De nieuwe NK structuurvoorstellen wat nader beschouwd

Op 20 juni presenteerde de Taskforce NK’s haar advies aan de NTB. In de kern komt het er op neer dat er meer statuur geschapen moet worden voor de NK’s. Hiervoor is een aantal duidelijke uitgangspunten en stellingen gekozen. Daarnaast is het advies vooral een routeboek met punten die allemaal in de komende jaren nog verder moeten worden uitgewerkt en worden bediscussieerd. Het volledige advies kun je hier nalezen.

De taskforce heeft in het voorjaar vanuit veel invalshoeken kritisch naar de NK’s gekeken. Wat opvalt is dat wij in onze relatief kleine sport een groot aantal NK’s hebben (sprint, Olympisch, midden, lang, cross, wintertri; duathlon kort, lang en cross, en vervolgens nog een apart NK sprint voor jeugd en junioren en een NK Olympisch voor Masters), hetgeen naar de buitenwacht soms lastig uit te leggen is. Wie is nu de Nederlands kampioen triathlon?
Op zich is deze vraag eigenlijk net zo onzinnig als de vraag wie nu Nederlands kampioen zwemmen, atletiek of roeien is. In die sporten is bij het grote publiek vrij algemeen bekend dat er veel verschillende disciplines en afstanden zijn. Voor onze kleine sport is dat nog zeker niet het geval.

Wat de situatie nog ondoorzichtiger maakt, is dat niet alleen de snelsten zich Nederlands kampioen mogen noemen, maar ook iedere winnaar in elke age-group. Waarbij in sommige gevallen gewoon sprake is van ‘finishen = goud’. Dan kun je immers eigenlijk nauwelijks meer spreken van een kampioen. Zo ligt titelinflatie levensgroot op de loer, zeker als je daags na een NK in zes verschillende regionale bladen evenzoveel berichten leest met ‘….. heeft het NK gewonnen’ waarbij in ieder blad een andere naam genoemd wordt en vaak pas ergens verderop in het bericht duidelijk wordt dat het gaat om winst in een age-group bij het NK, en niet om winst in het NK – àls dat al vermeld wordt.

Ook schuiven de NK’s ieder jaar behoorlijk over de kalender en vallen ze soms in weekends met concurrentie van andere wedstrijden, die soms ook een sterk profiel hebben. Dit draagt niet altijd bij aan een goede en herkenbare uitstraling van wat eigenlijk de belangrijkste Nederlandse wedstrijden van het jaar zouden moeten zijn. In het wegwielrennen is het de laatste jaren inmiddels gebruikelijk om de NK’s in een vast wedstrijdweekend te organiseren. Sterker nog: alle nationale kampioenschappen vinden in Europa op dezelfde dag plaats -vlak voor de Tour de France- en hebben daarmee ook een duidelijke samenhang met de internationale wedstrijdkalender.
Het zou heel mooi zijn als dat in de triathlonsport ook zou kunnen, maar een herkenbaar, vast punt op alleen de Nederlandse kalender zou al een winstpunt zijn. En liefst zouden er volgens het advies van de taskforce zelfs op die vaste wedstrijddatum geen concurrerende wedstrijden in diezelfde discipline moeten zijn, zodat het NK ook echt hèt triathlonfeest van dat moment is, waar een groot aantal Nederlandse triatleten zich ook verzamelt. Voor de meeste disciplines zal dat geen probleem zijn, maar met name voor het NK over de Olympische afstand zal dan wel goed gekeken moeten worden naar het juiste weekend. Andere wedstrijden zullen in de loop van de jaren dan ook bereid moeten zijn om hun ‘vaste’ wedstrijddag in het vervolg af te stemmen op die NK-datum. Dit zal uiteraard nog wel de nodige onderlinge discussie gaan vergen tussen de NTB en de diverse organisaties.

De taskforce heeft ook nog de nodige adviezen uitgebracht om de uitstraling van de NK’s te versterken en te harmoniseren. Bijvoorbeeld door een consistent kleurgebruik (bv. oranje) in de aankleding van NK’s, met een snelle publieke ceremonie protocollaire direct na de finish van de derde man en vrouw, én bijvoorbeeld door de titelverdedigers in een rood-wit-blauw pak te laten starten.

Daarnaast wordt ook geadviseerd om een duidelijk onderscheid aan te brengen in de status van de winnaars. Alleen de overall-winnaars mogen zich ‘Nederlands kampioen’ noemen; zij zijn immers als enige twee de besten. Alle overige winnaars in de age-groups zijn wel winnaars, maar geen ‘Nederlands kampioen’. Als enige mogelijke uitzondering hierop wordt nog nagedacht om nog wel voor de jeugd en junioren de titels te handhaven.

In het verlengde hiervan is ook nagedacht over de relatie met de licenties. Nu is het zo dat om in aanmerking te komen voor de Nederlandse titel, je niet alleen de Nederlandse nationaliteit moet hebben maar óók een Nederlandse triathlonlicentie. Op zich een wat vreemde situatie. Immers: bij een kampioenschap hoort de sportprestatie leidend te zijn, niet het lidmaatschap van een bond. De beste Nederlander hoort tot kampioen gekroond te worden.
In het advies van de taskforce wordt gesteld dat het bezit van een triathlonlicentie in beginsel geen maatstaf mag zijn voor de vraag of iemand al dan niet in aanmerking komt voor een kampioenschapsmedaille, maar ze stellen wel een lidmaatschap van een andere bond (zoals de KNZB, KNWU, KNAU, KNSB, skeelerbond of soortgelijk) als voorwaarde. In de praktijk zal dit in 99,9% van de gevallen ook wel zo zijn, maar als je uitgaat van het principe dat de prestatie leidend moet zijn dan is het een wat gekunstelde constructie. Als het dan gebeurt is dat de verdienste van de betreffende atleet en deze zal dan hopelijk ook gemotiveerd genoeg zijn om ècht een keuze voor de triathlon of duathlon te maken.

Al bij al heeft de taskforce een route uitgezet die nog een aantal flinke hobbels kent. Het feit dat de taskforce zowel atleten als bestuurders en organisatoren van evenementen bevat, heeft in ieder geval gezorgd voor een brede kijk op de problematiek en oplossingsrichtingen die acceptabel kunnen zijn voor alle betrokkenen. De komende jaren zal moeten blijken of de voorgestelde aanpak ook breed gedragen wordt. Zonder medewerking van de organisaties zal het stroomlijnen van de kalender immers onbegonnen werk zijn. Zonder inzet van de atleten zullen de kampioenschappen van de toekomst allure ontbreken en zonder draagvlak binnen de bond kan de structuur niet opgetuigd worden.