Hoe intelligent ga jij met je sport om?

Net als in het gewone leven is het ook goed om af en toe eens kritisch stil te staan bij je eigen sportbeoefening. Zeker als je de wens of de ambitie hebt om beter te worden of nieuwe wegen in te slaan. Dan is het handig, en vanaf een bepaald niveau zelfs essentieel, dat je in staat bent om je eigen prestaties kritisch te analyseren, innovatief te zijn ten aanzien van je eigen techniek, en je bewust bent van wat je mogelijkheden èn je beperkingen zijn, zowel bij het sporten zelf maar ook in alles daaromheen. Om vervolgens met dit soort informatie in de hand in staat te zijn om de juiste beslissingen te nemen.

Iedere atleet kan een bepaalde mate van gevoel krijgen ten aanzien van training en het stellen van doelen, gebaseerd op het trekken van lering uit eerdere prestaties. Om dat te kunnen doen, moet je uiteraard kunnen zien waar nog potentiële verbeterpunten liggen en hoe je zwakke punten zich verhouden tot je sterke. Als triatleet heb je daarbij niet alleen te maken met drie sporten, maar ook met de verbintenissen daartussen.

 

Analyse van je vaardigheden
De meeste mensen hebben wel een aardig tot goed beeld van punten waarop ze zichzelf en/of hun sportprestatie zouden kunnen / willen verbeteren. Het systematisch opstellen van een lijst van je sterke en zwakke punten kan behulpzaam zijn bij het opstellen van doelen voor het volgende seizoen. Probeer deze eens minutieus op ieder aspect van de sport uit te schrijven:

  • Zwemmen (bijvoorbeeld open water zwemmen ten opzichte van zwemmen in het zwembad, de zwemstart et cetera)
  • Fietsen (klimvaardigheden, tegenwindfietser, kracht versus souplesse)
  • Hardlopen (souplesse, techniek, duurvermogen)
  • T1: Overgang zwemmen naar fietsen
  • T2: Overgang fietsen naar lopen
  • Voeding

Betrek hier ook je ervaringen bij wedstrijden in het vorige seizoen bij. Hierbij kun je jezelf vragen stellen als:
Hoe verliep het vorige seizoen? Begon het scherp en ‘vers’ maar eindigde het afgebrand? Had je het gevoel dat je meer had kunnen doen dan je hebt kunnen laten zien? Had je het gevoel dat je meer (of juist minder) wedstrijden had kunnen, of juist moeten doen? Hoe stond het met je gevoel van energie rond wedstrijden? Merkte je verschil in niveaus van ontspanning en/of opwinding bij kleinere en grotere wedstrijden? Hoe voelde je je in het algemeen na afloop van wedstrijden (blij en tevreden, of juist teleurgesteld)?

 

Prioriteiten stellen
Nadat je een overzicht hebt gemaakt van onderdelen waar je op zou kunnen en willen verbeteren, kun je daar doelstellingen op gaan formuleren. Voordat je dat doet, moeten er nog een aantal belangrijke vragen beantwoord worden:

  • Hoe vastbesloten ben je om dit onderdeel van mijn sportbeoefening te verbeteren? Je moet je het doel ‘toe-eigenen’ om een doel ook daadwerkelijk te kunnen bereiken. Aan alleen goede voornemens heb je niks – denk maar aan nieuwjaar.
  • Passen de gestelde doelen ook werkelijk binnen de prioriteiten die je voor je eigen leven stelt? Met andere woorden: als je daadwerkelijk minuten van je zwemtijd af wil halen, ben je ook werkelijk bereid (en in staat) om dan ook meer keren per week dan je nu al doet in het zwembad te liggen?

 

Je doelen stellen
Met de lijst van mogelijke verbeterpunten en je besef van je mate van doelgerichtheid en prioriteiten, kun je vervolgens daadwerkelijk overgaan tot het stellen van concrete doelen. Dingen die je daarbij in de gaten dient te houden, zijn:

  • Stel jezelf prestatiedoelen, en geen uitkomstdoelen. Prestatiedoelen zijn gericht op taken waarbij je in hoge mate grip op hebt. Voorbeelden zijn trainingsschema’s, het doel om meer ontspannen aan een wedstrijd deel te nemen, of juist meer gefocust en/of sneller dan vorig jaar. Je kan je ook richten op een uitkomstdoel, bijvoorbeeld het winnen van een wedstrijd, maar dit soort doelen heb je veelal niet (of niet geheel) in eigen hand.
  • Stel je doelen realistisch, meetbaar en haalbaar.·Probeer zo specifiek mogelijk te zijn, zoals het verbeteren van je tijd op een bepaalde afstand, of het verbeteren van je fietsvaardigheid, of het beter kunnen omgaan met stress voor de wedstrijd. Dit zijn meetbare doelen die je na afloop kunt analyseren.

 

Je doelen bereiken
Je doelen zijn nu uitgespeld en beschreven, en je bent tot op je botten gemotiveerd om deze volgend seizoen om te zetten in resultaten. Wat je nu nog moet doen is vaststellen hoe daar precies te komen. Anders blijft het bij goede voornemens en geduldige woorden op papier. Tijd voor het intekenen van een gedetailleerde routekaart, met tussentijdse mijlpalen die je helpen op weg naar je einddoel.

Wat hierbij van belang is, is dat je bij het maken van je routekaart ook kritisch kijkt naar de zaken die je nodig hebt om je doelen te bereiken. Zoals:

  • Heb je de vaardigheid, de discipline en de wilskracht om deze doelen bij het zwemmen/fietsen/lopen/schaatsen zelf op eigen kracht te bereiken, of heb je daar externe hulp bij nodig van een (club)trainer of een coach?
  • Heb je voldoende steun in de vorm van je gezin dat achter je doelen staat, en passen je wensen en doelen ook binnen je financiële draagkracht?
  • Kun je voldoende tijd vrijmaken voor wedstrijden, trainingskampen etc. zonder dat dit al te zeer ten koste gaat van andere belangrijke zaken in je leven (werk, gezin, vrienden et cetera)?

 

De tussentijdse mijlpalen op deze routekaart helpen je dus om te zien waar je staat. Als het goed gaat, vormen zij de bevestiging van een goede planning en bieden ze een goede aanleiding voor het vieren van een tussentijds succesje. Als het niet of minder goed gaat, bieden ze een goede gelegenheid om na te denken over de vraag ‘waarom niet’. Zijn er concrete aanleidingen waarom het net mis ging, of is het een eerste signaal dat er iets meer speelt? Blijft je initieel gestelde doel nog haalbaar, of is er toch echt een aanleiding om je einddoel en/of je tussendoelen wat bij te stellen?

Soms kom je gaandeweg een traject tot het besef dat je niet meer (geheel) staat achter de eerder zelf gestelde doelen, of dat je ze toch te ambitieus gesteld had, of dat je je motivatie verliest, of…. vul maar in. Dan wordt het tijd om je originele plan nog eens kritisch tegen het licht te houden en nogmaals een diepe soulsearch-sessie te plannen om voor jezelf na te gaan wat je nu ècht beweegt, en waarom. Het biedt je de gelegenheid om tussendoor je doelen nog bij te stellen en een nieuwe focus te leggen, voordat je blind te ver doordraaft met alle gevolgen van dien.

Voor nieuwe seizoensdoelen kan een goede explicitering en uitwerking van je doelen al een goede hulp en ondersteuning zijn om deze ook daadwerkelijk te bereiken. Als je doelen verder weg liggen dan kan het formuleren, plannen en bewaken van je doelstellingen zelfs van essentieel belang worden om deze ook te bereiken. Te denken valt dan aan doelen die ook verandering van techniek of verandering van bepaalde (fysiologische) systemen met zich mee brengen; veranderingen die soms best een lange tijd kunnen duren. Dergelijke langere-termijndoelen vragen om een goede planning, om consequent en consistent trainen, èn vaak ook om het individueel aanpassen van groeps/verenigingstrainingen. Maar dan kan je over een langere periode ook progressie blijven boeken. Accepteer daarbij dan dat je soms eerst een stapje terug moet doen voordat je vooruit gaat (bijvoorbeeld bij techniekaanpassingen)

Wanneer kun je het beste beginnen met een dergelijke cyclus? Het beste is natuurlijk zo snel mogelijk na je laatste wedstrijd van dit seizoen. Maar voor de rest geldt: there is no time like the present. Nu dus. Succes met het bepalen van je doelen voor seizoen 2012!