RIO DE JANEIRO (BRA) – Een jaar na de Olympische Spelen in Londen overwoog Rachel Klamer serieus om met de triathlonsport te stoppen. Ze was regelmatig geblesseerd en de progressie bleef uit. Komend weekeinde behoort de 25-jarige triatlete uit Beuningen in Rio de Janeiro tot de kanshebbers op een topklassering tijdens haar tweede olympische race. Vier jaar geleden was deelnemen belangrijker dan winnen, nu telt vooral het resultaat. “Buiten de top-10 finishen zou een teleurstelling zijn.”

Klamer heeft reden om met de nodige verwachtingen op het witte zandstrand van Copacabana aan de start te staan. De laatste grote test voor de belangrijkste triathlon uit haar carrière tot nu toe verliep boven verwachting. Vorige maand stond ze in Hamburg voor het eerst op het podium in de World Triathlon Series. In een wedstrijd die haar in het verleden nooit zo goed lag – te bochtig en technisch en een sprintafstand bovendien – werd ze tweede achter haar Amerikaanse trainingsmaatje Katie Zaferes.

De ochtend voorafgaande aan haar race had ze het er nog met haar Zuid-Afrikaanse vriend, wereldkampioen Run Bike Run Richard Murray, over gehad: Ze zou wel eens een keer op een WTS-podium willen staan. “Maar ik dacht dat dit eerder iets zou zijn voor na de Olympische Spelen of volgend jaar. Ik had zin in de wedstrijd, maar was ook zenuwachtig omdat ik al weer een tijdje niet had geracet. Het gevoel bij het fietsen en lopen in de training was goed, maar het zwemmen ging niet zo lekker. Ik kwam echter goed voorin uit het water. Ik had het geluk dat ik tijdens het zwemmen nauwelijks klappen kreeg, wat bij eerdere wedstrijden wel vaak zo was. Fietsen en lopen gingen daarna geweldig.”

Ik heb vaak wat tijd nodig om fit te raken. Dat weet ik ook van mezelf, maar toen ik in het begin van het jaar de tempo’s niet aankon en in de training niemand kon volgen, maakte ik me daar toch wel druk over.

Bevestiging

Andrea Hewitt Rachel Klamer - WTS Gold Coast 2015 - foto Delly Carr ITU

Andrea Hewitt en Rachel Klamer – WTS Gold Coast 2015 (foto Delly Carr ITU)

De tweede plaats in Hamburg vormde tegelijk de bevestiging dat het traject dat dit jaar voor haar was uitgestippeld het juiste lijkt te zijn. Nadat Klamer zich vorig jaar september via een vijfde plaats in de Grand Final in Chicago en een zesde plaats in de eindstand van de World Triathlon Series al had verzekerd van een startbewijs voor de Olympische Spelen, verkeerde ze in de luxepositie dat ze haar hele voorbereiding kon afstemmen op pieken in Rio. In het jaarprogramma dat haar Canadese coach Joel Filliol in samenspraak met NTC-hoofdcoach Louis Delahaije daarom voor haar opstelde hoefde ze in het begin van het jaar dan ook nog niet in vorm te zijn. Voor de atlete zelf was dat soms best wel moeilijk. “Ik heb vaak wat tijd nodig om fit te raken. Dat weet ik ook van mezelf, maar toen ik in het begin van het jaar de tempo’s niet aankon en in de training niemand kon volgen, maakte ik me daar toch wel druk over.”

Bovendien gingen de races in het begin van het jaar niet allemaal even goed. Bij de seizoensopening in Abu Dhabi viel ze uit – geen power in de benen –, in Mooloolaba was ze verkouden, in Kaapstad had ze slechte loopbenen en bij het EK in Lissabon reed ze lek. Tussendoor was er wel een vijfde plaats in Gold Coast. “Maar ik wil het liefst elke wedstrijd goed zijn en mezelf bewijzen. Ik sta niet graag aan de start als ik niet top ben”, zegt Klamer daarover. “Joel zegt dan wel elke keer: Geeft niet, je moet nu ook nog niet pieken, maar ik ben nu eenmaal een twijfelaar. Mijn tweede plaats in Hamburg gaf positiviteit: Nog vijf weken te gaan en dan er tegenaan. Tegelijk was er na afloop ook het idee dat ik vooral geluk had gehad met het zwemmen. Ik zeg altijd dat ik een engeltje en een duiveltje op mijn schouder heb. De één zegt: Je gaat er vol tegenaan, de ander zegt: Het zal toch niet lukken. Zelfs vlak voor de start. Dat gevoel is pas weg als ik het water in duik.”

Ik zal in de training geen persoonlijke records lopen. Juist in de wedstrijden komt er bij mij wat extra’s bij.

Trainingsgroep Joel Filliol
Rachel Klamer - ITU WTS Moololaba 2016 (foto Delly Carr ITU)Klamer traint inmiddels ruim 2,5 jaar bij de internationale trainingsgroep van Joel Filliol. Die had al eens olympisch succes met het zilver van Simon Whitfield tijdens de Spelen van Beijing en heeft in Rio liefst negen van zijn atleten aan de start staan. Richard Murray, de Spanjaard Mario Mola, Katie Zaferes en ook Rachel Klamer zijn uit die groep de voornaamste kandidaten voor een topklassering. Ze sloot aan bij de groep op een moment dat haar nog jonge triathlonloopbaan in het slop dreigde te geraken. De atlete werd in Alanya weliswaar verrassend Europees kampioene, maar was vaak geblesseerd – ze had verschillende stressfracturen – en leek onvoldoende belastbaar voor topsport.

De voormalig hardloopster liep zelfs langzamer dan toen ze op achttienjarige leeftijd met triathlon begon. Ze twijfelde of ze wel door moest gaan. “Ik heb toen wel eens gedacht dat ik er maar mee moest stoppen, dat topsport misschien niet bij mij paste en dat ik maar weer moest gaan studeren. Dat ik constant geblesseerd was hielp niet mee. Of ik moest het over een totaal andere boeg gaan gooien. Ik had sinds een jaar een relatie met Richard en die trainde bij Joel. Dat werd de nieuwe uitdaging.”

Het klikte met Filliol en onder zijn begeleiding werd heel voorzichtig de loopbelasting opgevoerd en in 2015 mondde dat uit in het meest constante seizoen uit haar carrière. Klamer noemt daar verschillende redenen voor. “Allereerst bleef ik blessurevrij, maar ik zat ook prettiger in mijn vel. Ik heb wat meer vertrouwen gekregen dat als het de ene dag niet gaat, het de volgende dag weer beter kan gaan en er is meer focus. Ook is er een beter dagelijks ritme. Ik ben een sociaal type. Het contact met ouders, familie en vrienden vind ik belangrijk, maar contact houden was lastig als ik van huis was. De meeste van hen kwamen pas online als ik naar bed moest omdat ik de volgende dag vroeg moest zwemmen. Nu begint geen enkele training voor half negen ’s morgens. Ik heb nog steeds geen ‘normale’ baan, maar ik begin in ieder geval wel gelijk met anderen.”

Op voeding letten
Rachel Klamer - WTS Chicago 2015 (foto Delly Carr ITU)Daarnaast ging ze beter op haar voeding letten. “Op het NTC kregen we wel adviezen van een sportdiëtist, maar ik onderschatte het belang ervan. Ik at te weinig en verkeerd. Nu ben ik daar meer dan ooit mee bezig: Veel eiwitten en veel groenten. Ook maakte ik eerder nooit gebruik van een masseur. Ik zag het nut er niet van in. Richard wel. En een goed voorbeeld doet goed volgen.”

En dan is er het hoge niveau van de groep atleten waarmee ze nu vrijwel dagelijks traint. “De enige manier om te groeien is door af en toe uit je comfortzone te worden gehaald. Dat bereik je door met snellere atleten dan jezelf te trainen.” Dat blijken in de dagelijkse trainingspraktijk de meeste andere atleten uit de Filliol groep te zijn. Dat komt, bekent Klamer, ook wel een beetje doordat ze zelf eigenlijk niet zo’n trainingsbeest is. “Ik zal in de training geen persoonlijke records lopen. Juist in de wedstrijden komt er bij mij wat extra’s bij.”

De atleten volgen in grote lijnen hetzelfde programma, maar wel aangepast op het individu. “Daardoor trainen we meestal in kleinere groepjes, maar ik train ook vaak alleen. Dit past bij me. Ik train met atleten die ook mijn concurrenten zijn, maar we hebben ook allemaal hetzelfde doel en doen ook dezelfde races, waardoor we in dezelfde periode reizen, taperen en pieken. In wedstrijden heb je er soms ook voordeel van. Je kent elkaars sterke en zwakke punten. We maken niet echt afspraken met elkaar, maar voor bijvoorbeeld de wedstrijd in Hamburg had ik wel met trainingsgenoot Rebecca Robisch afgesproken dat we elkaar zouden helpen waar dat kon. Tijdens het zwemmen kreeg ik daardoor minder klappen: Ik lag links van haar zodat ik me over die kant geen zorgen hoefde te maken, omgekeerd gold hetzelfde.”

Hoogtestage Les Angles
Rachel Klamer - tweede WTS Hamburg 2016 (foto Janos Schmidt ITU)Transition spreekt Klamer vijf dagen na haar mooie tweede plaats in Hamburg. Samen met vriend Richard zit ze in de warmte van een auto voor de lobby van het appartementencomplex in Les Angles, waar ze met Filliol’s trainingsgroep op hoogtestage zijn. Les Angles, niet meer dan een klein gehucht, ligt op 1.650 meter hoogte, niet ver van het bekendere Font Romeu. De dichtstbijzijnde supermarkt is 20-30 minuten rijden. De lobby van het complex is de enige plek met internetverbinding, maar sluit om zeven uur ’s avonds de deuren.

Het is om acht uur ’s avonds koud buiten, zo hoog in de Pyreneeën. Dus zitten ze als ze ’s avonds het internet op willen saampjes in de auto. Het heeft die dag zelfs even gehageld. “Maar over het algemeen zijn de omstandigheden goed hoor”, bezweert Klamer. Er staan nog twee auto’s voor de lobby geparkeerd. In de auto naast die van Klamer en Murray zit coach Filliol. Via Skype bereiken geluiden van kwetterende vogeltjes en spelende kinderen Nederland. “Ik vind het allemaal prima”, zegt Klamer. “Zo worden we ook niet teveel afgeleid.”

Het is een ‘rustdag’ geweest. “Uurtje fietsen, rompoefeningen en vijf kilometer tempo’s zwemmen”, lacht ze. Een ‘normale’ trainingsdag in Les Angles ziet er echter eerder als volgt uit: Nadat om 7.40 uur de wekker gaat, volgt na een licht ontbijt een zwemtraining van gemiddeld 75 minuten met 4-5 kilometer interval. Soms worden meteen na de zwemtraining rompstabiliteitsoefeningen gedaan aangezien het krachthonk bij het zwembad is. Een andere keer wordt in een half uurtje teruggelopen naar het appartementencomplex voor het tweede ontbijt.

Rond lunchtijd staat een fietstraining op het programma die één tot vier uur kan duren. Dan wordt er weer gegeten en is het tijd voor rust. Vanaf vijf uur ’s middags wordt de trainingsdag dan afgesloten met een looptraining van 1-1,5 uur. Rustige lange duurlopen worden zelden gedaan, veelal zitten er tempoblokken in van bijvoorbeeld 4 x 8 minuten. Ook in een baantraining kan tot wel 18 kilometer worden gelopen. Rond acht uur ’s avonds is het dan tijd voor het avondeten. Op de dagen dat Richard dat klaarmaakt ligt Rachel op de massagetafel en als Rachel het diner prepareert worden de spieren van Richard gekneed.

Op de voorlaatste dag van de Spelen is dan de olympische triathlon voor de vrouwen. Dat is wel een beetje jammer, want daardoor zal ik weinig van de Spelen kunnen zien.

Puntjes op de i
Rachel Klamer - WTS Triathlon San Diego 2012De hoogtestage van vijf weken – kort onderbroken voor de race in Hamburg – moet Klamer in topvorm naar Rio brengen. Ze vaart daarbij blind op het pad dat door Filliol en Delahaije voor haar is uitgetekend. “In het begin heb ik wel eens mijn twijfels gehad over het nut van hoogtestages, dacht ik dat ze niet zoveel hielpen. Ik had vaak moeite met de omschakeling. Omdat we deze keer een lange periode op hoogte zijn gebleven kon ik de eerste twee weken de trainingen rustig beginnen om pas daarna de tempo’s verder op te bouwen. Ik heb nooit eerder zo’n goed gevoel gehad op hoogte en de wedstrijd in Hamburg heeft laten zien dat een hoogtestage dus wel werkt.”

Na haar verblijf op hoogte daalde Klamer twintig dagen voor de olympische race in Rio af naar het Noord-Spaanse Banyoles (vlakbij Girona) voor de laatste puntjes op de spreekwoordelijke i. “Het is er altijd goed weer en we hebben daar eerder getraind. Je wilt op zo’n moment niet naar een onbekende plek.” Op 15 augustus vliegt ze dan via Amsterdam naar Rio de Janeiro. De Spelen zijn op dat moment al tien dagen bezig. Vervolgens is ze twee dagen in het olympisch dorp om dan de laatste twee nachten voor de race vlakbij de wedstrijdlocatie te verblijven. “Het is dertig kilometer van het olympisch dorp, maar ze verwachten verkeerschaos.” Op de voorlaatste dag van de Spelen is dan de olympische triathlon voor de vrouwen. “Dat is wel een beetje jammer, want daardoor zal ik weinig van de Spelen kunnen zien. Ook de wedstrijd van Richard niet, want die racet twee dagen eerder. Hij geeft zelf aan dat hij dan toch zo gefocust zal zijn dat hij niet zal merken of ik er ben. Ik stuur mijn ouders, broer en zus wel om hem toe te schreeuwen!”

Race-scenario Rio
De Amerikaanse Gwen Jorgensen is de topfavoriete voor olympisch goud, maar is te verslaan als de concurrentie de handen ineen slaat en met een kopgroep wegblijft. Dat is dit jaar al twee keer gebleken, waaronder in Hamburg, waar de wereldkampioene als derde finishte achter Klamer. “Ik hoop in de laatste weken nog een paar stapjes te hebben gezet voor net zo’n goede race in Rio, al is het meeste werk natuurlijk al gedaan. Jorgensen is verslaanbaar, maar dan moet je wel anderhalve minuut voorsprong hebben. Voor mij is het belangrijk dat ik erbij zit met het zwemmen.”

De algemene verwachting is dat er op het pittige en technische fietsparkoers in Rio verschillen kunnen worden gemaakt. Een kansrijk scenario is dat zich al in de eerste ronde een kopgroep zal vormen wanneer de atleten vanuit het water vrij snel het eerste stuk klimmen voor de wielen krijgen. Daarin wordt alles verder uit elkaar wordt getrokken. Na een behoorlijk technische afdaling komt een scherpe bocht naar rechts waarna weer een korte beklimming volgt. “Daar zal het grootste gat vallen”, denkt Klamer, die bij het olympisch test event in Rio vorig jaar als negende finishte.

Het schrikt haar niet af. “Het parkoers ligt me niet beter of slechter dan andere parkoersen. Ik kan tegenwoordig eigenlijk op alle parkoersen wel goed uit de voeten. Hamburg was nooit mijn wedstrijd en nu werd ik daar tweede. Mijn fietsen is de afgelopen jaren sterk verbeterd, onder andere dankzij de bochten- en daaltrainingen van Oscar Saiz. Trainen in de bergen helpt natuurlijk ook. Ik begin in ieder geval niet meer met knikkende knieën aan een afdaling zoals vroeger. Om niet te vallen ben ik nu eerder voorzichtiger met dingen als in bad stappen. Je zal maar uitglijden. Dergelijke ongelukjes hebben vaak grote gevolgen. Van mij mag het warm zijn in Rio, dan presteer ik over het algemeen goed. Zolang het maar niet te koud wordt – minder dan 15 graden Celsius –, maar die kans is klein.”

Er is geen wedstrijd waarin je er zo aan wordt herinnerd dat je voor je land uitkomt dan de Olympische Spelen.

Lessen van Londen
Rachel Klamer in de kopgroep in de WTS Grand Final Auckland 2012Kwalificatie voor Londen vier jaar geleden was voor de toen 21-jarige Twentse een race tegen de klok. Het was mede de oorzaak van de reeks blessures waarmee ze te kampen kreeg. De atlete die nu aan de start staat is – ondanks de altijd aanwezige twijfels – zelfbewuster, sterker, rijper en volwassener. “Ik sta er nu totaal anders voor dan in Londen 2012. Toen verwachtte niemand wat van me, al was ik zelf wel heel teleurgesteld met het resultaat, 36ste. Toen ik daar op het ponton stond was mijn eerste reactie: Wat een mensen. Het lijkt op wat de renners in de Tour de France meemaken.”

“Inmiddels ben ik dat wel meer gewend. In Hamburg staan ook altijd veel toeschouwers en de race in Leeds waar ik vlak voor mijn hoogtestage zevende werd was nog heftiger. Wel komt bij de Spelen natuurlijk nog wat extra druk kijken. Normaal presteer je voor jezelf, je land en je sponsor. Er is echter geen wedstrijd waarin je er zo aan wordt herinnerd dat je voor je land uitkomt dan de Olympische Spelen. Maar uiteindelijk is er niemand die het zo graag wil als ikzelf. Als ik twintigste of dertigste wordt in Rio, dan is iedereen dat zo weer vergeten. De enige die daar dan wakker van ligt ben ikzelf. En mijn ouders misschien.”

“In Londen was meedoen belangrijker dan winnen. Zo zie ik dat nu niet meer. Nu telt het resultaat. Ik zal echt ontevreden zijn als ik niet in de top-tien finish. De top-vijf zou mooi zijn. Het zal me verschrikkelijk pijn doen als ik juist dan mijn dag niet heb. Een slechte dag in de World Triathlon Series is ook niet leuk, maar dan volgt er snel een herkansing. De Olympische Spelen zijn maar eens in de vier jaar. Misschien moet ik daar maar niet teveel over nadenken.” Intussen loopt het tegen half tien ’s avonds. We hebben mazzel gehad; de Skype-verbinding is geen enkele keer weggevallen. Richard vraagt aan Rachel of het nog lang duurt. Hij is moe en wil gaan slapen. Hij heeft gelijk: Rusten is net zo belangrijk als hard trainen. Bedankt Rachel en succes!


Dit artikel verscheen eerder in Transition #4.

Over de auteur

Roel Kerkhof

Hoofdredacteur Transition magazine | Triatleet in ruste | Hardfietser op z'n retour | Geboren op de bodem van de zee | Etnisch Fries | Overtuigd import-Groninger | Wereldreiziger | Freelance stukjestikker

Gerelateerde berichten