Training with Toys (1): de Tempo Trainer Pro

Sinds vorig jaar is mijn interesse gewekt door de Tempo-Trainer pro, een gadget van Finis voor het reguleren van je slagfrequentie. Gedurende vorig seizoen zijn er diverse atleten geweest die mij hierover vragen hebben gesteld: is het nuttig, wat doet het precies?

Vroeger trainden en testten de zwemmers hun slaglengte en slagfrequentie met behulp van de toen te meten en te reguleren parameters, namelijk het aantal slagen per baan en het aantal slagen per minuut.
Voor de cijferfetisjisten onder ons: de maatstaf voor slaglengte was dus het aantal slagen per baan – hetgeen meetkundig gezien eigenlijk het omgekeerde van de slaglengte is, maar dat even terzijde. En ook de feitelijke slagfrequentie lag eigenlijk hoger dan de berekende, omdat tijdens de keerpunten de tijd wel doorloopt terwijl je dan geen slagen maakt. Maar ach, het was in ieder geval een vast referentiekader.

Door systematisch te variëren met beide parameters ontwikkelde je gevoel voor slaglengte en slagfrequentie en was je, na een tijd hierop te hebben getraind, redelijk accuraat geworden in het bewust reguleren van je zwemslag en je zwemtijden.
Een mooi voorbeeld hiervan zag ik toen ik in 2000 in het ondersteunend trainingsteam van Edith van Dijk aktief was, in haar jacht naar haar eerste wereldtitel op de 25 km. In een trainingssessie van 80x100m (met start elke 01:30 waarbij per 10x100m de zwemtijden moesten varieren van 1:18 tot 1:13) was Edith in staat om alle aangegeven tijden op 0.2 seconde nauwkeurig te halen, puur vanuit haar gevoel.

In deze benadering van het zwemmen kon slechts één van de variabelen – namelijk het aantal slagen per baan – worden getraind, en vervolgens moest gevoel ontwikkeld worden voor de uitkomst: de zwemtijd. En alleen héél veel trainen resulteerde hier in goede beheersing. De andere variabele, de slagfrequentie, kan tegenwoordig met de tempotrainer worden gestuurd, en dit zorgt voor een ware revelatie. Dit was voor mij een goede reden om hiermee uitgebreid aan de slag te gaan een een raamwerk te ontwikkelen om deze gadget echt functioneel te kunnen gebruiken.

De Tempo Trainer
De Tempo Trainer is een klein apparaatje dat je onder je badmuts, achter je oor plaatst. Het is eigenlijk een soort metronoom voor zwemmers: het geeft op de vooraf ingestelde tijd (of op de vooraf ingestelde frequentie) een geluidssignaal af, dat zowel in als boven water goed te horen is. Op die manier krijg je door middel van een perfect getimed geluidssignaal een goed referentiepunt.
Er zijn drie gebruiksopties mogelijk:
1) Instellen van rondetijden
2) Instellen van intervallen
3) Instellen van slagfrequentie (aantal piepjes per minuut).

De Tempo Trainer kun je onder je badmuts of onder het elastiek van je zwembril klemmen. De ervaring leert dat hij eigenlijk alleen goed blijft zitten onder een badmuts – achter het elastiek van je brilletje verlies je ‘m vrij snel. Mocht je hem overigens onverhoopt verliezen, geen punt: de Tempo Trainer blijft drijven.
Met een (bijgeleverde) demontabele clip kun je de Tempo Trainer ook aan je kleding bevestigen, waardoor hij ook goed te gebruiken is tijdens het fietsen en hardlopen.

Voor het zwemmen is slagfrequentie verreweg de meest interessante gebruiksmodus. De tempotrainer stel je vooraf in op je gewenste slagfrequentie, en in combinatie met het reguleren van je aantal gezwommen slagen per baan, kan je bijna exact je zwemtijden reguleren. Bijna exact, want er dient rekening gehouden te worden met een correctie voor de tijd dat je met keren bezig bent en dus geen slagen maakt. Testen van zwemmers van varierend niveau (1:10 – 2:30 per 100meter) wijzen naar een gemiddelde correctiefactor van drie slagen per baan (inclusief de eerste baan, waar geen keerpunt maar wel krachtigere afzet aanwezig is).

Door simpelweg het aantal slagen per baan te reguleren en de slagfrequentie in te stellen kan je door het volgen van de piepjes van de Tempo Trainer exact je zwemtijd bepalen. Zo geeft bijvoorbeeld voor een 100 meter in een 25-meter bad:
– Slagfrequentie 54, met 14 slagen per baan = een zwemtijd van 1:16
– Slagfrequentie 54, met 15 slagen per baan = een zwemtijd van 1:20
– Slagfrequentie 56, met 15 slagen per baan = een zwemtijd van 1:17
– Slagfrequentie 66, met 22 slagen per baan = een zwemtijd van 1:31
– Slagfrequentie 68, met 22 slagen per baan = een zwemtijd van 1:28
– Slagfrequentie 66, met 21 slagen per baan = een zwemtijd van 1:27
– Slagfrequentie 68, met 21 slagen per baan = een zwemtijd van 1:25

Een geweldige ervaring als je hier voor het eerst mee zwemt: je kan dus nu, zoals je dit ook op fiets doet, door middel van je verzet/versnelling (aantal slagen) en de trapfrequentie (slagfrequentie) je snelheid reguleren, en dit geeft een enorm gevoel van beheersing en controle, zeker als je een trainingsopdracht krijgt met specifiek te zwemmen tijden à la Edith van Dijk.

Er zit echter wel één maar aan: vóórdat je op slagfrequentie gaat trainen, moet je slaglengte redelijk op orde zijn. In de aankomende uitgave van Triathlon Sport vindt je hiervoor een uitgebreide test.