Een atleet kan zijn prestatieniveau alleen op peil houden of verbeteren door regelmatig te trainen. Training gaat uit van een fysieke inspanning met een bepaalde duur en intensiteit en prikkelt zowel de energie- als de eiwithuishouding van het lichaam. Het trainingseffect wordt pas bereikt in de periode na de inspanning (de herstelperiode), daarbij spelen voldoende rust en goede voeding een hoofdrol.

Om het effect van voeding op de trainingsaanpak duidelijk te maken is het belangrijk dat de weg naar een maximaal vermogen uitgelegd wordt. Een mens is als een dier een levend organisme. Een kenmerk hiervan is dat hij zich tot op zekere hoogte kan aanpassen aan veranderende eisen die aan hem gesteld worden. Door goed te trainen, rekening houdend met het principe van supercompensatie, kan men optimaal afstemmen op belasting en herstel. Tijdens de inspanning is het lichaam in een toestand van gebruiken van voorraden en afbreken van weefsel (katabool). In de herstelfase daarna is het lichaam aan het herstellen, opbouwen en versterken (anabool). Uit onderzoek is gebleken dat in de herstelperiode (tussen de trainingsprikkels) het nemen van de juiste voeding, maar zeker ook de juiste timing van voedinginname van belang is. Een verkeerde voedingkeuze en/of verkeerde timing heeft een negatief effect op het herstel na fysieke inspanning en heeft een suboptimale supercompensatie tot gevolg. Simpel gezegd, het hersteleffect en de beoogde verbetering van vermogen had veel groter kunnen zijn door de juiste keuze en de juiste timing.

Tijdens een trainingsopbouw neemt het te leveren vermogen toe. Ook de opslagcapaciteit van glycogeen neemt toe. Glycogeen is de koolhydraatvoorraad in de spieren. Het herstel van de glycogeenvoorraad verloopt het snelst in de eerste uren na acute inspanning, omdat dan de doorbloeding van de spieren nog hoog is. De mate van doorbloeding en het aantal glucosetransporteurs vergroot zelf ook onder invloed van training. Uiteindelijk kan de glycogeenvoorraad van een getrainde atleet ongeveer dubbel zo groot worden als van een ongetraind persoon.
Meestal heeft een atleet geringe eetlust kort na een inspanning. Toch is het beter niet te lang te wachten met inname van herstelvoeding. Herstelvoeding in vloeibare vorm is dan een goede optie.

Na een wedstrijd of intensieve training heeft het lichaam ook een verhoogde behoefte aan eiwitten om de schade aan spiercellen te herstellen en supercompensatie (groei) mogelijk te maken.

Het is belangrijk, snel na een wedstrijd of forse training te rehydreren: vocht innemen. Maar ook koolhydraten en eiwitten moeten snel worden aangevuld door een maaltijd, of door een hersteldrank die koolhydraten en eiwitten bevat.