In Nederland wordt momenteel gewerkt met een klasseringssysteem bij wedstrijden, waarbij er naast – en in aanvulling op – het overall-klassement enkele extra klassementen voor junioren en veteranen (‘masters’) gehanteerd worden. Men hoeft zich daarbij niet voor een bepaald klassement in te schrijven, maar men wordt gewoon op basis van de leeftijd ingedeeld. Naast de leeftijdscategorieën dingt men ook altijd gewoon mee in het overall-klassement en de daarbij behorende (geld)prijzen.

Internationaal werken steeds meer landen met de Amerikaanse manier van wedstrijdklassering. In dit systeem wordt al bij inschrijving het eerste onderscheid gemaakt. Je moet namelijk bij inschrijving al opgeven of je meedoet in de ‘pro’ of ‘elite’ categorie, of als ‘age-grouper’. Een belangrijk argument om al dan niet te kiezen voor een inschrijving als elite-atleet is wel het prijzengeld: dit is namelijk alleen beschikbaar in deze categorie. Voor de ‘age-groupers’ zijn er geen geldprijzen te verdienen, hooguit alleen ereprijzen. Als elite-atleet inschrijven is dus soms gewoon een kwestie van vrije keuze, maar niet altijd: bij grote wedstrijden en internationale kampioenschappen moet je je vaak gekwalificeerd hebben om als elite-atleet in te mogen schrijven.

Maar wat houdt die term ‘age-groupers’ dan in? Niets meer of minder dan de groep van atleten die niet hebben ingeschreven (of hebben in kunnen schrijven) in de elite- of pro- categorie. Op basis van je leeftijd wordt je dan automatisch ingedeeld in een van de leeftijdsgroepen, welke oplopen per vijf jaar. Er zijn leeftijdsgroepen vanaf 16-19 jaar (junioren), van 20-24 jaar, 25-29 jaar en zo verder. Bij kampioenschappen zijn er per leeftijdscategorie van vijf jaar prijzen en titels te behalen.

Een verschil met de Nederlandse manier van indelen in leeftijdscategorieën, is dat er eigenlijk in Nederland geen aparte leeftijdscategorieën zijn voor de groep senioren vanaf 20 tot en met 39 jaar (deze kunnen alleen meedingen in het over-all klassement). Het age-group systeem onderscheidt maar liefst vier afzonderlijke senioren-categorieën.
Een ander – niet minder belangrijk – verschil met de Nederlandse manier van indelen in leeftijdscategorieën is dat men internationaal uitgaat van de exacte leeftijd op de wedstrijddag, terwijl we in Nederland werken met de leeftijd die men heeft op 31 december van het betreffende seizoen. Dit kan in de praktijk tot verschillen in indeling leiden, waardoor iemand in Nederland eerder tot een veteranencategorie gerekend wordt. Bijvoorbeeld: iemand die in november 40 jaar wordt, wordt volgens de Nederlandse indeling al vanaf het begin van het jaar gerekend tot de Masters-40, terwijl diezelfde persoon in het buitenland tot aan zijn verjaardag nog als 39-jarige senior beschouwd wordt.

In de regel worden voor de verschillende age-groups de volgende afkortingen gebruikt:

  • J1 = junioren, 16-19 jaar
  • S1 = senioren, 20-24 jaar
  • S2 = senioren, 25-29 jaar
  • S3 = senioren, 30-34 jaar
  • S4 = senioren, 35-39 jaar
  • M1 = masters, 40-44 jaar
  • M2 = masters, 45-49 jaar
  • M3 = masters, 50-54 jaar
  • Et cetera