Voor de ambitieuze Pleuni Hooijman was sport altijd een van de vele prioriteiten, vanaf heden wordt de triathlon topprioriteit nummer één in haar leven. Wanneer wordt sport belangrijker dan werk? Hoe maak je de overstap van age-grouper naar professional? Minder sociale contacten, meer slaap, minder werk? De triatlete heeft de gok genomen, verliet haar werk in Londen en is terug in eigen land om het onderste uit de kan te halen.

Over het algemeen wordt de vraag andersom gesteld. Een topsporter begint zich rond zijn dertigste af te vragen hoe het leven na de sport moet worden ingericht. Wat kan ik? Welke mogelijkheden heb ik? En moet ik nog studeren? De gepromoveerde onderzoeker Hooijman vertrok voor haar carrière naar Londen met haar vriend Gerard van der Linden. De voormalig olympisch roeier weet inmiddels wat topsport is en gaat nu door het leven als fiscalist. Hooijman bewandelt de omgekeerde weg. Waar haar vriend geen enkele ambitie meer heeft in de topsport, kriebelt het bij haar in de onderbuik als het gaat om sportieve dromen. Het kriebelde zelfs dusdanig dat het roer werd omgegooid. De maatschappelijke carrière en Londen werden ingeruild voor een serieuze aanpak van de triathlon en woonplaats Amsterdam. Van der Linden stond bij deze keuze als een man achter haar.

INVESTEREN MET EEN DOEL

Hooijman investeert in ieder geval de komende drie jaar vooral in haar eigen sportlijf. Kleine en haalbare doelen op de korte termijn moeten volgens haar eigen ambitie uiteindelijk leiden tot een podiumplek bij een Ironman of een finishtijd dicht bij de negen uur. Zeker gezien haar debuut op de Ironman in Barcelona, drie jaar geleden. Ze dwong direct kwalificatie af voor Hawaii met een tijd van 9.50 uur. “Ik stond heel open in de sport, het was vooral genieten van de hele sfeer eromheen”, zegt Hooijman. ‘

Ik besefte ineens: ‘Goh, dan ga ik dus twee keer een Ironman doen dit jaar, in plaats van één keer. Ok, dat moet dan maar’ De triathlon was nog nieuw voor mij.

“Met het wereldkampioenschap was ik totaal niet bezig. Ik besefte ineens: ‘Goh, dat wordt dus ook nog een tweede deelname aan een Ironman. Dat is ook goed.’ Ik was op een soort ontdekkingsreis in de wereld van de triathlon.” Met een verleden in het roeien kwam Hooijman vijf jaar geleden door een enthousiast stel vrienden per toeval in aanraking met triathlon. “Met een veel te gespierd roeilijf” deed ze mee met een korte triathlon op Alpe d’Huez. “Als zwaargewicht dartelde ik verrassend makkelijk die klim op. Uiteindelijk wakkerde die gedachte mijn enthousiasme alleen maar aan.” Waar de meeste triatleten lang twijfelen over de deelname aan de eerste Ironman, ging dat bij Hooijman heel snel. Na Alpe d’Huez maakte ze al snel deel uit van het Eredivisieteam van De Dolfijn in Amsterdam, deed ze haar eerste halve triathlon en besloot ze zich zonder al te veel aarzeling ook in te schrijven voor de magische hele afstand. Daarna pakte ze de kans zich aan te sluiten bij Longdistanceteam, om te kunnen leren van meer ervaren atletes. Ze was tenslotte eigenlijk nog maar een beginner.

AMSTERDAM ALS UITVALSBASIS

Verzadigd was ze na haar debuut allerminst. Na de Ironman van Barcelona volgden nog vier edities: Hawaii, Maastricht, Frankfurt en Emilia Romagna in Italië. Ook deed ze tien halve triathlons. Na elke wedstrijd constateerde ze dat er veel ruimte voor verbetering was, vooral op technisch en tactisch gebied. Ze merkte ook dat ze van elke wedstrijd mentaal een sterkere triatlete werd.

Met een promotie in medische fysiologie op zak, en werkervaring bij een Brits bedrijf gespecialiseerd in genetische analyse, gaat het roer om. De verhuisdozen zijn in Londen ingepakt en vanuit Amsterdam is intussen begonnen aan een sportleven. De maatschappelijke carrière laat ze even voor wat die is. “Het platteland in Engeland is echt schitterend en in de Londense parken vind je waanzinnige trails, maar de stad brengt veel gedoe met zich mee. Je bent veel tijd kwijt aan alleen al reizen naar trainingen en het verkeer houdt niet echt rekening met de fietsende medeweggebruiker. Ook de luchtkwaliteit is niet gezond. Veel van mijn vrienden voltooien hun training daar vooral op de loopband en Tacx. Geloof me, dan is zo nu en dan tegen de wind in trappen helemaal niet zo erg.”

In Nederland sluit ze nu aan bij Team4Talent en ze komt in de eredivisie uit voor de Dolfijn, terwijl ze met haar coach Chris Brands traint met zijn groep in Bussum. “Bussum is in principe te fietsen en vergeleken met de afstanden in de Engeland is alles om de hoek. Meteen na mijn verhuizing deed ik mee op de atletiekbaan en met de zwemsessies van Chris. Na twee jaar trainen zonder feedback van iemand die meekijkt, merkte ik dat ik echt achteruit was gegaan op technisch vlak.”

GERICHTERE AANPAK

Hooijman denkt met een werkweek van 25 uur genoeg tijd over te houden om te trainen en progressie te maken in de triathlon. Een werkgever heeft ze nog niet gevonden, maar ze vertrouwt erop dat ze die in de omgeving van Amsterdam gaat vinden. “De nieuwe werkgever weet dat ik de komende jaren veel focus leg op de sport. Maar het is duidelijk voor een bepaalde tijd. Daarna zal ik met volledige toewijding mijn werk doen.”

“Wat ook makkelijker lijkt in Nederland is om flexibel parttime werk te vinden. Werkgevers moeten je verhaal kennen, in je geloven en je willen steunen. In Nederland heb ik een groter netwerk en dus zijn mijn kansen hier groter. Ik heb nog niets getekend maar dat komt wel goed, ik ben er mee bezig.”

Dat ik de enige vrouw ben, is geen enkel probleem. Ik train meestal met mannen, alleen kom ik nu terecht in een omgeving met Nederlandse topatleten. Daar kan ik alleen maar van leren. Dat wordt vaak onderschat, hoe belangrijk de uitwisseling van ervaringen is.

Een 25-urige werkweek is nog steeds een belemmering voor een bestaan als topsporter. Hoe zit het dan met die volledige toewijding? “Slechts een marginaal deel van alle triatleten kan geld verdienen met de sport. Het is duidelijk dat helemaal niet werken ideaal is. Maar is dat ideaal voor mij? Waarschijnlijk niet. Alleen maar sporten is natuurlijk fantastisch, maar de kans dat ik dan gek wordt is ook groot. Het is duidelijk dat ik dit voor een bepaalde tijd ga doen en ik denk dat een paar jaar deze verlegging van focus niet mijn volledige carrière naar de verdoemenis gaat. Ik volg gewoon mijn hart en daar ben ik eigenlijk wel trots op. Kort door de bocht heb ik twee keuzemogelijkheden: mijn droom laten varen, de hele dag op kantoor zitten en op lager niveau sporten, of: in deeltijd werken, zuiniger leven en ervoor gaan. Ik ga voor dat tweede.”

Hooijman beseft dat deze keuze haar niet het beste pensioen oplevert. Er wordt soberder geleefd. “De lange afstands-triathlon komt nou eenmaal meer neer op de atleet zelf, want je kan niet aankloppen bij een sportbond. Ik begrijp dat ergens wel, want het is nu eenmaal geen volkssport als voetbal. De steun van mijn partner en een team helpt dus enorm. En ondertussen ben ik bezig te kijken wat ik kan doen qua marketing en sponsoring. Ik ga in elk geval door met het maken van race-blogs, al is het alleen al omdat het zo leuk is om te doen.” Met de gewonnen tijd ten opzichte van een fulltime job wil Hooijman meer omvang in haar trainingsweken leggen. Ze weet dat de gemiddeld twaalf uur trainen per week in 2017 niet genoeg is voor een tijd rond de negen uur op de hele afstand. Dat aantal trainingsuren moet misschien wel verdubbeld worden. “De afgelopen jaren had ik altijd een trainingsschema van een coach, maar in de praktijk kwam het erop neer dat het mij totaal aan focus ontbrak. Nooit keek ik bewust naar welke zwakke punten ik kon verbeteren. Ik loop en zwem inmiddels best aardig, maar technisch laat ik heel veel liggen. Nu ik meer tijd heb, ga ik daar veel gerichter aan werken.”

“Zwemmen is misschien wel het beste voorbeeld. Vijf jaar geleden heb ik mezelf dat autodidactisch aangeleerd. Nu wil ik professionele begeleiding die me één op één analyseert. Je hebt een eigen plafond dat je alleen kan doorbreken met hulp. Je moet gewoon samenwerken met iemand die actief bezig is met het verbeteren van jouw zwemtechniek.” Ook haar looptechniek moet beter, vindt Hooijman. “Ik loop zeker niet slecht. Maar als ik mijn techniek verbeter, gaat mijn belastbaarheid omhoog, waardoor ik minder last krijg van blessures en word ik bovendien sneller. De laatste maanden kreeg ik rare pijntjes omdat mijn techniek onvoldoende was. Met een betere techniek optimaliseer ik mijn belastbaarheid en kan ik meer trainingsuren maken. De toevoeging van rek- en krachtoefeningen legt me ook geen windeieren.”

Professionele begeleiding gaat voor Hooijman vooral komen vanuit de hoek van het bekende Team4Talent. Zij faciliteren kleding en materiaal. Het beste van het beste, volgens Hooijman. Ook hierbij is de gedachte: verandering van spijs doet eten. “Beter materiaal zorgt voor betere prestaties”, verduidelijkt Hooijman. “Maar het gevoel is net zo belangrijk. Evenals het delen van ervaring en kennis. Je presteert niet vanwege de waanzinnige fiets, je presteert door je eigen trainingsarbeid. Elke prestatie komt uit jouw eigen lichaam. Maar dat ik me geen zorgen hoef te maken over mijn materiaal, geeft wel rust. De focus kan echt op het trainen worden gelegd. Vooral met het krijgen van een fiets en wetsuit was ik al heel blij. Die aanschaf is anders echt een aderlating voor mijn portemonnee.”

MENTAAL VOORBEREID

Hoe concreet het jaar bij haar nieuwe ploeg er uit gaat zien, weet Hooijman nog niet. Voorlopig is ze in ieder geval de enige vrouw bij Team4Talent. Naast materiaal profiteert ze bij de ploeg van trainingskampen om het vieze winterweer in Nederland te ontvluchten en van begeleiding tijdens wedstrijden. “Dat ik de enige vrouw ben, is geen enkel probleem. Ik train meestal met mannen, alleen kom ik nu terecht in een omgeving met Nederlandse topatleten. Daar kan ik alleen maar van leren. Dat wordt vaak onderschat, hoe belangrijk de uitwisseling van ervaringen is. Ik was afgelopen jaar op Mallorca voor een trainingsweek met onder anderen Eric van der Linden. Daar maak ik al zo’n winst door alleen al te praten met iemand die exact weet hoe de sport werkt. Mijn wedstrijdvoorbereiding is daardoor veranderd. Ik ben bijvoorbeeld nu altijd voorbereid op de vaakst voorkomende incidenten. Ik raak niet in paniek als ik de rits van mijn trisuit kapot trek of als problemen met de fiets heb, voor al dit euvel heb ik een plan B in mijn hoofd. Je maakt mij niet gek.”

“Nog zo’n voorbeeld. Als het ineens slecht weer blijkt te zijn bij een wedstrijd, dat doet mij dus niets. Veel andere atleten raken helemaal van slag, gaan hangen in negatieve gedachten. Ik maak daar mijn voordeel van. Veel triatleten vergeten het mentale aspect en volgens mij ben ik daar heel sterk in geworden. Ik weet nog dat ik in Dubai tussen de wereldtop startte. Ik sliep vijf nachten niet. ‘Ojee, ojee’, dacht ik. ‘Sta ik niet voor lul?’ Daar leer je weer van. Tijdens een wedstrijd heb ik een rijtje met motivatieslogans in mijn hoofd, die ik afspeel. Daardoor heb ik nooit negatieve gedachten in mijn kop. Mezelf betrappen op het idee van opgeven in een race heb ik nog nooit gedaan. Negativiteit heb je niets aan, sluit je af.”

Ik heb een soort lightversie van het sociale leven. Ik ga zelden uit, ik doe zelden extreme dingen. Maar ik hanteer geen nul procent alcoholbeleid. Ik drink gemakkelijk een glas wijn bij het eten. Mijn vrienden zijn al gewend dat ik met sport bezig ben.”

LIGHTVERSIE VAN HET SOCIALE LEVEN

De kunst van een georganiseerd topsportleven naast een parttime baan is het inrichten van de naaste omgeving. Als topsporter moet jezelf leidend zijn in de keuze die je maakt. Wellicht een egoïstische insteek, maar noodzakelijk. “Ik heb aangeleerd dat ik veel met mijn omgeving deel waar ik mee bezig ben en waarom ik de keuzes maak die ik maak. Mijn zus heeft zich meerdere malen hardop afgevraagd wat voor debiele sport ik aan het doen was, die ook nog eens klauwen vol geld kostte en vervolgens niets opleverde. Familie en vrienden moeten je begrijpen. Daarom is mijn zus een keer komen kijken. Ze besefte daar dat het echt veel voor mij betekende en uiteindelijk is ze juist heel erg mee gaan leven. Topsport bedrijven kun je echt niet alleen, je hebt mensen nodig die achter je staan.”

Het nieuwe leven van Hooijman gaat volgens haar geen ernstige gevolgen hebben voor het sociale bestaan. Van alleen zijn voelt ze zich ellendig. Omdat ze als begin twintiger midden in het studentenleven stond, is ze ook niet meer nieuwsgierig naar het doorhalen van nachten en dansen tot het ochtendgloren. Sporten, dat geeft voldoening. Haar vriend heeft een omgekeerd leven. Hij roeide tot zijn 28e fanatiek en probeert de “verloren” studententijd in te halen, voorlopig gaat dat goed samen met het leven van Hooijman. “Ik heb een soort lightversie van het sociale leven. Ik ga zelden uit, ik doe zelden extreme dingen. Maar ik hanteer geen nul procent alcoholbeleid. Ik drink gemakkelijk een glas wijn bij het eten. Mijn vrienden zijn al gewend dat ik met sport bezig ben. Ik ga wel eens mee naar een festival en dan wil ik halverwege eigenlijk vertrekken. Het is toch zonde? Dan sta je in een stralende zon met zijn allen op een veldje. Het begint dan te kriebelen bij mij en die kriebels worden op een gegeven moment zo groot dat ik nog een paar uur ga fietsen. Ik klink zeker niet zo professioneel hoe ik dit vertel?”

Al deze aanpassingen moeten Hooijman naar de grens van negen uur brengen op de Ironman. Tijdens het gesprek vlakt ze die ambitie beetje bij beetje af en neemt ze een slag om de arm. “Weet je wat het is? Als een race perfect verloopt en je maakt geen enkele fout. Wat voor zin heeft het dan om je in een tijd vast te bijten? Als ik geen steek laat vallen en ik kom boven de negen uur uit, dan ben ik ook tevreden.” In 2018 hoopt Hooijman in Maastricht progressie te zien. “Dit sportleven is zo bijzonder. Eigenlijk moeten veel meer vrouwen het professioneler aanpakken.”


Dit artikel verscheen ook in Transition Magazine #12
Beeld: Martijn van Egmond / Finisherpix

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.