer een voedselvergiftiging gehad in de aanloop naar Rio: na de World Cup race in Alanya in 2014 die ik won en tijdens een trainingskamp met de selectie in Kenia in januari 2015. Ik had allerlei fysieke verschijnselen, maar die werden niet opgepikt door het begeleidingsteam. Er werd gedacht dat het tussen mijn oren zat en ik ben er zelfs voor bij de psycholoog geweest, maar dat loste mijn problemen niet op.”

Maaike miste de Spelen en ontdekte na een second opinion dat haar darmflora de afgelopen jaren door verschillende antibioticakuren was aangetast en dat haar cortisolwaarden – cortisol wordt ook wel het stresshormoon genoemd – in het bloed te hoog waren. “Alles wees er op dat ik overtraind was en dat ik mijn lichaam rust moest geven om te herstellen. Dus heb ik besloten om er een jaar tussenuit te gaan en geen wedstrijden te doen. Aan stoppen dacht ik nog niet. Triathlon was mijn leven en de dieptepunten horen er bij, dat maakt de hoogtepunten extra mooi.”

Comeback en stoppen

Dus richtte Maaike het vizier op Tokio 2020, nam ze definitief afscheid van de Nederlandse selectie en stelde ze zelf haar eigen begeleidingsteam samen. Met Guido Vroemen als trainer, met John Hellemans op de achtergrond als adviseur, met de vader van Quinty Schoens die haar materiaal onderhield en met de ondersteuning van een aantal trouwe sponsors, pakte ze na een jaar de draad weer op. Haar comeback was veelbelovend. Samen met Rachel Klamer, Jorik van Egdom en Marco van der Stel snelde de Limburgse in juli 2017 naar een bronzen medaille op het WK teamrelay in Hamburg. “Ik ben nog steeds heel dankbaar voor het vertrouwen dat mijn ploeggenoten in mij hadden. Zij wilden me graag in het team en Jorik en Marco stelden voor om mij als eerste te laten starten. Zij gokten op een alles of niets-scenario, want als ik tijdens het zwemmen er bij zou blijven, zouden zij op een mooie uitgangspositie misschien net wat extra’s kunnen geven. Dat gaf redelijk wat druk, maar ik zat er bij na het zwemmen – traditioneel mijn zwakste onderdeel – en de anderen maakten het geweldig af.”

“Ik voelde mijn cortisolwaarden door de stress omhoog schieten en dat wilde ik niet nog een keer meemaken, dus besloot ik de groep te verlaten en een ticket naar Christchurch te boeken.”

Een week later gaf ze haar comeback nog meer glans door in de World Cup in het Hongaarse Tiszaujvaros als derde te eindigen. Maaike besloot zich vervolgens aan te sluiten bij de internationale trainingsgroep van de Australiër Jonathan Hall in het Amerikaanse Phoenix. “Ik wilde een nieuwe stap maken door met andere atleten te trainen en ik kende Jonathan al sinds mijn juniorentijd. In oktober ben ik naar een trainingskamp in Colorado gegaan en had het daar zo naar mijn zin dat ik in december naar Phoenix verhuisde. Ik zag het helemaal zitten, maar het pakte anders uit dan ik had gedacht. Er waren onderling spanningen in de groep waar ik niks mee te maken had maar waar ik wel ongewild onderdeel van werd. Ik voelde mijn cortisolwaarden door de stress omhoog schieten en dat wilde ik niet nog een keer meemaken, dus besloot ik de groep te verlaten en een ticket naar Christchurch te boeken.”

Triathlon op een lager pitje

In Nieuw-Zeeland hoopte ze in het voorjaar van 2018 tot rust te komen en de trainingen weer op te pakken, maar in plaats daarvan sloeg de twijfel toe. “Er gebeurden een paar dingen in Nederland, zoals mijn zus die haar eerste huis kocht en mijn hele familie was daar om haar te helpen verhuizen, en ik vond het lastig om zo ver weg te zijn. Wil ik dit eigenlijk nog wel, begon ik mezelf af te vragen. Na een emotioneel gesprek met mijn ouders en met John Hellemans heb ik afscheid genomen van mijn vrienden in Nieuw-Zeeland en ben ik naar huis gegaan. John schreef het ook al in zijn boek Never ever give up: hoe ver wil je gaan voordat je opgeeft? Zo ver dat je er ongelukkig van wordt? Dat heeft mijn ogen geopend en ik besloot triathlon op een lager pitje te zetten en te gaan kijken wat ik met de rest van mijn leven wil gaan doen.”

Papiertje erg belangrijk

Die weg verloopt, net als haar topsportcarrière, met ups en downs. “Ik heb aangeklopt bij NOC*NSF en  volg via TeamNL@work een loopbaanbegeleidingstraject en heb met een psycholoog gesproken. Zo probeer ik er achter te komen wie ik ben en wat mijn kwaliteiten zijn als ik geen topsporter ben. Wat me duidelijk is geworden, is dat ik graag iets voor anderen beteken. Kort nadat ik terug ben gekomen in Nederland heb ik een tijdje vrijwilligerswerk gedaan op een basisschool voor speciaal onderwijs hier in Weert. Ik heb in de klas als assistent extra ondersteuning gegeven aan vluchtelingenkinderen die de taal nog moeten leren. Toen ik na de eerste dag naar huis fietste, had ik een warm gevoel en voelde het egoïstisch om mijn hardloopschoenen aan te trekken en weer de wereld rond te gaan reizen, terwijl ik ook mensen die dat heel erg nodig hebben hulp kan bieden.”

”Ik kon het kwalificatietraject voor de Olympische Spelen, met al het reizen dat er bij kwam kijken, niet combineren met mijn studie. Achteraf ben ik blij dat ik de Spelen heb meegemaakt, maar nu pas besef ik hoe belangrijk zo’n papiertje is.”

Het liefst zou ze in de toekomst vrouwen met een burnout, door middel van beweging en voeding, naar een gebalanceerde levensstijl willen coachen. “Ik heb een cursus medische basiskennis gevolgd, maar ik ben er nu wel achter dat er in Nederland veel waarde wordt gehecht aan een mbo-, hbo- of universitair diploma. Ik ben voor de Olympische Spelen aan een sportopleiding aan de Hogeschool in Sittard, tegenwoordig in Eindhoven, begonnen maar heb die niet afgemaakt. Ik kon het kwalificatietraject voor de Olympische Spelen, met al het reizen dat er bij kwam kijken, niet combineren met mijn studie. Achteraf ben ik blij dat ik de Spelen heb meegemaakt, maar nu pas besef ik hoe belangrijk zo’n papiertje is. Nu ik mijn studie weer wil oppakken, bleken al mijn punten na tien jaar te zijn verjaard. Gelukkig heb ik toestemming gekregen om die punten toch te laten meetellen en kan ik mijn studie alsnog afmaken. Vanaf februari ga ik weer naar school, heel spannend om straks tussen al die jonge broekies in de klas te zitten.”

In de tussentijd werkt Maaike in een hotel, in de bediening in het restaurant en in de receptie. Sporten doet ze ook nog steeds. “Ik probeer iedere dag wat te doen. Ik loop graag hard en ik boks tegenwoordig. Ik vind het heerlijk om een paar keer per week mijn frustraties er uit te slaan. Ik geniet nog steeds van sporten en het buiten zijn, maar van triathlon heb ik wat afstand genomen, al ben ik wel zwemtrainster bij TV Weert. Het is jammer dat het EK in Weert aan me voorbij gaat, maar ik moet nu echt even aan mezelf denken. Ik wil rust, stabiliteit en regelmaat in mijn leven. Dat wil niet zeggen dat ik de triathlonsport voorgoed de rug heb toegekeerd. Ik ben pas 28, dus ik zeg nooit nooit, maar voor nu voelt de beslissing om te stoppen goed.”


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #19
Beeld: Renée Tijdink