Acht jaar geleden verruilde Lionel Sanders de ene verslaving voor de andere. Hij transformeerde zich van drugsgebruiker tot vice-wereldkampioen Ironman. Geheimzinnig doet hij niet over zijn donkere periode. “Een van mijn motivaties om mijn verhaal te delen, is dat ik mensen wil meegeven dat hoe uitzichtloos je situatie ook lijkt, als je echt iets wilt en je je met de juiste mensen omringt, je veel kunt bereiken. Zelfs wereldkampioen worden.”

Lionel Sanders zat niet lang stil na zijn tweede plaats op de Ironman Hawaii in oktober. Een krappe maand na Kona schreef hij de Ironman van Arizona op zijn naam en daarna reisde hij door naar de Dominicaanse Republiek, waar hij trouwde met zijn verloofde Erin. Een week later was hij alweer terug in Windsor, Ontario, de meest zuidelijk gelegen stad in Canada. Slechts de Detroit River scheidt het gebied met Detroit in de Verenigde Staten. “Onze huwelijksreis komt later”, vertelt de 29-jarige Canadees. “De voorbereiding op het nieuwe seizoen startte alweer begin december. Niets heeft me meer kunnen motiveren dan die tweede plaats in Kona. Ik kon de overwinning voelen, ruiken, bijna aanraken, ik was zo dichtbij. Dit jaar kom ik terug om te winnen.”

Niets heeft me meer kunnen motiveren dan die tweede plaats in Kona. Ik kon de overwinning voelen, ruiken, bijna aanraken, ik was zo dichtbij. Dit jaar kom ik terug om te winnen.

Pain cave

Lionel Sanders traint 99 procent van de tijd binnen en dat is niet alleen omdat het in de winter in Ontario erg koud kan zijn en in de zomer heet. “Sinds vier jaar fiets ik eigenlijk alleen nog maar op de trainer of op de rollers binnen, of in de zomer op de veranda. In de periode daarvoor ben ik vier keer aangereden door een auto. De laatste keer werd ik wakker in een ambulance en miste ik al mijn voortanden. Ik vind het te gevaarlijk om op de openbare weg te fietsen. Er is maar één slechte automobilist voor nodig om je serieus te verwonden. Kijk maar naar Tim Don en Matt Russell die op Hawaii – voor en tijdens de wedstrijd – werden aangereden. Dat risico wil ik niet nemen, dus fiets ik liever op mijn trainer. De trainingen die ik binnen doe, zijn vaak ook van een betere kwaliteit. In de zomer loop ik af en toe buiten, maar in de winter doe ik al mijn looptrainingen op de loopband.” Ook voor zijn zwemtrainingen hoeft Sanders het huis niet meer uit. Sinds augustus heeft hij een endless pool die hij vooral gebruikt om zijn techniek te verbeteren. “Daar is voor mij de meeste winst te behalen”, vertelt Sanders die wekelijks zes tot zeven uur in het water ligt. “Ik heb in het verleden met Gerry Rodriques van Tower 26 gewerkt, maar ik werk nu zelf aan mijn techniek. In de endless pool zie ik mijzelf in de spiegel op de bodem en zo ontdekte ik dat mijn doorhaal veel te ver van het lichaam was verwijderd. In de maand tussen Kona en Arizona heb ik alleen maar daar aan gewerkt en in Arizona merkte ik duidelijk het verschil.”

Extreme persoonlijkheid

Lionel Sanders groeide op in Harrow, een plaats met 3000 inwoners dichtbij Windsor, in het zuidoosten van Canada. Hij was een verdienstelijke crosscountry loper in zijn jeugd, maar eenmaal in high school begon hij te experimenteren met drugs – marihuana – en alcohol. In zijn tweede jaar op de universiteit besloot hij dat hij ecstasy wilde proberen. Zijn dealer had die partydrug niet voorhanden, maar wel cocaïne en zo belandde hij in de wereld van harddrugs. “Het was een vicieuze cirkel”, vertelt Sanders in de mini-documentaire op Youtube Chasing the Lion. “Ik haatte mezelf als ik nuchter was en om die gevoelens weg te stoppen, nam ik verdovende middelen. Ik voelde me pas goed als ik high was.”

De drugs zorgden echter niet alleen voor highs, maar ook voor hallucinaties en depressies. Hij stopte met zijn studie, behield zijn studentenlening om zijn verslaving te bekostigen en dompelde zich onder in een levensstijl die bestond uit feesten, alcohol- en drugsgebruik. “Ik wist dat ik deze manier van leven niet lang vol zou kunnen houden. Ik heb een extreme persoonlijkheid, toen als drugsgebruiker en nu als triatleet, maar de eerste combinatie is niet zo’n goede”, grinnikt hij. Dan weer serieus: “Feitelijk zijn er maar twee eindscenario’s voor een drugsverslaafde: de gevangenis of de dood.”

Positieve verslaving

Zijn situatie leek uitzichtloos. “Ik was depressief, paranoïde en had angststoornissen en op het dieptepunt ging ik op zoek naar – en heb ik gebeden voor- een oplossing voor mijn problemen”, vervolgt hij. “Ik dacht er over om weer te gaan hardlopen en zomaar uit het niets popte Ironman op in mijn hoofd. Ik wist niet eens precies wat het was, maar nadat ik het had gegoogled en ik las over Craig Alexander die dat jaar, in 2009, in Kona had gewonnen, wist ik dat ik ging trainen voor een Ironman.”

Deze lichamelijke pijn kon ik veel beter verdragen dan de mentale pijn waar ik mee worstelde toen ik nog drugs gebruikte. Ik vind het zelfs leuk om mezelf tot het uiterste te dwingen, om grenzen te verleggen. Wanneer alles in mijn lichaam schreeuwt om het rustiger aan te doen, ben ik in mijn element.

Sanders trok in bij zijn vader, zijn moeder betaalde voor zijn startbewijs voor de Ironman Louisville, en hij begon te trainen. Na drie maanden had hij echter een terugval. Na een avond vol drank en cocaïne, schaamde hij zich zo, dat hij naar de garage ging en een riem om zijn nek bond. Maar de gedachte aan zijn moeder, wiens hart hij zou breken met zijn dood, hield hem tegen. Hij pakte de trainingen weer op en keek niet meer om. “Ik verruilde een negatieve verslaving voor een positieve verslaving”, vervolgt hij. “In het begin gaf een overwinning me ook wel een beetje hetzelfde gevoel als een drug rush, maar triathlon is nu geen verslaving meer voor me. Als ik morgen niet meer aan triathlon zou kunnen doen, zou ik dat heel erg vinden, maar het is niet het einde van de wereld. Ik zou zeker actief blijven en iets anders vinden waar ik me op kan richten.”

Eigen coach

Lionel Sanders is al een tijd zijn eigen coach. “Het werkt niet voor iedereen, maar ik heb er de juiste persoonlijkheid voor. Ik hou ervan om dingen te analyseren en te testen. Zo heb ik bijvoorbeeld geen wetsuitsponsor omdat ik altijd wil kunnen switchen naar een pak waar ik het hardste in zwem (de afgelopen twee jaar was dat de Mach4S van het Nederlandse Dare2Tri, red). Ik heb niet het gevoel dat ik een coach mis, ik ken mijn lichaam het beste en weet wanneer het rust nodig heeft en niet. Dit werkt het beste voor mij.”

Grenzen verleggen

Tijdens de Ironman Louisville in 2010 – waar hij net boven de tien uur finishte – maakte Sanders kennis met een ander soort pijn dan hij tot dan toe gewend was. “Deze lichamelijke pijn kon ik veel beter verdragen dan de mentale pijn waar ik mee worstelde toen ik nog drugs gebruikte. Ik vind het zelfs leuk om mezelf tot het uiterste te dwingen, om grenzen te verleggen. Wanneer alles in mijn lichaam schreeuwt om het rustiger aan te doen, ben ik in mijn element. Je geest verzet zich om nog een stapje verder te gaan, maar je lichaam kan vaak nog veel meer. Door door te duwen, kom je op een niveau waar je nog nooit geweest bent.”

Sanders is zo sterk als een beer – hij is een van de sterkste atleten op de fiets – en dat gecombineerd met zijn extreme persoonlijkheid is de basis van zijn succes als triatleet. Sinds 2013 is de besnorde Canadees professional en maakte hij in het begin vooral furore op de halve Ironman-afstand. 2017 was zijn succesvolste jaar tot nu toe. Zo won hij de Challenge Championship (halve afstand) in Slowakije, het ITU wereldkampioenschap Long Distance in Penticton (Canada) en de Ironman Arizona – waar hij een jaar eerder in 7.44.29 het wereldrecord Ironman op zijn naam zette.

Toch werd hij in oktober in Kona niet direct als een kanshebber voor het podium gezien. “De twee eerdere keren dat ik mee heb gedaan op Hawaii, waren ook niet erg succesvol. De eerste keer in 2015 was ik overtraind toen ik aan de start kwam, de tweede keer in 2016 had ik me juist helemaal niet voorbereid. Mijn focus lag dat jaar op het WK Ironman 70.3 en dat was dan ook meteen het langste wat ik gedaan had. Mijn zwemonderdeel was zo belabberd, daar zou ik nooit Kona mee kunnen winnen en ik besloot dan ook om niet terug te keren op Hawaii tenzij ik het zwemmen drastisch zou verbeteren. Dat bleek achteraf mijn grootste motivatie. Nadat ik in de Challenge Championship in Samorin in dezelfde groep mee zwom als Sebastian Kienle en Boris Stein, mannen die bewezen hebben dat ze hun achterstand in Hawaii goed maken tijdens het fietsen en lopen, besloot ik in juni toch naar Hawaii te gaan.”

Sanders verbaasde zichzelf op Hawaii door twee minuten van zijn zwemtijd af te halen. “Ik was superblij en teleurgesteld tegelijkertijd. Mijn doel was om in de tweede groep mee te zwemmen, maar uiteindelijk was ik het die aan de kop van die groep aan het sleuren was en ik verzeker je dat ik daar niet de meest geschikte persoon voor ben”, lacht hij. “Dus hoewel ik blij was dat ik mijn doel meer dan bereikt had, was ik ook teleurgesteld omdat ik – als ik iets harder zou kunnen zwemmen in de eerste 400 meter – misschien wel bij die eerste groep had kunnen zitten.”

Als je wint, word je lui. Ik heb 35 punten meegenomen van mijn race op Hawaii die ik kan verbeteren. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest in mijn leven als nu.

Foto van de wereldkampioen als motivatie

Tijdens het zwemmen verloor hij uiteindelijk vijf minuten op zijn belangrijkste concurrenten, maar zette dat met de tweede fietstijd (4.24.19) – vlak achter Cameron Wurf – recht op de fiets. De eerste zestien kilometer tijdens het lopen gingen goed, maar daarna begon Sanders te verzwakken en wist de Duitser Patrick Lange hem met minder dan vijf kilometer te gaan, te passeren. “Ik wilde zo graag met hem mee gaan, maar mijn lichaam wilde niet meer. Achteraf bleek ik té veel water en te weinig sportdrank gedronken te hebben waardoor ik flink gedehydrateerd was. Je kunt het ook zien aan mijn lopen als je de beelden terugkijkt. Halverwege sleep ik bijna met mijn voeten over de grond en lijkt het wel of ik serieus geblesseerd ben. In de eerste zestien kilometer verloor ik maar vijftig seconden op Patrick Lange, in de tweede helft tien minuten. Ik geloof niet dat ik eerder zo heb afgezien in een wedstrijd.”

Uiteindelijk kwam Sanders 2 minuten en 27 seconden te kort op Lange. “Niets kan me meer motiveren dan die tweede plaats. Ik heb een foto van het moment dat Patrick mij voorbij gaat voor mijn neus als ik op mijn trainer fiets of op de loopband loop. Ook heb ik het verschil tussen ons, 2 minuten en 27 seconden, uitgeprint en opgehangen in iedere kamer in ons huis. Patrick will keep me on it this year. Natuurlijk is winnen leuker, maar die tweede plaats is goed geweest voor mij. Als je wint, word je lui. Ik heb 35 punten meegenomen van mijn race op Hawaii die ik kan verbeteren. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest in mijn leven als nu.”


Dit artikel verscheen ook in Transition Magazine #13
Beelden: Erin MacDonald, Talbot Cox, Hans Geerts