De dagen voorafgaand aan de XTERRA World Championship in Maui/Hawaii beloofden weinig goeds: regen en een hele stevige wind. Op 23 oktober staan we om 8.45 uur klaar. Kort voor 9.00 uur houdt de regen op en gaan de pro’s van start, worstelend door, over en in de branding, waar de hoge brekende golven elkaar snel opvolgen. Twaalf minuten later is het mijn beurt, als vijfde startwave mannen van 50+, een groep van zo’n 150 atleten, met alleen de vrouwen nog achter ons.

Ik heb bij de vorige startwaves al kunnen zien dat er meerdere atleten zijn die niet door de branding heen komen. Sommige keren zelfs terug: DNF. Zelfs de toppers onder de pro’s hebben het zwaar. Flora Duffy: “It was brutal out there today. Mother Nature just wasn’t playing kind. The surf, the wave was huge, the biggest I’ve ever seen”. Het zwemmen gaat over een parcours van bergen en dalen, waarbij de toppen voorbij zijn voor je het weet en je in de dalen alleen water om je heen ziet. Bovendien is er een sterke dwarsstroming die iedereen flink van koers afbrengt.
Ook de pro’s hebben het moeilijk. Josiah Middaugh, Xterra-wereldkampioen in 2015: “I was so disoriented in the swim that I was sighting all the time …. I had like a motion sickness in the water”. En Lesley Patterson, de latere nummer twee bij de vrouwen: “I had a pretty big panic attack through that, it was awful. You’re standing at the edge seeing these big waves and you think “Oh my God,” you know. And it was brutal, really brutal”.

Terug met vaste grond onder voeten beginnen we aan een 32 kilometer lange beklimming en afdaling van een van de twee vulkanen van Maui. Mijn zoon Quirijn heeft naar boven kunnen fietsen in de eerste 9 kilometer. Die kan ik niet navertellen. Met zo’n vijfhonderd atleten voor me is het parcours op het lagere deel van de vulkaan (de ‘lower bowl’) verandert in de spekgladde modderglijbaan waar iedereen niet anders dan glibberend tegenaan kan lopen. Gelukkig afgewisseld met vlakkere stukken waar je wat vaart kan maken. Heb ik na het zwemmen nog enige ambitie, met het fietsen zet ik die in de koelkast.

Is de ‘lower bowl’ alleen maar glibberig en glad, de ‘upper bowl’ is alles wat je niet wenst. Dat is ook het deel waar mijn ambitie de vrieskist ingaat. De modder wordt steeds dieper en verandert hoger in een stevige kleiachtige substantie met hoge kleefkracht. Na een korte scherpe bocht kan ik bij een lange afdaling een kleine kilometer voor me uitkijken. Verbijstering: een kleine vijftig atleten staan verspreid over de helling stil! Niemand rijdt. Het kapotgereden parcours wordt hier als een akker waar net de ploeg doorheen is gehaald en de klei overal aan blijft kleven. Eerst aan je banden, die vervolgens de klei weer doorgeven aan het hele frame. Na elke 50 meter zitten je wielen zo onder de klei, dat er geen beweging meer zit in de wielen. Je moet de klei met je handen van je fiets ‘af graven’. En ik ben niet de enige. Sam Osborne: “It was so tough. I just can’t believe that we rode through that course today. It just took so much power out there. A lot of the time, the back wheel didn’t do much. I think it was just trying to pick your line and keep rolling with it”. Mentaal is dit achteraf het zwaarste stuk: ik denk aan uitstappen, maar nergens is een uitweg, een afslag, een stukje asfalt.

Na de zwaarste daalkilometers van mijn leven wordt het een volgende duw- en trektocht naar boven voor de tweede beklimming naar het hoogste punt van het parcours. Weer lopen we in een lange stroom atleten grote stukken. Iedereen probeert op zijn of haar manier zich erdoorheen te worstelen. Fiets met één hand achter je aanslepen, fiets op je rug, onder je arm, zonder fiets …. Josiah Middaugh: “You were battling the conditions, the bike is packed up with mud, I had to stop and pull stuff out. And then I threw my chain into my spokes, twice, and it took me a minute to get the chain out. The derailleur just stopped working at some point and I had a couple of gears to choose from. It was just a battle all day. I was happy I was able to stay in it, keep working up, but I knew I was losing gobs of time at the front of the race”. Ik ervaar hetzelfde, schrale troost. Ook voor mij is de kop van de race ver uit zicht. Halverwege het fietsen ben ik al twee uur onderweg, mijn gemiddelde snelheid is verder gedaald, onder de 7 kilometer per uur! Vorig jaar was ik rond die tijd al terug in de wisselzone.

Bij de transitie hoor ik dat de cut off time na het fietsen is opgerekt met anderhalf uur. Na afloop blijkt dat er helemaal geen tijdslimiet meer is aangehouden. Onder de modder en klei start ik met het lopen. De eerste drie kilometer zijn gelijk aan het fietsparcours. De zon is halverwege het fietsen gaan schijnen: het parcours ligt er droog bij en het lopen gaat makkelijk. Geen glibber- en glijpartijen meer. Onderweg kom ik Stef Oud tegen, we praten even bij.

Op het strand, waar ik ruim vijfeneenhalf uur eerder startte, staat nog steeds publiek om elke atleet aan te moedigen. Voor de atleten die nog wel streden om een topnotering, was het lopen een uitputtingsslag. Ben Allen, derde tijdens dit WK: “On the last two or three K, I was just stinging, my whole body was just aching. I was praying that no one was behind me. The bike course really took its toll, the mud was so tough and grueling. It’s probably one of the toughest races I’ve done in my XTERRA career, and I’m just proud to get on the podium and finish with a solid result”.

Bij de finish een koude handdoek, want de temperatuur is ondertussen opgelopen tot ruim boven de dertig graden. Voor mij was dit de langste offroad triathlon ooit. Alleen de winnaars ervaren zo’n race anders. Mauricio Mendez: “I had all the momentum from my life, I felt amazing. I saw Ruben and I just attacked, and was able to sustain it through the finish”. En Flora Duffy: “I was just glad to get off the bike safe and sound. I felt strong today, so thank goodness”. De nummer één is eigenlijk nooit echt moe. En dat is ook te zien op de foto van Quirijn met Mauricio Mendez kort na zijn finish.

Mark Waaijenberg