Zwemmers Dennis Rijnbeek (44) en Lennart Stekelenburg (30) deden voor hun topsportcarrières al wel eens een triathlon. “Eigenlijk zijn wij dus helemaal geen zij-instromers zoals in deze rubriek bedoeld wordt”, klinkt het lachend bij de start van het interview met de twee ploeggenoten uit het 2eDivisie team van TriMates. Rijnbeek nam begin jaren negentig van de vorige eeuw een aantal malen deel aan de triathlon van Aalsmeer. “Toen was het zwemmen nog in een zwembad. Het is al zo lang geleden dat ik niet eens meer weet waarom ik meedeed.” Stekelenburg deed zijn eerste triathlon in Doetinchem in de zomer van 2002. “Ik deed dat samen met collega-zwemmer Merijn Ellenkamp die daar vandaan kwam. In de zomer heb je als zwemmer een rustperiode en dan is het leuk een keer iets anders te doen.”

Van rustperiodes was in de zomer geen sprake meer toen Stekelenburg zich als topsporter aan het zwemmen ging wijden. “In die periode zijn er internationale wedstrijden en trainingsstages en had ik dus geen tijd meer voor een triathlon. Ik denk ook niet dat mijn trainer dat had toegejuicht.” Stekelenburg stopte in 2013 met zwemmen op topniveau. Een jaar eerder nam hij nog deel aan de Olympische Spelen in Londen. Hij kwam uit op de wisselslagestafette en de 100 en 200 meter schoolslag. De schoolslagspecialist heeft nog altijd nationale records op de 50 en 100 meter schoolslag in handen.

Ik heb niet de ambitie langere afstanden te doen. Dan moet ik met meer structuur trainen en ik wil juist geen schema’s meer. Die heb ik genoeg gehad in het zwemmen.

Rijnbeek kwalificeerde zich tweemaal via de 4×100 meter estafette voor de Olympische Spelen. In 1996 reisde hij als reserve naar Atlanta. Vier jaar later in 2000 Sydney kwam hij wel in actie maar was hij verantwoordelijk voor een foutieve wissel waardoor het Nederlandse team vroegtijdig werd uitgeschakeld. “In Sydney leerde ik Rob Barel kennen. Hij zat net als ik in de atletencommissie van NOC*NSF. Toen ik in 2001 stopte met zwemmen haalde Rob mij over om mee te doen aan de triathlon van Veenendaal. Ik moest aftrainen van twintig uur per week trainen en zocht een andere sportinvulling. Voor zwemmers is er eigenlijk geen drempel om een triathlon te doen. Voor veel sporters is zwemmen het lastigste onderdeel, voor ons natuurlijk niet. En fietsen en hardlopen kan iedereen wel. Sowieso vond ik het heerlijk om in de zomer op de racefiets te stappen en in de winter had ik tijd om hard te lopen.”

Zwemmen geen pré
In de achtste triathlon van Veenendaal in 2002 kwam Rijnbeek als eerste uit het water om uiteindelijk als veertigste te finishen. Zijn zwemvaardigheid bleek niet meteen een pré om triathlon leuk te vinden. “Na het zwemonderdeel werd ik door iedereen ingehaald. Daar krijg je niet direct een positief gevoel van. Pas toen ik een keer een Run Bike Run deed, merkte ik dat ik eigenlijk helemaal niet zo’n slechte fietser was.” De ‘triathloncarrière’ van Rijnbeek kende veel ups en downs. “Ik deed regelmatig een wedstrijdje maar ben ook drie keer gestopt. Dat was ook zo toen ik gevraagd werd voor het tweede team van TriMates. Zo ben ik toch weer in de triathlonsport gerold.”

Op hetzelfde moment werd Stekelenburg door vrienden voor TriMates uitgenodigd. Voor hem was de overgang naar de triathlonsport even wennen. “Natuurlijk had ik een goede basisconditie, maar als zwemmer was ik vooral een sprinter. In heel korte tijd zie je in het zwemmen enorm af. Dat gevoel kende ik dus wel, maar in een triathlon duurt dat afzien veel langer. Dat was doorbijten.” Voor beiden staat in de triathlonsport het plezier voorop. “Het is vooral een kwestie van me fit blijven voelen”, vertelt Stekelenburg. “Mijn maatschappelijke carrière staat centraal en heel veel tijd om te trainen heb ik niet. Door mijn zwemervaring weet ik wel hoe ik mij in een relatief korte periode op een wedstrijd kan voorbereiden. Want als ik start, wil ik als oud-topsporter natuurlijk wel zo goed mogelijk presteren en heb ik het doorzettingsvermogen dat te doen. Lid zijn van een team is daarbij een extra stimulans. Je laat je makkelijker verleiden net een stapje extra te doen. Dat teamgevoel vind ik mooi. In de zwemsport is toch allemaal wat individueler.”

Nooit een hele
Stekelenburg startte tot op heden alleen in sprinttriathlons. “Ik heb niet de ambitie langere afstanden te doen. Dan moet ik met meer structuur trainen en ik wil juist geen schema’s meer. Die heb ik al genoeg gehad in het zwemmen.” Rijnbeek denkt er net zo over. “Na mijn triathlon in Veenendaal kreeg ik van verschillende kanten adviezen. Het verhaal was dat ik met meer gerichte trainingen mijn fietsen en lopen zodanig kon verbeteren dat er zeker top-tienklasseringen haalbaar zouden zijn. Maar ja, dan had ik net zo goed kunnen blijven zwemmen, want bij de beste tien hoorde ik, als ik weer zou gaan trainen, ook nog wel.” Rijnbeek start regelmatig in sprinttriathlons en olympische afstand triathlons en richt zich nu voornamelijk op de wedstrijden met TriMates. Eenmaal deed hij een halve en hij kijkt wel eens jaloers naar mensen die een hele doen. “Maar bij die halve vond ik al dat de voorbereidingen zoveel tijd kosten dat mijn gezin er de dupe van werd. Voor mij dus nooit een hele.”

Opvallend is dat beide oud-zwemtoppers eigenlijk nauwelijks nog op hun specialiteit trainen. Op het moment van het interview was het voor Stekelenburg alweer weken geleden dat hij voor het laatst gezwommen had. “Fietsen en lopen vind ik nu leuker om te doen dan doelloos baantjes trekken.” Toen Rijnbeek eerder lid was van Hellas ging hij nog wel met regelmaat naar de zwemtrainingen. “Bij TriMates zijn die trainingen er niet, dus zou ik moeten trainen tijdens de reguliere zwemuren in het zwembad. Maar dat vind ik echt veel te druk.”

Versterking
Het TriMates-team van Rijnbeek en Stekelenburg eindigde vorig jaar als zevende in de 2eDivisie Triathlon. De afgelopen periode hebben zich een aantal nieuwe leden aangesloten. “Het zou dus kunnen dat we versterking krijgen van een aantal snellere jongens uit team één”, vertelt Rijnbeek. “Hoe dat voor ons uitpakt, weten we nog niet.” Voor Stekelenburg geldt dat als hij daardoor zijn plek in het team zou verliezen, hij in de triathlonkalender op zoek gaat naar wedstrijden waar hij individueel kan deelnemen. “Ik wil deze sport graag blijven doen. De wedstrijden zijn een stok achter de deur om fit te blijven. Het zorgt ervoor dat ik lekker in mijn vel zit en is een uitlaatklep voor mijn werk.” Voor Rijnbeek zou minder wedstrijden met TriMates wel eens de voorbode kunnen zijn van een vierde afscheid van de triathlonsport. “Ik zie wel wat dan weer op mijn pad komt. Sporten blijf ik natuurlijk wel.”


Tekst: Norbert Veringmeijer
Dit artikel verscheen tevens in Transition Magazine #7 (februari 2017).