In zwembaden is het (afhankelijk van het aantal bezoekers en de temperatuur van het zwemwater) gemiddeld ca. 28 graden, met een luchtvochtigheid van 60-65%. Dat is dus aardig aanpoten, zowel fysiek als mentaal. Is het handig om van deze omstandigheden gebruik te maken om te acclimatiseren aan wedstrijden in (zeer) warm weer?

Acclimatiseren aan warme omstandigheden kost tijd. Daarom heeft het geen zin om het tot één keer te beperken als je in het zwembad aan acclimatisatietraining wilt doen. Het wordt pas zinvol als je tenminste twee maal per week, gedurende minstens vier weken, sessies van tussen de 30 en 45 minuten uit kan voeren. Je moet dit niet te kort voor de wedstrijd doen (uiterlijk twee weken van tevoren ermee stoppen). Zorg wèl dat je bij zo’n training ruim voldoende drinken erbij hebt.

Het kan noodzakelijk zijn om eerst goed uit te vogelen of de kwaliteit van de lucht in het zwembad wel goed genoeg is om daar een training in af te werken. Een zeer hoge luchtvochtigheid, gecombineerd met slechte ventilatie en veel chloorgebruik, kan tot fikse irritaties van de luchtwegen leiden. Laat je dus goed voorlichten voordat je zo’n serie trainingen begint.
Het meest ideaal is een vrijchloorgehalte van 0,5 met een gebonden chloorgehalte van 0,5 en een PH (zuurgraad) van 7,2 – 7,6.

Tegelijk met de acclimatisatie oefen je bij deze training natuurlijk ook de wissel zwemmen/fietsen. Omdat het knelpunt bij de triathlon in deze fase vaak is of je wel of
niet bij de (fiets)kopgroep aansluiting hebt of kunt vinden, is het een goed idee om de eerste minuten van de fietssessie naast de zwembadrand volle bak te fietsen. Doe maar net of de kopgroep 15 seconden voor je zit en geef jezelf 3 minuten om dat gat goed te maken. Durf daarbij af en toe eens fiks ‘in het rood’ te gaan rijden. Daar word je mentaal ook sterk van.