Yvonne van Vlerken (38) woont met haar Duitse vriend, triatleet Per Bittner, in het Oostenrijkse Schwarzach. De in Krimpen aan de Lek geboren atlete – bijnaam Vonsy – is voormalig wereldrecordhouder op de hele triathlon en noteerde vorige maand tijdens de Ironman Arizona (waar ze als tweede finishte) voor de twaalfde keer een tijd onder de voor vrouwen magische negen uur grens. Daarmee is ze recordhouder.

Inflexibel – Ik ben heel erg van het vooraf dingen plannen en vastleggen. Ver van tevoren regel ik alles tot in de puntjes. Daar mogen dan liefst geen veranderingen meer in plaatsvinden. Ik raak al in de stress wanneer een geplande ochtendtraining een dag van tevoren naar de middag wordt verplaatst. Je moet mij daarom ook niet willen verrassen, daar maak je mij niet blij mee. Dat inflexibele is een eigenschap waar ik aan moet werken.

Rituelen – Ik heb door de jaren heen een oneindige lijst van wedstrijdrituelen gehad. Niet uit bijgeloof, maar gewoon omdat ik me er prettig bij voel. In het begin was dat wel anders. Jarenlang at ik witte broodjes met appelstroop tot ik veel ging reizen en nergens appelstroop kon vinden. Ik raakte in paniek, maar de wedstrijden gingen goed. Het kon dus ook zonder. Zo vaak als er iets is afgevallen, zo vaak kwam er sindsdien ook weer iets nieuws bij. Wat wel altijd is gebleven is dat ik de avond voor een wedstrijd lekker in bad ga met etherische oliën en badzout. Ook vaste prik is dat ik smileys teken op mijn startnummer.

YVONNE’S ERELIJST

Meer dan 60 overwinningen 

12 keer onder de 9 uur in een hele triathlon 

11 zeges in Ironman en Challenge (+ 1 keer Almere) 

10 Nederlandse titels:  Run Bike Run (8) en  Triathlon (2) 

3 Europese titels: Ironman 70.3 (1) en  Powerman (2) 

1 Wereldtitel:  Run Bike Run lang   

Knuffels – Onderdeel van mijn ritueel is dat naar elk trainingskamp en elke race een paar knuffelbeesten meegaan. Afhankelijk van hoeveel ruimte er in de bagage over is kunnen dat er vijf tot zes zijn. Ze hebben allemaal een door mijn mams gebreid truitje aan met hun naam erop. Het zijn onze kindjes. Twee gaan in ieder geval altijd mee op reis: Vonsyper – een knuffel die ik tijdens onze eerste Kerst samen van Per heb gekregen – en Nicky. Als we eens een keer naar verschillende wedstrijden gaan, gaat Vonsyper met Per mee, Nicky met mij.

Zekerheden overboord – Voor Arizona heb ik al mijn zekerheden op het gebied van training en wedstrijdvoorbereiding overboord gegooid. Na mijn uitstappen in de Ironman Hawaii besloot ik pas een paar weken van tevoren mee te doen. Ik wilde niet dat al dat harde werken en de opofferingen die ik me had getroost voor niets waren geweest. Die vorm kon niet weg zijn. In de aanloop naar de race in Arizona lette ik echter wel minder op mijn voeding, had ik na een lang seizoen geen zin meer in intensieve en lange trainingen en vlogen we ondanks acht uur tijdverschil pas vier dagen van tevoren naar Tempe, waar we verbleven in een goedkoop hotel. Mijn traditionele bad had ik ook niet en toch volgde er een sterke wedstrijd. Dat zet je toch aan het denken. Maar ik had het kunnen weten: Drie jaar geleden deed ik na Hawaii mijn beste race ooit in Florida terwijl ik in de drie weken tussen beide races nauwelijks trainde en bijna dagelijks pannenkoeken at bij de Waffle House.

Ik ben helemaal klaar met hawaii. Ik wilde het nog één keer goed doen. Dat is mislukt. Het heeft nu geen prioriteit meer. De kans is groot dat ze mij er niet meer zien.

Hawaii 1 – Dit jaar had ik alles op de Ironman Hawaii gezet. Ik wilde er nog één keer echt knallen. Met pijn in het hart heb ik verschillende wedstrijden die ik mooi vind om te doen uit mijn programma gehaald en de laatste acht weken voor de race heb ik alleen maar getraind. Zes weken lang verbleven Per en ik op hoogte in Boulder, Colorado. Tijdens trainen op hoogte gaat de stofwisseling omhoog en heb je meer energie nodig. Niemand – wij niet en onze trainers niet – had er echter bij stilgestaan dat de energiebehoefte de eerste weken erna op zeeniveau ook hoger blijft. Het normale voedingsprotocol tijdens de race was daardoor onvoldoende. Bij ons allebei raakte de energietank leeg. Dat voelde ik al halverwege het fietsen. Na 15 kilometer lopen ben ik uitgestapt. Ik was in bloedvorm en dacht dat ik de wedstrijd van mijn leven zou gaan hebben. Zonde dat het dan door zoiets stoms misgaat.

Hawaii 2 – Toen ik uitstapte heb ik even een traantje gelaten, maar een paar uur later was ik er alweer overheen. Wel ben ik er nu helemaal klaar mee. Ik wilde het nog één keer goed doen. Dat is mislukt. Het heeft nu geen prioriteit meer. De kans is groot dat ze mij er niet meer zien. Ik was een keer tweede en beter dan dat zal het toch niet meer worden. Ik start elke wedstrijd om te winnen. Wanneer ik vooraf weet dat dat er niet inzit heb ik moeite om me er voor de volle honderd procent op te richten. En de wedstrijd op Hawaii ligt me gewoon ook niet zo. Daar hebben meer atleten last van. Meredith Kessler, bijvoorbeeld, heeft 12 Ironman-races gewonnen, maar finishte pas één keer in de toptien in Kona. Ik zie hier thuis tenminste nog de schalen van een tweede, vierde en zevende plaats op Hawaii staan. Daar heb ik vrede mee.

Samen winnen – Per en ik hadden het er de laatste maanden al vaker over gehad dat het wel cool zou zijn om samen een grotere wedstrijd te winnen. Tijdens de Challenge Aruba was het zover. Ik kwam daar pas achter toen hij bij mijn finish naast me kwam staan om het finishlint omhoog te houden. Ik zei: ‘Wat doe je nou?’ Per: ‘Ik heb ook gewonnen hoor.’ Ik was meer trots op hem dan op mezelf omdat ik weet dat het bij de mannen lastiger is om te winnen dan bij de vrouwen. Samen een grote Ironman winnen is nu de droom. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk. Per is pas 31 en was dit jaar voor het eerst een jaar blessurevrij. Hij zal nog beter worden.

Ik slaap ’s nachts meer dan tien uur, en soms zelfs meer dan elf uur, aan één stuk door, zonder wakker te worden. Daar komt dan nog een middagdutje van een uur bij tussen de trainingen door. Schandalig eigenlijk, zoveel als ik slaap.

Slapen, slapen, slapen – Hoewel ik wat ouder wordt, merk ik daar in training en herstel nog niets van. Ik heb juist het gevoel dat ik beter herstel dan ooit. Ik barst altijd van de energie. Bijna mijn hele carrière ben ik ook blessurevrij gebleven. Misschien komt dat omdat ik veel slaap. Ik slaap ’s nachts meer dan tien uur, en soms zelfs meer dan elf uur, aan één stuk door, zonder wakker te worden. Daar komt dan nog een middagdutje van een uur bij tussen de trainingen door. Schandalig eigenlijk, zoveel als ik slaap. Ik ken niemand anders die dat ook doet. Een beetje zonde van mijn tijd is het wel. Ik zou zoveel meer dingen kunnen doen.

Huisje, boompje, beestje – Zelf wil ik in ieder geval nog twee jaar verder. Beter en constanter dan nu ben ik niet eerder geweest, dus wil ik graag door. Daarna zien we wel verder. Per en ik hebben het al wel over een kindje krijgen. Ik verlang daar ook wel naar. Per begon eerst over meerdere kindjes, ik vind één wel voldoende. Ik denk dat het dan ook nog wel kan. Mijn moeder was niet meer de jongste toen ik geboren werd en ik ken veel meiden die rond hun veertigste nog een kindje krijgen. Dat is ook veel normaler nu.

Volle kalender – Eén van mijn favoriete dingen om te doen is de planning maken voor het nieuwe seizoen. Ik hou ervan veel te racen. Dat heb ik ook nodig; ik word er beter van. Zoals ik dit jaar voor Hawaii veel wedstrijden heb laten schieten, waaronder de Ironman Maastricht, doe ik in ieder geval nooit meer. Het lijstje dat ik voor 2017 heb opgesteld is eigenlijk niet te doen, zoveel wedstrijden. Misschien moet ik dan maar wat minder gaan trainen.

EK Almere – Het EK in Almere wordt één van mijn belangrijkste wedstrijden in 2017. Al voordat bekend werd dat de Europese kampioenschappen in Almere zouden worden gehouden stond voor mij al vast dat ik er zou starten. Dat het een EK is maakt het helemaal leuk. Ik ben nog niet eerder Europees kampioen hele triathlon geweest en zou dat een eer vinden. Het EK zorgt ook voor een beter deelnemersveld dan normaal en dat heb je nodig om een goede tijd neer te kunnen zetten.

8.35 uur – Het wereldrecord zal er voor mij nooit inzitten, dat staat veel te scherp (Chrissie Wellington 8.18.13 uur, RK). Ik zit heel constant tussen de 8.43 uur en 8.55 uur, daar ben ik blijkbaar voor gebouwd. Nog meer sub negen uur tijden is mooi, maar het mag er bij één blijven als ik mijn persoonlijk record (8.43.07 uur, Florida 2013) zou kunnen aanscherpen tot 8.35 uur. Ik denk dat daar mijn grens ongeveer ligt, maar dan moet alles een keer kloppen. In Roth dit jaar zat ik lang op dat schema tot ik maagproblemen kreeg. Deze winter ga ik meer loopkilometers maken om mijn marathon weer naar de drie uur of net iets daaronder te brengen. Als dat lukt, maak ik een goede kans.


Dit artikel verscheen eerder in Transition #6.