In september vindt het WK triathlon olympische afstand in Rotterdam plaats. Als ze in 2014 niet zo’n zwaar ongeval had gehad, dan was Terèse van Lare er vast en zeker bij geweest. Maar na 25 jaar triathlon en run-bike-run vond de atlete uit Sluis het toen tijd om er toch maar een punt achter te zetten. In verschillende leeftijdscategorieën veroverde de nu 68-jarige Zeeuwse liefst zestien wereldtitels en circa 35 nationale titels. Ook was ze vaak overall de sterkste. Haar laatste overall-zege boekte ze op haar 59ste. Transition keek met de meest gelauwerde Nederlandse age-group atlete ooit terug op haar carrière.

De triathlonloopbaan van Terèse van Lare begon met de Friese Elfstedentochten van 1985 en 1986. Of beter gezegd: omdat ze daar niet aan mee kon doen. “Ik wilde graag eens een sportieve prestatie neerzetten, maar kwam er bij de Elfstedentocht niet tussen. Toen zei triatleet Jan van der Linde tegen mij: dan ga je toch een hele triathlon doen. Als je nu begint met trainen, dan kan je volgend jaar in Almere meedoen. Ik ben in september begonnen met trainen, liep in juni als test een hele marathon en werd in augustus vierde in de Holland Triathlon. Dat sprak me wel aan. Ik was toen 39. Het jaar erop zou ik veterane worden. Ik zag kansen om voor de prijzen te kunnen gaan.”

Echtgenoot Bram wierp zich meteen op als trainer, chauffeur, begeleider en manager. Zelf was hij een getalenteerd wielrenner bij Velo Club Er Op En Er Over in het Belgische Knokke,
totdat al op zeventienjarige leeftijd werd geconstateerd dat zijn nieren niet goed functioneerden. Topsport zou voor hem nooit mogelijk zijn. Bram projecteerde zijn vroegere sportieve ambities op zijn echtgenote. “Het werkte voor mij als het beste medicijn”, zegt Bram.

Binnen de kortste keren ging het in huize Van Lare bijna alleen nog maar over sport. Terèse: “De rol van de sport was groot in ons leven. We waren vaak op pad. In de drukste jaren deed ik tot wel vijftig wedstrijden, soms zelfs twee op een dag. Onze zoon is sportleraar geworden, maar onze dochter had minder met sport en viel er daardoor een beetje buiten in ons gezin. Dat heeft ze me wel eens kwalijk genomen.”

Terese van Lare (foto Peter Nicolai)

Triathlonvereniging gestart
Omdat de triathloninfrastructuur in Zeeuws-Vlaanderen uitermate karig was, zorgde Bram er eigenhandig voor dat daar een triathlonvereniging komt. “Dat was onder meer nodig om zwembaduren te kunnen regelen”. Eerst was er de Triathlon Vereniging Zeeland. “Die viel na twee jaar echter uit elkaar. Toen hebben we in 1997 de Triathlon Vereniging Oostburg opgericht. Die bestaat nog steeds. Het is een echte familieclub geworden. We hebben zestig leden, maar nog slechts twee daarvan zijn NTB-licentiehouder. De één doet in september mee bij het WK in Rotterdam, de ander doet elk jaar een Ironman. De meeste andere leden zwemmen alleen, we huren nog drie keer per week het zwembad in Oostburg. Een enkeling wandelt, fietst of loopt daarnaast.”

Hoewel Terèse na verloop van tijd haar parttime baan in een peuterspeelzaal opzegde om zich optimaal te kunnen richten op trainen, racen en rusten, sportte ze naar eigen zeggen niet overdreven veel. “Zeker voor die tijd viel het heel erg mee. Ik trainde nooit meer dan 18 uur in de week. Lopen deed ik maximaal 70 kilometer per week, fietsen 180 kilometer. Meer hoefde voor mij niet zo nodig.” Toch was Bram soms een veeleisende trainer, vertelt Terèse. “Hij had bedacht dat ik iedere zaterdag zou gaan fietsen met het Casino-team om daarna te gaan lopen met het Marathonteam Knokke. Dat beviel me niet zo, dus dat heeft niet zo lang geduurd.”

Terèse en Bram werden al snel vaste bezoekers van wereldkampioenschappen triathlon en Run Bike Run. “EK’s vonden we minder belangrijk, we zijn alleen bij de EK’s in Stein en Holten geweest.” Toch verlieten ze voor WK’s zelden Europa. “We houden beiden niet zo van vliegen. We zijn een keer naar de Verenigde Staten gevlogen en naar Cancún in Mexico.”

Slingers van Rob
Bladerend door de plakboeken die voor het interview met Transition weer eens uit de la zijn opgediept komen tal van dierbare herinneringen boven. Zoals aan de wereldkampioenschappen Run Bike Run en triathlon in Cancún in 1995. Terèse: “Rob Barel was daar ook, maar werd de eerste week heel erg ziek. Ik werd er wereldkampioene Run Bike Run en toen we terugkwamen bij het hotel bleek dat Rob de deur van onze kamer had versierd. Dat zo’n wereldtopper, ondanks zijn eigen tegenslag, oog had voor mijn prestatie als age-grouper vond ik wel heel speciaal.”

Vaak was Terèse één van de weinige age-groupers die namens Nederland bij een wereldkampioenschap aan de start verscheen. Regelmatig vroeg echtgenoot Bram zich hardop af waarom de NTB niet meer regelde voor de age-groupers. Een age-group coördinator zoals de NTB die nu kent was toen nog ver weg. Daarbij werd verwezen naar de enorme delegaties (met begeleiding) uit grote triathlonnaties als Groot-Brittannië, de VS en Australië. Terèse was er niet jaloers op, zegt ze nu. “Dat was toen nu eenmaal zo. Jaloers op age-group atleten uit andere landen was ik niet.”

Dat was ook niet echt nodig. Zestien keer veroverde ze de wereldtitel en er waren tal van andere podiumplaatsen, maar het duurde tot 2010 tot ze eindelijk de meest begeerde gouden medaille van allemaal omgehangen kreeg, die van wereldkampioene op de olympische afstand. “Tot dan had ik al mijn titels op de langere afstanden en vooral in de Run Bike Run behaald. Mijn zwemmen was niet goed genoeg. In Boedapest lukte het dan toch. Ik liep een paar honderd meter voor de finish nog tweede achter een Engelse. Zij kreeg een Britse vlag aangereikt, maar ik zag dat ze te uitgewoond was om deze aan te pakken. Ik heb geen goede eindsprint, maar toen heb ik mijn kans kunnen pakken.”

Terese van Lare (foto Peter Nicolai)

Ridder in de orde van Oranje Nassau
Hoewel ze naast haar wereldtitels in verschillende leeftijdscategorieën ook nog eens circa 35 nationale titels veroverde noemt Terèse toch iets anders als haar wordt gevraagd welke prestatie haar het meeste is bijgebleven. “In 1997 liep ik 2.59.19 uur in de Vlaanderen Marathon van Kortrijk naar Brugge, mijn pr op de marathon. Ik was toen 48 jaar. Dat was iets wat ik niet echt voor mogelijk had gehouden.”

In eigen land verscheen Terèse maar weinig aan de start van wedstrijden. De reden daarvoor is vooral geografisch bepaald. Vanuit haar woonplaats Sluis in het uiterste westen van Zeeuws-Vlaanderen is het ver rijden om naar de rest van Nederland te komen. “Rotterdam is voor ons al twee uur rijden. De grens met België daarentegen is vlakbij en binnen een uurtje zitten we in Noord-Frankrijk”, vertelt Bram.

“Vooral in Frankrijk kwamen we veel. Er waren veel mooie wedstrijden, er werd heel streng tegen stayeren opgetreden wat in het voordeel was van Terèse en de waardering voor de sporters was enorm. Dat komt misschien omdat burgemeesters er gekozen bestuurders zijn. Daardoor is de betrokkenheid met evenementen groot; dan werd je na afloop op het gemeentehuis uitgenodigd voor een drankje. Soms kreeg Terèse de eerste prijs uitgekeerd ook al was ze tweede geworden omdat ze het zo knap vonden van haar als veterane. Ze heeft zelfs de medaille van sportverdienste van het departement Nord – Pays de Calais uitgereikt gekregen.”

De vele medailles die Terèse in de loop der jaren veroverde zijn bewaard, maar veel bekers en trofeeën belandden bij het afval. “Gebrek aan ruimte”, luidt de nuchtere verklaring. “We hebben alleen bewaard waar een bijzondere herinnering aan kleeft. Zoals de kei – vergelijkbaar met die van Parijs-Roubaix – die de winnaars van de duathlon in Keiem kregen; voor een kei van een sportvrouw. Of de trofee in de vorm van een ijsschots van de duathlon in Isberge.” Haar sportieve prestaties als master leverden haar tevens diverse andere onderscheidingen op, waaronder in 1995 de Thea Sijbesma Award (de prijs voor de Sportvrouw van het Jaar van de NTB) en de meest bijzondere: Ridder in de Orde van Oranje Nassau in 1997.

Zwaar ongeval
Aan haar deelname aan triathlons en run-bike-runs kwam in 2014 abrupt een einde toen ze op haar racefiets van achteren werd aangereden door een onoplettende automobiliste. “Ze was op zoek naar iets en had mij totaal niet gezien. Van de klap zelf kan ik mij verder niets meer herinneren”, zegt Van Lare. De fysieke schade was enorm – een vijfvoudige bekkenbreuk en een drievoudige schouderbreuk waren de ernstigste kwetsuren. Gelukkig herstelde ze volledig en vorig jaar mocht ze zelfs weer een nationale titel op haar lange erelijst bijschrijven, op de 5 kilometer op de baan (D65). “In het begin liep ik nog een tijdje mank, maar nu gaat alles gelukkig weer goed. Ik ben fit en kan alles weer doen.”

Maar op de racefiets stappen doet ze niet meer. “Dat zie ik niet meer zitten. Een jaar eerder was ik tijdens een groepstraining ook al eens gevallen nadat een zadeltasje in mijn voorwiel was gekomen. Dat tweede ongeluk had veel slechter kunnen aflopen. Het is niet dat ik bang ben op de fiets, maar ik wil ook geen risico’s meer nemen. Het is mooi geweest zo, ik mis de triathlon niet. Ik zit nog wel regelmatig op de mountainbike, op het strand en in het bos. Dat is ook mooi. En ik doe zo nu en dan nog eens een hardloopwedstrijdje.”

Hoewel Terèse en Bram inmiddels beiden met pensioen zijn en het leven niet meer volledig in het teken staat van triathlon en Run Bike Run, bleek het nog lastig een afspraak met de Zeeuwse senioren te maken. Te druk. Beiden zijn nog actief bij S.C. De Zwinstreek, Bram is bestuurslid van de regionale IJs- en Skeelerclub ‘Het Grote Gat’ en geeft een lokaal sportblaadje uit. Daarnaast hebben hun twee kinderen inmiddels zeven kleinkinderen voortgebracht. Er wordt dankbaar een beroep gedaan op de oppasdiensten van oma en opa.

Oranje onder 14
En er lonkt een nieuwe sportieve carrière waar ze zich op kunnen storten. Bram vertelt trots: “Onze oudste kleinzoon van 14 speelde het afgelopen jaar bij de jeugd van NAC Breda en stroomt na de zomervakantie in de jeugdopleiding van PSV in. Eerder dit jaar debuteerde hij als doelman in Oranje onder 14. Wij gaan vaak met de camper heen en weer naar trainingen en wedstrijden.” Een leven achter de geraniums lijkt er voorlopig niet in te zitten.


Dit artikel verscheen eerder in Transition #9.