Van alle attributen die je tijdens een triathlon nodig hebt, biedt de aanschaf van een passend wetsuit misschien wel de meeste hoofdbrekens. Waar moet je opletten als je een wetsuit past? Wetsuitgoeroe Peter Kindervater geeft advies.

Peter Kindervater, eigenaar van webshop triathlonwinkel.nl, moet wel een beetje lachen om de term wetsuitgoeroe. “Ik heb het zelf niet verzonnen. En wetsuitgoeroe is misschien ook niet het goede woord. Ik ontwerp niet zelf wetsuits en ontwikkel geen nieuwe neopreensoorten, maar ik heb wel veel praktijkervaring. Ik heb honderden mensen in een zwembad geholpen met passen en het aanschaffen van een wetsuit, dus ik durf wel te zeggen dat ik verstand van pasvorm heb.” Drijfvermogen, in het bijzonder de verdeling ervan, soepelheid en pasvorm zijn de belangrijkste aspecten waar op moet worden gelet bij de keuze van een wetsuit. In dit artikel beperken we ons tot de lastigste: de pasvorm. “Dat is namelijk iets heel persoonlijks. Je moet een wetsuit vinden dat bij jouw lichaam en jouw manier van zwemmen past.”

Niet iedereen slaagt er in een geschikt wetsuit te vinden, zo blijkt. “Als ik bij de start van een recreatieve triathlon sta, constateer ik dat soms wel dertig tot veertig procent van de deelnemers een wetsuit heeft dat of te groot is, of te klein”, stelt Kindervater. “Een wetsuit moet in de regel bij de mouwen net voor de knobbel van je pols vallen en bij de pijpen ongeveer 10 centimeter boven de enkel. Als de mouw iets over de helft van je onderarm eindigt, is het te klein. Vaak zit de rest van het pak dan ook niet lekker. Vooral bij de rug gaat het trekken, want de rits geeft over het algemeen niet mee. Dat voel je in de schouders, je verzuurt sneller en raakt eerder vermoeid. Het neopreen is tegenwoordig heel soepel, dus als je de goede maat hebt gevonden, mag je bijna geen belemmering in de schouders voelen.”

’Airpockets
Een te groot wetsuit heeft weer andere nadelen. “Wat ik vaak zie, is dat mensen een pak willen hebben dat ook op het droge comfortabel zit, vooral rond de nek. Een wetsuit moet echter naadloos aansluiten op het lichaam en dat betekent dat deze best een beetje strak mag zitten en je best moeite mag doen om de rits dicht te doen. Een opening van 20-25 centimeter op de rug, met geopende rits, is normaal. Als de opening maar 5 centimeter is als de rits open staat, en dus heel makkelijk dichtgaat, is het te groot. En als een wetsuit te groot is, kan het water vrij circuleren in het pak, waardoor je het sneller koud krijgt. Een goede indicatie voor een te groot pak zijn de zogenaamde ‘airpockets’ onder de oksels en in de onderrug. Bij een airpocket sluit het neopreen niet aan op het lichaam en ontstaat er dus een luchtkamer die snel wordt gevuld met water dat zich moeilijk laat opwarmen. Dit is makkelijk te testen door het neopreen rond het begin van de rits met een hand bij elkaar te pakken en te voelen hoe makkelijk je het neopreen kunt samenknijpen. Als dit geen extra weerstand oplevert kun je er van uitgaan dat het pak te groot is.”

Airpockets kunnen ook ontstaan als je een wetsuit niet goed aantrekt. Kindervater: “Belangrijk is dat het pak in de oksels goed aansluit. Wat ik altijd doe als ik een wetsuit aan heb getrokken, is met mijn ogen dicht mijn arm op en neer bewegen. Daarbij concentreer ik me op de weerstand van het neopreen rond de schouder. Voel ik toch nog een beetje weerstand, al is het gevoelsmatig maar een paar procent, dan schuif ik het neopreen op de bovenarm nog een paar centimeter naar boven en test ik opnieuw.” Een wetsuit zonder mouwen zou Kindervater overigens niet direct adviseren. “In het verleden waren veel wetsuits vrij stug, met name in de schouders. Het neopreen is tegenwoordig echter een stuk soepeler en 99 procent van alle verkopen betreft dan ook pakken met mouwen. Het enige voordeel van een wetsuit zonder mouwen is dat je met blote armen meer watergevoel hebt.”

Testen in zwembad
Wie overweegt een nieuw wetsuit te kopen, kan daarvoor het beste een wetsuittestdag bezoeken, vooral ook omdat tijdens een wetsuittestdag verschillende merken kunnen worden uitgeprobeerd. “Een wetsuit kun je eigenlijk niet kopen zonder dat je hem in het water hebt getest”, meent Kindervater. “Het probleem is alleen dat het tweede pak dat je past standaard niet zo lekker zit als het eerste omdat je huid dan nog een beetje vochtig is en je het wetsuit dus moeilijker aankrijgt. Als je wetsuits gaat testen, neem dan in ieder geval meerdere handdoeken mee zodat je je echt goed kunt afdrogen. Een kurkdroog lichaam is het beste voor een eerlijke vergelijking.” Buiten de wetsuittestdagen bieden sommige winkeliers hun klanten de mogelijkheid een pak in het water te testen. “Als je een maat kiest, is het slim om eerst naar het gewicht te kijken in de maattabel en dan pas naar de lengte. Uit ervaring weet ik dat gewicht een betere indicatie geeft hoe het pak gaat zitten dan de lengte. Een aantal merken werkt met lengtematen (in het Engels ‘tall’ maten). Voor lange, en vaak slanke, mensen waar we in Nederland zo veel van hebben, is het zeker aan te raden om zo’n merk te overwegen.”

En is een wetsuit van 600 euro echt zo veel beter dan een pak dat de helft kost? Kindervater: “Dat is echt zo. Duurdere pakken worden gemaakt van veel soepeler neopreen waardoor je schouders veel minder snel verzuren. Tevens geeft het neopreen van het bodypanel meer drijfvermogen. Fabrikanten gaan hier steeds verder in en de luchtkamertjes in het neopreen worden niet alleen talrijker maar ook groter. Hoe meer lucht gevangen kan worden in het neopreen, hoe meer drijfvermogen. Tenslotte hebben sommige toppakken ook een snelle coating die de weerstand in het water verlaagt. Onze ervaring is dat een topwetsuit – afhankelijk van de ligging in het water – ongeveer 30 tot 40 seconden per kilometer sneller is. Snelheid is dus echt te koop. Ook bij het uittrekken zijn de verschillen tussen de merken groot, daar kun je zo nog een keer 30 seconden winnen. Als je een aantal korte afstanden per jaar doet, maakt het niet zoveel uit of je een goedkoper pak kiest, maar doe je bijvoorbeeld meerdere langere afstanden per seizoen, dan zou ik zeker een duurder wetsuit kiezen.”


Dit artikel verscheen eerder in Triathlon Sport #4 (2012)