Jorik van Egdom beleefde vorig jaar een superseizoen. Hij werd onder meer Europees kampioen Run Bike Run bij de elite, veroverde brons en de wereldtitel <23 bij het WK Run Bike Run en als uitsmijter was er de wereldtitel <23 op de olympische afstand in het Mexicaanse Cozumel. Hij werd er onder meer Sportman van het Jaar in Veenendaal en van de NTB mee. Wereldtriathlonbond ITU noemde hem de Biggest Men’s Rising Star van 2016. Voor de volgende maand 22 jaar wordende triatleet zijn het echter slechts tussenstappen op weg naar een veel groter doel: Olympisch kampioen worden.

Jorik van Egdom steekt zijn ambities niet onder stoelen of banken. Heeft hij ook nooit gedaan. Niets minder dan olympisch goud telt voor hem, in 2024. “Bijna niemand presteert in zijn eerste Olympische Spelen goed, dus daar wil ik ook geen verwachtingen over uitspreken. Voor Tokyo is daarom plaatsing mijn primaire doel om daar ervaring op te doen met een olympische race. Maar voor 2024 is mijn doel heel duidelijk: Goud. Punt.”

Om het allerhoogste te willen bereiken moet je streng voor jezelf zijn; dan moet 24 uur per dag, 365 dagen per jaar alles om sport draaien.

Vergeten te genieten
Die ambitie is zo sterk dat al het andere niet meer waarde lijkt te hebben dan een tussenstap op weg naar dat ultieme doel. “Daardoor vergeet ik soms te genieten van de successen die ik nu heb. Na de wereldtitel in Cozumel hebben anderen zoals bondscoach Louis Delahaije, mijn trainer Rob Barel, familie en vrienden me erop moeten wijzen dat ik toch echt even de wereldtitel moest gaan vieren, dat ik iets leuks moest gaan doen. Even de focus van de triathlon af. Ik heb zelfs wat alcohol gedronken, iets wat ik normaal nooit doe”, bekent de geheelonthouder na enig doorvragen.Ook wanneer hem wordt gevraagd hoe hij op het afgelopen seizoen terugkijkt, is er weer die blik vooruit. Natuurlijk is hij supertrots, zegt Van Egdom, maar een belangrijke conclusie is ook dat het afgelopen seizoen te wisselvallig was. “Het streven is om dit jaar veel constanter te worden. Ik heb enorme uitschieters naar boven gehad, maar er zijn ook grote uitschieters de andere kant op geweest. Iets ertussenin was er eigenlijk niet. Pieken in de belangrijkste wedstrijden lukt me wel, daar ligt het niet aan. Maar in de andere wedstrijden ben ik vaak niet goed genoeg. Om mijn ITU-ranking te verbeteren en straks voldoende Olympische kwalificatiepunten te kunnen scoren zal ik veel constanter moeten worden. Je hebt meer aan regelmatig een toptien klassering dan één of twee keer winnen en voor de rest ver buiten de top-tien finishen.

“Is hij niet veel te streng voor zichzelf? Van Egdom vindt van niet. Hij weet wat hij wil en wat er voor nodig is dat te bereiken. Daarin zijn geen concessies mogelijk. “Om het allerhoogste te willen bereiken moet je streng voor jezelf zijn; dan moet 24 uur per dag, 365 dagen per jaar alles om sport draaien. Als ik bijvoorbeeld na een wedstrijd een reisdag heb dan probeer ik voor de reis eerst nog even de benen los te gooien met een lichte training, zodat ik daarna zo snel mogelijk de training weer kan oppakken. Je kunt niet denken; morgen is er weer een dag. Denk je dat elke keer, dan verlies je in een jaar best veel trainingsdagen. Zelfs voor het WK Run Bike Run lag ik ’s morgens nog in het zwembad voor een lichte zwemtraining.”

Jorik van Egdom - Rotterdam eredivisie (foto Sonja Jaarsveld)

Gunfactor
Transition spreekt Van Egdom een week na de Super League Triathlon, een nieuwe wedstrijdenreeks die vorige maand van start ging op het op het Australische Hamilton Island. Eerder was hij ook al welkom bij de Island House Triathlon op de Bahama’s, een maand na zijn wereldtitel in Cozumel. Voor beide evenementen wordt een beperkt aantal toptriatleten geïnviteerd. Volgens Van Egdom zijn beide uitnodigingen niet alleen te danken aan zijn prestaties. “Zoiets is ook een kwestie van gunnen. Als je een groot ego hebt of erg gesloten bent, word je ook niet snel gevraagd. Gelukkig kan ik met iedereen goed opschieten. Dat was vroeger op school wel anders”, lacht hij. “Ik had weinig vriendjes en was snel boos. Toen ik ging sporten verdween dat.”

Hij was in Australië blijven plakken en verbleef in een AirBnB bij een ouder echtpaar in Gold Coast. Van daaruit vloog hij naar Nieuw-Zeeland voor deelname aan de World Cup in New Plymouth om daarna naar Gold Coast terug te keren voor de tweede race in de World Triathlon Series. Hij moet dat allemaal zelf betalen. Ondanks de successen van 2016 hebben zich nog geen nieuwe sponsors aangediend. “Het organiseren en financieren is bijna nog zwaarder dan het trainen”, klinkt het. “Sponsoring blijkt lastig. Ik moet het eerst maar bij de grote jongens laten zien. Gelukkig heb ik hele lieve ouders en een hele lieve vriendin. Haar HondenHotel is een belangrijke partner in mijn traject.

Aanvallen hoort wel een beetje bij mij. Ik wil risico nemen en knallen om te kunnen winnen. Maar het gevolg is dat ik me wel eens volledig opblaas op de fiets. Wil ik constanter presteren dan zal ik misschien wat vaker op safe moeten spelen.

Wielrennen mocht niet
Van Egdom zette zijn eerste stappen als triatleet in Veenendaal, waar hij nog steeds woont. “Als klein jongetje wilde ik wielrenner worden, maar dat mocht niet van mijn ouders. Die vonden dat te gevaarlijk met al die valpartijen. Dus ging ik net als mijn vader, een goede hardloper, hardlopen. Zoals zoveel jongetjes wilde ik op mijn vader lijken. Hij was mijn grote voorbeeld. Ik werd Nederlands kampioen cross bij de D-junioren, maar vroeg me al snel af of ik hier verder mee wilde. Op de middelbare school moest ik in die tijd mij profiel gaan kiezen. Dat betekende nadenken over wat ik later wilde worden. Ik wilde toen al topsporter worden. Als hardloper zou je dan tegen Kenianen moeten lopen. Mijn vader was inmiddels triathlon gaan doen bij VZC in Veenendaal. Dat leek mij ook wel wat; kon ik toch fietsen.”Op zijn dertiende deed hij zijn eerste triathlon. “Dat was een clubwedstrijdje – een sprinttriathlon – van VZC op dinsdagavond. Ik had er niet echt voor getraind, had nog nooit gezwommen. Voor het fietsen leende ik een racefiets. Het fietsen ging wel goed, maar tijdens het lopen kreeg ik meteen kramp in beide hamstrings. Op het enige onderdeel dat ik wel beheerste lukte niets meer. Toen leerde ik al dat je op alle drie de onderdelen goed moet zijn om een goede triatleet te kunnen worden.” Daarna ging het snel. Er volgden nationale titels bij de junioren en in 2012 kreeg het toen zestienjarige talent een plekje binnen het nieuw opgerichte Team4Talent. Al snel kwamen de eerste internationale titels bij de junioren en in 2014 veroverde Jorik zijn eerste van drie nationale titels sprinttriathlon bij de elite. Nadat Team4Talent in 2015 de aandacht volledig verlegde naar de lange afstand vond Jorik onderdak bij het Triteam Rotterdam, waarmee hij vorig jaar de Lotto Eredivisie Triathlon won. Intussen zette hij bij de neosenioren zijn jacht op internationaal eremetaal voort. De wereldtitel op de Olympische afstand vormt daarin een absoluut hoogtepunt in zijn nog jonge carrière.

Moeizame seizoenstart
Zo goed als 2016 was, zo moeizaam is 2017 begonnen. Een week voor de openingswedstrijd van de World Triathlon Series in Abu Dhabi moest Van Egdom een verstandkies laten trekken. “Ik had al een tijdje flink pijn en het trainen ging minder. Ik mocht vervolgens een week lang niet zwemmen en stond daardoor niet honderd procent aan de start. De dag voor de Super League Triathlon hing en zat ik vervolgens een hele dag boven het toilet als gevolg van een virusinfectie. Ik viel vier kilo af, maar op een dieet van witte rijst en elektrolytendrankjes kon ik op dag twee toch van start.”Hij werd vervolgens op halve kracht knap vierde in de tijdrit en eindigde ondanks het missen van de eerste dag toch nog als vijftiende, olympisch kampioen Alistair Brownlee zelfs achter zich latend. “Je wilt graag winnen en je voor de volle honderd procent kunnen inzetten, dus was het wel jammer dat ik niet op mijn best was.”

Hij beseft dat het verwachtingspatroon bij de buitenwereld is gestegen na afgelopen jaar. “Maar ik sta daardoor nu niet extreem zenuwachtig aan de start of voel meer druk. Ik kan daar wel goed mee omgaan en vind dat mentale deel van topsport juist heel mooi. Daarbij kan ik rekenen op hulp van mijn vader, die zelf op hoog niveau heeft gelopen, en Rob deelt natuurlijk ook zijn ervaring.”Met het traject dat Van Egdom voor ogen heeft moeten ook keuzes worden gemaakt. In wedstrijdtactiek. En in de races die worden gedaan. Racen voor een goede ranking betekent bijvoorbeeld dat Van Egdom zijn natuurlijke drang om aan te vallen ietwat moet leren beteugelen. “Aanvallen hoort wel een beetje bij mij. Ik wil risico nemen en knallen om te kunnen winnen. Maar het gevolg is dat ik me wel eens volledig opblaas op de fiets. Soms vraag ik mezelf ook wel eens af: Waar ben je nu weer mee bezig. Dan kost het enorm veel energie om een klein gaatje te slaan en dan word ik weer teruggepakt. Wil ik constanter presteren dan zal ik misschien wat vaker op save moeten spelen.”

PALMARES JORIK VAN EGDOM

2012
Zilver EK Run Bike Run junioren
Zilver EK crosstriathlon junioren

2013
Goud WK crosstriathlon junioren
Goud WK Run Bike Run junioren

2014
Goud NK sprinttriathlon elite
Goud NK crosstriathlon elite

2015
Goud EK Run Bike Run sprint neosenioren
Zilver EK Run Bike Run sprint elite
Goud WK crosstriathlon neosenioren
Goud NK sprinttriathlon elite
Goud NK crosstriathlon elite

2016
Goud EK Run Bike Run elite
Brons WK Run Bike Run elite
Goud WK Run Bike Run neosenioren
Goud ETU Cup Rotterdam elite
Goud WK triathlon OA neosenioren
Goud NK sprinttriathlon elite

WTSGF dilemma
Ook is Van Egdom in een innerlijke tweestrijd verwikkeld ten aanzien van de World Triathlon Series Grand Final in Rotterdam. “Het is superleuk dat het in eigen land is, maar het maakt het voor mij ook superlastig. Ga ik voor een constant seizoen in de hoop daarmee bij de elite te kunnen starten of doe ik mee bij de neosenioren en piek ik op die wedstrijd. Voor eigen publiek je wereldtitel mogen verdedigen is prachtig, maar tegelijk telt er maar één resultaat: Winst. Ik kan voor de buitenwereld eigenlijk alleen maar verliezen, terwijl een tweede plaats natuurlijk ook gewoon heel goed is. Word ik echter met een mindere wedstrijd vijftiende bij de elite dan zal iedereen dat knap vinden. Daar komt nog bij dat een 25ste plaats in de Grand Final meer punten oplevert dan de wereldtitel bij de neosenioren. Vraag is dus: Ga ik voor de ranking of voor dat ene resultaat?”De focus op het verbeteren van de ITU-ranking via deelname aan World Cups en de World Triathlon Series, betekent ook dat er minder ruimte is voor Run Bike Runs en crosstriathlons, disciplines waarin Van Egdom als junior en neosenior internationaal zo succesvol is geweest. Het eerste ITU Multisport Festival dat eind augustus wordt gehouden in het Canadese Penticton lonkt. In verschillende disciplines, waaronder Run Bike Run en crosstriathlon, wordt er om de wereldtitels gestreden. “Dat kriebelt wel, maar het valt tegelijk met een hoogtestage van het NTC. Ik zoek nog naar een oplossing.”Beide disciplines vallen volgens hem echter prima te combineren met zijn olympische triathlonambities. “Als je geen Run Bike Run kunt winnen, kun je ook geen triathlon winnen. En thuis zit ik standaard minimaal één keer per week op de mountainbike. Je komt daarmee in training makkelijker in de hogere hartslagzones en bovendien is het supergoed voor je techniek. Ik verbaas me erover hoe slecht driekwart van de triatleten door een bocht rijdt. Het wordt onderschat hoeveel voordeel je kunt hebben van een goede fietsbeheersing.”

Zwemmen
En dan is er nog het zwemonderdeel, Van Egdom’s achilleshiel. Ook tijdens het WK triathlon neosenioren kwam hij achteraan het pak uit het water. “Bij de neosenioren zijn er echter maar een stuk of vijf, waaronder ik, die echt goede fietsers zijn. In de World Triathlon Series zijn er vijftig atleten die hard kunnen rijden. Daardoor kun je een foutje in de wedstrijd – zoals er niet bij zitten na het zwemmen – bij de neo’s nog opvangen. In de World Cup of World Triathlon Series wordt dat meteen afgestraft. Op tien seconden de aansluiting missen na het zwemmen, kost dan zoveel extra energie die je moet aanwenden dat het negatief doorwerkt in de rest van je wedstrijd.”Van Egdom is zich ervan bewust dat het zwemonderdeel beter moet wil hij straks om de gewenste hoofdprijs mee kunnen dingen. “Maar dat geldt ook voor het lopen”, relativeert hij. Maar het is wel een dingetje, ook al omdat de buitenwereld hem er bij voortduring op blijft wijzen. “Maar in de Europa Cup kom ik inmiddels keurig in de grote groep uit het water. In de World Cup en World Triathlon Series lukt dat alleen nog niet. In training gaat het prima en ook de eerste 400-500 meter zwemmen heb ik alles nog goed onder controle, maar daarna zak ik te vaak keihard door het veld terug. Door kleine zaken als water binnen krijgen verlies ik dan mijn focus op de techniek en val ik in oude patronen terug. Het zwemmen is nog te weinig een automatisme.”Met schema’s van NTC-coach Jordi Meulenberg wordt daar nu hard aan gewerkt. De samenwerking met NTB/NTC is pas recent goed echt op gang gekomen. Van Egdom is er blij mee. Hij reist regelmatig naar Sittard om mee te trainen en gaat mee op trainingskampen. Dat dit vrij lang heeft geduurd, had volgens de atleet enerzijds te maken met het gecentraliseerde programma richting Rio en de selectiefocus binnen het NTC op zwemmen. Anderzijds lag dat aan hemzelf. “Ik geloofde enkele slechte verhalen die ik hoorde. Uiteindelijk besloot ik om het toch maar eens zelf uit te zoeken. De samenwerking blijkt fijn.”

Rob Barel heeft een schat aan ervaring en past als trainer het beste bij mij. We hebben een heel bijzondere klik. Al zeven jaar lang leert hij me elke dag nog wat nieuws.

Oost, West, Thuis best
Maar naar Sittard verhuizen ziet hij vooralsnog niet zitten. “Ik heb thuis alles goed voor elkaar, met voldoende badwater, een mooie trainingsomgeving, fijne trainingspartners en Rob Barel als coach. Rob heeft natuurlijk een schat aan ervaring en past als trainer het beste bij mij. Wat begon met aanwijzingen bij de zwemtraining is uitgegroeid tot het maken van volledige trainingsschema’s. We hebben een heel bijzondere klik. Al zeven jaar lang leert hij me elke dag nog wat nieuws.”

In Sittard zou hij voor zijn gevoel bovendien teveel het leven van een triathlonmonnik moeten gaan leiden. “Opstaan, zwemmen, eten, fietsen, lopen, eten, slapen. Dat werkt niet bij mij. Voor mij zijn een stabiele, vertrouwde thuisomgeving en tijd om met vrienden en familie door te kunnen brengen belangrijk. Dat ik nu zes weken van huis ben voor de Super League Triathlon, de World Cup in New Plymouth en de WTS-race in Gold Coast vind ik best lang. Ik krijg geen heimwee of zo, maar bij drie weken ligt voor mij toch wel een beetje de grens. Het leven uit de koffer is niet zo aan mij besteed. Maar omdat het nodig is om het doel te bereiken dat ik voor ogen heb, doe ik het toch.”


Dit artikel verscheen eerder in Transition #8.