Een goede zwemstart in een triathlon is géén kwestie van ‘geluk hebben’. Geluk kun je (in dit geval) afdwingen en opzoeken. Voor de zwemstart is het zaak de situatie zeer grondig te beoordelen:

  • Wie staat waar, hoe zal het zwemgedeelte waarschijnlijk verlopen;
  • Wat is mijn positie daarin, wat zijn mijn kansen;
  • Hoe reageer ik als dit-en-dat gebeurt?

Dit zijn allemaal vragen die van tevoren beantwoord moeten zijn. Reacties in het begin van de zwemwedstrijd moeten instinctief zijn, doordat hier goed over is nagedacht. Topzwemster Edith van Dijk is soms dagen voor de wedstrijd al bezig om de zwemstart door te denken, mogelijke scenario’s uit te werken en te visualiseren.

Typisch is het verhaal van de Amerikaanse triatlete Siri Lindley, die bij het WK in het Canadese Edmonton (2001) van alle triatletes de slechtste startpositie had en zich daardoor zo kon opladen dat ze in een van de eerste groepen het water verliet en uiteindelijk wereldkampioene werd. Daaruit blijkt dat de zwemstart ook een grote mentale component heeft.