Mohamad Maso heeft een droom, een olympische droom. De triatleet is om die droom te verwezenlijken zijn land Syrië ontvlucht. Elke avond valt hij in slaap met dezelfde gedachte: deelname in Tokio tijdens de Olympische Spelen van 2020. Dan is hij 27 jaar en op de toppen van zijn kunnen. “Voor Nederland of Syrië, dat maakt me niet uit.”

Wie denkt dat in oorlogsgebied niet aan triathlon wordt gedaan, zit helemaal mis. Het bewijs levert de 22-jarige Mohamad met foto’s uit Syrië, rond de beladen stad Aleppo, op zijn smartphone. Het apparaat ademt triathlon. Alle apps en achtergrondfoto’s van de donkerharige sportieveling, inclusief kek baardje, bewijzen zijn hartstochtelijke liefde voor de sport. Hij is begeesterd.

Mohamed laat zich niet stoppen door beschietingen, bombardementen en andere levensgevaarlijke situaties. Hij wil zwemmen, fietsen en lopen. Misschien wel juist door dat geweld nog meer en harder dan hij al deed. Het is de enige manier om zich te onttrekken aan de waanzin om hem heen. Het is zijn uitweg naar een beter leven. Misschien ook wel zijn enige kans op een beter leven.

Deze zomer, krap een half jaar geleden, speldde hij nog een startnummer op in zijn thuisland. Niet alleen in Syrië stond hij aan de start. In Libanon, Bulgarije, Japan en vooral bij de Aziatische jeugdkampioenschappen maakte de oud-zwemmer indruk. Of hij zich ooit met de internationale top kan meten? “Misschien in de toekomst. Ik ben in ieder geval al tweede van Azië”, klinkt het, het heilige vuur zichtbaar in zijn donkere ogen. Het lijkt alsof hij bij het opvangen van het woord ‘triathlon’ automatisch zijn rug recht en het enthousiasme in zijn woorden en gebaren toeneemt. Hij leeft voor de sport, hij ademt de sport. Al het andere doet er niet toe.

Opvangfamilie
In de bescheiden woonkeuken van zijn opvangfamilie vertelt de triatleet in gebrekkig Engels over de wedstrijden die hij afgelopen zomer nog deed. Hij gebruikt zijn telefoon om te vertalen van het Arabisch naar het Engels. In de keuken staat op elk apparaat het Nederlandse woord op een gele post-it. ‘Oven’, ‘koelkast’ en ‘schilderij’ krijgt Mohamad met horten en stoten over zijn lippen. Mohamad wil de taal leren zodat hij hier een leven kan opbouwen. Net als in zijn sport doet hij ook dit met volle overgave. Wat een beetje aanmodderen is, weet hij niet.

Het echtpaar Said Aafer en Sam Noyb pikten hem en zijn 16-jarige broertje Alaa, Syrisch jeugdkampioen zwemmen, op uit de noodopvang in Zandvoort. Intussen hebben Mohamad en Alaa heel Nederland doorkruist, wachtende op een verblijfsvergunning. “Ik kwam op 27 oktober aan in Ter Apel”, herinnert Mohamad zich. “Daar heb ik drie dagen gezeten. Vervolgens Tubbergen, Zandvoort, Heemskerk, Nuenen, Utrecht en Loon op Zand. Dit allemaal in krap drie maanden tijd.”

Mohamad en Alaa zijn door een toevallige loop van omstandigheden voorlopig in huis genomen door Said en Sam. Alaa (16) speelde in de noodopvang met één van de drie kinderen van Said en Sam, beiden actief in het vluchtelingenwerk. De rijtjeswoning in Zandvoort, met vier slaapkamertjes, wordt sindsdien bevolkt door zeven personen. Het is soms behelpen, vindt moeder Sam. “Mohamad eet door dat vele sporten op een dag vier keer zoveel als ik. Dat is niet erg, maar we zijn met zeven personen wel afhankelijk van dat ene inkomen van mijn man.”

Praten over zijn thuisland, waar nu al vijf jaar een oorlog woedt, doet Mohamad niet graag, dat ligt te gevoelig. Zijn ouders en zusje van 19 wonen nog steeds in Aleppo. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet skypen de jongens met hun familie. Ze hopen ooit dat ze het gezin kunnen herenigen in Nederland, maar dat is iets wat ver in de toekomst ligt.

Smoes
Mohamad weet dondersgoed dat het met hem heel anders had kunnen lopen toen hij eind september met een smoes uit de Syrische hoofdstad Damascus vertrok. Aan de Syrische triathlonbond vroeg de jonge triatleet of hij zijn ouders in Aleppo mocht bezoeken, hij had ze namelijk al een paar maanden niet gezien. “Ik zat in mijn laatste jaar van mijn sportopleiding. Wanneer je bent afgestudeerd, neemt de Syrische overheid alles van je af. Je moet het leger in. Eigenlijk had ik dan alles voor niets gedaan. Het is een onmenselijke omgeving, je hebt geen toekomst. Ik wilde geen oorlog, maar een nieuw leven.”

Net als veel vrienden, die net als Mohamad studeren en sporten, wilde hij naar Europa. Bij zijn ouders pakte hij zijn belangrijkste eigendommen – als eerste ging zijn trisuit van Syrië in de rugzak – en boekte samen met zijn broertje een ticket van Libanon naar Turkije. Het was het begin van een lange vlucht die bijna een maand in beslag zou nemen. Vanwege de trainingsmogelijkheden in Nederland wist hij toen al waar de bestemming van zijn reis lag.

Met het bereiken van Turkije moest het gevaarlijke deel van de reis nog komen. De hele wereld zag het afgelopen jaar hoe vluchtelingen verdronken op de Middellandse Zee tijdens hun oversteek naar het Europese vasteland. Mohamad en zijn broertje kenden geen angst tijdens hun overtocht naar het Griekse eiland Samos. Mohamad laat zelfs een selfie zien van het duo met doodsbange medestanders op de achtergrond. Hij plaatste de foto op zijn facebookpagina. De broers staan er lachend op. “Ons kon niets gebeuren. Als de boot om zou slaan, zouden wij als goede zwemmers die zeven of acht kilometer in open water wel overleven.”

Zware reis
Vanaf Samos reisden de broers via Macedonië, Servië, Kroatië, Slovenië, Oostenrijk en Duitsland naar Nederland. Mohamad: “De reis was heel zwaar. Veel zwaarder dan een training en dan had ik het geluk dat ik veel fitter was dan andere vluchtelingen. We moesten grote afstanden te voet afleggen en soms moest ik de hele nacht in een bus staan. Slapen was onmogelijk.”

Eenmaal binnen de Nederlandse grenzen stuurde het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de broers van opvangcentrum naar opvangcentrum. Een vaste plek kenden ze de afgelopen maanden nauwelijks. Gelukkig was daar de familie Aafer. Ze ruimden een slaapkamer in voor Mohamad en Alaa zodat ze vanuit een vaste verblijfplaats in ieder geval voorlopig aan hun sportcarrière en toekomst kunnen werken. Naast de triathlon is de uiterst gedreven Mohamad hard bezig met een cursus Nederlandse taal en hoopt hij zijn sportopleiding hier te kunnen afronden.

“Als ik eenmaal echt definitief in dit land mag blijven, ga ik iedereen persoonlijk bedanken die mij de afgelopen maanden heeft geholpen. Bij mijn vertrek uit Syrië had ik in mijn hoofd geprent dat ik het eerste jaar waarschijnlijk niet aan sporten toe zou komen. En kijk nu, nog geen half jaar later heb ik het zwemmen, fietsen en lopen alweer opgepakt.”

Hulp uit triathlonwereld
Zonder hulp was hem dat niet zo snel gelukt. De NTB regelde een wedstrijdlicentie en een lidmaatschap bij triathlonvereniging Oceanus in Aalsmeer voor hem, uit triathlonclub De Dolfijn in Amsterdam kwam een racefiets met schoenen, weer anderen zorgden voor een wetsuit en fiets- en hardloopkleding. Als klap op de vuurpijl schonk Ranomi Kromowidjojo zwemkleding aan broertje Alaa. “De Nederlandse sportwereld is gewoon top”, zegt ‘pleegmoeder’ Sam. “Hoe hij door iedereen wordt geholpen is hartverwarmend. Nooit had ik te maken met de triathlon, maar wat die mensen voor elkaar krijgen, is niet te bevatten. Chapeau.”

Dankzij die hulp kan Mohamad drie keer per week op de fiets naar de zwemtraining in Heemstede. Met zijn pezige en afgetrainde lijf trekt hij dan ruim een uur zijn baantjes in het Noord-Hollandse dorp. Zijn wekker gaat om half vijf. Wind, gladheid, regen en kou deren hem niet. Nooit slaat hij een training over. Said probeert hem bij extreme weeromstandigheden nog wel eens tegen te houden. Mohamad wuift het dan weg als onzin. “Wat ik in Syrië heb opgebouwd wil ik niet weggooien.”

Daarnaast is Mohamad drie keer per week op zijn fiets en hardlopend in de Zandvoortse duinen te vinden. De triathlon is het enige wat hij nu als tijdsbesteding heeft in zijn dagelijks bestaan. Al zijn tijd steekt hij in trainen, trainen en nog eens trainen. Via de sport hoopt hij langzaam weer een sociaal leven te krijgen. Al die verplaatsingen zijn daar nog niet bevorderlijk voor geweest. Oceanus geeft hem enige houvast. Zijn vriendelijke voorkomen doet de rest.

Trainen tussen bommen
Het grootste deel van zijn vrienden uit Syrië hebben hun heil inmiddels ook elders gezocht. Ze zitten voornamelijk in Duitsland en via social media is er dagelijks contact. “Het grote verschil met trainen in Nederland of in Syrië is de veiligheid. Wanneer ik in Syrië trainde, speelde ik met mijn leven. Daar moest ik bij een training schuilen voor bommen. Maar ik trainde door, ik liet me niet stoppen, ik wilde leven en sporten. In Nederland kan ik gewoon veilig trainen zonder me druk te maken over militairen en terroristen. En de faciliteiten hier zijn goed. Alleen die kou, daar hebben jullie geen geluk mee. In Syrië was dat nooit een probleem. Ik heb liever die warme temperaturen.”

Zijn thuisland kent ook geen actief verenigingsleven zoals Nederland dat kent. De triatleten zijn vooral op zichzelf aangewezen. Mohamad ziet naast deze verschillen nog eentje. “Mijn fiets in Syrië was mooier en beter, maar die kon ik helaas niet meenemen. Deze is eigenlijk iets te klein, ik krijg soms een beetje last van mijn rug”, zegt hij terwijl het ijskoude schuurtje in loopt waar de rode racefiets met gele opdruk ‘Tour de France’ staat opgeborgen.

Hoe de komende maanden voor Mohamad verlopen, is onzeker. Hij hoopt dat zijn ouders en zusje herenigd worden met hem en zijn broertje in Nederland. Maar of dat lukt? Hij heeft geen idee. Voorlopig maakt hij zijn kilometers door de winderige duinen aan de Noord-Hollandse kust, op zoek naar zijn toekomst.

Terug naar AZC
Door de regelgeving heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) besloten dat Mohamad en Alaa terug moeten naar een asielzoekerscentrum. Alaa is vanwege zijn leeftijd verplicht onderwijs te volgen in de buurt van het centrum waar ze officieel zijn ingeschreven. Daardoor moeten Said en Sam ze in ieder geval tijdelijk laten gaan. Dat doet pijn, het stel is gehecht geraakt aan de jongens. Ze hopen in de nabije toekomst plek voor hem te vinden in de omgeving van Heemstede en Zandvoort.

NTC Sittard
Hoewel Mohamad in het Regionaal Trainingscentrum van de nationale triathlonbond (NTB) in Alkmaar zo nu en dan zijn trainingsuren afwerkt, wil hij het liefst naar het Nationaal Trainingscentrum (NTC) in Sittard. Adrie Berk, technisch directeur van de NTB, heeft de Syriër al een aantal keren geholpen met trainingsaccommodatie en wil hem ook blijven helpen. “Sittard wordt pas serieus als hij daar echt in de buurt mag blijven. Zijn potentie kunnen we niet eerder uitbouwen. Hij is afhankelijk van het COA. Zijn verblijfplaats wijzigt met grote regelmaat en dan is planmatige training onmogelijk. Maar we moeten wel eerlijk zijn. Mohamad heeft talent, maar is bijvoorbeeld niet van het niveau van leeftijdsgenoot Marco van der Stel.”