Freelance journalist Hans Janmaat (schrijversnaam Hans van Vinkeveen) was nog niet zo lang geleden kankerpatiënt, maar omarmt nu het leven. Op zijn zestigste meldde hij zich eind vorig jaar bij Triathlon Club Maastricht om triatleet te worden. Hij gaat meteen voor het allerhoogste: de Ironman Maastricht.

In de herfst van 2016 doe ik mijn eerste stappen in de wereld van de triathlon. Waarom wil ik dit op een leeftijd – ik ben de zestig al gepasseerd – wanneer anderen gaan nordic walken? Mensen die het goed met me menen vragen zich af of ik een TIA heb gehad. Tja, waarom wil ik dit eigenlijk? Dat krijg je ervan als je je laat meeslepen door een reeks impulsieve acties.

Eigenlijk zijn het zwemslagen, die eerste stappen, tijdens een crawl-les bij Triathlon Club Maastricht. Met een dertigtal beginnelingen sta ik aan de rand van het zwembad; een tikkeltje nerveus en bang af te zullen gaan. Gelukkig blijk ik niet de enige stumper – gedeelde schande is halve schande. Ik heb jarenlang niet gezwommen en haal ternauwernood de overkant van het 25-meterbad. Het keerpunt is die eerste zwemlessen een favoriete hangplek voor een oudere.

Een gemotiveerd mens leert echter verrassend snel. Binnen een paar weken crawl ik al volop baantjes, maar ontdek ook dat triatleten zwemmen als een full-contactsport beschouwen. Je krijgt een tik, deelt een kick uit, zegt in het begin steeds ‘sorry’ tot je merkt dat triatleten niet echt sorry-zeggers zijn. Op al te hardnekkig klagen volgt het advies om maar te gaan schoonzwemmen. Nee, ik moet het zo zien: Dit is juist dé manier om alvast te wennen aan het echte werk, de start van een triathlonwedstrijd.

Ik kan aanvankelijk maar moeilijk wennen aan alle bijna-botsingen in het bad. Het doet me terugdenken aan de Franse driebaanswegen van vroeger, waar verkeer van beide kanten de middelste rijbaan gebruikte om in te halen. Wie de minste doodsangst kende en als laatst uitweek kwam het snelst vooruit. In een zwembaan met bumperklevers en inhalers die langs, bijna over je heen, maar nog net niet onder je door zwemmen, schuiven bange treuzelaars als ik steeds dichter tegen de lijn om maar geen obstakel te hoeven zijn. Zal ik hier ooit mijn plek in kunnen opeisen?

Tussen de bedrijven door luister ik als brave leerling met rode oortjes naar verhalen vertellende cracks. Als ik de geheimtaal waarin gesproken wordt begrijp tenminste. Wat wordt toch bedoeld met het woord ‘transitie’? Zelf associeer ik dat met een geslachtsverandering; hij wordt een zij of vice versa. Of er wordt verhaald over het bestraffen van ‘draften’. Wat is dat nu voor kinky iets? Ah, het betekent gewoon wieltjes plakken, iets waarvoor wielrenners worden geprezen, maar dat triatleten blijkbaar opvatten als vals spelen. ‘Een bepaald vermogen trappen’ heeft trouwens niets te maken met veel geld verdienen, zo leer ik ook nog.

Verder weet ik nu dat triathlon meer is dan een stukje zwemmen, fietsen en lopen. Triathlon bestaat namelijk ook uit data, grafieken en getallen. Zelf train ik als halve digibeet voornamelijk op gevoel – hoe ver of hard ik ga wordt bepaald door de hoeveelheid pijn die ik ervaar. De ware triatleet, of eigenlijk zijn vaste partner Garmin, meet daarentegen alles, van de zwemcadans tot de ‘elevation gain’ bij het lopen. De triatleet eet geen voedsel maar kilocalorieën. Met welk wattage klim jij eigenlijk? Het zijn ware cijferfetisjisten!

Mijn ontdekkingstocht is nog lang niet voorbij. Tot mijn eigen schrik heb ik me in een impulsieve bui, aangestoken door mijn fanatieke omgeving, ingeschreven voor de Ironman Maastricht dit jaar. Ik, een Ironman? Ik werp een blik in mijn medisch dossier: Voorlopig ben ik eerder een Rusty man. Totaal onverantwoord, maar afhaken is geen optie. Daarvoor is de ontdekkingstocht door deze nieuwe wereld te spannend.


Het ongewisse avontuur van Hans Janmaat is te volgen op Facebook: Hans Road to Ironman. Zijn columna waren eerder te lezen in Transition Magazine.

één antwoord