Bizarre buitenlandse bepalingen: het resultaat

Begin augustus hebben we een oproep geplaatst om ervaringen en anekdotes rond in Nederland onbekende wedstrijdregels in te sturen. Dat hebben we geweten. Onze mailbox stroomde in de dagen erna vol met korte opmerkingen en reacties, leuke anekdotes en bijzondere verhalen. Voor een aanzienlijk deel hetzelfde, met name daar waar het ging om de afwijkingen in de ons aangrenzende landen. Soms kort, soms lang, soms met verhalen die een glimlach ontlokken, maar soms ook met ervaringen die mij (immers zelf ook wedstrijdofficial) met plaatsvervangend schaamrood op de kaken achterlieten.

In de oproep gaven we als voorbeeld het verhaal van Bert Flier over het vroegtijdig afstropen van het wetsuit bij de Allgäu Triathlon in Immenstadt. Dit blijkt inderdaad een algemeen geldende regel in Duitsland te zijn. Die overigens niet voorkomt in het ITU-reglement. Een ander voorbeeld daarvan is het verbod op het dragen van compressietubes in België onder het wetsuit tijdens het zwemmen. In Nederland bij de meeste wedstrijden heel gewoon en alleen verboden als er zonder wetsuit gezwommen wordt. De ITU-reglementen bieden daar ook ruimte voor. Bij onze zuiderburen mag je ze echter pas ná het zwemmen aantrekken. Daar gaat je snelle eerste wissel. Wie hier de ratio achter ziet, mag het zeggen.

Ook het voorbeeld over de regel dat in Frankrijk het startnummer op ten minste drie plaatsen bevestigd dient te zijn, door diverse anderen bevestigd. Op zich is het al een wat rare regel, maar het kan nog gekker, zo wist Frank Renia ons te melden. In de triathlon van Alpe d’Huez maken de referees aan de rand van de wisselzone de startnummers met drie nietjes aan de startnummerband vast. Verder schreven ze je nummer met stift op je bovenarm en bovenbeen met een sticker op je helm en fiets. En dat alles naast de timing-chip om je enkel. Met andere woorden: op verschillende manieren van startnummer voorzien en goed identificeerbaar als deelnemer. Een Engelse deelneemster op de lange afstand die na het fietsen als zevende in de wissel op de berg aankwam, bleek ergens onderweg haar startnummer verloren te zijn. De nietjes waren onderweg gebroken. Zij mocht van een official niet verder lopen en ze moest ook meteen haar chip inleveren. Protesteren hielp niet. En dat terwijl ze toch nog op diverse andere manieren als deelnemer herkenbaar èn genummerd was. Toen ze – uiteindelijk berustend in haar lot dat ze de wedstrijd inderdaad niet meer mocht vervolgen – dan maar haar zak met wetsuit ging ophalen, kreeg zij deze niet mee. Want: alleen te verkrijgen tegen inlevering van de chip. En die had ze net eerder moeten inleveren bij de official. Toen ze vervolgens naar de betreffende official terugging om te zeggen dat ze haar wetsuit niet meekreeg, kreeg ze deze reactie: “Maar je hebt geen chip meer om!” Toen zij daarop aangaf dat dat klopte, aangezien de official die kort daarvoor zelf had ingenomen, volhardde hij: “Geen chip, geen wetsuit!”

Martijn Keijsers maakte nog wat bijzonders mee in de Volcano Triathlon van Lanzarote. Daar werd hij door de race director himself staande gehouden voordat hij naar de zwemstart wilde gaan, omdat hij zijn veiligheidsspelden onveilig (!?!? Waarom zijn het dan veiligheidsspelden?) gebruikt had. Hij moest het startnummer opnieuw vastspelden aan de nummerband, op een zodanige manier dat als een veiligheidsspeld open zou gaan, deze hem niet steken kon…

We kregen verder ook veel reacties over de gangbare praktijk dat in België en Duisland (maar ook in diverse andere landen) het startnummer bij het zwemmen niet onder het wetsuit gedragen mag worden. Iets wat in Nederland heel gewoon is en waar het internationale reglement ook niks over zegt. Maar in diverse andere landen is dit expliciet verboden en kan er ook zeer zeikerig over gedaan worden. Zo ondervond ook Diederik Scheltinga bij een triathlon op Mallorca. Het leverde hem een directe diskwalificatie op, geen waarschuwing, geen penalty box, gewoon rood. En hij was daarin niet de enige. Ook toppers als Bert Jammaer en Heather Jackson (die later als eerste vrouw over de finish zou komen) kregen rood, net als nog een flink aantal recreanten die bijna 3 uur nodig hadden voor deze opgave.
Zijn gesprek met de betrefffende official ging ongeveer zo:
– Diederik: “Come on, it’s a recreational event”
– Official: “These are the international triathlon rules”
– Diederik: “So then, where is the penalty box? And are you also gonna disqualify all those parents crossing the finish line with their children?”
– Official: “These are the Spanish international triathlon rules”
Tja, probeer dan de discussie nog maar eens zinvol voort te zetten …

Ook de regels rondom de stayerafstand (en de straffen) daarop zijn heel divers. Bij niet stayer-wedstrijden in Frankrijk mag er tot op 7 meter van je voorganger gefietst worden. Mogelijk betrof deze ervaring een wedstrijd over maximaal de Olympische Afstand. In de ITU-regels is de netto-stayerafstand inderdaad 7 meter tot en met de Olympische afstand, en 10 meter bij langere afstanden. In Nederland (en mogelijk ook in België?) is dit gehandhaafd op 10 meter op alle afstanden, wat een x aantal jaren geleden op alle afstanden immers heel gewoon was. Op dit punt wijkt Nederland dus zeer bewust af van de internationale regels.
Ook de straffen voor stayeren kunnen uiteenlopen. Als je er niet voor gediskwalificeerd wordt, kun je in wedstrijden in het buitenland tegen een tijdstraf aanlopen: 1 minuut op de Sprint, 2 op de OD en 5 op de langere afstanden. Echter in de Challenge Barcelona was het dan weer 8 minuten. Deze tijdstraf moet je uitzitten in de eerstvolgende strafbox die je tegenkomt bij het fietsen. In Nederland is die strafbox om praktische redenen als volgt opgelost: het hele fietsparcours is als ‘strafbox’ gemarkeerd en een tijdstraf wordt gewoon meteen uitgevoerd in de vorm van een stop&go, waarbij het betreffende jurylid bepaalt tot de gestelde maxima hoe lang je aan de kant van de weg stil moet blijven staan.

Het bovenstaande voorbeeld van Frank Renia in de triathlon van Alpe d’Huez toonde al aan dat sommige officials soms ook zeer rigide kunnen zijn en geen oog hebben voor het praktische gevolg. Hier nog een voorbeeld, ook uit de triathlon van Alpe d’Huez. Tussen de wisselzone (op een grasveld) en het water ligt daar een stuk met zand en grote stenen, die erg pijnlijk zijn aan de voeten. Je moet daar overheen lopen – heuvel áf – waar die stenen ook liggen, en ook in het water liggen grote hoekige stenen. Je mag daar geen neopreen sokken aandoen ter bescherming van je voeten. De Franse officials beriepen zich op de regels. Want je voeten moeten immers onbedekt zijn tijdens het zwemmen. Begrip was ver te zoeken en als het moeilijk wordt spreken de officials ineens geen Engels meer…..

Nog een paar andere anekdotes die we toegezonden kregen willen we jullie niet onthouden, alhoewel deze in mindere mate te maken hebben met rare buitenlandse regels:

Indra Bimmel liep in een wedstrijd vorig jaar in Xanten aan tegen een tijdstraf omdat zij haar fiets achterstevoren in het rek had moeten plaatsen bij het terugkomen. Het fietsenrek hier bestond uit houten insparingen op een grasveldje. Het regeltje in het reglement heeft ze tot op heden nog niet gevonden, maar er waren blijkbaar mensen die het wisten.
In de Duitse reglementen bestaat deze regel in zijn geheel niet, maar in de ITU-regels bestaat sinds een paar jaar de regel dat wanneer het fietsenrek bestaat uit horizontale liggers waar de fiets aan gehangen moet worden, de fiets gehangen moet worden aan de zadelpunt met het voorwiel in de richting van de wisselstraat. In de praktijk wordt deze regel in Nederland overigens ook nog zelden toegepast.

In Nice kon je, heel begrijpelijk, gediskwalificeerd worden voor het weggooien van afval op het fietsparcours (aangewezen inzamelpunten uitgezonderd uiteraard), maar de Franse Gendarme die Martijn Keijsers nogal opzichtig een plas zag plegen in het natuurpark waar ze doorheen reden, zal wel ambtshalve uitgezonderd zijn op die regel. Of misschien plaste hij een heel zuiver plasje, waarop de term ‘afvalstof’ niet van toepassing was?

Indra Bimmel meldde verder nog dat je in Wales 2001 niet op de fiets mocht als je er te kouwelijk uitzag. Het water was echter 13 graden en dus zag iedereen er kouwelijk uit…..

Bij het EK lange afstand in Praag 2009 was de bepaling dat de landskleding bij de inschrijving (twee dagen van te voren) moest worden getoond, niet vermeld op de website. Dat kregen Indra Bimmel en een aantal anderen pas te horen toen ze zich meldden. Handig. “Officieel moesten we onze reis naar het startgebied met bus en metro opnieuw gaan afleggen om te laten zien dat we de kleding hadden. We hielden stug vol dat we dat niet gingen doen en mochten toch door.”
Ook moesten de atleten in Praag zich in de ochtend twee uur voor de start melden en op de foto, met als doel dat iedereen ’s middags met de juiste fiets het parc fermée ging verlaten. In de middag was er echter geen enkele bewaking van het parc fermée meer te ontwaren en had iedereen die dit geweten had met hele dure fietsen kunnen vertrekken.

Een andere bijzondere ervaring had Indra Bimmel bij de eerste editie van de Ironman 70.3 in Exmoor (Engeland). Daar was bepaald dat dat je gebruik moest maken van de verzorgingsposten van de organisatie voor je drank. Geen probleem op zich, behalve dan dat één van die posten in een afdaling van 18 procent was neergezet.

Over de auteur

Hans Geerts

Tri-Geek sinds 1987 | Hobbysporter pur sang | Haagse Bosschenaar / Bossche Hagenees (take your pick) | You know DHMO? | NTB/ITU Official | Triathlonweb > Triathlon226 > Triathlon-Sport > Transition

Gerelateerde berichten