De belangrijkste regels waar men als atleet in de wisselzones te maken krijgt betreffen met name het fietsen en het dragen van de helm. Wat het eerste betreft is het heel simpel: in wisselzones mag niet worden gefietst. Dat wil dus zeggen dat men bij het begin van het fietsen met de fiets aan de hand de wisselzone verlaat. Pas eenmaal buiten het hek van de wisselzone mag men opstappen en wegfietsen. Aan het eind van het fietsen gaat het precies omgekeerd: men stapt af vóórdat men de wisselzone binnenkomt, en men gaat lopend met de fiets aan de hand binnen. Fietsen in de wisselzone is dus strikt verboden, op straffe van diskwalificatie.
Vaak is de in/uitgang van de wisselzone speciaal gemarkeerd, en vrijwel altijd is er wedstrijdjury aanwezig om erop toe te zien dat deelnemers op correcte wijze de wisselzone in- en uitgaan.

Ook wat betreft het dragen van de helm zijn er strikte regels. Zolang men de fiets nog vast heeft, dient men de helm vastgemaakt te dragen. In de praktijk betekent dit dus dat men eerst de helm moet opzetten en vastmaken voordat men de fiets uit het rek haalt. Bij de fiets-loop wissel dient men eerst de fiets weg te hangen (of af te geven aan een medewerker als deze faciliteit geboden wordt) voordat men de helm mag losmaken en afzetten. Men mag dus niet terwijl men met de fiets aan de hand naar de eigen plek loopt alvast de sluiting van de helm alvast losmaken.