Triathlon is zwaar, ongezond, duur, kost veel tijd en is alleen geschikt voor mannen. Zo luidt kort samengevat het beeld dat veel niet-triatleten van de triathlon hebben. Triatleten zelf weten uiteraard beter. Transition zette de belangrijkste vooroordelen op een rijtje en geeft tegenargumenten.

Vooroordeel 1: Triathlon is zwaar

Dat is maar hoe je het bekijkt. Veel is afhankelijk van de getraindheid en de triathlonafstand. Een hele triathlon (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en een marathon lopen) is inderdaad een flinke uitdaging, zelfs als je goed getraind bent. Tegelijk hebben honderdduizenden mensen over de hele wereld in de loop der jaren laten zien dat het volbrengen ervan voor heel veel sporters is weggelegd.

Je hoeft echter geen hele te doen om jezelf een triatleet te mogen noemen. Een sprinttriathlon (500 meter zwemmen, 20 km fietsen en 5 km lopen) is voor iedereen die een beetje sportief is ingesteld te volbrengen. Daarnaast is van belang welk doel je jezelf vooraf stelt. Stel je een heel hoog doel terwijl je nauwelijks getraind bent, tja… dan zal het een zware wedstrijd worden. Maar dat geldt in elke sport. Op http://www.triathlonbond.nl vind je onder ‘atleten’ een verzicht van alle wedstrijdafstanden.

Vooroordeel 2: Triathlon kost veel tijd

Dat is geheel afhankelijk van hoe hoog je de lat voor jezelf legt en hoeveel tijd je aan je hobby wilt besteden. De één wil graag een goede tijd op de hele neerzetten en traint daarom meer dan twintig uur in de week. Een ander doet regelmatig aan kortere evenementen (sprint en kwart) mee op basis van een paar uurtjes training. Er zijn ook atleten die met hooguit 8-10 uur training in de week een halve of zelfs een hele triathlon volbrengen, soms met verrassende resultaten.

Verder geldt voor triathlon wat voor elke (duur)sport geldt: Niets komt vanzelf. Je wordt beter door te investeren in training, zowel in uren per week als in jaren. Een dosis talent is daarbij mooi meegenomen, maar je kunt alleen een redelijk niveau bereiken als je een aantal jaren consequent en goed traint. Het aantal uren dat je daarvoor traint is minder van belang, zolang je het maar regelmatig doet.

:Vooroordeel 3: Triathlon is ongezond

Met de huidige kennis op het gebied van training en voeding – die ook voor recreatieve sporters beschikbaar is (leve het internet!) – kan iedereen op een verantwoorde manier een triathlon uitlopen. Ongeacht de afstand. Ook het doen van een hele triathlon is niet ongezond, zolang je maar voldoende getraind aan de start verschijnt en jezelf onderweg goed verzorgt. Onderzoeken wijzen juist uit dat bij regelmatige sportbeoefening de kans op hart- en vaatziekten of een hartinfarct twee keer lager ligt dan normaal.

En dat je als triatleet drie sporten beoefent betekent overigens niet dat je daardoor drie keer meer kans op blessures hebt. Door de crosstrainingseffecten wordt je lichaam juist meer allround getraind, wat de kans op blessures als gevolg van een eenzijdige belasting vermindert. De meest voorkomende kwetsuur bij triatleten is feitelijk iets heel onschuldigs – blaren. Pas wanneer je er het woordje ‘te’ voor kunt zetten zal je sportbeoefening ongezond kunnen worden en tot meer blessures kunnen lijden. Dus niet te veel, te lang of te hard.

Vooroordeel 4: Triathlon is een mannensport

Onzin. Jaarlijks groeit het aantal vrouwen dat aan triathlon doet en inmiddels is bijna dertig procent van de NTB-leden van het vrouwelijk geslacht. Niets wijst er dan ook op dat vrouwen minder geschikt zouden zijn om triathlons te doen dan mannen. Sterker nog, sommige onderzoeken stellen juist dat vrouwen van nature meer aanleg hebben voor duursport dan mannen. Weetje: triathlon is vanaf het begin één van de meest geëmancipeerde sporten ter wereld, met gelijke geldprijzen voor de winnaars bij de mannen en vrouwen (uitzonderingen daargelaten).

Vooroordeel 5: Triathlon is een dure sport

Dit is waarschijnlijk het enige vooroordeel dat – tot op zekere hoogte – enig hout snijdt. Met materiaal voor drie sporten ben je nu eenmaal wat duurder uit dan bij één sport. En omdat er bij de organisatie van een triathlon nu eenmaal wat meer komt kijken dan bij het uitzetten van een fietstoertocht of een hardloopwedstrijdje zijn ook de inschrijfgelden van evenementen vanzelfsprekend wat hoger. Maar daar krijg je over het algemeen ook veel voor terug.

Verder kun je het zo goedkoop en duur maken als je zelf wilt. Om aan een triathlon mee te doen heb je in principe niet meer nodig dan een zwembroek of badpak, een fiets (maakt niet uit wat voor fiets), een helm, een sportbroekje, een t-shirt en een paar loopschoenen. Door iets meer uit te geven kun je met de goedkoopste wetsuits zonder koudwatervrees van start, met een instapmodel triathlonfiets de blits maken bij je vrienden, een trisuit aanschaffen voor snelle wissels en een paar goede hardloopschoenen op maat laten aanmeten.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich onder meer wetsuits en speedsuits die als een tweede huid dragen; hightech, carbon racemonsters van 10.000 euro of meer; supersnelle wielsets; lichtgewicht wedstrijdschoenen; aerodynamische druppelhelmen; geavanceerde drinksystemen; en draagbare sportcomputers die alle trainings- en wedstrijddata die je maar kunt bedenken opslaan en verwerken. Spulletjes om je vingers bij af te likken. En ja, dan wordt triathlon inderdaad een dure sport.

Sportkeuring

Om aan een triathlon mee te mogen doen hoef je geen sportkeuring te ondergaan. Voor bepaalde groepen sporters wordt dit wel aangeraden. Komen hartproblemen in de familie voor of ben je ouder dan 35 jaar – boven deze leeftijd komen hart- en vaatafwijkingen namelijk meer voor – laat je dan eerst onderzoeken. Dat kan via een maximale inspanningstest, waarbij het hart tijdens inspanning wordt onderzocht met behulp van een elektrocardiogram (ECG). Hiervoor kun je terecht bij een Sport Medisch Adviescentrum (SMA) of sportgeneeskundige afdelingen van een ziekenhuis.

Dit artikel verscheen eerder in Transition #8 (beginnersspecial).