Trailrunning is al een paar jaar hip & happening in nederland en daarbuiten al langer. En zoals dat met duursporten tegenwoordig gaat, kun je het beleven van kort maar krachtig tot ultra en extreem. Transition verkent het traillandschap voor je.

Lang gold de triathlon als iets magisch en de ironman als iets dat larger than life was. Hoewel dat voor heel veel, of waarschijnlijk de meeste mensen, nog steeds zo is, heeft de hemel zich langzaam gedraaid. Kom je op een verjaardag, is je buurman net terug uit Hawaii en traint je tante voor haar eerste olympische afstand. Als je nog wilt opvallen, moet het dan nog verder, nog extremer of nog langer?

Wie lopen leuk vindt en eens een (flink) uitstapje wil maken, kan zich inschrijven voor een trail. Trailrunning is al een paar jaar hip & happening in Nederland en daarbuiten al langer. Zelfs de vele, op sterven na dode, boslopen leven weer op door er het etiket ‘trail’ op te plakken. Het organiseren van een ‘echte’ trailrun in ons mooie, maar nagenoeg vlakke land is geen eitje. Trail betekent letterlijk pad. En paden hebben we genoeg in Nederland. Maar de definitie van trailrunning is niet ‘rennen over paden’. Niet per se, althans. Vaak voeren de routes juist over plaatsen waar je uiteindelijk zou wíllen dat er een pad was, zodat je heel even niet door de struiken/over scherpe rotsen/door de enkeldiepe zomp hoeft te klauwen. Of dat je gewoon op je voeten kunt afdalen, in plaats van op je achterwerk (dan snap je ook meteen waarom trailrunners vaak iets langere, wat stevigere shorts dragen).

“Ik zie trails als iets hardere duurlopen op terrein waarin je meer kracht ontwikkelt.”

Miriam van Reijen, triatlete en duatlete, gaat in haar off-season de Hollandse paadjes op. “De triathlons vinden vooral in de zomer plaats; dit is een goed moment om eens iets anders te doen dan op de weg te lopen. Ik zie de trails als iets hardere duurlopen op terrein waarin je meer kracht ontwikkelt. Zoiets doe ik net iets makkelijker in een race dan in mijn eentje”, legt ze uit. Ze vindt de sfeer bij de trails relaxt. “In wegwedstrijden staat iedereen te dringen om vooraan te starten; bij de trails die ik liep wilde juist niemand vooraan staan.”

Kalender

In Nederland zijn er heel veel boslopen slash trailruns, en een paar echt uitdagende routes die uitgezet zijn door lopers die zelf veel ervaring in het buitenland hebben opgedaan. Het mooie van die verschillen is dat er, wat trailrunning betreft, redelijk veel aanbod is. Dus wie een trail wil proberen, hoeft maar op de kalender te kijken en de trailschoenen aan te trekken. Zelfs in Nederland is er een aantal evenementen dat maanden van tevoren al uitverkocht is, maar voor de meeste runs kun je vaak nog wel aan een startbewijs komen.

In het buitenland daarentegen is het een ander verhaal. Daar voeren de routes vaak over en om hoge bergen en heb je te maken met heel andere omstandigheden. In Nederland is het warm, koud, droog of nat. In de bergen kan het weer veel extremer zijn, zeker als het gaat stormen of onweren. Een overlevingsdeken en een werkende telefoon zijn daar absoluut verplicht in de rugzak.

Semi-zelfvoorzienend

Pardon, rugzak? Jazeker. De meeste trails zijn semi-zelfvoorzienend, of althans: er staat niet elke 5 kilometer een drankpost vol bekers water. Vaak is er best veel te krijgen op de verzorgingsposten, maar daar kan soms wel 10 kilometer tussen zitten. Of meer. En met een bergtop erin duurt 10 kilometer soms wel even. Dus ja, een rugzak ofwel racevest is een aanrader in het buitenland, of als je in Nederland een langere route loopt. Op de posten gebruik je meestal je eigen opvouwbare drinkbeker en kun je je verder vaak tegoed doen aan winegums, cake, cola, fruit, chips en nog veel meer dingen die je normaal alleen off-season thuis op de bank zou eten. Heerlijk.

‘Op de plaatjes ziet alles er gelikt uit, maar vergis je niet: dit is voor die hards. En het toeval wil dat als je hele triathlons doet, je al een die hard bent. En dat een uitstapje naar de ultratrail misschien helemaal niet zo gek is.’

Beginnende trailrunners kunnen ook best in de bergen lopen; ook daar zijn afstanden te vinden van bijvoorbeeld 10 tot 20 kilometer. Maar de meeste trails zijn langer, soms 42 kilometer, heel vaak 50 mijl en ook akelig vaak 100 mijl –of langer. Met duizenden hoogtemeters. De lopers zijn vaak dag en nacht onderweg, hun hoofdlampjes blikkerend in het duistere gebergte. Aan de start staan van zo’n avontuur is groots en zeker niet vanzelfsprekend, finishen is dat evenmin. Een bekende 100 mijler is de Ultra Trail du Mont Blanc (UTMB). De route neemt je zo’n 170 kilometer mee door de Alpen. Soms bij een prachtige zonsopgang, soms bij nacht en ontij. Op de plaatjes ziet alles er gelikt uit, maar vergis je niet: dit is voor die hards. En het toeval wil dat als je hele triathlons doet, je al een die hard bent. En dat een uitstapje naar de ultratrail misschien helemaal niet zo gek is.

Geschikt voor een ultra

Ultra-atleet en fysiotherapeut Thomas Dunkerbeck vindt zelfs dat triatleten bij uitstek heel geschikt zijn voor een ultra in de bergen. Vanuit het mountainbiken rolde hij in 2009 door naar ultralopen. Inmiddels heeft hij zo’n twaalf keer 100 mijl en verder gelopen, in ‘hoe-extremer-hoe-liever’-terrein. Het liefst loopt hij daar waar anderen het alpinisme noemen. “Op het randje, daar ben ik het liefst”, zegt hij. Maar zo extreem hoeft het niet te zijn, vindt hij. Dit is wat hem past, maar zeker niet wat iedereen zou moeten willen, want het is niet zonder gevaar. “Wie een goede Ironman kan doen, is een ster in het omgaan met tijd. Om drie sporten goed te kunnen beoefenen, moet je efficiënt kunnen trainen. Het lichaam is ook al gewend aan de klappen opvangen tijdens een marathon op asfalt; met de uitstekende rompstabiliteit van het zwemmen ben je dan per definitie al klaar voor de ultra”, vindt hij. “Een stadsmarathon is een grotere aanslag op je spieren dan een bergtrail van 50 kilometer.”

Interne drive

De opvatting dat trailrunning per definitie een niet-competitieve sport is, deelt niet iedereen – en Dunkerbeck al helemaal niet. “Natuurlijk kijkt een groot deel van de lopers naar de vogeltjes en dat moeten ze vooral doen. Maar voorin de race gaat het wel degelijk om de winst. Dat is in een Ironman niet anders; de massa is blij dat hij meedoet en ook nog het einde haalt, maar de elite is met iets heel anders bezig: strijd. In tegenstelling tot de ultratrail staan de afstanden in de triathlonsport vast en zijn de tijden vergelijkbaar, maar bij beide sporten gaat het om die interne drive; je houdt continu dat tempo vast omdat je het zelf graag wilt. En ver achter die keiharde strijd lopen mensen die gewoon genieten van de beleving op zich, en dat is prima”, vindt de Nijmeegse atleet. “Het idee dat dit geen wedstrijdsport is, vind ik zeer ergerlijk. Mensen hebben er soms een vooroordeel over omdat ze de sport niet goed kennen of er zelf niet goed in zijn.” Ook Van Reijen doet niet mee ‘voor de lol’. Of althans niet alleen maar voor de lol. “Ik hoef niet te winnen, maar ik loop zeker niet op mijn dooie akkertje. Genieten zit voor mij niet in rustig om me heen kijken.”

Gewoon lopen

Trailrunning kan elke triatleet gewoon gaan doen, volgens Dunkerbeck. “Tot voorbij de Ardennen is het gewoon lopen”, zegt hij laconiek. “Je hebt er niets voor nodig; je moet het gewoon dóen. Techniek is pas nodig op het moment dat het skyrunning wordt over een technisch (lees: met handen en voeten) parcours. Natuurlijk gaat er wel eens iemand door zijn enkel. Maar hoeveel fietsers breken hun sleutelbeen niet?” Het kan dus allemaal tamelijk extreem en ook zelfs heel extreem. De Tor des Geants is met 330 kilometer en 24.000 hoogtemeters niet eens de langste race ter wereld. De Marathon des Sables, een etappe-race van ruim 250 kilometer door de Sahara, is ook al eens gedaan. Moet het dan nog verder of nog gekker? Het mag. Maar gelukkig hóeft het niet. De truc is om te kiezen in welke race je goed wilt zijn. Daar zo sterk mogelijk aan de start te staan. En uiteindelijk trots zijn omdat je alles uit jezelf hebt gehaald, vóór jezelf. Of het nou de Schoorlse Duinentrail is of de UTMB: het is absoluut een reden om te proosten op die verjaardag van je sporty tante.

FKT
In plaats van het lopen van een race, kun je natuurlijk ook zelf een mooie route uitzoeken en die op je eigen manier en tempo lopen. Dat kan het Pieterpad zijn, maar ook de Haute Route door de Pyreneeën of de Nolans 14 in de VS. Op de website van FKT vind je pagina’s vol routes en atleten (met het aantal routes waarop zij de snelste zijn); het is een toffe uitdaging in deze scene om FKT-pogingen te doen.

UTMB
Wie mee wil doen aan de legendarische UTMB, is niet de enige. Dat betekent dat er een loting is voor deze race van 171 kilometer en 10.000 hoogtemeters (die je in minder dan 46 uur en 30 minuten moet afleggen). Voordat je aan de loting mee mag doen, moet je eerst 15 punten scoren door andere wedstrijden te lopen. Tijdens dit evenement in het Franse stadje Chamonix kun je ook meedoen aan andere afstanden tussen de 40 en de 120 kilometer en uiteraard de nodige hoogtemeters.

Backyard
Wie het liever nog gekker aanpakt, moet eens meedoen aan een backyard ultra. Iedereen start tegelijkertijd en moet het uitgezette rondje van 6706 meter binnen een uur afleggen. Ben je eerder terug, dan kun je herstellen voordat de volgende ronde begint. Ben je niet op tijd binnen, dan lig je eruit. Dit gaat zo door tot de op een na laatste deelnemer de ronde niet binnen 60 minuten weet af te leggen. The last man standing wint de race. De afstand van 6706 meter is zo berekend, dat wie 24 rondjes loopt, precies 100 mijl in de pocket heeft. Zeer geschikt voor lopers die denken dat ze best zouden kunnen winnen, als iedereen maar niet steeds veel sneller was dan zij. Hier gaat het niet om tempo, maar om pure volharding. De Big Backyard Ultra is een initiatief van Gary Cantrell, beter bekend als Laz, die ook de Barkley Marathons organiseert. Er zijn maar weinig races zo bizar als de Barkley; er zijn zelfs documentaires over gemaakt (aanrader!) en het evenement is, ondanks de groeiende belangstelling, omgeven door mystiek. Niemand weet namelijk hoe je je kunt inschrijven voor deze monstertocht van vijf ronden door de wildernis van Tennessee.

Skyrunning
Om de naam alleen al zou je dit eens willen doen: skyrunning. In Nederland valt deze sport, rennen door de bergen over gebaande en ongebaande paden, onder de klim- en bergsportbond NKBV. De sport kent drie disciplines: sky, ultra en VK (vertical kilometer). Niet alleen de afstand, maar ook de technische moeilijkheidsgraad en het aantal hoogtemeters bepalen in welke categorie een race valt. De routes kunnen lopen over bergpaden, rotsen, moraines of sneeuw. Er mag maximaal 15 procent asfalt in het parcours zitten. Een skyrace is meestal tussen de 20 en 49 kilometer lang, met minimaal 1300 hoogtemeters. Een ultra kent meer dan 50 kilometer (met meer dan 3200 hoogtemeters); afstanden van 80 kilometer met 6000 hoogtemeters zijn heel gewoon in de ultrawereld hè. De VK is een race waarin je probeert zo snel mogelijk 1000 hoogtemeters te overbruggen, een tamelijk explosieve bezigheid. De NKBV organiseert sinds vier jaar het NK Skyrunning. In 2019 vindt het voor de tweede keer plaats in het Zwitserse Tesserette tijdens de Scenic Trail.

Foto: UTMB – Frank Oddoux

 


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #18
Beeld Barbara Kerkhof, UTMB


 

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.