Evert Scheltinga maakte twee keer een “next step” in zijn triathlonbestaan. Eerst van recreant tot nationaal topatleet op de korte afstand, daarna van dat specialisme naar de lange afstand. In beide disciplines werd hij Nederlands kampioen .Eigenlijk is er dus geen geschiktere landgenoot te vinden die uit kan leggen welke veranderingen hij heeft doorgevoerd in zijn leven om tot een ontwikkelsprong te komen. Al is Scheltinga natuurlijk, vergeleken met de gemiddelde lezer van Transition, buitenproportioneel gezegend met talent.

“Als junior trainde ik eigenlijk helemaal niet veel”, zegt Evert (30) over die periode. “Ik verloor veel meer dan ik won. Maar ik wist toen al dat anderen veel harder trainden. Ik had de gedachte dat ik die omslag altijd nog wel kon maken.”

Voordat het talent van Evert tot ontplooiing kwam, was hij vooral bezig met plezier maken tijdens het sporten. Hard trainen, sociale leven op een laag pitje zetten, dat kon allemaal later nog wel. Dit bleek voor hem de juiste aanpak. De jonge Evert had zijn broer als voorbeeld, eigenlijk zoals alle jonge broertjes dat hebben. Alles wat de oudste Scheltinga Diederik deed, wilde hij ook. Zijn broer liep hard en daarom liep Evert hard. Dromen over een profb¬estaan als voetballer, hockeyer of tennisser had hij als jongetje niet. Nee, Evert liep op achtjarige leeftijd in en rond woonplaats Huissen al met de snelsten mee en had daar plezier in. Een kind vindt doorgaans leuk waar het goed in is en zo werkte het bij Evert ook. Bij duursportvereniging GO! maakten ze de hardloper daarna enthousiast voor zwemmen en fietsen. De groei in de triathlonsport verliep daarna geleidelijk.

Hoewel Evert over voldoende talent beschikt, zwom hij lange tijd niet meer dan één keer per week en beleefde hij zijn tienerjaren vergelijkbaar met die van andere pubers. “Als junior trainde ik eigenlijk helemaal niet veel”, zegt Evert (30) over die periode. “Ik verloor veel meer dan ik won. Maar ik wist toen al dat anderen veel harder trainden. Ik had de gedachte dat ik die omslag altijd nog wel kon maken. Ik was jong en besteedde mijn vrije tijd anders. Ik geloof dat je anders op latere leeftijd sneller het heilige vuur kwijtraakt. Dat gebeurt vaak, de toppers in de jeugd zie je in de senioren niet meer terug.”

Eigenlijk houdt Evert vooral van alleen trainen. “Ik train maar weinig in groepsverband. Zo kan ik goed mijn eigen tempo bepalen en zo echt een training draaien die goed voor mij is. Wel vind ik het fijn als er met zwemmen wat trainingsmaatjes bij zijn. Niet eens zozeer om samen de tempo’s te zwemmen maar vooral voor de gezelligheid. Ook loop ik in Nederland tegenwoordig driemaal in de week met een looptrainer naast mij die meefietst op de mountainbike. Dit motiveert mij enorm en zorgt ervoor dat ik de juiste training doe op het juiste moment.” Door toedoen van trainer George Sieverding maakte Evert in de latere jeugdjaren wel een mentaliteitsverandering door. De vrijblijvende instelling werd keihard aangepakt door Sieverding, die een flinke staat van dienst heeft als coach. “Het was bijna vervelend hoe hij met mij omging”, zegt Evert. “Hij zat constant in mijn nek, niks was goed genoeg. Alles moest beter. Ik denk dat hij mijn potentie zag en me duidelijk maakte dat er meer voor nodig was om alles eruit te halen.” Die mentaliteitsverandering bleek een positieve uitwerking te hebben. Evert maakte stappen en begon steeds meer te winnen. Hij eiste in trainingen en wedstijden steeds meer van zichzelf. Als andere belangrijke oorzaak van zijn eerste stap omhoog wijst Evert naar de focus op techniek. Niet gedachteloos uren maken en afzien, maar juist de lichtere trainingen waar werd gelet op aanpassingen in de loop-, fiets- en zwemtechniek maakten hem sterker.

De triathloncarrière van Evert nam pas echt een vlucht toen hij in 2011 André Kwakernaat ontmoette. Evert werd zo nu en dan gesteund door relatief kleine sponsoren, met bijvoorbeeld een kledingset of een nieuwe fiets, maar echt professioneel kon het niet worden genoemd. Kwakernaat startte in 2012 Team4Talent. De meest talentvolle atleten op de korte afstanden uit Nederland werden ingelijfd, onder wie Evert. Team4Talent begon gelijktijdig met de start van de Eredivisie. Bijna tot vervelens toe wonnen de in oranje-zwart geklede atleten de eerste drie jaargangen alle races in de Eredivisie. “In die periode maakte ik een sprong in mijn ontwikkeling”, zegt Evert. “Kwakernaat spaarde kosten noch moeite en legde ons in de watten. Beter materiaal dan wij hadden, bestond niet. Eigenlijk werd ik van de ene op de andere dag een topsporter. Dat betekende dat ik nooit voor mijn materiaal hoefde te zorgen, weet je hoeveel rust dat in het hoofd brengt? En niet alleen rust, ik kreeg daardoor veel meer tijd om te trainen.”

“Mijn hele niveau ging heel snel naar een ander level. Op de wedstrijddag moest ik aanwezig zijn, verdere zorgen kende ik niet. Ik had een taak, een verantwoordelijkheid: hard racen. Het denken werd door andere mensen gedaan. Er was standaard een coachteam aanwezig bij wedstrijden. De focus op de triathlon werd alsmaar groter. Dat stapgedrag was ook verleden tijd. Wanneer je dan ook nog vaak wint en bijvoorbeeld Nederlands kampioen wordt op de sprintafstand, begrijpt je omgeving het ook beter. Dat maakt ook weer veel verschil. We wonnen in die periode als team niet voor niets alles wat er te winnen viel.”

Dankzij bevriende accountant en triatleet Jeroen Giezen werkte hij een dag op kantoor als assistent. Giezen hoorde in die tijd bij de staf van het team. Zo werden door Team4Talent alle randvoorwaarden gecreëerd om als topsporter te leven. Anders dan bij “normale” werkgevers kon Evert een dag verstek laten gaan als een trainingskamp of hersteltraining voorrang genoot. Voor die tijd was Evert op weg om fysiotherapeut te worden. Tijdens zijn studie kreeg hij echter een heftig fietsongeluk, waarbij hij moest worden afgevoerd met de traumahelikopter. Sindsdien heeft Scheltinga problemen met het ruggenmerg. “Dagelijks heb ik hoofdpijn. Het is niet ondraaglijk, maar het is er wel. Daardoor kan ik niet studeren. Het gaat gewoon niet, dat overmatig concentreren. Door te sporten wordt de pijn wel lichter, maar na bijvoorbeeld een wedstrijd heb ik standaard last van mijn hoofd.”

“Uiteindelijk heb ik het CIOS afgerond. Dat is een stuk eenvoudiger. Ik zeg het niet graag, maar ook dat heeft meegewerkt in mijn ontwikkeling als triatleet. Ik ben zwemtrainingen gaan geven en maak schema’s voor triatleten. Daardoor ben ik veel bewuster naar de sport gaan kijken. Hoe werkt de trainingsopbouw, wat werkt wel, wat werkt niet. Dat is weer een ontwikkeling waar ik beter van ga worden. Het zijn ook niet elke keer grote stappen, maar al die kleine factoren maken je een betere triatleet.” Een onverdienstelijk schemabouwer is Evert niet. “Ik maak van mijn cursisten bijna concurrenten. Een van hen finishte Almere in 9.20 uur, een ander debuteerde in Vichy binnen de 11 uur.”

Kwakernaat spaarde kosten noch moeite en legde ons in de watten. Beter materiaal dan wij hadden, bestond niet. Eigenlijk werd ik van de ene op de andere dag een topsporter. Dat betekende dat ik nooit voor mijn materiaal hoefde te zorgen, weet je hoeveel rust dat in het hoofd brengt?”

Als specialist op de korte afstand is er in de jaren 2012 eind 2014 een heilig doel: de Olympische Spelen. De atleten van Team4Talent hadden Rio de Janeiro 2016 dan ook met rode stift omcirkeld. Jarenlang probeerden ze elkaar naar het niveau te stuwen dat genoeg zou zijn voor de Spelen. Cruciaal in die jacht op de Spelen was het persoonlijk record van Evert op de tien kilometer hardlopen. Twee jaar voor Rio had Evert zichzelf ten doel gesteld om dat in elk geval scherper te stellen dan 31.20 minuten, met zicht op verdere progressie. Slaagde dat niet, dan ging er een streep door de Olympische droom en werd die vervangen door doelstellingen op de lange afstand. Het mislukte. En dat kwam hard aan. Evert zou nooit als triatleet naar de Spelen gaan. “Het hardlopen is door het stayeren op de fiets zo belangrijk geworden. Het loopniveau bij de wereldtop is van een andere planeet. Je moet bij de Nederlandse top in de atletiek horen, wil je ook maar iets te betekenen hebben in dat circuit.” Met een rotsvast vertrouwen in zijn duurvermogen werden nog datzelfde jaar doelen gesteld voor de langere afstand. Al in mei bleek dat het lange, ietwat spichtige lijf van Evert geschikt was voor ten minste de halve triathlon. Hij won de halve triathlon van Nieuwkoop. “Over de finish was ik een beetje perplex. Goh, misschien had ik hier altijd al meer talent voor gehad. Het was in ieder geval de bevestiging dat ik de juiste weg was ingeslagen.”

“De jaren daarvoor leefde ik altijd met de gedachte dat ik op latere leeftijd met de echte duurtrainingen zou beginnen. De snelheid die ik in de sprints en op olympische afstanden op deed, kwamen van pas op de lange afstanden. Naar mijn mening zijn er nog steeds triatleten die te snel voor de lange afstand kiezen. Volgens mij is het belangrijk om je maximale snelheid op te vijzelen voor je voor het lange werk gaat.” Na de halve kwam bijna als vanzelfsprekend ook de hele triathlon en dat beviel eigenlijk nog weer beter. Bij de Ironman in Frankfurt van dit jaar werd Evert achtste in een tijd van 8.05 uur. Zo’n scherpe tijd nodig hebben voor ‘slechts’ de achtste plek, het gebeurt maar zelden. Intussen is Evert ook heersend Nederlands kampioen op de hele afstand. “Ik heb heel wat aanpassingen moeten doen om de lange afstand aan te kunnen. Allereerst ben ik nog weer serieuzer en professioneler gaan trainen. Omdat ik weinig werk, kan ik dat op zich makkelijk regelen in mijn agenda. Mijn voeding tijdens wedstrijden is wel echt aangepast.”

“De voeding bleek in het begin net een ingewikkelde legpuzzel. Ik kwam er pas bij de lange afstanden achter dat ik intolerant ben voor fructose. Fructose zit in bijna alle sportdrank en sportgel. Darmklachten brachten mij op het spoor, maar het was lang onzeker waardoor de klachten ontstonden. Achteraf weet ik niet of ik daar bij korte afstanden ook last van had. Ik dacht er nooit over na. Ik werd moe, mijn motor raakte leeg, maar dat had iedereen, dacht ik. Pas op de halve triathlon stortte ik echt in.” Evert heeft inmiddels sportvoeding zonder fructose en kan nu zelfs bij regenachtig weer, zoals in Almere in september, presteren zonder leeg te raken. “Dat waren dus echt niet mijn omstandigheden. Ik hou van zon en warme temperaturen. Daarom verkas ik ook voor de tweede keer naar Zuid-Afrika om te overwinteren. Ik kan daar optimaal trainen met andere triatleten en kan daar, omdat het land geen tijdverschil heeft met Nederland, nog steeds atleten begeleiden. Ik kan daar gewoon veel beter trainen. Door de zon neemt mijn energieniveau toe en train ik kwalitatief veel beter. Je moet mij niet met zes graden op de fiets zetten, dan word ik niet blij.” Ten koste van zijn relatie gaat deze onderneming gelukkig niet. Zijn vriendin geeft tijdens hun verblijf les in een township en Evert gaat slechts zo nu en dan mee. Hij wil de hele winter zijn gedachten bij de triathlon hebben.

Naar mijn mening zijn er nog steeds triatleten die te snel voor de lange afstand kiezen. Volgens mij is het belangrijk om je maximale snelheid op te vijzelen voor je voor het lange werk gaat.

In vergelijking met de korte wedstrijden is de aerodynamica op de lange afstand nog veel belangrijker. Vanuit het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch gaat Evert daar deze winter dan ook verder mee aan de slag. Zijn kleding is al aerodynamischer gemaakt en ook zijn houding op de fiets is anders dan een paar jaar geleden. “Dat heeft veel aanpassingstijd gevergd. Mijn houding is dieper en dat vraagt veel van mijn rug en liezen, die als het ware meer worden gekneld. Je zoekt uiteindelijk naar de beste combinatie van aero en comfort. Mijn ellebogen en onderarmen zitten nu bijvoorbeeld veel dichter bij elkaar. Dat scheelt veel luchtweerstand.” Om deze houding te perfectioneren maakt Evert veel uren op zijn tijdritfiets. “Ik probeer meestal 90 kilometer roerloos te zitten tijdens een fietstraining. Dat is zwaar, vooral in het begin, maar het is noodzakelijk. Elke keer als je in een wedstrijd even overeind komt, verlies je tijd en energie. Bij metingen schrik ik me dood als ik zie hoeveel wattage meer ik dan moet trappen.”

“Ik heb mijn slaapritme ook aangepast. Toegegeven, ik ben altijd een grote fan van slapen geweest, maar nu pak ik elke middag een à twee uurtjes slaap mee. Met onze omvang van trainingen is veel slapen onmisbaar. Anders pleeg je echt roofbouw op je lichaam.” Evert noemt zijn overstap naar de lange afstand “een ontdekkingsreis”. Trainen, herstellen, wedstrijden, zijn grenzen zijn eigenlijk nog steeds niet in beeld. “Ik word steeds bewuster van wat mijn lichaam kan. De toekomst is positief gekleurd.”


Dit artikel verscheen ook in Transition Magazine #12
Beeld: Romy Louise van Schooneveld

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.