Thomas Sijtsma hing in 2013 zijn voetbalkicksen aan de wilgen om een nieuw avontuur te starten. De triathlon, dat moest het worden. De journalist meldde zich aan bij Hellas in Utrecht en liet zich onderdompelen in de wereld van het zwemmen, fietsen en hardlopen. Met ons deelt hij zijn belevenissen in de sport.

Wie was de laatste winnaar van de IronMan op Hawaïi? Of wie won afgelopen jaar het Nederlands kampioenschap bij de vrouwen op de Olympische afstand? Nee? Geen idee? Ik help je. Het zijn de Duitser Jan Frodeno en Danne Boterenbrood. De prestaties van absoluut wereldformaat hebben in Nederland vrijwel geen krantenpagina of nieuwsuitzending gehaald. Niet zo verrassend dat het gros van de triatleten dit antwoord schuldig moet blijven.

Wat we wel krijgen te zien zijn de lijdenswegen. Atleten die meer dan dood dan levend de finish proberen te bereiken. Liefst ziet het grote publiek de atleten schuimbekkend, strompelend als een opa van 97 en bleker dan een lijk dat na drie dagen wordt gevonden. Als ultiem voorbeeld kwam Jonathan Brownlee tijdens de World Triathlon Grand Final in het Mexicaanse Cozumel voorbij. De volgende dag was er geen sportmedium te vinden dat de beelden niet bracht van de zwalkende Jonathan die door zijn broeder Alistair over de finish werd gesmeten. De wereldkampioen? Niet belangrijk. Niet vermeld.

Dat is gewoon doodzonde.

Tijdens en in voorbereiding van de triathlon zien honderden verhalen het levenslicht. Iedere deelnemer heeft er één, niet alleen de halve sterfgevallen verdienen aandacht.
Kijk alleen al naar de hele triathlon in Almere. De laatste editie was ik voor het eerst ruim 13 uur lang aandachtig toeschouwer van een grandioos schouwspel. De zwemstart onder een oranje zonsopkomst, de vrolijke gezichten bij de eerste wissel, de begroeting van familie en vrienden met een high five, eigenlijk was de hele dag hartverwarmend. Je ziet de deelnemers intens genieten van het mogen sporten, het mogen deelnemen, het mogen excelleren na maanden van intensieve training. Het bezorgde me een dag lang kippenvel.
Natuurlijk begrijp ik dat de triathlon in beginsel niet een klassieke kijksport is. Althans, ik ken niemand die op zaterdag zijn oude joggingbroek uit de kast zou trekken en handenwrijvend met chips en cola op de bank neerploft om een half etmaal naar de hele triathlon te kijken.

Het kan anders. Zoek en breng de verhalen die triathlon zo bijzonder maken. Van de absolute wereldtop tot de grootste amateur, ze zijn niet per toeval met een triathlon begonnen. Breng de overwinnaars in beeld, breng het leed, maar geef ook die bijzondere achtergronden en beweegredenen van triatleten weer.

Onwetenden krijgen nu het idee dat triathlon alleen voor mensen is die levensmoe zijn en dat is onterecht.

Dus, beste mensen van de AVRO: mochten jullie dit lezen, pak de oude draad zoals in de jaren ’80 en ’90 weer op en geef deze mooie sport het verdiende podium.