Voor de start van een triathlon zie je vaak toppers en veel subtoppers en andere triatleten rondlopen met gladgeschoren benen. Waarom doen ze dat? Voornamelijk om drie redenen:


  1. Het staat cool.

  2. Het is makkelijker bij (frequente) massages.

  3. Bij eventuele valpartijen betekenen gladgeschoren benen vaak minder pijnlijke en sneller herstellende schaafwonden.

Zijn gladgeschoren benen sneller?
Ondanks dat sommigen dat toch geloven, is het antwoord: nee. Gladde, geschoren benen leveren je géén snelheidswinst op als gevolg van minder luchtweerstand. Sterker nog, lichaamsbeharing geeft – om dezelfde reden als waarom een haaienhuid ook ruw is en niet spiegelglad – minder water- en luchtweerstand dan bij een perfect glad oppervlak. Zonder hier al te diep in te gaan op de aerodynamische aspecten hierachter wil ik volstaan met te zeggen dat de lichte turbulentie die door de lichaamsbeharing in de lucht- of waterstroom op de grenslaag ontstaat, zorgt ervoor dat de stromen buiten de grenslaag makkelijker langs het lichaam lopen.
Wel is het zo dat met geschoren benen je de lucht- en waterstroming meer ‘voelt’, en dat kan natuurlijk wel een psychologisch voordeel opleveren.

Waarom scheren atleten dan hun benen?
Topatleten en -wielrenners doen het voor een deel omdat zij regelmatig (eens of meer keer per week) bij de masseur op de bank liggen. Een massage met onthaarde benen is prettiger voor zowel de masseur als de gemasseerde. De masseur kan makkelijker (en steviger) kneden en wrijven, en de gemasseerde krijgt geen last van irritatie van haarzakjes als gevolg van het gekneed en gewrijf van de masseur – ondanks de olie. Met andere woorden, als je jezelf regelmatig laat masseren: doe jezelf en je masseur een plezier en scheer je benen.
Daarnaast het punt van minder pijnlijke schaafwonden. De afwezigheid van lichaamshaar geeft bij een valpartij minder hechting van vuil aan de wond, met als gevolg minder kans op ontstekingen. Daarnaast kunnen de wonden ook makkelijker herstellen omdat er geen uit de korst stekende – en door beweging aan de korst trekkende – haartjes zijn. Dit is met name voor de wielrenners een belang; wij triatleten hebben over het algemeen wat minder last van vallen.
Maar in de meeste gevallen scheren atleten hun benen ook ‘om het mooi’ of om erbij te horen. In het wielerpeloton hoor je er eenvoudigweg niet bij als je er niet gesoigneerd genoeg bij loopt en fietst. Triatleten hebben deze traditie simpelweg overgenomen.

Het kan jezelf wellicht enig psychologisch voordeel opleveren, maar het levert je fysiek gezien geen seconde voordeel op.

Hoe kun je je het beste scheren?
Als je besluit je benen te scheren ten behoeve van de sport, dan moet het (in het wedstrijdseizoen) met behoorlijke regelmaat gebeuren wil het zinvol zijn. Hoe kun je het scheren van je benen het beste aanpakken? Er zijn grofweg vier methoden om je benen te ontharen. Welke methode je het beste kan kiezen is eenvoudigweg afhankelijk van je eigen voorkeuren.


  1. Het scheermes
    Op dezelfde manier als waarop je normaliter je baardharen scheert. Wel zijn er wat verschillen. In de eerste plaats is er natuurlijk veel meer oppervlak, en daarnaast zijn er enkele lastige gebieden om te scheren zoals je knieën en je enkels. Op die plaatsen snijd je jezelf veruit het makkelijkst, niet in de laatste plaats omdat de huid daar vrij dun is, maar ook omdat daar soms lastig bereikbare en/of zichtbare plekjes zijn. Een scheerspiegel en rustig-aan werken zijn daarom geen overbodige luxe. Overigens kun je het natuurlijk met een gewoon scheermes doen, maar de ervaring leert dat de ‘ladyshave’ types beter werken vanwege het grotere handvat, waardoor je meer controle hebt.
    Over elektrische scheerapparaten zijn de meningen verdeeld. Bij sommigen werkt het niet (niet glad genoeg), maar bij sommige anderen juist wel. Gewoon een kwestie van proberen dus.
    Welke methode je ook gebruikt, je huid heeft er stevig onder te lijden, dus een vochtinbrengende crème of iets dergelijks is echt geen overbodige luxe. Daarnaast beginnen de haartjes binnen enkele dagen de kop weer boven het maaiveld uit te steken. Om je benen glad te houden zul je dus vaak (ca. eens per week of per twee weken) je benen weer een volledige beurt moeten geven.
  2. Ontharingscrèmes
    Effectiever dan scheren in die zin dat de haren dieper worden verwijderd, waardoor het dus langer duurt voordat ze weer terugkomen. Deze methode is makkelijk, snel en volkomen pijnloos – tenzij je een gevoelige huid hebt die niet tegen deze toch wat agressieve crèmes kan. Altijd dus even op een klein stukje uitproberen. Er is één belangrijk nadeel aan ontharingscrèmes: de meesten stinken als een bunzing, en je moet dat steeds kwalijker riekende spul altijd ca. 10 minuten laten inwerken….
    Zeker aan het begin van het seizoen (als je weer begint met het ontharen van je benen) is deze methode echter wel aan te raden. Op dat moment is je lichaamsbeharing natuurlijk maximaal, en om dat woud met een normaal scheermes weg te halen – ik geef het je te doen. Met een ontharingscrème haal je ineens en makkelijk alles weg, waarna je gedurende het seizoen met het gewone scheermes het ‘onderhoudswerk’ doet.
  3. Waxen
    Deze methode is veruit het meest effectief, aangezien de haartjes met wortel en al worden verwijderd. Het duurt enige tijd voordat de haartjes terugkomen, en dan nog moeten ze eerst nog enige tijd onderhuids groeien voordat ze ‘uitbreken’.
    Belangrijk nadeel aan waxen is dat het een pijnlijke methode is – hetgeen iedere ontharende vrouw kan beamen. Bij het waxen ben je jezelf in feite aan het epileren, en je trekt er meerdere haren tegelijk uit. Als je wil uittesten hoe pijnlijk: probeer maar eens een goed klevende pleister op je been te plakken en deze na enige tijd eraf te trekken. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden (of vooraf pijnstillers nemen), zullen we maar zeggen.

  4. Laseren
    Veilig, pijnloos en permanent. Althans, als je de laserklinieken en schoonheidssalons mag geloven. Er wordt gebruik gemaakt van zogeheten selectieve foto-thermolyse: de energie uit het laserlicht (of ander pulserend licht) wordt gebruikt om haarzakjes kapot te maken, zodat er geen haar meer uit kan groeien. Een behandeling kost je echter wel een arm en een been, en er zijn meerdere behandelingen nodig. Geduld is dus een schone zaak. Daarnaast kan met name laseren nog wel eens leiden tot bijwerkingen (zoals irritatie of brandwondjes), en bij de zogeheten IPL-behandelingen (met pulserend licht) is de behandeling vaak niet permanent. Om over de thuisapparaatjes maar te zwijgen.