De laatste keer dat Peter Denekamp en Thomas Obst een hele triathlon hadden gedaan was respectievelijk 18 en 22 jaar geleden. Al die jaren hebben ze wel getraind bij triathlonvereniging TVH in Hilversum en regelmatig doen ze mee aan vooral kortere wedstrijden. Hele triathlons zagen ze alleen nog maar vanaf de motor, als official namens de NTB. Tot deze zomer, toen ze naar Alaska afreisden. Als deelnemers.

De Norseman, maar dan zwaarder, zo typeren Peter Denekamp en Thomas Obst de Alaskaman Exdtreme Triathlon. Het was de eerste editie en er waren slechts 156 finishers. Weinigen kunnen hun stelling dus tegenspreken. Walvisvinnen, vergezichten, sneeuw, ijs, Indian Summer, blue skies, beren, elanden, noem maar op. Na twee mislukte pogingen om door de loting van de Norseman te komen, lijkt Thomas dit wel wat. Het avontuur kan beginnen.

Supportcrew verplicht

Het avontuur begint eigenlijk ruim een jaar eerder al, wanneer Thomas zich oriënteert als gegadigde voor het evenement dat dan alleen nog op de tekentafel bestaat. Om mee te kunnen doen heeft hij verplicht een supportcrew nodig, blijkt uit de info die hij op Facebook tegenkomt. Iemand die hem onderweg van eten en drinken voorziet, en samen met hem het laatste stuk zware van de wedstrijd zal lopen. En daar komt Peter in het verhaal. Peter: “Hij kwam naar me toe en vroeg: joh, zou jij mij willen begeleiden daarin? Ik heb dat met mijn vrouw Lieke besproken, en zei toen: ja, leuk. Maar toen hadden we het er nog eens over en zei Thomas: moet jij zelf eigenlijk niet gewoon ook mee doen? Toen had ik zoiets van: ja, dat lijkt me eigenlijk ook wel stoer.” Het was direct duidelijk dat Lieke Peter zou begeleiden. Maar dan had Thomas nog altijd geen support. Het antwoord kwam op een bruiloft waar ze allebei waren: clubgenoot Hans. En daarmee was de ploeg compleet. Op 16 juli, exact een jaar voor de Alaskaman, zitten de vier avonturiers bij Peter thuis. “Biertje erbij, zoals dat hoort.” Die avond opent de inschrijving. De vraag is of het gaat lukken, want ze kennen verhalen over de Norseman. Daar zijn duizenden mensen die allemaal hopen op een van de driehonderd startplekken. Tegen de verwachting in lukt inschrijven voor de Alaskaman onmiddellijk. “En toen begon de ellende,” roepen ze in koor.

Koukleum

Bijzonder aan de Alaskaman is het zwemonderdeel. Dat gebeurt in water met een temperatuur die, als het tegenzit, lager is dan tien graden. Thomas: “Dat is het onderdeel waar ik het meeste respect voor had. Ik ben een koukleum. Waar ik ook zwem, ik heb het altijd koud. Een kleine maand voordat we naar Alaska gingen heb ik hier nog in de Zuwe gezwommen. Daar was het water zo’n tien graden. Toen ik thuis kwam heb ik een uur onder de deken gelegen om weer op te warmen.” Peter en Thomas kopen speciale ondershirts, handschoenen, schoenen en mutsen. Alles om enigszins warm te blijven in het ijswater. Toch zit het Thomas niet lekker. “Het blijft toch in je achterhoofd zitten.” Twee dagen voor de wedstrijd gaat hij daarom in zijn korte broek en slippers in de golf gaan staan waar ze gaan zwemmen. “Het voelde goed, ik had er geen last van, ik kreeg het niet koud. Dat nam voor mij zó veel druk weg. Op dat moment was ik al gefinisht,” zegt hij met opluchting op zijn gezicht. Maar zover zijn ze dan nog lang niet.

Het is gewoon stoer dat je supportcrew met je mee mag rijden. Ze kunnen je ook volgen via een speciale app. Daarmee weten ze precies waar je uithangt.

Bakkie doen met de organisator

Thomas, Peter en hun supportcrew reizen een week voor de wedstrijd naar Alaska. Daar huren ze een camper en verkennen het parcours. De eerste tussenstop is de wissel- zone van het­ fietsen naar het lopen. De volgende dag rijden ze naar de finish. Daar zien ze voor het eerst de helling waar ze een jaar lang over hebben gelezen. De Alaskaman eindigt bovenop een berg met een stijgingspercentage van 25 tot 28%. “We zijn ‘m gaan verkennen, en dachten toen nog dat we zigzag naar boven zouden lopen,” vertelt Peter. “We zochten al plekjes uit van: daar kunnen we rennen en dan daar weer wandelen. Maar daar klopte niets van. Op de wedstrijddag zelf bleek dat we in één lijn rechtdoor naar boven moesten. Niks rennen, alles wandelen!”

Weer beneden gaan ze in het dorp Girdwood de camper neerzetten, vlakbij een koffietentje. Daar ziet Peter’s vrouw een bekende op het terras zitten: Aaron, de organisator van de Alaskaman. Het jaar door hebben ze regelmatig contact met hem gehad, dus hem treffen is bijna een warm weerzien. “Dat is heel bijzonder”, zegt Peter, “als je meedoet aan de Ironman in Maastricht kom je de organisator echt niet tegen op een terrasje op het Vrijthof. No way! En hier zaten we gewoon een bakkie koffie met hem te doen en te ouwehoeren. Dat is gewoon stoer.” Peter en Thomas zijn sowieso verbaasd over de ontspannen sfeer die er hangt. Peter: “De deelnemers doen mee om de finish te halen. Als je een Ironman of een Challenge triathlon doet, dan wil iedereen een prestatie neerzetten. Zo snel mogelijk bij de finish zijn. Hier geldt dat niet.”

Lekker hapje voor een orka

Peter: “Voor de start waren we allebei gezond gespannen. De stress van andere wedstrijden had ik hier totaal niet. Je denkt niet: ik ga knallen. Nee, je wil genieten.” Peter is een goede zwemmer en start daarom in de kopgroep. “Ik had handschoenen aan voor de warmte, maar merkte dat ik daardoor minder grip had op het water. Ik heb de groep laten gaan en ben op mijn eigen tempo verder gezwommen. De omgeving maakt alles goed: “Het was echt heel gaaf. Je moet je voorstellen: je start in het donker. Aan de overkant zie je een paar lichtjes. Dat is 4,2 kilometer verderop. Daar moet je heen. Onderweg hangt er mist boven het water, terwijl het langzaam licht wordt. Omdat ik de kopgroep had losgelaten lag ik op een gegeven moment helemaal in mijn eentje. Ik kreeg een kajakker naast me. Die bleef de hele route bij me. Dat was wel een fijn gevoel, want een paar maanden daarvoor had de lokale bevolking een filmpje online gezet van een orka die daar in het water zwom. Je weet nooit of er op dat moment ook een is, die jou aanziet voor een lekker hapje. Het geeft net toch wat spanning.”

Ook Thomas zwemt de route vrijwel alleen. Onderweg heeft hij wel last van zijn darmen. Dat kost hem uiteindelijk zo’n vijf minuten. “Tijdens het zwemmen besef je waar je aan begonnen bent, en dat het nog zwaar gaat worden.” Halverwege stroomt smeltwater van een gletsjer de zee in. Peter: ”Ze hadden gezegd dat het water daar ‘ietsjes kouder’ zou worden. Nou.. echt niet. Het zakte dik onder de tien graden. IJskoud!” Thomas: “Je proeft ook direct dat het water daar ineens zoet is in plaats van zout.” Als ze het water uit komen, is de transitie nog best een dingetje. Peter: ”Zonder Lieke had ik het wetsuit niet uit gekregen.” Thomas: ”Je moet lycra aantrekken, maar dat lukt niet. Je lichaam krijg je niet kurkdroog, dus je moet trekken en duwen. Ook je handschoenen krijg je niet aan. Je komt er gewoon niet in.” Peter: ”Het is best speciaal dat je in de wisselzone met je supportcrew mag staan, en dat ze je mogen helpen.” Het past bij de extreme omstandigheden van deze race.

Hi man, how are you?

Alle twee zitten ze na een kwartiertje op de fiets. Peter nog best vooraan. Het eerste uur komt hij amper iemand tegen. Na pakweg 45 kilometer rijdt de camper met de supportcrew Peter voor het eerst voorbij. Tien kilometer verder staan ze langs de kant, en kan hij ze high-­fiven. “Het is gewoon stoer dat je supportcrew met je mee mag rijden. Ze kunnen je ook volgen via een speciale app. Daarmee weten ze precies waar je uithangt.” Thomas zit op dat moment een half uur achter hem, maar zet de achtervolging in.

Het fietsparcours van de Alaskaman is, misschien verrassend, volledig geasfalteerd. Thomas: “De omgeving is ook niet wat je meteen denkt: geen sneeuw en ijs, maar heuvels, bergen, meertjes. Groener dan groen en het water is blauwer dan blauw. Prachtig! De kleuren zijn bijna zoals bij de Teletubbies. We hadden geluk met het weer. Redelijk windstil, pas aan het einde wind, maar die hadden we in de rug. Ik zou ‘m niet willen doen met regen en tegenwind. Dan is het daar ijskoud en een stuk extremer”.

Ik kreeg een kajakker naast me. Die bleef de hele route bij me. Dat was wel een fijn gevoel, want een paar maanden daarvoor had de lokale bevolking een filmpje online gezet van een orka die daar in het water zwom. Je weet nooit of er op dat moment ook een is, die jou aanziet voor een lekker hapje.”

Peter: “Het werd steeds warmer. Na zo’n 100 kilometer heb ik mijn beenstukken uitgedaan en mijn muts afgezet. Toen we gingen lopen was het zelfs ruim 26 graden. Dat is voor Alaska echt bijzonder. Normaal is het daar veel koeler.” Rond kilometer 140 haalt Thomas Peter in. ”We hadden een soort van karma. Op de een of andere manier had ik het idee dat er een bekende in mijn wiel hing. Thomas was er inderdaad bijna. Hij wilde mij een tik op mijn billen geven in het voorbijrijden. Maar ik was hem te snel af. Want op dat moment draai ik me om. Dus, geen billentik! Hahaha!”

Beiden zijn aangenaam verrast door de vriendelijkheid van de andere deelnemers onderweg. Peter: “Het fietsen is gewoon stoer. Iedereen die je inhaalt maakt een praatje met je. ‘Hi man, how are you? All good?’ En dan fietsen ze weer door. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt.” Het fietsonderdeel is vooral mentaal zegt Peter. “Het is om te beginnen self-supporting. Je crew moet je bevoorraden onderweg. En je bent natuurlijk ook bezig met wat er nog komen gaat. Ruim 42 kilometer lopen over zeer bergachtig terrein. Je probeert dus energie te sparen, maar tegelijkertijd toch een beetje door te fietsen.” Thomas: In het begin had ik last van zware benen. Ik dacht: dat ligt aan de kou. Klimmetjes waren zwaar, het liep gewoon niet. Na 50 kilometer heb ik mijn achterrem open gezet. Toen bleek dat mijn wiel al die tijd aangelopen had. Daarna ging het plotseling veel soepeler. Blijkbaar was er tijdens het transport iets verbogen. Daarna heb ik echt lekker gefietst. Maar dat laatste stuk was opnieuw zwaar.” Peter bevestigt dat. “Ja, je komt op een gegeven moment in Girdwood. Daar herken je het barretje waar we met Aaron hebben gezeten, en dan denk je: ik ben er bijna. Maar dan moet je nog 35 kilometer. Dat is zwaar. Bij elke bocht denk je: ja! Maar dan ligt daarachter toch weer een lange weg rechtdoor.”

De dokter aankijken


Thomas fietst uiteindelijk een flink stuk weg van Peter. Toch komen ze elkaar bij het lopen weer tegen. Thomas: “Ik heb heel rustig gewisseld. Mijn fietsbroek verruild voor een loopbroek, wat gegeten en toen pas vertrokken. Mijn plan was om de eerste tien kilometer te rennen en dan een stuk te wandelen. Maar na negen kilometer kwam de eerste klim al. Best een vieze lange was dat. Toen moest ik toch al voor het eerst wandelen. Vanaf daar heb ik voor mezelf krachten gespaard voor de berg aan het einde.”

De organisatie heeft vlak voor de laatste beklimming een dokterspost staan. Alle deelnemers worden daar gecheckt door artsen, om te zien of ze nog in staat zijn om die laatste beklimming te doen. Thomas: “Ik had nog nooit zo’n extreme triathlon gedaan. Ik wilde gewoon die berg op. Ik wilde daar niet door zo’n dokter eruit worden gepikt. Dan ga je toch voorzichtiger lopen. Je wil dat er nog power in je ogen zit als je die dokter aankijkt. Ik bleef dus telkens 500 meter hardlopen en dan 100 meter wandelen.” Uiteindelijk valt het reuze mee. “Ze keken vooral hoe je nog liep en ze controleerden of je alle verplichte spullen in je rugzak had zitten, zoals kleding, een warmtedeken en een oplader voor je gsm, waarop de tracking-app draait.”

“Maar als je dan door mag en je buddy gaat meelopen is dat een echte opluchting.” En dan komt die voorlaatste berg. “Dan begint het pas,” zegt Thomas. “Ik was op dat moment al twaalf uur bezig. Om dan dat stuk van 28 procent omhoog te klimmen. Dan lopen je benen wel erg vol. Elke stap is zwaarder. Het is maar 600 meter zo steil, maar toch genoeg om regelmatig te moeten blijven staan. Zo’n helper erbij is dan wel ­fijn. In het begin moet die nog op je wachten, maar daarna gaat het gelijk op. De laatste acht kilometer is gewoon genieten. Selfi­es maken, genieten van het uitzicht op het hoogste punt.”

Er kwam een man op ons af die zegt: ‘Watch out, there is a bear over there.’ Bij de volgende zijstraat kijk ik links en daar zie ik inderdaad een zwarte beer sloffend door de straat lopen.”

Stairway to heaven

“Ja, daar was het nog wel oppassen”, valt Peter in. “Ze hadden ons al gewaarschuwd voor dat hoogste punt. Daar loop je op een vrij smal richeltje, met naast je een diepe afgrond. Twee-, driehonderd meter steil naar beneden. Daar moet je echt even opletten. Zeker als je benen dan wat wiebelig zijn.” Vlak daarna is er een verzorgingspost. Het is een geestelijk zwaar punt. Want aan de overkant, aan de andere kant van het dal zie je de finish al. Je hoort zelfs flarden van de muziek. Peter: “Je denkt: als ik hier nou gewoon rechtdoor zou kunnen lopen, dan ben ik er zo, bij die finish. Maar eerst moet je nog naar beneden, voordat je aan de allerlaatste klim mag beginnen.” Thomas neemt er een cola’tje, ontspant en start dan met de afdaling richting het dal. Daarna wacht hem de ‘stairway to heaven’. De laatste klim van zo’n drie kilometer, met opnieuw stukken stijgingspercentages boven de 20 procent. “Dan loop je daar, en zie je dat je, als je rechtdoor loopt, je zo bij de finish bent. Maar nee. Eerst ga je naar links, dan weer naar rechts, en weer naar links. En elke bocht hoor je die muziek, en denk je dat je er bijna bent.” “Maar wel de hele dag door een prachtig uitzicht,” valt Peter in.

En dan komt Thomas een dame tegen die de laatste beproeving net iets draaglijker maakt. “Ik liep al de hele dag met een vette grijns op mijn gezicht. Toen ik op de stairway een dame tegenkwam die zei dat er boven bier was, toen werd die grijns alleen nog maar breder.” Thomas: “Na de ­nish heb ik mijn buddy Hans gefeliciteerd, maar daarna waren de eerste woorden: ‘Where is the beer?’ De organisatie had natuurlijk geen bier. Maar onderweg zaten mensen aan de kant met een bord: ‘Als je niet eerste bent, dan hebben wij bier voor je’. En inderdaad. Binnen een minuut na de finish had ik een koud blikje bier.” De finish was voor Thomas echt een ontlading zegt Peter. “Als er een beer was geweest in de buurt van de finish, dan was die weggevlucht. Want zijn oerkreet, was gigantisch!” Thomas: “ja, het was gewoon een ontlading. Alle puzzelstukjes vallen op dat moment in elkaar. Je bent er.”

Beer op de weg

Voor Peter gaat het lopen een stuk minder soepel. Een tijd lang loopt hij op met een man uit Californië. In een dorpje onderweg komen ze zelfs een beer tegen. “Er kwam een man op ons af die zegt: ‘Watch out, there is a bear over there.’ Bij de volgende zijstraat kijk ik links en daar zie ik inderdaad een zwarte beer sloend door de straat lopen. Gelukkig was hij zo’n honderd meter van me vandaan, dus ben ik gewoon doorgelopen. Dat was even schrikken, maar wel leuk!” Op dat moment gaat het nog uitstekend met Peter. Bij de Nordic loop, een stuk waar ze twee kilometer heen en weer moeten, komt hij Thomas tegen. Samen nemen ze een selfie, wensen elkaar succes en lopen door. Aan het eind van dat stuk beseft Peter dat hij Thomas in ieder geval niet meer in zal halen. Als hij daarna een gelletje eet, gaat het mis. “Een kilometer later lag ik langs de kant van de weg met een hypo. Mijn lichaam had totaal verkeerd gereageerd op de suiker-boost. Ik voelde het gelukkig aankomen en wist wat het was.” Terwijl hij in het gras ligt, komt er een man van de organisatie aangelopen. De man is al druk met het bellen van 911. “Ik gebaarde al naar hem dat het niet hoefde. Gelukkig kwam op dat moment de man uit Californië aanlopen met zijn supportcrew. Een van zijn crewleden bleef bij me, en gaf een banaan en wat cola. Vijf minuten later ging het wel weer. Toen hielp hij me opstaan, en zijn we samen doorgewandeld.”

Peter’s vrouw Lieke maakt zich intussen zorgen. De laatste keer dat ze elkaar zagen, liep Peter nog soepel, en nu duurde en duurde het maar. “Ze had zoiets van: Waar blijft hij nou en zag me toen rustig wandelend met die man van de supportcrew van de Californiër. Ik heb het uitgelegd en ben meegelopen naar de camper. Daar ben ik toch even gaan liggen, want wat maken die vijf minuten nog uit?” Tien minuten later begint ook Peter, samen met Lieke, aan het laatste stuk. “Dat was wel heel bijzonder om dat met haar te kunnen doen.” Even blijft hij stil. Dan gaat hij verder: ”Onderweg hoor je die finish inderdaad. Ik kreeg wat stress, want ik dacht dat we te laat zouden komen. Je mocht tot 11 uur ’s avonds finishen, en ik dacht dat we het niet gingen halen. Zij zei: jawel, loop nou maar door. Achteraf had ik me verrekend, omdat ik natuurlijk niet meer helemaal helder was.”

Nu stap je niet meer uit

Thomas: “Wij maakten ons ook zorgen. Mijn buddy Hans kreeg elke mijl tussentijden door van Peter en mij. Maar toen wij aan de laatste berg bezig waren, kreeg hij geen updates meer van Peter. Ik zei nog tegen hem: als Peter is uitgestapt, ga ik hoogstpersoonlijk terug die berg af en knuppel ik hem omhoog. Nu stap je niet meer uit. Maar op een gegeven moment kregen we weer een melding en dat was wel een geruststelling.”

Peter herinnert zich wat en er komt er een glimlach op zijn gezicht. “Onderaan de helling, in het dal, zie ik plotseling die Californiër weer lopen, samen met zijn supportcrew! Dus Lieke en ik lopen naar ze toe en ik zeg tegen de man die me geholpen heeft: Thanks for the coke! Die wist niet wat hij zag. Hij moet gedacht hebben: die Peter gaat de finish niet meer halen, en nu haalden we ze in. Ja, dat was een mooi moment. Ik ben uiteindelijk nog voor hem gefinisht ook”, lacht hij. Toch was de koek aan het eind helemaal op. “Ik was superblij dat ik het had gehaald. Maar te moe om het echt te vieren.”

Twee van slechts 156

Uiteindelijk doet Thomas vijftien uur en 29 minuten over. Peter is na zeventien uur en 25 minuten binnen. Voor allebei was het een wedstrijd om nooit meer te vergeten. Peter: “Het was echt een supergaaf avontuur. Het begint al een jaar voor de wedstrijd. En als je dan finisht, ja, echt… supertegek dat ik het gedaan heb. Dit is gewoon een bucketlist ding dat ik kan afstrepen.” Thomas: “It is a long way to the top if you want to rock and roll!” Peter, lachend: “Inderdaad. Maar ik kan echt zeggen dat ik Thomas heel dankbaar ben dat hij me heeft gevraagd om mee te doen.” Ze zijn nu twee van de slechts 156 mensen op de wereld die dit hebben volbracht. “En zeker als je, net zoals wij, na de wedstrijd nog een paar weken door Alaska kan trekken, op zalm kunt vissen, beren in het wild kan zien en fantastische landschappen kunt bekijken. Het is het echt een experience of a lifetime,” weet Peter. Dan is er toch die laatste vraag: Of er alweer iets op de planning staat? Na een korte pauze zegt Peter: ”Ja, toch wel. De TransAlp. Die willen we in 2020 samen gaan doen. Dat zijn 18.000 hoogtemeters fietsen in zeven dagen. Supergaaf gewoon.” Boys will be boys.

<hr/ >

Dit artikel verscheen ook in Transition Magazine #12

Tekst: Nicky Cleuren

Beeld: Scott Flathouse en Thomas Obst

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.