Voor Marco Hoogenraad was het leven de afgelopen vijf jaar een emotionele achtbaan. Beide ouders overleden, bij zijn vrouw Barbera werd borstkanker geconstateerd en zelf kampte hij met zware blessures. Met deelname aan de Ironman Lanzarote werd een moeilijke periode in zijn leven afgesloten. Marco schreef voor Transition zijn persoonlijke wedstrijdverhaal.

In 2011 wordt mijn moeder ziek – longkanker. Ik kan hier niet goed mee omgaan en besluit iets buiten mijn comfortzone te doen: Trainen voor de hele van Almere in 2012. Helaas gaat dit niet door na een dijbeenkopbreuk als gevolg van een val tijdens de Beach Challenge in Kijkduin. Later dat jaar overlijden mijn ouders kort achter elkaar, beiden aan longkanker. Ik beloof hen dat ik in 2013 ‘Almere’ ga doen – voor hen. Dan volgen er nieuwe hobbels: Ik verlies na een val bij een trainingsrit een pink, bij mijn vrouw Barbera wordt borstkanker geconstateerd, en ook mijn schoonmoeder krijgt kanker.

Maar in september 2013 sta ik dan toch aan de start met de beste voorbereiding die ik na zoveel ellende en operaties kan hebben. Merijn Schuurman heeft mij daar enorm mee geholpen – fysiek en vooral mentaal. Het wordt een ware challenge met te lange parkoersen en de hele dag storm en regen. Mijn finishermedaille krijg ik omgehangen door mijn toen nog zieke en strijdende vrouw. Ondanks de chemokuren is ze toch gekomen. Een moment om nooit te vergeten.

Diego SantamariaUitnodiging voor Lanzarote

Via Harrie Impelmans, voorzitter van de Ocean Lava Triathlon Stein, en speaker Ruud de Haan komt mijn verhaal bij Kenneth Gasque, race-director van de Ironman Lanzarote, terecht. Hij nodigt ons uit om naar Lanzarote te komen en deel te nemen aan de Ironman Lanzarote 2014. Frank Heldoorn helpt me in dit traject. Ik ben in bloedvorm, maar het lot beslist anders. De dag voordat Barbera en ik naar Lanzarote zullen afreizen overlijdt ook mijn schoonmoeder aan die rotziekte. Een jaar later krijgt Barbera een terugslag en heb ik al mijn energie en tijd nodig om haar bij te staan, dus ook geen Ironman Lanzarote 2015.

Intussen heb ik in 2014 en 2015 via de Ocean Lava finales op Lanzarote al wel kennisgemaakt met het eiland. Na mijn eerste bezoek in oktober 2014 raak ik op slag verliefd met dit stuk robuuste natuurkracht in de Atlantische Oceaan. Na mijn afmelding in 2015 wil ik alles anders doen. Samen met Bas Diederen, de beste triatleet van Nederland, tevens een fijne gozâh (op z’n Haags) die ik al 15 jaar ken, ben ik keihard aan de slag gegaan. De totaal andere trainingsaanpak bevalt.

Een week voor de wedstrijd arriveer ik op Lanzarote. Ik word opgevangen door Harrie Impelmans en Johan Wagenaar van Bike Sensations Lanzarote, sponsor van mijn kleine triathlonteam. De eerste dagen staan in het teken van een beetje trainen, wat chillen, sfeer proeven en koffie drinken op de boulevard. Een osteopaat behandelt wat onderrug-, bil- en hamstringklachten waar ik na de vlucht last van heb. Ook haal ik de fameuze Ironman-rugtas op, samen met de startbescheiden. Alles is perfect geregeld, de entourage is geweldig.

Op donderdag arriveren Barbera, mijn kinderen Savannah en Xandro, en enkele vrienden. Mooi, al mijn dierbaren om me heen om er een mooi avontuur van te maken en een bewogen periode in ons leven symbolisch af te sluiten. Sommigen komen zelfs onaangekondigd. Tijdens een kopje koffie aan de boulevard tikt Harrie Impelmans me opeens aan en zegt: “Hee daar loopt iemand die erg veel op Peter lijkt”. Het blijkt mijn gabber Peter met zijn vrouw Jolanda die zomaar een lang weekend zijn gekomen om mij bij te staan in mijn eerste Ironman!

Diego Santamaria1Mierenhoop

Zaterdagochtend om 4 uur gaat de wekker. Ontbijttijd! Ook dit heb ik getraind. Ik weet precies hoe laat van tevoren en wat ik moet eten en drinken. Samen met mijn zoon Xandro loop ik richting de Avenida de las Playas, naar de wisselzone op de boulevard. Hij gaat Harrie Impelmans begeleiden op de catamaran die het zwemmen van dichtbij volgt. Als onze wegen scheiden bedenk ik me dat het nu eindelijk toch echt gaat gebeuren. Ik begin serieus zenuwen te krijgen. Maar al snel bedaren ze weer. Ik prijs me gelukkig dat ik dit (nog) kan en mag doen.

Eenmaal in de wisselzone komt de routine naar boven: Bandjes oppompen, bidons op de fiets, naar het toilet, omkleden, nek met vaseline insmeren, spullen inleveren en naar de zwemstart. Ik zwem niet in; daar krijg ik het koud van als ik nog een kwartier moet wachten voordat het startschot gaat. Bijna 2.000 atleten staan er op het strand – een mierenhoop bij elkaar. Voor het eerst start ik met zoveel mensen. Ik kies een plekje aan de buitenkant zodat ik niet in de kolkende massa terechtkom.

Om 7 uur klinkt het startschot. Het duurt even voordat ik bij het water ben, de massa kronkelende mensen voor me is indrukwekkend. Ik duik er ook bij en de eerste 200 meter gaan prima. Tot de eerste boei heb ik redelijk de ruimte, maar daar is het rammen geblazen. Dat kan ik wel en ik beland direct aan de lijn die van boei tot boei loopt. Gunstig, denk ik, maar de lijn heeft een magnetische aantrekkingskracht op alle andere zwemmers waardoor zwemmen meer duwen en knokken wordt. Na een paar 100 meter zoek ik toch maar de ruimte op. Een goede beslissing.

Halverwege ren ik het strand op en zwaai naar bekenden. Gedurende de tweede zwemronde steekt de wind extra op en worden de golven hoger, maar na 1.10 uur zwemmen voel ik me nog steeds fris. Naar de omkleedtent is het een behoorlijke tippel. Met kippenvel loop ik door de mensenmassa, onder de douche door, naar boven. Tas pakken, even snel met de voeten in de waterteilen en met een bidon water de laatste restjes zand tussen de tenen wegspoelen, fietsschoenen alvast aan om niet weer zand aan de voeten te krijgen en dan naar de boulevard klauteren.

Diego Santamaria3Mijn fiets heb ik snel gevonden. Dan is het nog 750 meter rennen met de fiets aan de hand voordat ik daadwerkelijk mag gaan fietsen. Het is de langste wisselzone die ik ooit heb gezien. Voordeel: ik heb tijd om te zwaaien naar familie. “Daar gaat Marco ‘the beast’ Hoogenraad beginnen aan zijn fietsronde”, galmt de stem van Ruud de Haan, die als speaker aanwezig is, over het parkoers. Prachtig weer, een Nederlandse speaker, mijn familie en vrienden aan de kant en nog een tig aantal Nederlanders als deelnemer. Dit wordt een dag lang genieten.

Prachtig fietsparkoers

Het fietsparkoers ken ik redelijk goed. Tijdens twee trainingskampen in januari en april heb ik delen ervan al verkend. Ik heb er veel zin in: 182,2 km fietsen over een prachtig parkoers met 2.551 hoogtemeters. De eerste kilometers gaan door Puerto del Carmen en ik haal al de eerste fietsers in. De eerste klim op… Geen probleem, terugschakelen en op souplesse. Heerlijk… De zon op mijn plaat voelt erg goed. Oh ja Marc, je horloge piept – drinken en gel erin. Van Bas heb ik meegekregen, en dat heb ik ook goed getraind, om vooral op de fiets mijn voedingsregiem streng te volgen. Ondertussen is het routine geworden.

Na de eerste klim, in de lichte afdaling richting Yaiza, zak ik over een drempel ineens een stuk naar beneden. Daar krijg ik wel even een behoorlijk tik van. Imbussleutels heb ik niet bij me. Ik zie dat de zadelpen van stand 11.5 naar 10 is verschoven, maar niet verder zakt. Gelukkig kan ik nog steeds goed doorfietsen, wel doet het pijn rond mijn knieën. Dit is dus de mentale strijd waar iedereen het altijd over heeft. Ik focus me op het feit dat de zadelpen niet meer zakt, gewoon kan doorfietsen, de ongemakken kan verbijten en ik op een prachtig eiland mijn uit de hand gelopen hobby mag uitvoeren. Doorrijden dus.

Onderweg kom ik andere Nederlandse deelnemers tegen en maak even een babbeltje met ze. Iedereen geniet van de Ironman en de sfeer is relaxed. Ik ga er helemaal in mee en het voelt goed. Na een kilometer of vijftig, als ik door het ruige vulkanische Nationaal Park Timanfaya rijdt, moet ik echt nodig plassen. Dat is nog best lastig op een eiland waar de wind meestal hard waait. Ik wil links van mijn fiets plassen maar dan zou het door de wind op mijn ketting en fiets terechtkomen. Dus even wachten tot de wind uit de goede richting komt en dan kan ik het laten lopen. Ja hoor, komt er net een official langs die mij gebaart dat ik geen spoor mag achterlaten. Afknijpen dus.

Juist op dat moment komt mijn teammaat Johan naast me rijden. Ik kan duidelijk zien dat hij hard heeft doorgejakkerd om me te achterhalen. Ik werk als een soort rode lap op hem: Die oude man mag niet harder fietsen ‘Fiets maar door’, zeg ik tegen hem, ‘ik fiets een constant tempo en zie je met het lopen’. Maar de volgende dertig kilometer blijf ik circa vijftig meter achter hem rijden. Ik zie aan zijn houding dat hij in de eerste 50 km veel teveel heeft gegeven. Vervolgens passeer ik hem weer in de klim richting Teguise, maar Johan is een taaie en heeft een ijzersterke wilskracht dus die komt er wel doorheen.

FN6A0457JamesMitchellUp en down

Hoewel ik niet optimaal zit begin ik steeds lekkerder te fietsen. Halverwege zie ik langs de weg een mountainbiker aan zijn fiets sleutelen met, jawel, een imbussleutel. Het blijkt een Belg. Met de zadelstand weer goed en mijn plasje afgemaakt kan ik weer op jacht naar degenen die me weer voorbij zijn gekomen. Wat kan 1,5 cm veel schelen zeg. Dit fietst toch wel een stuk lekkerder. Het klimmen gaat nog steeds lekker, licht en soepel. Kwestie van schakelen en zuinig zijn. De lange, maar mooie beklimming van de Haria, met 670 meter het hoogste punt van het parkoers, en de Mirador del Rio, met een mooi uitzicht op zee en het eilandje La Graciosa, gaan zonder problemen.

Tot 140 km gaat het crescendo. Ik heb mijn voeding nog steeds goed onder controle, neem waterflessen aan, koel me, drink ervan en tracht ze in mijn bidonhouders te steken. Maar meestal belanden ze in de berm. Bidons met water zijn tijdens het fietsen toch wat handiger. Maar op de verbindingsweg bij Nazareth, met erg slecht en hobbelig asfalt verreweg het slechtste stukje parkoers, zakt de zadelpen opnieuw en blijft deze keer op stand 10 steken. Gelukkig is het laatste stuk vooral wind mee, af en toe nog wat licht klimmen, maar ook veel dalen richting de wissel.

In deze fase laat ik alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd in mijn hoofd voorbijgaan, praat ik wat met mijn vader en moeder, en prijs ik mezelf gelukkig met zo’n mooie voorbereiding en een gezin dat zo met me meebuigt in mijn sport. Op deze manier houd ik de pijn in de knieën en de toenemende vermoeidheid op de achtergrond. Terug in Puerto del Carmen zie ik vlak voor de wisselzone iedereen staan, Ruud schreeuwt me naar binnen. In een klap ben ik weer in het hier en nu. Wat een feest! In de wissel heb ik snel mijn tas. Schoenen aan, bril op, pet op, gels mee en bidon met sportvoeding in de hand. Ondertussen wordt gescand of ik nog bij de les ben en word ik volledig ingesmeerd met zonnebrand. Dat laat ik weer van mijn benen en armen verwijderen – ik kom ook voor een kleurtje.

Lekker stukkie lopen

In de eerste meters loop ik direct in de armen van Ruud de Haan. “Hoe voel je je?” vraagt hij. “Top’, zeg ik, “ga lekker een stukkie lopen”. Hij wijst me waar mijn gezin en Peter en Jolanda staan. Met een grote lach ga ik verder. Wat is dit mooi om te doen zeg. We moeten eerst een grote ronde lopen van 21 km langs de kust, richting Playa Honda, daarna volgen twee ronden van 10 km. Ik heb afgesproken en getraind om de eerste helft rond de 12 km/uur te lopen om daarna te kijken wat ik nog kan. De eerste halve marathon gaat super. Ik verzorg me goed – bij elke post drinken, ijs in de pet, ijswater over me heen, wat is dat lekker zeg –, de pijn in mijn knieën verdwijnt.

Bij het eerste keerpunt bij de finish en verschillende punten erna zie ik steeds weer vrienden en bekenden. Ik krijg er elke keer een boost van. En die heb ik nodig ook, want ik voel dat er een omslag gaande is. De knieën doen weer meer pijn en ik word misselijk. Als mijn maat Peter, met wie ik kan lezen en schrijven, ziet dat ik het lastig krijg, laat hij me cola drinken. Hoewel de cola erg warm is knap ik daarvan op. Ik kan weer verder, maar het gemiddelde looptempo zakt terug. Vasthouden, doorlopen en goed koelen en drinken bij de posten, neem ik me voor.

Marco Hoogenraad (2)Op de terugweg van de tweede ronde krijg ik als het wat omhoog loopt kramp in mijn rechterhamstring en moet ik even wandelen. Eenmaal op het vlakke gaat het weer. Op dat moment kom ik Stefan Overmars tegen. Hij is aan het wandelen. Samen lopen we verder en kletsen wat tot het weer omhoog gaat en ik weer kramp krijg. Stefan geeft me direct twee zoutcapsules en ze werken echt. Na de derde en laatste doorkomst bij de finish kan ik toch weer verder hardlopen. De laatste ronde drink ik alleen cola en gooi ijswater over me heen tot ik op de boulevard kom.

Ik voel me goed en loop de laatste twee kilometer weer het tempo dat ik ook in het begin van de marathon liep. Hoe kan dat, vraag ik me nog af. Waarom nu? Omdat ik de stal ruik? Het einde van deze mooie martelgang? Kriskras ren ik iedereen voorbij tot de finishstraat. Daar staan Barbera, Savannah en Xandro klaar om met mij mee te lopen over de finish. Wat een moment! Hand in hand met Barbera over de finish, met Savannah en Xandro al filmend direct achter ons. Ruud brult: “Marco, you are an Ironman”. Wat een ontlading, wat een afsluiting! Einde van een belachelijke periode in ons leven. Lang leve het leven!

Tekst: Marco Hoogenraad
Foto’s: Ironman Lanzarote/Diego Santamaria/James Mitchell/FinisherPix