Thomas Sijtsma hing in 2013 zijn voetbalkicksen aan de wilgen om een nieuw avontuur te starten. De triathlon, dat moest het worden. De journalist meldde zich aan bij Hellas in Utrecht en liet zich onderdompelen in de wereld van zwemmen, fietsen en hardlopen. Inmiddels is hij redelijk wegwijs in de sport. Voor Transition kijkt hij terug op de bewogen eerste jaren in de triathlon.

Met frisse tegenzin stapte ik drie jaar geleden het zwembad in. De strakke Speedo en passende bril had ik een week daarvoor op internet besteld. Het was bijna twee decennia geleden dat ik me zo durfde te vertonen in openbare gelegenheden. Zo wilde ik er op Zuid-Europese stranden niet bijlopen. Maar nu had ik een plan. Deze jongen wilde in plaats van voetballer een triatleet zijn.

Om niet bekend te staan als de clown van de vereniging besloot ik tijdens de rustige zwemuren in mijn eentje te oefenen. In de avonduren tuurde ik uren gebiologeerd naar vage filmpjes waarbij de insteek, doorhaal en ademhaling minutieus werden behandeld door een vage Amerikaanse triathloncoach. Gewapend met de blitse zwembroek probeerde ik het in de praktijk te brengen.

Wanneer het zwembad nagenoeg verlaten was, glipte ik langs de kassa en sprong ik, mijn geheugen gewapend met de instructiefilmpjes, in het diepe. Drie insteken en doorhalen van de kant had ik mijn bakkes vol water. Huilend van de verzuring in mijn schouders keerde ik wekenlang gedesillusioneerd terug naar huis en haard. Het talent ontbeerde ik. De techniek was niet om aan te zien.

In mijn jeugd had ik een afschuwelijke hekel aan de zwemlessen. Ik dacht regelmatig dat mijn badjuf oefeningen verzon om mijn leven op de bodem van het 25-meterbad vroegtijdig te laten eindigen. Hoewel van een tekort geen sprake was, vulden mijn tranen regelmatig het blauwe chloorbad aan. Ik wilde niet zwemmen, ik wilde voetballen.

Na een paar weken molenwieken durfde ik het aan. Twee baantjes, maar liefst 50 volledige meters, kon ik borstcrawlen. Vol trots toonde ik mijn skills aan de zwemtrainer van de triatlonvereniging. Hoofdschuddend en met een afkeurende blik verwees hij me naar baantje 1. Daar waar alle sukkels vertoefden. Ver weg van de snelste zwemmers in baan 6.

Hechte vriendschappen sloot ik met mijn lotgenoten in die maanden. Allemaal vochten we voor promotie, die felbegeerde promotie naar de tweede baan. Stikjaloers keken we onder water naar de atleten in de baan naast ons, naar de atleten die 6,7 en soms wel 8 banen achter elkaar konden zwemmen. Een vriend, ruim 30 jaar oud, belde uit pure blijdschap zijn ouders dat hij naar baan 2 mocht. Ook ik dankte God op mijn blote knieën na de promotie.

Inmiddels ben ik meer dan 300, soms mensonterende, zwemtrainingen verder. Bij een gemiddelde wedstrijd kom ik ergens halverwege uit het zwemwater. Bij een zwemanalyse sprongen kort geleden toch de tranen weer in mijn ogen. Mijn techniek is eigenlijk nog steeds om te janken.

 

Meer lezen

 

Wil je ook je zwemtechniek verbeteren? Lees deze eerder geplaatste artikelen:

 

één antwoord

  1. Marileen

    Mooi verhaal, wachtend op (hopelijk) de introductiecursus bij Hellas staat mij dit ook te wachten vermoed ik 🙂