Vaak klagen tri- en duatleten over ‘stijve spieren’ en een verminderde coördinatie aan het begin van het looponderdeel na het fietsen. Er zijn enkele opvallende verschillen tussen elite-atleten en gewone triatleten

Elite triatleten lijken in verhouding tot recreatieve triatleten beter in staat te zijn om te gaan met spierstijfheid na het fietsen, tijdens het lopen. Zij passen zich blijkbaar sneller aan. Wellicht dat de steilheid van de zithoek van het fietsframe daar nog een rol in kan spelen. De pasfrequentie en de paslengte bij een 10 kilometer is niet anders als deze wordt gelopen na 40 kilometer fietsen of als een ‘losse’ 10 kilometer lopen. Het lijkt erop dat degene die bij het lopen zo snel mogelijk in zijn ritme kan komen en de stijfheid kwijt kan raken die van het fietsen is overgebleven, winst kan boeken.

Advies: Het lijkt dus een goed idee om veelvuldig de ‘wissels’ te trainen, waarbij niet zozeer het accent op een maximale snelheid van beide onderdelen ligt, maar meer op een goede frequentie (zowel lopen als fietsen), en een correcte paslengte. Koppeltrainingen met korte stukken fietsen en korte stukjes lopen verbeteren de coördinatie en zullen zich waarschijnlijk in de wedstrijd uitbetalen.