Bij de meeste triathlons vindt het zwemonderdeel plaats in open water: een vaart, een kanaal, een meer of soms zelfs in zee. Het zwemonderdeel bij een triathlon in open water is een ervaring apart, totaal anders dan zwemmen in een zwembad. Geen badrand, geen lijnen op de bodem om te volgen, vaak (erg) slecht zicht onder water, golfslag en een parcours dat soms slechts met enkele boeien is gemarkeerd. Tel daarbij op dat er naast je nog een (paar) honderd atleten ook staan te trappelen om datzelfde parcours zo snel mogelijk te zwemmen. Wat moet je doen?

Hieronder deel II met tips voor meer gevorderde open-water zwemmers.

  1. Blijf kalm na de start. Het is niet nodig om meteen (bijna)sprintend weg te gaan; je gaat vaak nauwelijks sneller dan in je normale tempo, maar het kost je veel kracht, rust en techniek. Blijf vanaf de start geconcentreerd op een technisch goede slag. Probeer vervolgens in de eerste paar minuten je ideale tempo te vinden, om het vervolgens tot aan de finish vast te houden.
  2. Positioneer jezelf op basis van een reële inschatting. Ben je een sterke zwemmer, probeer dan een goede plaats vooraan te vinden. Ben je een matige zwemmer, zoek dan een rustiger plaats aan de buitenkant van het veld.
  3. Zorg voor een geode start. Ren met hoge passen zo ver als mogelijk is het water in (waarbij je voeten volledig uit het water komen). Duik vervolgens met een soepele ‘dolfijnenduik’ het water in. Blijf glijden totdat je voelt dat je snelheid afneemt. Trek daarna met beide armen jezelf in het water vooruit terwijl je tegelijkertijd je benen optrekt tot aan je borst. Zet vervolgens je beide voeten neer op de bodem, en herhaal de dolfijnenduik. Dit herhalen tot het water ongeveer tot aan je middel reikt. Van daar af ga je zwemmen.
    Belangrijk hierbij is dat je het soepeltjes uitvoert (niet te fel) en dat je het maximale haalt uit de glijfase na de duik.
  4. Stayer in het water! Probeer een zwemmer van gelijk niveau (of liever: van een licht hoger niveau) op te zoeken en blijf achter zijn voeten hangen op een afstand van ca. 0,5 – 1 meter. Dit kan je efficiency tot 30% verbeteren. Blijf zo lang mogelijk profiteren als het kan en benut in de laatste fase van het zwemmen de rust om de komende wissel te visualiseren.
  5. Snel boeien ronden. Een simpele, zeer effectieve, snelle en ook leuke manier om een boei te ronden is om tijdens het ronden even over te gaan op rugcrawl, en daarna door te draaien en weer verder te gaan met borstcrawl. Je lichaam roteert in deze slag dus 360 graden om je lengte-as. Je kunt hiermee zeer snel van richting veranderen zonder dat het noemenswaardig snelheidsverlies betekent.
    Bij het ronden van een boei naar rechts gaat het als volgt: draai bij de boei over je rechterzijde op je rug, en draai vervolgens (ingezet met je linkerarm, die je daartoe al meer in de richting wijst van het zwemparcours na de boei) door naar je buik. Bij een boei naar links gaat alles uiteraard andersom.

Lees ook: Waar moet ik op letten bij zwemmen in open water? (beginners)