Stelling: in de wintertraining moet je bij triatleten voornamelijk met techniek bezig zijn.

Hoewel dit vaak wordt gezegd, zijn toptrainers het hier niet zonder meer mee eens. Het gaat bij het zwemmen over lange afstanden vooral om inhoud, zelfvertrouwen, gevoel en souplesse. Atleten die te veel nadenken over hun techniek hebben de neiging te verkrampen. Zij moeten meer vertrouwen op hun gevoel.

Niettemin zien top-zwemtrainers bij triatleten nog wel regelmatig technische fouten die door gerichte training opgelost kunnen worden. Uitgegaan wordt dan van maximaal 15 minuten techniektraining per zwemtraining. Doe de techniekoefeningen bij voorkeur aan het begin
van de training, want ‘vermoeide spieren leren niets’.

Concentreer je daarbij steeds op een bepaald aspect van de techniek. Bijvoorbeeld het hoog houden van het hoofd, het korte knikje van de ademhaling, de snelle, kleine beenslag, de snelle armslag (spinning). Hou een bepaalde oefening twee weken vast, of in ieder geval zo lang totdat je het gevoel hebt dat je dit onder de knie hebt. Begin dan pas aan een volgende oefening. Zorg dat je je techniek niet alleen op lage snelheid, maar ook op hoge snelheid oefent!

Een waarschuwing is echter op zijn plaats: elke techniekwijziging heeft gevolgen voor de rest van het lichaam. Breng dat eerst helemaal in kaart, voordat je een techniek gaat veranderen.

Ook is het zo dat iedereen een persoonlijke, ideale techniek heeft, afhankelijk van natuurlijke aanleg en lichaamscompositie. Er is dus geen mal voor de ideale techniek.

Een goede trainer heeft hier oog voor en zal niet proberen iemand geforceerd in een bepaalde techniek te laten zwemmen.