Het is nu uren aftikken. Nog even en ik sta aan de start van de Ironman Maastricht. Gek genoeg was ik tot vanmiddag uiterst kalm en relaxt, zo koel als Wim Hof, the Iceman. En dat terwijl ik nog nooit van mijn leven een triathlon heb afgelegd. Het zal te maken hebben met het feit dat ik voor hetere vuren heb gestaan. Wachten op de uitslag van een treuzelende oncoloog is andere koek, een zaak van leven of dood soms.

Of het moet zijn dat de vele media-aandacht me heeft afgeleid. Het begon met een kort artikeltje in een huis-aan-huisblad. Gevolgd door een mooi geschreven artikel in De Limburger met de kop ‘Eerst doodziek nu Ironman’. Waarom nog starten, vroeg ik me af. Ik heb die titel al te pakken. Bijzonder was wel dat tijdens de persconferentie van de pro’s mijn verhaal in De Limburger door de organisatie van Ironman en een gedeputeerde inspirerend en ontroerend werd genoemd.

Alles verliep eigenlijk probleemloos: registratie, briefings. Ook vond ik de wisselzones allesbehalve een doolhof, waarvoor ik wel bang was. Heel speciaal was de groepsfoto van de leden van Triathlon Club Maastricht die met meer dan dertig deelnemers gaan starten in hun eigen stad.

Tot vanmiddag, toen ik raakte ik dan toch van de leg. Ik kreeg mijn nieuwe hartslagmeter niet aan de praat. Printers haperden. Ik besloot om me te gaan kleden voor het hardlopen, omdat mijn trisuit in het kruis knelt. Moest de startnummer nou in de blauwe tas of niet? En of dat niet genoeg zag ik tijdens de bike check in dat er op mijn nummer 1263 een andere racefiets stond. Bij de plastic zakken hetzelfde verhaal. Hé nr. 1232, de organisatie heeft je spullen verplaatst! Nu even afwachten of alles er morgenochtend nog staat. Gelukkig was zijn fiets een stuk mooier dan de mijne.

Ben ik er klaar voor? Ik weet het eerlijk gezegd niet. Het belooft een ongekend avontuur te worden en daar hoort onzekerheid over een goede afloop een beetje bij. Maar wat wel zeker is, is dat ik er ontzettend veel zin in heb en ga proberen te knallen.