Thomas Sijtsma hing in 2013 zijn voetbalkicksen aan de wilgen om een nieuw avontuur te starten. De triathlon, dat moest het worden. De journalist meldde zich aan bij Hellas in Utrecht en liet zich onderdompelen in de wereld van zwemmen, fietsen en hardlopen. Met ons deelt hij zijn belevenissen in de sport.

Ruim twee weken geleden was ik aandachtig toeschouwer bij het Open NK triathlon over de olympische afstand bij de Sloterplas in Amsterdam. Een memorabele plek voor mij. Dit NK was drie jaar eerder de eerste triathlon die ik van dichtbij zag. Het bijbehorende wedstrijdverslag dat ik destijds schreef, werd mijn debuut in Het Parool.

Die warme middag in 2013 werd ik definitief verliefd op schrijven en triathlon. Mijn droom was om me dagelijks bezig te houden met deze twee tijdverdrijven. Daarin ben ik geslaagd.

Op plaats 33 tijdens het laatste NK eindigde de 22-jarige Mohamad Maso. Een Syriër die vluchtte uit oorlogsgebied. Verrek, dacht ik. Hij heeft het geflikt. In januari had ik Mohamad nog gesproken voor bondsblad Transition en zijn situatie in de winter bleek erbarmelijk en behoorlijk uitzichtloos.

Door zijn vlucht, waar hij in mensonterende situaties terechtkwam die wij ons niet kunnen voorstellen, kon hij maanden geen serieuze training afwerken en was zijn conditie flink afgenomen. Aangekomen in Nederland werd hij in drie maanden tijd heen en weer geslingerd tussen acht opvangcentra en verblijfsplaatsen. Gestructureerd eten en trainen werd hem onmogelijk gemaakt. De 53 euro die hij wekelijks ontving, ging voornamelijk op aan reiskosten. Slapen deed hij samen met broertje op twee matrassen op de grond in een kamertje van nog geen drie bij drie meter. Zijn materiaal liet te wensen over. Rugklachten kreeg hij van de fiets die hem was gegeven.

Maar Mohamad mopperde niet. Hij vocht voor zijn doel die ze in Syrië van hem af wilden pakken. Stiekem fantaseerde hij over aansluiting met de wereldtop in de triathlon. Hoewel Mohamad positief was, zag ik het eerste jaar in Nederland somber voor hem in. Zoveel tegenslag, dat duurde maanden voor hij dat te boven was.

Daar stond hij dus toch als serieuze deelnemer aan het NK. Krap vier maanden later. Afgetraind, scherp en in vorm oogde hij. Mohamad had zich niet uit het veld laten slaan en vocht keihard voor zijn toekomst. Iedere dag opnieuw. Onbedoeld was zijn onverzettelijkheid en doorzettingsvermogen een voorbeeld voor iedere triatleet.

Afgelopen week sprak ik Mohamad weer, ditmaal voor Het Parool. Zittend bij een picknicktafel voor het asielzoekerscentrum Alkmaar vertelde hij over een nieuwe tegenslag die zijn dagen donker kleurden. Een weerzien met zijn ouders, wonend in brandhaard Aleppo, leek verder weg dan ooit tevoren. Hij was verdrietig en bang.

Door dagelijks hard te trainen kon hij zijn zorgen even vergeten. Even geen beschietingen. Even geen bombardementen. Even geen honger. Even geen martelingen en moorden.

De komende weken start Mohamad bij de ICAN in Amsterdam en een wedstrijd tegen de betere Europese atleten in Holten. Tijdens het zwemmen, fietsen en lopen fantaseert hij stiekem over winnen. En verdomd, wat gun ik hem dat verschrikkelijk.

Lees het artikel over Mohamad Maso ‘Gevlucht voor een Olympische droom’.