Saskia van den Ouden op weg naar Rio (4)

Saskia van den Ouden

Een hand en een been steken uit het bagagerek van het vliegtuig en dus weet je zeker dat de belangstelling van je medepassagiers is gewekt. Wat niet zelden omslaat in een onverholen bespieden en aanstaren. Want wat zou hij of zij mankeren? En waarom dan tóch in een NL trainingspak? Uiteraard hebben we als NTB ploeg – bestaande uit de selecties van de junioren, jeugd en para-atleten compleet met coaches en medische staf – al wat bekijks, maar zoals sommigen graag hun knellende schoenen of warme jas of trui uitdoen doet een para-atleet graag zijn prothese uit. Zeker op zo’n lange vlucht als die van Amsterdam naar Edmonton.

Aangekomen in het zonovergoten Edmonton, waar dit jaar het WK triathlon 2014 werd georganiseerd, was het zaak meteen in het ritme van de lokale tijd te komen. Het tijdsverschil met Nederland is namelijk acht uur en ondanks een reis van ongeveer elf uur was het in Edmonton nog maar middag! De volgende dag dus meteen vroeg op voor de trainingen. Door mijn voortdurende duimblessure deed ik niet mee aan de zwemtraining, maar ben ik gaan hardlopen. Wat is het dan prachtig om ineens door een Canadees landschap te rennen. Hoe mooi en gaaf is dat!
Dat was genieten, ondanks dat het rennen niet lekker ging en ik ook niet in mijn ritme kwam. Mijn lijf was moe van de reis en bovendien zat de koker van de blade niet lekker en voelde ik het onaangenaam schuren langs mijn stomp. Terug in het hotel heb ik m’n prothese meteen weer uitgedaan. De stomp was rood en dik en rust was noodzakelijk. De rest van de dag in de rolstoel dus.

In de dagen die volgden konden we alle parcoursen verkennen. Het fietsparcours bleek geen vlak parcours, want er zat een flink pittige klim in. Het zwemparcours was 750 meter rondom om een klein eilandje in een meertje met sterk gechloreerd water. Het in en uit het water komen was via een strandje.

Als er niet wordt gesport wordt er gepraat en nagedacht over sport. En dus ook of over hoe zaken beter en dus sneller kunnen. Door mijn handicap verlies ik bijvoorbeeld veel tijd op de wissels. Dit omdat ik liners en protheses moet aantrekken of wisselen. Zo moet ik na het zwemmen mijn wetsuit uittrekken en dan over m’n stomp eerst de fietsliner aantrekken en dan de fietsprothese aandoen. Om tijd te winnen bedachten we dat ik de fietsliner al voor het zwemmen aan kon doen (onder het wetsuit). Het enige probleem daarbij was de pin onderaan de liner (hiermee klikt de liner in de fietsprothese vast). Hiermee zou een andere deelnemer in theorie verwond kunnen worden, dus volgens de regels moest over deze pin een siliconen dop worden geplaatst ter bescherming.

Op zaterdag 30 augustus was het zover: de wedstrijddag. Je moet dan al vroeg op het park aanwezig zijn om de laatste zaken te regelen zoals wedstrijdpakcontrole en keuring van mijn verschillende protheses. Gelukkig werd alles zonder problemen goedgekeurd en dus werd ook de fietsliner mét dop onder het wetsuit voor akkoord bevonden.
Na lang wachten was het dan eindelijk zover. In de wisselzone stond alles klaar en op het strandje stonden mijn krukken en mijn fietsprothese klaar. Omdat de afstand van het strandje naar de wisselzone nogal lang was, hadden we er voor gekozen om na het zwemmen op het strandje mijn fietsprothese aan te klikken om vervolgens met behulp van de twee krukken sneller richting de wisselzone te kunnen bewegen.
Toen onze klasse aan de beurt was reed ik in afwachting van het “go the start” in mijn rolstoel naar het water en nam geconcentreerd in gedachten de race en de wissels nog eens door. Op dat moment kwam een referee naar me toe die het gebruik van mijn fietsprothese op het strandje afkeurde! De reden was dat er aan de fietsprothese een fietsschoen zit. En in de zwemzone mag je geen schoenen dragen! Een discussie met de referee had op dit moment geen zin meer, dus heeft Bas (de bondscoach) met heel veel moeite meteen de schoen van de prothese afgehaald en naar de wisselzone gebracht. Wel speelt dan door je hoofd hoe moeizaam (= hoeveel tijd gaat het kosten) het straks in de wisselzone gaat zijn om die schoen weer om die vaste (niet meegevende) prothesevoet te krijgen.

Toen klonk echter al het “go to the start” en moesten we naar de startlijn. Zittend op de startlijn kwam er echter een andere referee naar me toe. Deze besliste dat ik niet mocht zwemmen met een pin aan mijn liner en dat ik dan gediskwalificeerd zou worden. Paniek dus! Terwijl het startschot klonk draaide ik de pin uit m’n liner en liet de referee een foto maken van de nu pinloze liner. De pin heb ik aan de referee overhandigd en met zijn toestemming ben ik alsnog te water gegaan. Door de frustratie, stress en onzekerheid kwam ik echter met moeite in mijn slag. Frustratie dat ik later ben gestart dan de rest, stress door het al dit gedoe rond de start en onzekerheid of de pin en de fietsprothese nu wel (bij elkaar) klaarlagen. Mijn hartslag was veel te hoog en mijn gedachten waren niet bij het zwemmen. Ik kreeg ook paar keer flink wat water binnen en werkte zo ook mezelf nog eens tegen.

Gelukkig bleken de fietsprothese en pin wel klaar te liggen. Maar dat de pin ernaast in het zand lag was weer vervelend. De pin zat namelijk onder het natte zand en daardoor lukte het me niet de pin in de liner gedraaid te krijgen. Met blazen probeer je dan het zand weg te krijgen, maar het leek een eeuwigheid te duren voordat ik eindelijk de pin erin gedraaid kreeg en ik in mijn prothese kon klikken. Daarna krukken pakken, wetsuit op mijn nek en op weg naar de wisselzone.Bij de fiets aangekomen wachtte handler Bjorn me op en hij probeerde de fietsschoen weer om de prothese voet te krijgen. Ondertussen deed ik de rest: mijn andere schoen aan, helm en bril op, het wedstrijdnummer naar achter. Daarna snel het parcours op en fietsen!
Hoewel ik wist dat ik een enorme achterstand had opgelopen en het fietsen niet soepel ging slaagde ik er wel in om in mijn hoofd tot rust te komen. De frustratie, stress en onzekerheid maakten gaandeweg plaats voor boosheid, motivatie en vastberadenheid. Na de tweede wissel (fietsprothese uit, liner uit, stomp drogen, liner voor de blade aan, blade aan, fietsschoen uit, renschoen aan) zat ik wél meteen in een goed ritme. Al snel zag ik een tegenstander voor me en haalde haar in. Ik voelde me nu in het offensief en speurde naarstig het parcours af. Dit gaf veel kracht en op een bepaald moment wist ik dat ik me naar de tweede plaats had geknokt. Tegelijkertijd besef ik dat de nummer één te ver voor me zat. Maar hoe anders was de finish dan de start. Ik kwam zeer blij over de finish: armen hoog, grote grijns, echt juichend binnen komen. Met zo veel tegenslag toch tweede worden op een WK.

Ik was er echt heel trots op dat ik met zilver op het podium mocht staan, maar stiekem dacht ik toch ook: “Volgend jaar wil ik goud!”